CELDELING & LEVENSBOOM
1. De cel: absolute basis
Celtheorie
1. Alle organismen bestaan uit één of meer cellen.
2. De cel is de kleinste levende eenheid.
3. Nieuwe cellen ontstaan alleen uit bestaande cellen.
4. Alle huidige cellen stammen af van de eerste levende cellen.
Waarom zijn cellen klein?
Diffusie verloopt sneller.
Hogere oppervlakte/volume-verhouding.
Snellere communicatie binnen de cel.
Eigenschappen van alle cellen
DNA (genetisch materiaal)
Cytoplasma
Plasmamembraan (fosfolipidendubbellaag)
2. Prokaryoten vs Eukaryoten
Kenmerk Prokaryoten Eukaryoten
Kern Geen Wel
DNA Circulair Lineair
Organellen Geen membraanorganellen Veel organellen
Grootte Klein Groter
Celdeling Binaire splijting Mitose/Meiose
Cytoskelet Eenvoudig Complex
Prokaryoten
Archaea
Geen peptidoglycaan in celwand
Bacteria
Celwand bevat peptidoglycaan
Gram+ of Gram-
Binaire splijting
1. DNA replicatie
2. DNA-kopieën migreren
3. Septumvorming
, 4. Twee genetisch identieke dochtercellen
= clonale reproductie
3. Celorganellen en functies
Kern
Bevat chromosomen
Omgeven door dubbele nucleaire enveloppe
Kernporiën: transport RNA/eiwitten
Nucleolus: vorming rRNA en ribosomen
Ribosomen
Eiwitsynthese
Opgebouwd uit rRNA + eiwitten
Aanwezig in ALLE cellen
RER (ruw ER)
Ribosomen aanwezig
Synthese van secretie-eiwitten
Producten naar Golgi, lysosoom of membraan
SER (glad ER)
Lipidesynthese
Detoxificatie
Ca²⁺-opslag
Golgi-apparaat
Cis → Trans
Functies:
Modificatie
Sortering
Verpakking
Transport van eiwitten/lipiden
Lysosomen
Verteringsenzymen
Lage pH
Afbraak:
o eiwitten
o vetten
o koolhydraten
o nucleïnezuren
Autofagie = afbraak oude organellen
Peroxisomen
Oxidatiereacties
Produceren H₂O₂
Catalase breekt H₂O₂ af tot H₂O + O₂