, Week 1 Verdragen & verdragenrecht
In het kort:
Wat is een verdrag?: Een internationale overeenkomst die tussen staten tot stand komt, in
schriftelijke vorm is vastgelegd en door het volkenrecht wordt beheerst. Deze kan uit één of
meerdere samenhangende documenten bestaan, ongeacht de specifieke naam die eraan is
gegeven.” (Artikel 2 lid 1 sub a van het WVV). WVV geldt alleen voor verdragen tussen staten
(art 1).
Totstandkoming
Algemene regels inzake verdragenrecht → Verdrag van Wenen. Dit verdrag is alleen van
toepassing op verdragen die na zijn inwerkingtreding zijn gesloten (4 Wvv); eerder? Dan
gewoonterecht. Wvv heeft subsidiaire werking (eerst kijken of verdrag zelf een bepaling
heeft).
Een verdrag wordt juridisch bindend indien voldoende staten hun instemming tot uitdrukking
hebben gebracht om door het verdrag te worden gebonden. Staten moeten na
ondertekening zich onthouden van handelingen die een verdrag zijn ‘voorwerp en doel’
zouden ontnemen→ art 18 sub a Wvv tenzij een staat kenbaar maakt geen partij meer te
willen zijn.
Overgangsfase: staten zijn dan nog niet gebonden maar moeten zich wel onthouden van
daden die het voorwerp en doel van het verdrag ondermijnen.
De wilsautonomie vormt de kern van het verdragenrecht.
→ Staten zijn alleen gebonden op basis van hun instemming (art. 11 WVV).
→ Dit onderscheidt verdragen van internationaal gewoonterecht, waar staten ook zonder
expliciete instemming aan kunnen zijn gebonden.
Bekrachtiging (ratificatie) → handeling waarmee een staat zijn instemming om aan een
verdrag te worden gebonden kenbaar maakt. Verdrag treedt pas in werking als voldoende
staten dit hebben gedaan;
Bekrachtiging/toetreding hebben dus pas rechtsgevolgen wanneer voldoende staten
hierachter staan (art 24 Wvv). ‘ Bindt alleen partijen dus niet derde staten zonder
instemming (34-36 Wvv)
Het WVV kent meerdere mogelijkheden waarmee staten hun instemming om door een
verdrag te worden gebonden, kunnen uitdrukken. De verschillende manieren van instemming
tot binding staan in de artikelen 9-17 WVV omschreven.
- Aanvaarding; briefwisseling
- Goedkeuring
- Toetreding (indien staat niet bij ondertekening fase was maar alsnog wil toetreden)
- Bekrachtiging
Wanneer is een verdrag niet geldig?
- Uitdrukking van de wil was onzuiver → art. 46-50 Wvv
, - Dwaling, bedrog, overschrijdingen nationale bevoegdheden etc. Gevolg:
vernietigbaarheid van verdrag maar: overschrijding nationale bevoegdheden?
→ art 46 Wvv → Een staat mag zich alleen op strijd met nationaal recht
beroepen om een verdrag ongeldig te verklaren, als:
1. Het gaat om een regel van fundamenteel belang in het nationale recht, en
2. De schending daarvan was onmiskenbaar voor andere staten — dus objectief
zichtbaar.
Het WVV beschermt zo het internationaal vertrouwen tussen staten: andere
staten mogen er op vertrouwen dat iemand die bevoegd lijkt, dat ook is, tenzij
het overduidelijk niet klopt.
- Parlementaire goedkeuring? (behandeld in wg staat niet in lawbooks); goedkeuring
staat? →
Volgens de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen (RGBV) moet een
verdrag vooraf aan het parlement worden voorgelegd, tenzij het van geringe
betekenis is of slechts uitvoering geeft aan eerder goedgekeurd beleid. Omdat dit
verdrag (steunpunten voor Amerikaanse troepen) belangrijke gevolgen heeft voor
defensie en soevereiniteit, is parlementaire goedkeuring verplicht.
Pas na bekrachtiging (ratificatie) is een staat formeel gebonden, al geldt in de
tussentijd wél de plicht om het verdrag niet te ondermijnen (art. 18 WVV).
