Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 74 pages
Summary

Samenvatting Toegepaste ethologie | Alle hoofdstukken | Hogeschool Gent | 2025/2026

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 74 pages

Dit zijn studienotities voor Toegepaste ethologie aan Hogeschool Gent, gericht op de opleiding Agro en biotechnologie Dierenzorg. Het eerste hoofdstuk behandelt de fundamentele concepten van gedrag, de vier vragen van Tinbergen, de grondleggers van de ethologie (Darwin, Heinroth, Tinbergen, Lorenz), en verschillende takken van ethologie inclusief praktische toepassingen bij gedomesticeerde dieren. De notities bevatten ook inzichten over attitudeverandering bij dierenverzorgers en de rol van attitudes, vaardigheden en werkomgeving in het verbeteren van dierenzorg. Nuttig voor het begrijpen van de theoretische basis van ethologie en de toepassing daarvan in de praktijk.

Content preview

TOEGEPASTE ETHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING

WAT IS GEDRAG?

Gedrag  waarneembare reacties van een dier op prikkels uit de omgeving (extern) of
vanuit het eigen lichaam (intern).

 Is een reflexboog waarbij een prikkel via een afferent neuron naar het ruggenmerg
wordt geleid om dan verder geleid te worden via een efferent neuron met een
reactie als gevolg
 Omvat bewegingen, geluidsproductie, afscheiding van geurstoffen, denken,
dromen...
 Varieert van eenvoudige handelingen vb. beweging van spieren tot complexe
gedragingen vb. migratie van vogels

Doel  vergroten van de overlevingskansen en voortplantingssucces.

Individueel gedrag  gedragingen die een dier alleen uitvoert, vaak voor
zelfonderhoud (eten, drinken, slapen, verzorgen, exploreren). Het gebeurt zonder directe
interactie, maar kan indirect anderen beïnvloeden (bv. geurmarkeren).

Reflex  eenvoudig, automatisch en beschermd

Complex gedrag  samenwerking hersenen + invloed van hormonen

bv. clomipramine bij honden met verlatingsangst beïnvloedt neurotransmitters
en vermindert angst.

WAT IS TOEGEPASTE ETHOLOGIE

= biologische studie van het gedrag

 Bestudeert het gedrag met een wetenschappelijk verantwoorde methodologie en
de evolutieleer als achtergrond.
 Ontstaan binnen biologische wetenschap

Charles Darwin  fundamentele invloed op de ontwikkeling van de moderne ethologie

VERSCHILLENDE ONDERZOEKERS IN DE ETHOLOGIE


OSKAR HEINROTH (BESCHRIJVENDE ETHOLOGIE)

 Verzamelden gegevens over vogels en insecten
 Niet geïnteresseerd in denkprocessen of emotie maar verzamelde data over het
uitwendig zichtbaar gedrag


NIKO TINBERGEN (EXPERIMENTELE ETHOLOGIE)

,  Ontwierp experimenten waarbij hij ingreep op de natuurlijke omgeving van vrij
levende dieren en vervolgens hun gedrag observeerde.

4 vragen van Tinbergen:

1. Waardoor werd het gedrag veroorzaakt?  causaliteit – prikkels – fysiologische
variabelen
2. Hoe ontwikkelt het gedrag zich tijdens de levensloop van een individu? 
ontogenie
3. Wat is de functie van het gedrag?
4. Hoe is het gedrag in de loop van de evolutie ontstaan?  fylogenie

Voorbeeld: waarom fluiten spreeuwen in lente?

1. causaliteit: door de toenemende daglengte die hormonale veranderingen
teweegbrengt in het lichaam
2. functie: om soortgenoten aan te trekken om te paren
3. ontogenie: omdat ze de wijsjes geleerd hebben van hun ouders
4. fylogenie: waarschijnlijk is de complexe zang ontstaan vanuit
eenvoudigere geluiden aangezien de meeste primitieve vogels heel
simpele geluiden voorbrachten


KONRAD LORENZ

 Voerde geen uitgebreide experimenten uit in de vrije natuur
 Deed eenvoudigere observaties bij dieren die hij zelf kweekte

SOORTEN ETHOLOGIE

VERGELIJKENDE ETHOLOGIE

 Gedragsbeschrijvingen van verschillende soorten met elkaar te vergelijken
 We krijgen een idee over evolutie van het gedrag
 Relatie tussen emoties en zichtbare gedragingen

COGNITIEVE ETHOLOGIE

 Onderzoek uitvoeren naar subjectieve ervaringen en denkprocessen

TOEGEPASTE ETHOLOGIE

 Kennis en inzichten die werden verworven door observaties van wilde dieren
werden toegepast bij gedomesticeerde diersoorten

BESCHRIJVENDE ETHOLOGIE

 inventaris maken van alle gedragselementen van een dier (=ethogram)

EXPERIMENTELE ETHOLOGIE

 gedragsobservaties na ingrijpen in natuur

GRONDLEGGERS VAN DE ETHOLOGIE

NIKO TINBERGEN

,  Was nieuwsgierig naar oorzaken van gedrag en hiervoor wijzigingen uitvoeren 
experimentele ethologie

Sleutelprikkels of Sign stimulus:

 Zeer specifieke stimuli die bij dieren een welbepaald gedrag uitlokken.
 Relatie tussen prikkel en gedrag is zo precies  spreken van een sleutel die op
een slot past

Fixed action pattern (FAP)  vastliggend, soort specifiek gedragspatroon

Vb: bedelen naar voedsel van het zilvermeeuwkuiken. Wanneer het ouderdier
het jong in het nest komt voeren, pikt het kuiken met de bek naar de rode vlek
op de ondersnavel van het ouderdier.Niko Tinbergen vroeg zich af door
welke prikkel precies het pikgedrag van het kuiken werd uitgelokt. A.d.h.v.
kunstmatige modellen werd nagegaan waaraan de prikkel moest voldoen om
een reactie uit te lokken = Door deze modellen aan te bieden aan het
jong op de rand van het nest en de reactie van de jongen te observeren ging
men na welke eigenschappen van de snavel de pikreactie opriepen
Modellenonderzoek naar de pikreactie van
het zilvermeeuwkuiken:

A. De vlek op de snavel verandert van kleur
B. De vlek op de snavel verandert van
contrast
C. De snavel verandert van kleur
D. De snavel verandert van vorm


Resultaat  de rode vlek bleek de hevigste reactie te
veroorzaken, wanneer het contrast toenam en de snavel smaller
werd, verhoogde de pikreactie

Supranormale of supernormale prikkel:

 Prikkel die een bepaald gedrag beter uitlokt dan de normale
 Het vergroten van de prikkel roept een sterkere reactie op

KONRAD LORENZ

 Introduceerde het begrip inprenting voor bepaalde sociale leerprocessen
 Proces berust op de aanwezigheid van sociale partners tijdens de gevoelige of
sensitieve periode
 Dieren leren vroeg waarop hun gedrag gericht moet zijn.
 Snelle, zelfstandige bewegers hebben kortere leerperiodes (bv. kippen, eenden).
 Zoogdieren hebben langere en minder afgebakende leerperiodes.

Inprenting  leerproces, wie/ wat volgen (herkenning ouderfiguur)

Volggedrag  gedrag waarbij een dier of mens een andere individu volgt om
veiligheidsredenen

Socialisatie  sociale dieren kunnen hun gedrag via inprenting aanpassen aan een
sociaal samenleven met soortgenoten = belangrijk proces waarbij jonge dieren de basis
van de interacties met anderen leren

, KARL VON FRISCH

 Geboren in 1886
 Bestudeerde het gedrag van bijen
 Hij ontdekte dat ze beschikten over een uitgebreid en complex
communicatiesyteem
 Beschreef de dansen die bijen uitvoeren om de plaats door te geven waar goed
voedsel te vinden is
 Dans geeft info over de richting van de voedselbron en de afstand van de
bijenkast tot de voedselbron

HOOFDSTUK 2: NATURE EN NURTURE: GENETICA, OMGEVING,
EVOLUTIE EN DOMESTICATIE

INSTINCT: SYMBOOL VAN NATURE

 Door konrad lorenz en Niko Tinbergen
 Stond voor  aangeboren, soortspecifieke gedragingen die volgens een vast
patroon verlopen (bv. broedzorggedrag van vogels)
 Bewijs dat dieren aangeboren gedragsneigingen bezitten, die zonder voorafgaand
leren op een bepaald moment in hun ontwikkeling tot uiting komen = nature-
standpunt

Later:

 Voor uiteenlopende zaken gebruikt
 Genetisch vastgelegd gedrag, innerlijke drang of motivatie (vb. jachtinstinct),
onbewust handelen,…
 Elk spontaan of moeilijk verklaarbaar gedrag wordt eronder geplaatst

De term:

 Te divers, breed, te weinig houvast, onduidelijk wat bedoeld werd en hoe je het
kon meten voor onderzoek.
 Sterke link met de aangeboren kant van gedrag (terwijl moderne gedragsbiologie
laat zien dat elk gedrag het resultaat is van een dynamisch samenspel)
 Ethologen vermijden het gebruik van deze term

“zijn instinct”  een ingebouwd gedrag dat vanzelf tevoorschijn komt, zonder dat het
is aangeleerd

INPRENTING: BRUG TUSSEN NATURE EN NURTURE

NATURE

 Aangeboren neiging om bewegende objecten te volgen
 Volgen = genetica
 Aangeboren gedragspatroon
 DNA + instict

NURTURE

 Welk object te volgen wordt geleerd in een vroege gevoelige periode
 Volgobject = ervaring

Document information

Study
Uploaded on
August 25, 2026
Number of pages
74
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
3
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions