HOOFDSTUK 1: INLEIDING
WAT IS GEDRAG?
Gedrag waarneembare reacties van een dier op prikkels uit de omgeving (extern) of
vanuit het eigen lichaam (intern).
Is een reflexboog waarbij een prikkel via een afferent neuron naar het ruggenmerg
wordt geleid om dan verder geleid te worden via een efferent neuron met een
reactie als gevolg
Omvat bewegingen, geluidsproductie, afscheiding van geurstoffen, denken,
dromen...
Varieert van eenvoudige handelingen vb. beweging van spieren tot complexe
gedragingen vb. migratie van vogels
Doel vergroten van de overlevingskansen en voortplantingssucces.
Individueel gedrag gedragingen die een dier alleen uitvoert, vaak voor
zelfonderhoud (eten, drinken, slapen, verzorgen, exploreren). Het gebeurt zonder directe
interactie, maar kan indirect anderen beïnvloeden (bv. geurmarkeren).
Reflex eenvoudig, automatisch en beschermd
Complex gedrag samenwerking hersenen + invloed van hormonen
bv. clomipramine bij honden met verlatingsangst beïnvloedt neurotransmitters
en vermindert angst.
WAT IS TOEGEPASTE ETHOLOGIE
= biologische studie van het gedrag
Bestudeert het gedrag met een wetenschappelijk verantwoorde methodologie en
de evolutieleer als achtergrond.
Ontstaan binnen biologische wetenschap
Charles Darwin fundamentele invloed op de ontwikkeling van de moderne ethologie
VERSCHILLENDE ONDERZOEKERS IN DE ETHOLOGIE
OSKAR HEINROTH (BESCHRIJVENDE ETHOLOGIE)
Verzamelden gegevens over vogels en insecten
Niet geïnteresseerd in denkprocessen of emotie maar verzamelde data over het
uitwendig zichtbaar gedrag
NIKO TINBERGEN (EXPERIMENTELE ETHOLOGIE)
, Ontwierp experimenten waarbij hij ingreep op de natuurlijke omgeving van vrij
levende dieren en vervolgens hun gedrag observeerde.
4 vragen van Tinbergen:
1. Waardoor werd het gedrag veroorzaakt? causaliteit – prikkels – fysiologische
variabelen
2. Hoe ontwikkelt het gedrag zich tijdens de levensloop van een individu?
ontogenie
3. Wat is de functie van het gedrag?
4. Hoe is het gedrag in de loop van de evolutie ontstaan? fylogenie
Voorbeeld: waarom fluiten spreeuwen in lente?
1. causaliteit: door de toenemende daglengte die hormonale veranderingen
teweegbrengt in het lichaam
2. functie: om soortgenoten aan te trekken om te paren
3. ontogenie: omdat ze de wijsjes geleerd hebben van hun ouders
4. fylogenie: waarschijnlijk is de complexe zang ontstaan vanuit
eenvoudigere geluiden aangezien de meeste primitieve vogels heel
simpele geluiden voorbrachten
KONRAD LORENZ
Voerde geen uitgebreide experimenten uit in de vrije natuur
Deed eenvoudigere observaties bij dieren die hij zelf kweekte
SOORTEN ETHOLOGIE
VERGELIJKENDE ETHOLOGIE
Gedragsbeschrijvingen van verschillende soorten met elkaar te vergelijken
We krijgen een idee over evolutie van het gedrag
Relatie tussen emoties en zichtbare gedragingen
COGNITIEVE ETHOLOGIE
Onderzoek uitvoeren naar subjectieve ervaringen en denkprocessen
TOEGEPASTE ETHOLOGIE
Kennis en inzichten die werden verworven door observaties van wilde dieren
werden toegepast bij gedomesticeerde diersoorten
BESCHRIJVENDE ETHOLOGIE
inventaris maken van alle gedragselementen van een dier (=ethogram)
EXPERIMENTELE ETHOLOGIE
gedragsobservaties na ingrijpen in natuur
GRONDLEGGERS VAN DE ETHOLOGIE
NIKO TINBERGEN
, Was nieuwsgierig naar oorzaken van gedrag en hiervoor wijzigingen uitvoeren
experimentele ethologie
Sleutelprikkels of Sign stimulus:
Zeer specifieke stimuli die bij dieren een welbepaald gedrag uitlokken.
Relatie tussen prikkel en gedrag is zo precies spreken van een sleutel die op
een slot past
Fixed action pattern (FAP) vastliggend, soort specifiek gedragspatroon
Vb: bedelen naar voedsel van het zilvermeeuwkuiken. Wanneer het ouderdier
het jong in het nest komt voeren, pikt het kuiken met de bek naar de rode vlek
op de ondersnavel van het ouderdier.Niko Tinbergen vroeg zich af door
welke prikkel precies het pikgedrag van het kuiken werd uitgelokt. A.d.h.v.
kunstmatige modellen werd nagegaan waaraan de prikkel moest voldoen om
een reactie uit te lokken = Door deze modellen aan te bieden aan het
jong op de rand van het nest en de reactie van de jongen te observeren ging
men na welke eigenschappen van de snavel de pikreactie opriepen
Modellenonderzoek naar de pikreactie van
het zilvermeeuwkuiken:
A. De vlek op de snavel verandert van kleur
B. De vlek op de snavel verandert van
contrast
C. De snavel verandert van kleur
D. De snavel verandert van vorm
Resultaat de rode vlek bleek de hevigste reactie te
veroorzaken, wanneer het contrast toenam en de snavel smaller
werd, verhoogde de pikreactie
Supranormale of supernormale prikkel:
Prikkel die een bepaald gedrag beter uitlokt dan de normale
Het vergroten van de prikkel roept een sterkere reactie op
KONRAD LORENZ
Introduceerde het begrip inprenting voor bepaalde sociale leerprocessen
Proces berust op de aanwezigheid van sociale partners tijdens de gevoelige of
sensitieve periode
Dieren leren vroeg waarop hun gedrag gericht moet zijn.
Snelle, zelfstandige bewegers hebben kortere leerperiodes (bv. kippen, eenden).
Zoogdieren hebben langere en minder afgebakende leerperiodes.
Inprenting leerproces, wie/ wat volgen (herkenning ouderfiguur)
Volggedrag gedrag waarbij een dier of mens een andere individu volgt om
veiligheidsredenen
Socialisatie sociale dieren kunnen hun gedrag via inprenting aanpassen aan een
sociaal samenleven met soortgenoten = belangrijk proces waarbij jonge dieren de basis
van de interacties met anderen leren
, KARL VON FRISCH
Geboren in 1886
Bestudeerde het gedrag van bijen
Hij ontdekte dat ze beschikten over een uitgebreid en complex
communicatiesyteem
Beschreef de dansen die bijen uitvoeren om de plaats door te geven waar goed
voedsel te vinden is
Dans geeft info over de richting van de voedselbron en de afstand van de
bijenkast tot de voedselbron
HOOFDSTUK 2: NATURE EN NURTURE: GENETICA, OMGEVING,
EVOLUTIE EN DOMESTICATIE
INSTINCT: SYMBOOL VAN NATURE
Door konrad lorenz en Niko Tinbergen
Stond voor aangeboren, soortspecifieke gedragingen die volgens een vast
patroon verlopen (bv. broedzorggedrag van vogels)
Bewijs dat dieren aangeboren gedragsneigingen bezitten, die zonder voorafgaand
leren op een bepaald moment in hun ontwikkeling tot uiting komen = nature-
standpunt
Later:
Voor uiteenlopende zaken gebruikt
Genetisch vastgelegd gedrag, innerlijke drang of motivatie (vb. jachtinstinct),
onbewust handelen,…
Elk spontaan of moeilijk verklaarbaar gedrag wordt eronder geplaatst
De term:
Te divers, breed, te weinig houvast, onduidelijk wat bedoeld werd en hoe je het
kon meten voor onderzoek.
Sterke link met de aangeboren kant van gedrag (terwijl moderne gedragsbiologie
laat zien dat elk gedrag het resultaat is van een dynamisch samenspel)
Ethologen vermijden het gebruik van deze term
“zijn instinct” een ingebouwd gedrag dat vanzelf tevoorschijn komt, zonder dat het
is aangeleerd
INPRENTING: BRUG TUSSEN NATURE EN NURTURE
NATURE
Aangeboren neiging om bewegende objecten te volgen
Volgen = genetica
Aangeboren gedragspatroon
DNA + instict
NURTURE
Welk object te volgen wordt geleerd in een vroege gevoelige periode
Volgobject = ervaring