Gevolg? Dus als een staat zijn eigen nationale regels niet heeft gevolgd, wat gebeurd
er dan internationaal rechtelijk→ art 46 Wvv→ is nog steeds geldig tenzij er sprake is
van schending fundamenteel recht. Gaat om rechtszekerheid op het internationale
toneel. Als het echt gaat om een schending die van belang is op de staat dan kan het
wel invloed hebben. Als een verdrag zonder parlementaire goedkeuring tot stand
komt in strijd met de RGBV, dan is dat intern een probleem, maar internationaal blijft
het verdrag rechtsgeldig en bindend op grond van de artikelen 26 en 27 WVV.
- Dwang, bedreiging of strijd met dwingend recht art 51 - 53 Wvv
Voorbehouden
Art 2 sub d Wvv: Een eenzijdige verklaring van een staat, waarin die zegt:
“Wij doen wel mee aan dit verdrag, maar we aanvaarden bepaling X niet, of we willen die
bepaling anders interpreteren of toepassen.”
Wanneer zijn voorbehouden niet toegestaan?-->
- Als er expliciet in staat ‘ geen voorbehouden’ OF
- Als het in strijd is met het voorwerp of doel van het verdrag (art 19 wvv)
Indien het wel is toegestaan → 20-23 Wvv.
Australië is het niet eens met een Als Australië bezwaar maakt tegen het
, voorbehoud dat italië heeft toegevoegd in voorbehoud van Italië bij een verdrag, dan
een verdrag. Marokko en Chili zijn ook partij geldt de betreffende bepaling niet tussen
in het verdrag IOV. Het bevat geen die twee staten (art. 20-21 WVV). Er is dan
bepalingen over voorbehouden. geen verdragsrelatie op dat punt.
Maakt Australië géén bezwaar, dan wordt
Italië geacht partij te zijn, maar het verdrag
geldt dan in aangepaste vorm, zoals
gewijzigd door het voorbehoud. De
verdragsrelatie blijft dan bestaan, maar met
beperkte werking van die bepaling richting
Italië.
Stel Marokko en Chili hebben al Als Marokko en Chili het verdrag wel
ondertekend: hebben ondertekend maar het nog niet is
ingetreden, zijn ze volgens artikel 18 WVV
verplicht zich te onthouden van
gedragingen die het doel en voorwerp van
het verdrag ondermijnen. Ze hoeven het
verdrag nog niet volledig na te leven, maar
mogen ook niets doen dat de uitvoering
ervan zinloos zou maken.
DUS
- Aanvaarden: Geen bezwaar dan aanvaarden andere staten het (20 lid 4 sub a Wvv)
- Verwerpen/bezwaar maken: staat kan dan in geheel geen verdragsrelatie willen of
een relatie waarbij alleen de bepaling waarop het voorbehoud ziet wordt geschrapt.
(art 21)
Niet elk bindend nationaal instrument is is een verdrag
- Eenzijdige verklaringen: kunnen wel rechtsgevolgen hebben maar zijn geen verdrag
(ontbreekt wederkerigheid)
- Besluiten van internationale organisaties → ook geen verdrag want die komen niet
tussen staten tot stand.
- MoU’s (memoranda of understanding). Intentie tot binding is doorslaggevend
criterium→ grijze gebied politiek vs. juridisch gebied
Toepassing & Uitleg
Hoofdregel: een in werking getreden verdrag bindt de partijen en moeten ten uitvoer worden
gelegd (art 26 Wvv). Staat mag zich ook niet beroepen op nationaal recht om een verdrag
niet uit te voeren (27 Wvv). Verdragen zijn van toepassing op het gehele grondgebied van
staten (territorialiteit art 29 Wvv).
Opeenvolgende verdragen: sommige verdragen laten alleen toe indien ze verenigbaar zijn
met het eerdere verdrag. Als ze dat niet hebben bepaald → art 30 lid 3 Wvv; eerdere verdrag
slechts van toepassing in de mate waarin de bepalingen verenigbaar zijn met de bepalingen
van het latere verdrag.