4.3 Science-based practice in the field of child & adolescent psychopathology
Week 1 - Primum non nocere, Jamie Bulger case & Parkland shooter, een rookvrije
generatie
Opdracht 1: Primum non nocere
The “Scared Straight” program: youths with behavioral problems are scared by showing them the reality of an
existence in prison. This is done by bringing them in contact with murderers and other criminals
1. Form your substantiated opinion so you can advice the staff of the clinic on this idea
Scared Straight and Other Juvenile Awareness Programs for Preventing Juvenile Delinquency: A
Systematic Review (Petrosino et al., 2013)
In de jaren 70 startten levenslang gestrafte gevangenen in New Jersey het programma ‘Scared Straight’, bedoeld
om jongeren met risico op criminaliteit af te schrikken
● Tijdens bezoeken aan de gevangenis hielden gedetineerden agressieve toespraken over het zware
leven in de gevangenis, vaak met overdreven verhalen over geweld en misbruik
● Een televisiedocumentaire uit 1979 beweerde een succespercentage van meer dan 90%, wat leidde tot
grote media-aandacht en landelijke verspreiding van het programma
Het achterliggende idee was afschrikking (deterrence): jongeren zouden door de harde realiteit van de
gevangenis bang worden om zelf crimineel gedrag te vertonen
● Het programma was populair omdat het goedkoop was en paste bij het idee van “streng optreden tegen
criminaliteit”
● Wetenschappelijk onderzoek liet echter iets anders zien: gerandomiseerde gecontroleerde studies
toonden aan dat Scared Straight geen positief effect had, en soms zelfs leidde tot meer criminaliteit
onder deelnemers dan in controlegroepen
● Grote overzichtsstudies concludeerden dat Scared Straight niet werkt als preventiemethode
Objective: de effecten onderzoeken van programma’s waarbij jongeren — zowel jeugddelinquenten (officieel
veroordeeld door de jeugdrechtbank) als pré-delinquenten (kinderen met probleemgedrag maar nog niet officieel
veroordeeld) — georganiseerde bezoeken aan gevangenissen brengen, met als doel hen af te schrikken van
crimineel gedrag
Discussie en conclusie
Uit meerdere gerandomiseerde studies over een periode van 25 jaar blijkt dat ‘Scared Straight’ en soortgelijke
“juvenile awareness”-programma’s niet effectief zijn als strategie om jeugdcriminaliteit te voorkomen
● Sterker nog: jongeren die aan deze programma’s deelnamen, bleken vaker opnieuw strafbare feiten te
plegen dan jongeren die geen behandeling kregen
● Deze conclusie is robuust, want de negatieve effecten kwamen voor in verschillende landen en
varianten van het programma, wat de externe validiteit versterkt
Waarom werkt het niet?
Er is geen eenduidige verklaring voor het negatieve effect, maar onderzoekers vermoeden dat de
confronterende, dreigende aard van de interventie juist ongewenst gedrag oproept (bijvoorbeeld verzet of
bravoure) in plaats van afschrikking. Er zijn echter te weinig gegevens om dit mechanisme empirisch te
onderbouwen.
Implicaties voor de praktijk
Ondanks het sterke bewijs van ineffectiviteit blijven de programma’s bestaan, vaak gesteund door persoonlijke
getuigenissen of media-aandacht (zoals de tv-serie Beyond Scared Straight)
● De auteurs noemen dit het “Panacea Phenomenon”: de neiging van beleidsmakers om te geloven in
goedkope, eenvoudige oplossingen voor complexe sociale problemen
● De auteurs pleiten ervoor dat als zulke programma’s toch worden uitgevoerd, ze streng
wetenschappelijk geëvalueerd moeten worden om te voorkomen dat ze meer kwaad dan goed doen
1
, ● Ze stellen alternatieven voor waarbij gevangenen positieve maatschappelijke bijdragen kunnen
leveren, zoals tutorprojecten of liefdadigheidswerk, die wél herstel en rehabilitatie bevorderen zonder
risico voor jongeren
An Empirical Evaluation of Juvenile Awareness Programs in the United States: Can Juveniles be
“Scared Straight”? (Klenowski et al., 2010)
Juvenile awareness-programma’s, later vooral bekend onder de naam Scared Straight, ontstonden in de jaren
1960 en werden in de jaren 1970 zeer populair in de Verenigde Staten
● Ze zijn gebaseerd op de deterrence-theorie, die stelt dat straf — wanneer deze snel, streng en zeker
wordt toegepast — mensen kan afschrikken van crimineel gedrag
● Het idee achter deze programma’s was dat jongeren die al in aanraking waren gekomen met justitie
konden worden “afgeschrikt” door hen te confronteren met de harde realiteit van het gevangenisleven
In deze zogeheten prison-based awareness programs namen jongeren deel aan bezoeken aan gevangenissen,
waar ze door gedetineerden werden geconfronteerd met verhalen over geweld, misbruik en het ellendige bestaan
achter tralies
● De makers en voorstanders claimden enorme successen: tot wel 80 à 90% van de deelnemers zou
daarna geen delicten meer plegen
● Latere, meer zorgvuldige onderzoeken toonden echter aan dat deze resultaten niet klopten en dat de
oorspronkelijke evaluatie ernstige methodologische fouten bevatte
● Sterker nog: meerdere studies lieten zien dat dergelijke confronterende en intimiderende programma’s
vaak geen positief effect hadden en soms zelfs het tegenovergestelde bereikten: deelnemers
vertoonden na afloop juist méér crimineel gedrag
● Slechts programma’s die gebruikmaakten van minder agressieve, meer dialooggerichte benaderingen
(zoals gesprekken tussen gevangenen en jongeren) lieten enig gunstig resultaat zien
Conclusie en aanbevelingen
Uit de analyse van de beschikbare onderzoeken naar juvenile awareness-programma’s (zoals Scared Straight)
blijkt overtuigend dat deze interventies niet effectief zijn
● De meeste studies vonden geen significant positief effect op het gedrag of de houding van jongeren ten
aanzien van criminaliteit
● In sommige gevallen leidde deelname zelfs tot meer recidive en crimineel gedrag
De ineffectiviteit wordt grotendeels verklaard door wat we weten uit de deterrence-literatuur: het is niet zozeer de
ernst van straf, maar vooral de zekerheid van straf die mensen afschrikt
● De programma’s benadrukken vooral de hardheid van straf, iets waar jongeren weinig mee kunnen,
zeker omdat ze weten dat niet elke overtreding daadwerkelijk tot gevangenisstraf leidt
● Daarnaast zijn deze programma’s doorgaans confronterend en angstopwekkend, wat bij jongeren
eerder weerstand of bravoure oproept dan gedragsverandering
● De agressieve toon, dreigementen en schokkende verhalen van gevangenen blijken geen zinvolle
manier om jongeren te motiveren hun gedrag aan te passen
● Soms werkt dit zelfs averechts, doordat jongeren zich juist meer identificeren met de “stoere” criminelen
Een tweede probleem is het gebrek aan diepgang en duur van de interventie: het gaat meestal om één kort
bezoek, zonder verdere begeleiding of rehabilitatieve component. Een eenmalige ervaring, hoe indrukwekkend
ook, heeft weinig blijvend effect op complexe gedragsproblemen. Onderzoekers benadrukken dat succesvolle
programma’s juist elementen bevatten als:
● Langdurig en betekenisvol contact met begeleiders of rolmodellen
● Wetenschappelijke evaluatie van de effectiviteit
● Training in gedrags- en levensvaardigheden die jongeren helpen alternatieven te ontwikkelen
2
,Hoewel het algemene oordeel over Scared Straight-achtige programma’s negatief is, laten sommige
niet-confronterende varianten lichte positieve trends zien
● In zulke programma’s voeren gevangenen of ex-gevangenen meer open gesprekken met jongeren in
plaats van hen te intimideren
● Deze aanpak lijkt iets meer effect te hebben, al zijn de resultaten nog niet significant
De auteurs adviseren daarom om confronterende afschrikkingsprogramma’s te beëindigen en middelen te
investeren in evidence-based interventies die wel werken, zoals:
● Nazorgprogramma’s (aftercare), die aantoonbaar recidive verminderen
● Intensieve residentiële programma’s met onderwijs en beroepsvaardigheden (zoals Job Corps)
● Combinaties van niet-confronterende bewustwording met bewezen effectieve begeleidingstrajecten
⇒ Op basis van bovenstaande bevindingen is het Scared Straight-programma niet aan te raden. Hoewel het
bedoeld is om jongeren af te schrikken door hen te confronteren met gevangenen en de harde realiteit van
detentie, blijkt uit meerdere gerandomiseerde studies dat het geen positief effect heeft en zelfs kan leiden tot
meer crimineel gedrag. De confronterende aanpak wekt vaak verzet of fascinatie op in plaats van
gedragsverandering, en er ontbreekt een rehabilitatieve component. De kliniek kan beter investeren in
evidence-based interventies die gericht zijn op begeleiding, vaardigheden en langdurige gedragsverandering in
plaats van angst en dreiging
2. Introduce a program for young (4- to 6-year-old) children with ODD/CD. Find different possible
options (and be aware of their similarities and differences), and come up with a proposal for an
appropriate intervention
Nederlands Jeugdinstituut
4 tot 6 jaar → antisociaal gedrag, delinquentie, gedragsproblemen, gedragsstoornissen → erkend → effectief
volgens sterke aanwijzingen
1) Incredible Years en Invest in Play: gericht op de opvoedingsvaardigheden van ouders van kinderen met
gedragsproblemen of het risico daarop (Incredible Years: 3-8 jaar; Invest in Play: 2-12 jaar)
● Doel: sociaal storend gedrag verminderen, sociaal passend gedrag bevorderen en de sociale,
emotionele en schoolse ontwikkeling van het kind stimuleren
● Groepsdiscussies adhv videofragmenten, rollenspellen en thuisoefeningen
● Ouders leren in groepsverband opvoedingsvaardigheden zoals kindgericht spelen, gewenst
gedrag stimuleren met complimenten en beloningen, en ongewenst gedrag ontmoedigen
○ Groepsverband kan juist ook nadelig zijn (belangrijk om rekening mee te houden)
● Tijdsinvestering: minimaal 14 sessies van 2u bij preventie van gedragsproblemen; minimaal 18
sessies van gedragsproblemen; Invest in Play bestaat uit 12 sessies
2) Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD):
gedragsproblemen voorkomen of verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken,
met aandacht voor positieve interactie en sensitieve disciplineringsstrategieën (0-6 jaar) → 6
huisbezoeken dmv feedback op video-opnamen van interacties tussen ouder en kind
● Doelgroep: opvoeders met problemen bij sensitief opvoeden of grenzen stellen, resulterend in
problemen in de ouder-kindrelatie en (een verhoogd risico op) externaliserende
gedragsproblemen bij het kind
● Doel: verhogen van de sensitiviteit en het verbeteren van disciplineringsstrategieën van
opvoeders → bevorderen van positieve interacties tussen opvoeder en kind en het voorkomen
(preventief) of verminderen (curatief) van gedragsproblemen bij kinderen tot 6 jaar
● Aanpak: bij gezinnen thuis; 7 bezoeken van ongeveer 2u (kan ook op school worden toegepast)
○ Tijdens de bezoeken worden eerst filmopnames gemaakt, daarna worden opnames
van de vorige keer nabesproken
○ Door videofeedback te gebruiken wordt de ouder het eigen model en wordt hij/zij
erkend als de expert van het eigen kind
○ Bekrachtigen van sensitief opvoedgedrag, het stellen van grenzen en reguleren van
lastig kindgedrag staan centraal
3
, 3) Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD): preventieprogramma waarmee scholen de
sociaal-emotionele competenties van hun leerlingen kunnen vergroten om zo gedragsproblemen te
voorkomen (kinderen van 4 tot 12 jaar in het regulier en speciaal basisonderwijs)
● Wordt klassikaal ingezet; kinderen leren vaardigheden op vier gebieden
1. Zelfbeeld: wie ben ik en hoe waardeer ik mijzelf?
2. Zelfcontrole: hoe ga ik om met heftige emoties?
3. Emoties: hoe voel ik mij en hoe voelt de ander zich?
4. Probleem oplossen: hoe kunnen we op een constructieve wijze een probleem
oplossen?
● Tijdsinvestering: 161 klassikale lessen die verdeeld over acht leerjaren worden aangeboden →
gemiddeld 1-2x per week een les van 30-45 min
4) Behavioral Parent Training Groningen (BPTG): gedragstherapeutische training voor ouders van kinderen
met ADHD en/of gedragsproblemen (4 tot 12 jaar) → bestaat uit meerdere varianten (groep, individueel,
thuis, zelfhulp)
● Hoofddoel: verminderen van gedragsproblemen
● Bijeenkomsten worden gegeven door twee therapeuten en bestaan uit didactische onderdelen,
modeling, rollenspel, werkvormen, praktische oefeningen, groepsdiscussies, uitwisseling van
ervaringen en voorbereiden/nabespreken van huiswerkopdrachten
● Tijdsinvestering: 12 groepsbijeenkomsten van 2u
Effectief volgens goede aanwijzingen
Parent-Child Interaction Therapy (PCIT): gericht op het vergroten van opvoedvaardigheden van ouders en het
verminderen van gedragsproblemen van jonge kinderen
● Therapeut traint ouders en kinderen samen in een spelkamer, door de ouders vanachter een scherm via
een koptelefoon te coachen (2 tot en met 6 jaar)
● Gericht op verbetering van de ouder-kindinteractie en de gehoorzaamheid van het kind
● Ouders leren gewenst gedrag te bevestigen en voorspelbare en veilige strategieën toe te passen bij
ongewenst gedrag (zoals negeren of een time-out geven) en ze leren hun kind te volgen in het spel
● Ouders oefenen ook thuis hun positieve opvoedvaardigheden dmv speciale speeltijd met hun kind, in
dagelijkse speelsessies van vijf minuten
● Tijdsinvestering: gemiddeld 20 weken
● Twee kanttekeningen
1) Effectiviteit van de verkorte variant PCIT-Home lijkt beperkt tot gezinnen met milde
problematiek; voor ernstige gedragsproblemen lijkt het beperkte aantal sessies niet toereikend
en kan beter de intense variant worden ingezet
2) De erkenning met ‘Goede aanwijzingen voor effectiviteit’ geldt alleen voor de inzet van PCIT als
behandeling, naar preventieve inzet is nog onvoldoende onderzoek gedaan om conclusies te
trekken over effectiviteit
Richtlijnendatabase
Drie effectieve behandelprogramma’s
1) Behavioral parent training: ouders worden getraind om vanuit een gedragstherapeutisch perspectief
gewenst gedrag positief te bekrachtigen
● Ouders leren ongewenst gedrag te negeren of te herformuleren als gewenst gedrag, leren om
meer en adequater te belonen en te prijzen, worden gemotiveerd om duidelijke en eenduidige
consequenties te stellen voor ongewenst gedrag
● Doel: verbeteren van ouder-kindinteractie, gezinsklimaat en sensitiviteit van de ouders
● Besteed aandacht aan motivatie van ouders: leg uit waarom hun inzet nodig is
● Positieve effecten hangen samen met: meer positieve interacties, betere emotionele
communicatie, consequente discipline, effectief gebruik van time-out
2) Cognitive behavioral therapy: richt zich op hanteren van boosheid en agressie, beïnvloeden van
negatieve cognities, en trainen van sociale probleemoplossende en sociale vaardigheden
3) Systems/family therapy: combineert elementen van oudertraining, CGT en gezinstherapie en richt zich
op:
● Grenzen en communicatie in het gezin
4
Week 1 - Primum non nocere, Jamie Bulger case & Parkland shooter, een rookvrije
generatie
Opdracht 1: Primum non nocere
The “Scared Straight” program: youths with behavioral problems are scared by showing them the reality of an
existence in prison. This is done by bringing them in contact with murderers and other criminals
1. Form your substantiated opinion so you can advice the staff of the clinic on this idea
Scared Straight and Other Juvenile Awareness Programs for Preventing Juvenile Delinquency: A
Systematic Review (Petrosino et al., 2013)
In de jaren 70 startten levenslang gestrafte gevangenen in New Jersey het programma ‘Scared Straight’, bedoeld
om jongeren met risico op criminaliteit af te schrikken
● Tijdens bezoeken aan de gevangenis hielden gedetineerden agressieve toespraken over het zware
leven in de gevangenis, vaak met overdreven verhalen over geweld en misbruik
● Een televisiedocumentaire uit 1979 beweerde een succespercentage van meer dan 90%, wat leidde tot
grote media-aandacht en landelijke verspreiding van het programma
Het achterliggende idee was afschrikking (deterrence): jongeren zouden door de harde realiteit van de
gevangenis bang worden om zelf crimineel gedrag te vertonen
● Het programma was populair omdat het goedkoop was en paste bij het idee van “streng optreden tegen
criminaliteit”
● Wetenschappelijk onderzoek liet echter iets anders zien: gerandomiseerde gecontroleerde studies
toonden aan dat Scared Straight geen positief effect had, en soms zelfs leidde tot meer criminaliteit
onder deelnemers dan in controlegroepen
● Grote overzichtsstudies concludeerden dat Scared Straight niet werkt als preventiemethode
Objective: de effecten onderzoeken van programma’s waarbij jongeren — zowel jeugddelinquenten (officieel
veroordeeld door de jeugdrechtbank) als pré-delinquenten (kinderen met probleemgedrag maar nog niet officieel
veroordeeld) — georganiseerde bezoeken aan gevangenissen brengen, met als doel hen af te schrikken van
crimineel gedrag
Discussie en conclusie
Uit meerdere gerandomiseerde studies over een periode van 25 jaar blijkt dat ‘Scared Straight’ en soortgelijke
“juvenile awareness”-programma’s niet effectief zijn als strategie om jeugdcriminaliteit te voorkomen
● Sterker nog: jongeren die aan deze programma’s deelnamen, bleken vaker opnieuw strafbare feiten te
plegen dan jongeren die geen behandeling kregen
● Deze conclusie is robuust, want de negatieve effecten kwamen voor in verschillende landen en
varianten van het programma, wat de externe validiteit versterkt
Waarom werkt het niet?
Er is geen eenduidige verklaring voor het negatieve effect, maar onderzoekers vermoeden dat de
confronterende, dreigende aard van de interventie juist ongewenst gedrag oproept (bijvoorbeeld verzet of
bravoure) in plaats van afschrikking. Er zijn echter te weinig gegevens om dit mechanisme empirisch te
onderbouwen.
