Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Psychopathology in middle childhood & adolescence - beknopte samenvatting belangrijkste punten (FSWP4023KKJ)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Cijfer: 9.7 Beknopte samenvatting van de belangrijkste punten, handig wanneer je niet veel tijd hebt om te leren

Content preview

Week 1 - Autisme
Literatuur 1 - Cognitive development in early childhood (DeHart et al., 2004)
●​ Cognitieve beperkingen kleuters
1)​ Centration: de neiging om slechts één stukje informatie in overweging te nemen
wanneer meerdere relevant zijn
2)​ Appearance-reality problem: de neiging om de werkelijkheid te definiëren adhv
uiterlijke kenmerken
3)​ Moeite met het beheersen van aandachts- en geheugenprocessen
●​ Egocentrisme: een onvermogen om het perspectief van een ander in te nemen
●​ Preoperational period (2-7 jaar): kinderen kunnen nog geen logische operaties gebruiken in
hun redeneringen
●​ Animisme: de neiging om leven toe te schrijven aan niet-levende dingen
○​ Kleuters maken al duidelijke onderscheidingen; rond 6 jaar wordt hun begrip
specifieker, consistenter en coherenter
●​ Concepts of conservation: het algemene idee dat de hoeveelheid van iets hetzelfde blijft, of
wordt behouden, ondanks veranderingen in vorm, gedaante of uiterlijk
○​ Beperkingen kleuters: centration en appearance-reality problem
○​ Volwassen begrip hiervan ontstaat meestal pas in middenkindertijd (rond 7 jaar)
○​ Piaget geloofde dat het begrip ervan afhing van zowel physical maturation als
ervaring in de wereld
●​ Aan het einde van de vroege kindertijd kunnen de meeste kinderen consequent 5 à 6
objecten correct tellen
●​ Kleuters tonen al veel sofisticatie in hun redeneren over kleine aantallen. Hun kwantitatieve
redeneren is nog onvolwassen maar niet willekeurig
●​ Reasoning about classes and logical relations
1.​ Classification: vermogen om dingen te groeperen obv gedeelde kenmerken
○​ 5-jarigen: richten zich op één kenmerk
○​ 10-jarigen: kunnen objecten gelijktijdig op twee dimensies sorteren
2.​ Seriation: vermogen om dingen in een logische volgorde te rangschikken
○​ Kleuters: trial-and-error strategie (appearance-reality problem en centration)
○​ 6/7 jaar: kunnen gemakkelijk een reeks maken
3.​ Transitive inference: vermogen om de relatie tussen twee objecten af te leiden door
hun respectieve relatie tot een derde object te kennen
○​ Middenkindertijd: kunnen het oplossen
○​ 4-jarigen: kunnen wel slagen wanneer ze getraind worden om de
voorwaarden te onthouden
●​ Distinguishing between appearance and reality: 5-6 jaar
●​ Kleuters hebben over het algemeen weinig inzicht in de aard van aandacht en in strategieën
om aandacht vast te houden en afleidingen buiten te sluiten
●​ Rond 9 jaar: meer intentionele geheugenstrategieën
●​ Recognition memory: vermogen om een bepaalde stimulus als bekend te herkennen
○​ Zijn kleuters beter in dan free recall
●​ Free recall: vermogen om spontaan informatie uit het langetermijngeheugen op te halen voor
huidig gebruik
○​ Zijn kleuters slechter in: snelheid van informatieverwerking is langzamer, gebruiken
minder intentionele geheugenstrategieën, geheugenstrategieën die ze wel gebruiken
zijn beperkt, contextspecifiek en inconsequent
●​ Autobiografisch geheugen ontstaat rond 3½ à 4 jaar




