Les 8: Gedragsgenetica
De ‘Jim twins’: eeneiige tweeling die veel onderzocht is
39 jaar gescheiden MAAR hebben toch veel gelijkenissen (voorkeuren, attitudes,
…)
8.1 Het menselijk genoom
= 20 000 à 25 000 genen maken proteïnen aan die invloed hebben op
eigenschappen (lichamelijk en persoonlijkheid) = genexpressie
23 paar chromosomen (= lange string DNA)
In cel = 2 kopieën van menselijk genoom (uitz. rode bloedcellen en zaad- en
eicellen)
1 gen = veelvoud van 4 basen
Allelen = varianten van eenzelfde gen
2 allelen van 1 paar = info voor een bepaalde eigenschap
(dominant/recessief)
Niet alle verschillen in allelen veroorzaken altijd een verschil in uiterlijk
kenmerk
DNA:
- Drager erfelijke info
- Sequensen van 4 basen (A, C, T, G)
- 90% hetzelfde voor alle mensen (zorgen voor 2 ogen, 2 oren, …)
10% verschil in genen zorgt voor verschil in eigenschappen
8.2 Controverse over genen en persoonlijkheid
Ideologische kwestie: belang van opvoeding/socialisatie vs. ‘genetisch determinisme’
Genetisch determinisme: al jouw gedrag is genetisch bepaald
Als dit zo zou zijn: je kan mensen niet verantwoordelijk stellen voor
negatief gedrag want het zit in je DNA
Eugenetica: stroming die perfecte ras wil genereren
Enkel mensen met goede eigenschappen mogen zich voortplanten (superieur
ras)
MAAR tegen mensenrechten (anti-discriminatiewetgeving)
Ook mogelijkheden bij meer inzicht in relatieve belang van genen en omgeving!
1
, Gedragsgenetica
Genen kunnen ontschuldigend werken voor ouders (het was geen slechte
opvoeding)
8.3 Doelstellingen van gedragsgenetica
Doel = bepalen in welke mate (% variantie) individuele verschillen zijn toe te schrijven
aan
- Genetische factoren
- Omgevingsfactoren
- Interactie tussen beide
Bv lichaamslengte:
- 90% genetisch bepaald
- 10% bepaald door omgevingsinvloeden
(bv. voeding)
Niet toe te passen op 1 individu altijd toepassen op groepsniveau
8.4 Wat is erfelijkheid
Genotype = verzameling van alle overgeërfde eigenschappen van de ouders
Fenotype = verzameling van alle waarneembare eigenschappen van iemand
Wordt bepaald door het genotype in combinatie met omgevingsinvloeden
Heritability (erfelijkheidsgraad, h²) = % fenotypische variantie dat verklaard
wordt door genotypische variantie
= hoeveel uiterlijke verschillen kunnen verklaard worden door de verschillen in genen
- Fenotypische variantie: geobserveerde individuele ≠
- Genotypische variantie: individuele ≠ in genetica
Environmentality = % fenotypische variantie dat verklaard kan worden door
omgevingsinvloeden
2