Implicaties voor de praktijk
Ondanks het sterke bewijs van ineffectiviteit blijven de programma’s bestaan, vaak gesteund door persoonlijke
getuigenissen of media-aandacht (zoals de tv-serie Beyond Scared Straight)
● De auteurs noemen dit het “Panacea Phenomenon”: de neiging van beleidsmakers om te geloven in
goedkope, eenvoudige oplossingen voor complexe sociale problemen
● De auteurs pleiten ervoor dat als zulke programma’s toch worden uitgevoerd, ze streng
wetenschappelijk geëvalueerd moeten worden om te voorkomen dat ze meer kwaad dan goed doen
1
, ● Ze stellen alternatieven voor waarbij gevangenen positieve maatschappelijke bijdragen kunnen
leveren, zoals tutorprojecten of liefdadigheidswerk, die wél herstel en rehabilitatie bevorderen zonder
risico voor jongeren
An Empirical Evaluation of Juvenile Awareness Programs in the United States: Can Juveniles be
“Scared Straight”? (Klenowski et al., 2010)
Juvenile awareness-programma’s, later vooral bekend onder de naam Scared Straight, ontstonden in de jaren
1960 en werden in de jaren 1970 zeer populair in de Verenigde Staten
● Ze zijn gebaseerd op de deterrence-theorie, die stelt dat straf — wanneer deze snel, streng en zeker
wordt toegepast — mensen kan afschrikken van crimineel gedrag
● Het idee achter deze programma’s was dat jongeren die al in aanraking waren gekomen met justitie
konden worden “afgeschrikt” door hen te confronteren met de harde realiteit van het gevangenisleven
In deze zogeheten prison-based awareness programs namen jongeren deel aan bezoeken aan gevangenissen,
waar ze door gedetineerden werden geconfronteerd met verhalen over geweld, misbruik en het ellendige bestaan
achter tralies
● De makers en voorstanders claimden enorme successen: tot wel 80 à 90% van de deelnemers zou
daarna geen delicten meer plegen
● Latere, meer zorgvuldige onderzoeken toonden echter aan dat deze resultaten niet klopten en dat de
oorspronkelijke evaluatie ernstige methodologische fouten bevatte
● Sterker nog: meerdere studies lieten zien dat dergelijke confronterende en intimiderende programma’s
vaak geen positief effect hadden en soms zelfs het tegenovergestelde bereikten: deelnemers
vertoonden na afloop juist méér crimineel gedrag
● Slechts programma’s die gebruikmaakten van minder agressieve, meer dialooggerichte benaderingen
(zoals gesprekken tussen gevangenen en jongeren) lieten enig gunstig resultaat zien
Conclusie en aanbevelingen
Uit de analyse van de beschikbare onderzoeken naar juvenile awareness-programma’s (zoals Scared Straight)
blijkt overtuigend dat deze interventies niet effectief zijn
● De meeste studies vonden geen significant positief effect op het gedrag of de houding van jongeren ten
aanzien van criminaliteit
● In sommige gevallen leidde deelname zelfs tot meer recidive en crimineel gedrag
De ineffectiviteit wordt grotendeels verklaard door wat we weten uit de deterrence-literatuur: het is niet zozeer de
ernst van straf, maar vooral de zekerheid van straf die mensen afschrikt
● De programma’s benadrukken vooral de hardheid van straf, iets waar jongeren weinig mee kunnen,
zeker omdat ze weten dat niet elke overtreding daadwerkelijk tot gevangenisstraf leidt
● Daarnaast zijn deze programma’s doorgaans confronterend en angstopwekkend, wat bij jongeren
eerder weerstand of bravoure oproept dan gedragsverandering
● De agressieve toon, dreigementen en schokkende verhalen van gevangenen blijken geen zinvolle
manier om jongeren te motiveren hun gedrag aan te passen
● Soms werkt dit zelfs averechts, doordat jongeren zich juist meer identificeren met de “stoere” criminelen
Een tweede probleem is het gebrek aan diepgang en duur van de interventie: het gaat meestal om één kort
bezoek, zonder verdere begeleiding of rehabilitatieve component. Een eenmalige ervaring, hoe indrukwekkend
ook, heeft weinig blijvend effect op complexe gedragsproblemen. Onderzoekers benadrukken dat succesvolle
programma’s juist elementen bevatten als:
● Langdurig en betekenisvol contact met begeleiders of rolmodellen
● Wetenschappelijke evaluatie van de effectiviteit
● Training in gedrags- en levensvaardigheden die jongeren helpen alternatieven te ontwikkelen
2
,Hoewel het algemene oordeel over Scared Straight-achtige programma’s negatief is, laten sommige
niet-confronterende varianten lichte positieve trends zien
