Hoofdstuk 17 Aanbod van geld.
Functies van geld waarom gebruiken we geld?
Geld verminderd transactie kosten in de economie, ruilmiddel, rekeneenheid,
oppotmiddel.
Waarop is de waarde van geld gebaseerd?
Op vertrouwen in banken, de waarde daalt door inflatie, hoger inflatie kan de
functies aantasten.
Geld soorten.
Chartaal geld.
Munten (overheid) en biljetten (banken).
Giraal geld.
Direct opeisbare vordering van het publiek op een monetaire financiële
instelling.
Creatie giraal geld.
Verstrekken van kredieten door banken, wederzijdse schuld aanvaarding.
Hoe meten we aanbod van geld?
M 1 (primaire liquiditeitenmassa).
Munten, biljetten en giraal geld.
M 3 (binnenlands liquiditeitenmassa).
M1+, korte spaargeld + korte termijndeposito's.
Substitutie.
Het omzetten van giraal naar biljet en andersom.
Totale omvang van m1 en m3 blijven gelijk.
Alleen de samenstelling van m1 verandert.
, Transformatie.
Omzetten van primaire liquiditeiten naar secundaire en andersom.
Omvang van m1 veranderd.
M3 blijft gelijk maar samenstelling veranderd.
Functies financiële instellingen.
Geldschepping, doorgeven van geld, efficiënt betalingsverkeer en overige bv
verzekeren.
Monetair beleid.
Centrale banken en geldscheppende banken.
Niet monetair beleid.
Hypotheekbanken en pensioenfondsen.
FINTECH.
Financiële technologie toepassing van technologie van dienstverlening, vormen
serieuze concurrentie voor banken, verzekeraars en vermogensbeheerders.
Gevolgen van inflatie.
Geldontwaarding, nadeel crediteuren en voordeel debiteuren.
Oorzaken inflatie.
Bestedingsinflatie, kosteninflatie en inflatieverwachtingen.
Inflatiebestrijding.
Bestedingsbeperking, loonmatiging en koersstijging euro.
Hoofdstuk 18 Vraag naar geld en monetair beleid.
Functies van geld waarom gebruiken we geld?
Geld verminderd transactie kosten in de economie, ruilmiddel, rekeneenheid,
oppotmiddel.
Waarop is de waarde van geld gebaseerd?
Op vertrouwen in banken, de waarde daalt door inflatie, hoger inflatie kan de
functies aantasten.
Geld soorten.
Chartaal geld.
Munten (overheid) en biljetten (banken).
Giraal geld.
Direct opeisbare vordering van het publiek op een monetaire financiële
instelling.
Creatie giraal geld.
Verstrekken van kredieten door banken, wederzijdse schuld aanvaarding.
Hoe meten we aanbod van geld?
M 1 (primaire liquiditeitenmassa).
Munten, biljetten en giraal geld.
M 3 (binnenlands liquiditeitenmassa).
M1+, korte spaargeld + korte termijndeposito's.
Substitutie.
Het omzetten van giraal naar biljet en andersom.
Totale omvang van m1 en m3 blijven gelijk.
Alleen de samenstelling van m1 verandert.
, Transformatie.
Omzetten van primaire liquiditeiten naar secundaire en andersom.
Omvang van m1 veranderd.
M3 blijft gelijk maar samenstelling veranderd.
Functies financiële instellingen.
Geldschepping, doorgeven van geld, efficiënt betalingsverkeer en overige bv
verzekeren.
Monetair beleid.
Centrale banken en geldscheppende banken.
Niet monetair beleid.
Hypotheekbanken en pensioenfondsen.
FINTECH.
Financiële technologie toepassing van technologie van dienstverlening, vormen
serieuze concurrentie voor banken, verzekeraars en vermogensbeheerders.
Gevolgen van inflatie.
Geldontwaarding, nadeel crediteuren en voordeel debiteuren.
Oorzaken inflatie.
Bestedingsinflatie, kosteninflatie en inflatieverwachtingen.
Inflatiebestrijding.
Bestedingsbeperking, loonmatiging en koersstijging euro.
Hoofdstuk 18 Vraag naar geld en monetair beleid.