1

, ●​ Adult involvement in memory: door kinderen te stimuleren om over verleden
gebeurtenissen te praten wordt het autobiografisch geheugen bevordert of ze kunnen
eenvoudige geheugenstrategieën aanreiken
●​ Vygotsky’s concept of the zone of proximal development: gericht op de kloof tussen het
huidige prestatieniveau en het mogelijke prestatieniveau met begeleiding van iemand die
meer vaardig is, door voort te bouwen op reeds aanwezige vaardigheden
●​ Social cognition: het begrip van een kind van de sociale wereld
○​ Kleuters beginnen te begrijpen dat het perspectief van andere mensen soms verschilt
van hun eigen perspectief → helpt hen effectiever te communiceren
○​ Egocentrisme: onvermogen om het perspectief van een ander te begrijpen
(perceptueel + cognitief)
○​ Drie-bergen-taak: 9-10 jarigen kozen het juiste plaatje; jonge kinderen gaan ervan
uit dat anderen dezelfde kennis en overtuigingen hebben als zijzelf
●​ Flavell: cognitieve componenten om egocentrisme te overwinnen
1)​ Knowledge of existence of alternate viewpoints
2)​ Awareness of need to consider other viewpoints
3)​ Social inference
●​ Theory of mind: een begrip van de geest en mentale processen
○​ Volgens Flavell begrijpen kinderen bij het ontwikkelen van ToM vijf principes
1)​ Minds exist
2)​ Minds have connections to the physical world
3)​ Minds are separate and different from the physical world
4)​ Minds can represent objects and events accurately or inaccurately
5)​ Minds actively interpret reality and emotional experiences: emotionele
reacties worden ook beïnvloed door iemands eerdere gevoelens en
verwachtingen (zelfs 8-jarigen hebben hier nog moeite mee)
●​ Jonge kinderen (4-5 jaar) hebben vaak moeite om hun spraak zo aan te passen dat anderen
het begrijpen (geven vage of egocentrische beschrijvingen). Onder de juiste omstandigheden
kunnen kleuters echter wel hun communicatie aanpassen aan de kennis en behoeften van de
luisteraar (bv tegen jongere kinderen of baby’s praten)
●​ Competence-performance distinction: het verschil tussen wat kinderen in optimale
omstandigheden kunnen doen en hoe ze zich in de praktijk gedragen bij een bepaalde taak
●​ Een van de manieren waarop kleuters toch effectief kunnen communiceren en interageren
ondanks hun beperkte cognitieve middelen: gebruik maken van scripts voor
veelvoorkomende routines
●​ One major constraint remaining at the end of the period is a relative lack of attention and
memory strategies

Literatuur 2 - Autism Spectrum Disorder (Wicks-Nelson & Israel, 2009)
●​ Autism Spectrum Disorder: primaire symptomen vallen binnen twee domeinen
1)​ Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en interactie in meerdere contexten
2)​ Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, interesses en activiteiten
Daarnaast moeten de symptomen aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode, leiden
tot een significante beperking en niet beter verklaard worden door een verstandelijke
beperking of een globale ontwikkelingsachterstand
●​ Primary features Autistic Disorder (Autism)
1)​ Social interaction and communication: reageren minder vaak, volgen mensen niet
met hun blik, tekorten in joint-attention interacties, abnormale verwerking van sociale
stimuli (vooral van gezichten), vertraagd of atypisch sociaal gedrag, gebrek aan
begrip van sociale signalen en ongepaste sociale acties, verstoorde communicatie
(zowel non-verbaal als verbaal; 30% van de kinderen ontwikkelt nooit gesproken taal)
2)​ Restricted, repetitive, stereotyped behavior and interests (RRSBs)



2

, ○​ Lower-level “repetitive sensorimotor behaviors”: vooral bij jonge kinderen en
lagere intelligentie
○​ Higher-level “insistence on sameness”: fixaties op aspecten van omgeving,
nemen routines aan → vooral bij oudere kinderen
​ ​ Mogelijke verklaringen: overmatige arousal/angst of zelfstimulatie
●​ Secondary features Autistic Disorder (Autism)
1)​ Sensory/perceptual impairments: zowel over- als ondergevoeligheid
2)​ Intellectual performance: intellectuele beperkingen zijn veelvoorkomend, cognitieve
ontwikkeling is vaak niet in evenwicht
3)​ Adaptive behavior: moeite met het omgaan met de wisselingen van het dagelijks
leven
4)​ Social cognition: tekorten in het vermogen om mentale toestanden bij anderen én
bij zichzelf af te leiden; mogelijk spelen taalvaardigheid en executieve functies een rol
5)​ Cognition
○​ Weak central coherence: focussen eerder op onderdelen dan op integratie
tot een geheel (meer analytisch); mogelijk door verstoorde communicatie
tussen hersenhelften
○​ Executive function: presteren slechter
6)​ Physical and other features
○​ Minor physical anomalies (MPA’s): prominent voorhoofd, hoog/smal
gehemelte, laag ingeplante oren
○​ Slechte balans, ongecoördineerd looppatroon, verminderde grove motoriek,
motorische onhandigheid
○​ Ongewone eetvoorkeuren
○​ Hoge prevalentie slaapproblemen (40-80%)
○​ Onaangepaste gedragingen zoals agressie, niet-coöperatief gedrag,
terugtrekking en zelfverwondend gedrag
●​ Co-occurring disorders: komen zeer vaak voor maar diagnose is lastig doordat taal- en
cognitieve problemen de communicatie bemoeilijken en ASS-symptomen vaak overlappen
met die van andere psychiatrische stoornissen
○​ Veelvoorkomend: angststoornissen, depressie, hyperactiviteit en ODD-gedragingen
●​ Prevalentie neemt toe in de loop van de tijd
●​ Geslachtsverschil: jongens vaker
●​ Drie patronen van ontstaan
1)​ Afwijkingen worden duidelijk in eerste levensjaar of kort daarna
2)​ Milde vertragingen tot ongeveer 2 jaar, gevolgd door een geleidelijke of plotselinge
ontwikkelingsstilstand en plateau
3)​ Regressie: aanvankelijke typische ontwikkeling, gevolgd door stilstand in de
verwerving van vaardigheden en verlies van eerder verworven taal-, sociale en/of
motorische vaardigheden (vaak in tweede levensjaar; vertonen ernstigere
symptomen en hebben slechtere prognose)
●​ Symptomen blijven bij de meesten bestaan tot in volwassenheid; slechts 15% bereikt
zelfstandigheid
○​ Langetermijnuitkomst is ongunstiger wanneer de algemene intelligentie op jonge
leeftijd laag is en wanneer communicatieve taalvaardigheid beperkt is
●​ Neurobiological abnormalities: afwijkingen in sociaal brein (temporale kwab-limbisch
systeem, frontale kwabben en cerebellum), ongewoon grote hersenomvang, te veel grijze en
witte stof, verminderde verbindingen tussen hersengebieden, verhoogde serotonine spiegels
●​ Etiology
1)​ Genetic influence: duidelijk genetische invloed




