Lesfiche Buurt en buitenleren 2024-2025
NAAM STUDENT: Julie Lambrechts
KLAS: 5e leerjaar
LESONDERWERP: Wandeltijden, kloktijden en veiligheid meten rond de veerboot
Kerndoel(en):
De leerlingen kunnen wandeltijden meten en verwerken in een grafiek of tabel.
De leerlingen kunnen het gemiddelde en de mediaan berekenen en verklaren.
De leerlingen lezen en gebruiken digitale kloktijden en een uurrooster.
De leerlingen passen verkeersregels toe en werken samen.
De leerlingen bewegen in een veilige, vertrouwde omgeving (LO).
Situering in het leerplan (ZILL)
Situering in de eindtermen
Wiskunde
1.15 De leerlingen zijn in staat getallen af te ronden. De graad van nauwkeurigheid wordt bepaald door het
doel van het afronden en door de context.
2.1 De leerlingen kennen de belangrijkste grootheden en maateenheden met betrekking tot tijd en kunnen
daarbij de relatie leggen tussen de grootheid en de maateenheid.
2.3 De leerlingen kunnen veel voorkomende maten in verband brengen met betekenisvolle situaties.
2.4 De leerlingen kunnen de functie van de begrippen "schaal" en "gemiddelde" aan de hand van concrete
voorbeelden verwoorden.
2.12 De leerlingen kunnen kloklezen (analoge en digitale klokken). Zij kunnen tijdsintervallen berekenen en
kennen de samenhang tussen seconden, minuten en uren.
Wereldoriëntatie
4.15 De leerlingen beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor
coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers, om zich zelfstandig en veilig te
kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
4.16 De leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers.
Lichamelijke Opvoeding
1.2 De leerlingen kunnen veiligheidsafspraken naleven.
1.15 De leerlingen kunnen hun loopstijl en -tempo aanpassen aan de afstand.
2.2 De leerlingen ontwikkelen uithouding, kracht, lenigheid, snelheid en spierspanning om de motorische
competenties te bereiken.
, Leergebiedoverschrijdend – Leren leren
4 De leerlingen kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen.
6 De leerlingen ontwikkelen nauwkeurigheid, zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
Lesopbouw
Lesfase 1 : Opwarming en oriëntatie rond de school
Doel: De leerlingen meten hun wandeltijd en berekenen het gemiddelde en de mediaan, terwijl ze
verkeersregels toepassen en samenwerken.
Materiaal: Stopwatch/ chronometer per duo + krijt + rekenmachines + kladbladen
Werkvorm: Duo-werk onder begeleiding van de leerkracht.
Verloop:
De leerkracht bespreekt eerst de verkeersregels en het belang van veilig oversteken. Daarna vormen de
leerlingen duo’s en krijgen ze een stopwatch. De ene leerling loopt een afgesproken rondje (400m) rond de
tennispleinen, terwijl de andere de tijd meet en noteert. Daarna wisselen ze van rol. De leerkracht tekent
ondertussen een grote tabel op de grond met krijt, met aparte kolommen voor jongens en meisjes. Na het
lopen noteert elke leerling zijn/haar tijd. Daarna herhaalt de leerkracht klassikaal hoe je het gemiddelde en
de mediaan berekent, dit doen ze voor de tijden van de jongens. De leerlingen proberen dit zelf uit met de
tijden van de meisjes en de totale tijden, eventueel met rekenmachines.
Lesfase 2: Wandeling naar de veerboot en metingen onderweg
Doel: De leerlingen meten wandeltijd, wachttijd en overtochtduur, lezen het uurrooster en passen
verkeersregels toe.
Materiaal: Stopwatch per groep + werkblad + potlood per groep + uurrooster veerboot
Werkvorm: Groepjes per 4 met begeleiding van de leerkracht en een extra begeleider
Verloop:
De leerlingen vertrekken in groepjes van 4 aan de schoolpoort, telkens met een tussenafstand van 2
minuten om elk hun eigen wandeltijd te meten. Ze meten deze tijd met een stopwatch. Een extra
begeleider loopt mee met het eerste groepje; de leerkracht sluit achteraan aan. Bij aankomst aan de
veerbootkade noteren ze de wachttijd tot de volgende veerboot en oefenen het lezen van het uurrooster
(bijvoorbeeld: “De veerboot vertrekt om 15u45.”). Ze nemen de veerboot naar het Steenplein en meten
ook de overtochtduur. Op het Steenplein verzamelen de groepen en vullen ze per groepje de klastabel aan
met wandeltijd, wachttijd, overtochtduur en de totale tijd. Ze mogen de tijden afronden tot op een halve
minuut nauwkeurig.
Lesfase 3: Resultaten verwerken, grafieken maken en reflecteren
Doel: De leerlingen verwerken de verzamelde gegevens in grafieken en berekenen het gemiddelde en de
mediaan om hun resultaten te vergelijken en te bespreken.
Materiaal: Projectie met alle resultaten + werkblad per groepje + rekenmachine + grafiekpapier +
kleurpotloden.
Werkvorm: Groepjes per 4 met klassikale bespreking.
Verloop:
Terug in de klas worden alle resultaten van de totale tijden geprojecteerd op het bord. De leerlingen
NAAM STUDENT: Julie Lambrechts
KLAS: 5e leerjaar
LESONDERWERP: Wandeltijden, kloktijden en veiligheid meten rond de veerboot
Kerndoel(en):
De leerlingen kunnen wandeltijden meten en verwerken in een grafiek of tabel.
De leerlingen kunnen het gemiddelde en de mediaan berekenen en verklaren.
De leerlingen lezen en gebruiken digitale kloktijden en een uurrooster.
De leerlingen passen verkeersregels toe en werken samen.
De leerlingen bewegen in een veilige, vertrouwde omgeving (LO).
Situering in het leerplan (ZILL)
Situering in de eindtermen
Wiskunde
1.15 De leerlingen zijn in staat getallen af te ronden. De graad van nauwkeurigheid wordt bepaald door het
doel van het afronden en door de context.
2.1 De leerlingen kennen de belangrijkste grootheden en maateenheden met betrekking tot tijd en kunnen
daarbij de relatie leggen tussen de grootheid en de maateenheid.
2.3 De leerlingen kunnen veel voorkomende maten in verband brengen met betekenisvolle situaties.
2.4 De leerlingen kunnen de functie van de begrippen "schaal" en "gemiddelde" aan de hand van concrete
voorbeelden verwoorden.
2.12 De leerlingen kunnen kloklezen (analoge en digitale klokken). Zij kunnen tijdsintervallen berekenen en
kennen de samenhang tussen seconden, minuten en uren.
Wereldoriëntatie
4.15 De leerlingen beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor
coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers, om zich zelfstandig en veilig te
kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
4.16 De leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers.
Lichamelijke Opvoeding
1.2 De leerlingen kunnen veiligheidsafspraken naleven.
1.15 De leerlingen kunnen hun loopstijl en -tempo aanpassen aan de afstand.
2.2 De leerlingen ontwikkelen uithouding, kracht, lenigheid, snelheid en spierspanning om de motorische
competenties te bereiken.
, Leergebiedoverschrijdend – Leren leren
4 De leerlingen kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen.
6 De leerlingen ontwikkelen nauwkeurigheid, zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
Lesopbouw
Lesfase 1 : Opwarming en oriëntatie rond de school
Doel: De leerlingen meten hun wandeltijd en berekenen het gemiddelde en de mediaan, terwijl ze
verkeersregels toepassen en samenwerken.
Materiaal: Stopwatch/ chronometer per duo + krijt + rekenmachines + kladbladen
Werkvorm: Duo-werk onder begeleiding van de leerkracht.
Verloop:
De leerkracht bespreekt eerst de verkeersregels en het belang van veilig oversteken. Daarna vormen de
leerlingen duo’s en krijgen ze een stopwatch. De ene leerling loopt een afgesproken rondje (400m) rond de
tennispleinen, terwijl de andere de tijd meet en noteert. Daarna wisselen ze van rol. De leerkracht tekent
ondertussen een grote tabel op de grond met krijt, met aparte kolommen voor jongens en meisjes. Na het
lopen noteert elke leerling zijn/haar tijd. Daarna herhaalt de leerkracht klassikaal hoe je het gemiddelde en
de mediaan berekent, dit doen ze voor de tijden van de jongens. De leerlingen proberen dit zelf uit met de
tijden van de meisjes en de totale tijden, eventueel met rekenmachines.
Lesfase 2: Wandeling naar de veerboot en metingen onderweg
Doel: De leerlingen meten wandeltijd, wachttijd en overtochtduur, lezen het uurrooster en passen
verkeersregels toe.
Materiaal: Stopwatch per groep + werkblad + potlood per groep + uurrooster veerboot
Werkvorm: Groepjes per 4 met begeleiding van de leerkracht en een extra begeleider
Verloop:
De leerlingen vertrekken in groepjes van 4 aan de schoolpoort, telkens met een tussenafstand van 2
minuten om elk hun eigen wandeltijd te meten. Ze meten deze tijd met een stopwatch. Een extra
begeleider loopt mee met het eerste groepje; de leerkracht sluit achteraan aan. Bij aankomst aan de
veerbootkade noteren ze de wachttijd tot de volgende veerboot en oefenen het lezen van het uurrooster
(bijvoorbeeld: “De veerboot vertrekt om 15u45.”). Ze nemen de veerboot naar het Steenplein en meten
ook de overtochtduur. Op het Steenplein verzamelen de groepen en vullen ze per groepje de klastabel aan
met wandeltijd, wachttijd, overtochtduur en de totale tijd. Ze mogen de tijden afronden tot op een halve
minuut nauwkeurig.
Lesfase 3: Resultaten verwerken, grafieken maken en reflecteren
Doel: De leerlingen verwerken de verzamelde gegevens in grafieken en berekenen het gemiddelde en de
mediaan om hun resultaten te vergelijken en te bespreken.
Materiaal: Projectie met alle resultaten + werkblad per groepje + rekenmachine + grafiekpapier +
kleurpotloden.
Werkvorm: Groepjes per 4 met klassikale bespreking.
Verloop:
Terug in de klas worden alle resultaten van de totale tijden geprojecteerd op het bord. De leerlingen