● In zulke programma’s voeren gevangenen of ex-gevangenen meer open gesprekken met jongeren in
plaats van hen te intimideren
● Deze aanpak lijkt iets meer effect te hebben, al zijn de resultaten nog niet significant
De auteurs adviseren daarom om confronterende afschrikkingsprogramma’s te beëindigen en middelen te
investeren in evidence-based interventies die wel werken, zoals:
● Nazorgprogramma’s (aftercare), die aantoonbaar recidive verminderen
● Intensieve residentiële programma’s met onderwijs en beroepsvaardigheden (zoals Job Corps)
● Combinaties van niet-confronterende bewustwording met bewezen effectieve begeleidingstrajecten
⇒ Op basis van bovenstaande bevindingen is het Scared Straight-programma niet aan te raden. Hoewel het
bedoeld is om jongeren af te schrikken door hen te confronteren met gevangenen en de harde realiteit van
detentie, blijkt uit meerdere gerandomiseerde studies dat het geen positief effect heeft en zelfs kan leiden tot
meer crimineel gedrag. De confronterende aanpak wekt vaak verzet of fascinatie op in plaats van
gedragsverandering, en er ontbreekt een rehabilitatieve component. De kliniek kan beter investeren in
evidence-based interventies die gericht zijn op begeleiding, vaardigheden en langdurige gedragsverandering in
plaats van angst en dreiging
2. Introduce a program for young (4- to 6-year-old) children with ODD/CD. Find different possible
options (and be aware of their similarities and differences), and come up with a proposal for an
appropriate intervention
Nederlands Jeugdinstituut
4 tot 6 jaar → antisociaal gedrag, delinquentie, gedragsproblemen, gedragsstoornissen → erkend → effectief
volgens sterke aanwijzingen
1) Incredible Years en Invest in Play: gericht op de opvoedingsvaardigheden van ouders van kinderen met
gedragsproblemen of het risico daarop (Incredible Years: 3-8 jaar; Invest in Play: 2-12 jaar)
● Doel: sociaal storend gedrag verminderen, sociaal passend gedrag bevorderen en de sociale,
emotionele en schoolse ontwikkeling van het kind stimuleren
● Groepsdiscussies adhv videofragmenten, rollenspellen en thuisoefeningen
● Ouders leren in groepsverband opvoedingsvaardigheden zoals kindgericht spelen, gewenst
gedrag stimuleren met complimenten en beloningen, en ongewenst gedrag ontmoedigen
○ Groepsverband kan juist ook nadelig zijn (belangrijk om rekening mee te houden)
● Tijdsinvestering: minimaal 14 sessies van 2u bij preventie van gedragsproblemen; minimaal 18
sessies van gedragsproblemen; Invest in Play bestaat uit 12 sessies
2) Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD):
gedragsproblemen voorkomen of verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken,
met aandacht voor positieve interactie en sensitieve disciplineringsstrategieën (0-6 jaar) → 6
huisbezoeken dmv feedback op video-opnamen van interacties tussen ouder en kind
● Doelgroep: opvoeders met problemen bij sensitief opvoeden of grenzen stellen, resulterend in
problemen in de ouder-kindrelatie en (een verhoogd risico op) externaliserende
gedragsproblemen bij het kind
● Doel: verhogen van de sensitiviteit en het verbeteren van disciplineringsstrategieën van
opvoeders → bevorderen van positieve interacties tussen opvoeder en kind en het voorkomen
(preventief) of verminderen (curatief) van gedragsproblemen bij kinderen tot 6 jaar
● Aanpak: bij gezinnen thuis; 7 bezoeken van ongeveer 2u (kan ook op school worden toegepast)
○ Tijdens de bezoeken worden eerst filmopnames gemaakt, daarna worden opnames
van de vorige keer nabesproken
○ Door videofeedback te gebruiken wordt de ouder het eigen model en wordt hij/zij
erkend als de expert van het eigen kind
○ Bekrachtigen van sensitief opvoedgedrag, het stellen van grenzen en reguleren van
lastig kindgedrag staan centraal
3
, 3) Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD): preventieprogramma waarmee scholen de
sociaal-emotionele competenties van hun leerlingen kunnen vergroten om zo gedragsproblemen te
voorkomen (kinderen van 4 tot 12 jaar in het regulier en speciaal basisonderwijs)
● Wordt klassikaal ingezet; kinderen leren vaardigheden op vier gebieden
1. Zelfbeeld: wie ben ik en hoe waardeer ik mijzelf?
2. Zelfcontrole: hoe ga ik om met heftige emoties?
3. Emoties: hoe voel ik mij en hoe voelt de ander zich?
4. Probleem oplossen: hoe kunnen we op een constructieve wijze een probleem
oplossen?
● Tijdsinvestering: 161 klassikale lessen die verdeeld over acht leerjaren worden aangeboden →
gemiddeld 1-2x per week een les van 30-45 min
4) Behavioral Parent Training Groningen (BPTG): gedragstherapeutische training voor ouders van kinderen
met ADHD en/of gedragsproblemen (4 tot 12 jaar) → bestaat uit meerdere varianten (groep, individueel,
thuis, zelfhulp)
● Hoofddoel: verminderen van gedragsproblemen
● Bijeenkomsten worden gegeven door twee therapeuten en bestaan uit didactische onderdelen,
modeling, rollenspel, werkvormen, praktische oefeningen, groepsdiscussies, uitwisseling van
ervaringen en voorbereiden/nabespreken van huiswerkopdrachten
● Tijdsinvestering: 12 groepsbijeenkomsten van 2u
Effectief volgens goede aanwijzingen
Parent-Child Interaction Therapy (PCIT): gericht op het vergroten van opvoedvaardigheden van ouders en het
verminderen van gedragsproblemen van jonge kinderen
● Therapeut traint ouders en kinderen samen in een spelkamer, door de ouders vanachter een scherm via
een koptelefoon te coachen (2 tot en met 6 jaar)
● Gericht op verbetering van de ouder-kindinteractie en de gehoorzaamheid van het kind
● Ouders leren gewenst gedrag te bevestigen en voorspelbare en veilige strategieën toe te passen bij
ongewenst gedrag (zoals negeren of een time-out geven) en ze leren hun kind te volgen in het spel
● Ouders oefenen ook thuis hun positieve opvoedvaardigheden dmv speciale speeltijd met hun kind, in
dagelijkse speelsessies van vijf minuten
● Tijdsinvestering: gemiddeld 20 weken
● Twee kanttekeningen
1) Effectiviteit van de verkorte variant PCIT-Home lijkt beperkt tot gezinnen met milde
problematiek; voor ernstige gedragsproblemen lijkt het beperkte aantal sessies niet toereikend
en kan beter de intense variant worden ingezet
2) De erkenning met ‘Goede aanwijzingen voor effectiviteit’ geldt alleen voor de inzet van PCIT als
behandeling, naar preventieve inzet is nog onvoldoende onderzoek gedaan om conclusies te
trekken over effectiviteit
Richtlijnendatabase
Drie effectieve behandelprogramma’s
1) Behavioral parent training: ouders worden getraind om vanuit een gedragstherapeutisch perspectief
gewenst gedrag positief te bekrachtigen
● Ouders leren ongewenst gedrag te negeren of te herformuleren als gewenst gedrag, leren om
meer en adequater te belonen en te prijzen, worden gemotiveerd om duidelijke en eenduidige
consequenties te stellen voor ongewenst gedrag
● Doel: verbeteren van ouder-kindinteractie, gezinsklimaat en sensitiviteit van de ouders
● Besteed aandacht aan motivatie van ouders: leg uit waarom hun inzet nodig is
● Positieve effecten hangen samen met: meer positieve interacties, betere emotionele
communicatie, consequente discipline, effectief gebruik van time-out
2) Cognitive behavioral therapy: richt zich op hanteren van boosheid en agressie, beïnvloeden van
negatieve cognities, en trainen van sociale probleemoplossende en sociale vaardigheden
3) Systems/family therapy: combineert elementen van oudertraining, CGT en gezinstherapie en richt zich
op:
● Grenzen en communicatie in het gezin
4