3

, 2)​ Prenatal and pregnancy risk: hogere leeftijd van vader/moeder, gebruik van
medicatie door moeder, bloedingen tijdens zwangerschap, zwangerschapsdiabetes,
geboortevolgorde en moeder die in buitenland is geboren
3)​ Medical conditions and vaccines: cerebrale parese, infecties zoals meningitis,
gehoorverlies en epilepsie. Geen bewijs voor oorzakelijk verband met vaccins
4)​ Environment and social interaction → Dawson & Faja three-component
formulation: individuele paden van veranderende interacties vormen de schakel
tussen vroege hersenafwijkingen en latere uitkomsten
1.​ Genetic and environmental factors lead to brain abnormalities
2.​ Interactions between the child and the environment are altered
3.​ Development of abnormal brain circuits and autism
●​ Asperger’s disorder (AS): kwalitatieve tekorten in sociale interactie en beperkte, repetitieve
en stereotiepe interesses en gedragingen
○​ Prevalentie: lager dan bij autisme, jongens vaker dan meisjes, later dan bij autisme
○​ Prognose: redelijk tot goed
○​ Verschillen met autisme: latere aanvang, verbaal IQ hoger dan performance IQ,
complexere of andere taal, meer opvallende beperkte interesses, minder motorische
stereotypieën
○​ Manier van communiceren: eenzijdig of pedant, met stijve uitdrukkingen en
buitensporige details
●​ PDD-NOS: wanneer de symptomen wel verwant zijn aan, maar niet volledig voldoen aan de
diagnostische criteria voor autisme of andere pervasieve ontwikkelingsstoornissen
○​ Jongeren moeten een beperking in wederkerige sociale interactie vertonen en
daarnaast of een beperking in communicatie, of stereotiep gedrag en interesses
○​ Atypical autism: criteria voor autistische stoornis worden niet gehaald vanwege late
aanvang, atypische symptomen, mildere symptomen of een combinatie hiervan
○​ Meest voorkomende diagnose, maar ook minst stabiele diagnose in de tijd
●​ Childhood Disintegrative Disorder (CDD): de ontwikkeling moet minstens 2 jaar normaal
verlopen zijn, en de symptomen moeten optreden voor het 10e levensjaar. Tegen die tijd gaan
veel verworven vaardigheden verloren
○​ Significant verlies in minstens twee domeinen, beperking in minstens twee gebieden
die autisme kenmerken
○​ Vaker bij jongens
○​ Begint rond 3-4 jaar (later dan bij regressief autisme)
○​ Beperkingen blijven vrij constant → lijkt op ernstig autisme
○​ Vaker niet-sprekend, verliezen zelfredzaamheidsvaardigheden, hebben IQ lager dan
40
●​ Assessment ASD: breed opgezet diagnostisch onderzoek is noodzakelijk → uitgebreide
anamnese, interviews, directe observatie, psychologische testen, evt. medisch onderzoek.
Vroege identificatie is cruciaal
●​ Prevention of ASD: prenatale zorg en verbetering van omgevingskwaliteit; vroegtijdige
identificatie en interventie staan centraal
●​ Behandeling ASD
1)​ Pharmacological: aanvullende rol → meestal gericht op probleemgedrag
2)​ Behavioral: gericht op bevorderen van adaptief gedrag
○​ Pivotal Response Treatment: neemt aan dat het versterken van pivotal
behaviors zal leiden tot verbeteringen van andere gedragingen
-​ Doel: zelfstandigheid bevorderen
-​ Naturalistische setting
-​ Motivatie wordt gezien als sleutelcomponent
-​ Specifieke strategieën: kind mag activiteiten kiezen, vrije en
contingente bekrachtiging



4

Document information

Study
Uploaded on
August 26, 2026
Number of pages
37
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.40

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
25
Followers
0
Items
27
Last sold
2 months ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions