COMMUNICATIEWETENSCHAP
0 INLEIDING
Communicatie- Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen
wetenschappen en de samenleving (politiek, socio-economisch, gezondheid)
- Jong veld
- Breed en divers
- Fragmentatie (kan negatief zijn)
- Interdisciplinair (communicatiewetenschappen)
Doelstelling - Breed en steeds evoluerend: maar inzichten blijven relevant (want
gemaakt met bewustzijn evolutie)
- Hedendaags belang: effect op micro- en macroniveau maar effect is
moeilijk te definiëren
- Wetenschappelijke benadering: zorgt ervoor dat we dingen kunnen
staven met data
Digibesitas We worden opgeslorpt door smartphone (vaak negatief over media)
Crisissituaties Maken bestaande tendenzen vaak expliciet
Mediacentralisme Opvatting om problemen integraal te laten verklaren door media
Sociolinguïstiek Sociale factoren hebben impact op taal en betekenis die gecreëerd wordt
1 BOUWSTENEN
Teken en betekenisvol communiceren
Bouwstenen Afhankelijk van theorie of model kunnen bouwstenen centraler staan of verschillen
(kleinste bouwsteen is teken) metafoor lego
Betekenis Verschilt van persoon tot persoon en uitspraak tot uitspraak, bv. 9000 als Gentenaar
Semiotiek Leer van tekens (overkoepelend veld)
- Fonologie: leer van allerkleinste eenheden (klanken), bv. play vier en niet four
- Syntaxis: interesse in hoe kleine elementen gestructureerd zijn, bv. patroon T
H U I S vormt thuis
- Semantiek: relatie tussen teken en betekenis, bv. logo ‘één’ verwijst naar tv
- Pragmatiek: relatie tussen betekenis en tekengebruiker, bv.
gebruiksvriendelijkheid
Intensie vs - Intensie: geheel van criteria die van toepassing zijn op een bepaald object,
extensie moet aanwezig zijn om de term correct toe te passen, bv. romantische
komedie moet romantisch en komisch zijn
- Extensie: klasse van zaken waarop de term correct is toegepast notting hill
Teken - Betekenaar/ signifiant (Sa): materiële vorm, bv. uitspraak, schrift, foto.. (vaak
meerdere per/object)
- Betekende/ signifié (Se): begrip waar tekenvorm naar verwijst/definitie
à relatie obv toeval/arbitrair maar vaak ook afspraak
1
,Referent Concept waar Sa en Se naar verwijzen
- Niet alle tekens hebben er een, bv. liefde vs auto
- Moet niet altijd aanwezig zijn als we erover spreken
Significantie/ Primair betekenisniveau/denotatie: universele definitie/ voor iedereen hetzelfde ~ Se
niveaus van
betekenis Secundair betekenisniveau/ connotatie: hangt vaak samen met de specifieke
Roland verschijningsvorm van de Sa
Barthes
- Evaluatieve lading: bestempelen we het positief of negatief
- Referentiële lading: afhankelijk van persoon tot persoon, context tot context,
tijdstip tot tijdstip
Tekensystemen: relatie tussen tekens (¹ tekensysteem: wat zijn de soorten tekens, classificatie)
Tekensysteem Peirce Representamen = teken = drager van betekenis
Kijkt naar de relatie tussen teken en object à determinerend voor de
betekenis die gecreëerd wordt ‘mentaal concept’ bij tekengebruiker
Interpretant ¹ persoon = extra betekenis die gecreëerd wordt bij de
gebruiker van een bepaald teken (kan eventueel zelfde zijn als Se)
!opletten op examens er kunnen meerdere gebruikers zijn bij 1
mediabericht dus ook meerdere interpretanten
Tekensysteem De Verschil met Peirce: object is totaal onbelangrijk en moet niet aanwezig
Saussure zijn
Betekenis wordt gecreëerd door de onderlinge relatie tussen tekens. We
duwen we de werkelijkheid in categorieën. Een bepaald teken kan
betekenis halen uit het feit dat het iets niet is dat een ander teken wel is.
Twee soorten relaties:
- Paradigma: relatie van selectie, verticale relatie tussen tekens,
• bv. letters selecteren uit alfabet
• bv. LV kiezen
- Syntagma: relatie van combinatie, horizontale relatie,
• bv. letters combineren tot kat of tak
• bv. O, PV en LV combineren
Tekenindelingen
Tekenindeling Peirce Relatie teken en object is bepalend voor betekenis. 3 soorten:
- Icoon: relatie tussen teken en object obv gelijkenis
• Visueel, bv. toiletmannetjes of landkaart
• Auditief, bv. onomatopee
• Olfactorisch (geurzin), bv. ketchup chips
In praktijk veel overlap
- Index: natuurlijk verband tussen teken en object (lijken niet op
elkaar), bv. litteken en operatie
- Symbool: artificieel verband, obv afspraak, bv. Kruisteken – religie
2
,Tekenindeling Peters Heeft de mens er iets mee te maken?
- Nee: natuurlijk = index (zelfde als index Peirce)
- Ja: kunstmatig
• Toevallige/arbitraire relatie = conventionele (zelfde als
symbool Peirce)
• Gemotiveerd (met bepaalde reden)
o Gelijkenis = icoon (zelfde als icoon Peirce)
o Associatie= symbool (niet hetzelfde als symbool
Peirce)
Elementen van het communicatieproces
Bouwstenen - Communicator
communicatie - Boodschap
- Encoderen/decoderen
- Transmissie, kanaal en medium
- Ontvanger
Communicator Start communicatieproces à actor die info bezit en boodschap met die info uitzendt
(dus geen bron, want die zendt niet uit)
- Kan ook onbewust
- Door digitalisering is het niet meer duidelijk of het een individu of
groep/organisatie is die communiceert
Feedback = manier waarop je als communicator reageert op de reactie van de
ontvanger op je boodschap
Feedforward = je anticipeert op voorhand al op mogelijke reacties op je boodschap
Selectie= communicatieproces is altijd een selectieproces, je selecteert info,
benadrukt zaken en negeert andere
Copresence= is de communicator zichtbaar en hoorbaar voor de ontvangere en vice
versa, zijn ze in dezelfde tijd en ruimte aanwezig?
Boodschap Bewustzijnsinhoud (alles wat betekenis heeft en in ons hoofd zit) externaliseren
(kenbaar maken voor de ontvanger) à Ook bewustzijnsinhoud die momenteel geen
ontvangers hebben, bv. dagboek is communicatie want kan ooit ontvanger hebben
Niet altijd juiste ontvangers, soms vangen mensen die geen deel zijn van proces ook
de boodschap op
Lagen boodschap:
- Referentiële/inhoudelijke aspect: gebruik van tekens/ feitelijke info
• Representationele verwijzingsfunctie: verwijzen naar zaken zonder
fysieke materie, bv. liefde
• Referentiële verwijzingsfunctie: verwijzen naar fysieke aspecten/
objecten (~ referent Peirce), bv. auto
- Expressieve/vormelijke aspect: verpakking van de boodschap, bv. intonatie
of lay-out
- Relationele en appelerende aspect: relatie met ontvanger en
handelingsaspect à welke relatie bv. hiërachisch, verwachtingen bv. kopen
(kan op lange en korte termijn)
3
, Encoderen – Encoderen (zender + code) = bewustzijnsinhoud in tekens omzetten en
decoderen externaliseren
Decoderen: ontvanger, dubbel proces
- Syntactisch proces (onbewust, bv. tijdens les)
- Semantisch proces: betekenis toekennen (verschilt per persoon, meeste
misverstanden)
• Dominante/hegemonische decodering (preferred reading):
ontvanger kent dezelfde betekenis toe als communicator bedoelde
• Abberante decodering (opposite/ counter-hegemonic reading):
ontvanger geeft andere/tegengestelde betekenis dan hoe hij
bedoeld was door de communicator
• Onderhandelde decodering (negotiated reading): mengvorm,
ontvanger gaat niet helemaal akkoord met betekenisgeving
communicator maar gaat er deels in meer
Context/media-logic = het geheel van informele en formele regels en afspraken en
conventies die geldig zijn bij het maken van een bepaald cultuurproduct (evenwicht
productie-conventies en publieksverwachtingen), bv. als nieuwsanker geen pak
draagt gaat de aandacht hiernaartoe (beperkt zowel ontvanger als communicator)
Belangrijk om dezelfde code re delen
Belangrijke aspecten:
- Gemakkelijkheidsgraad: sommige zaken moeilijk encoderen, bv. gevoelens
- Verschillend vermogen om te coderen en decoderen
- Onderscheid digitale en analoge code
• Digitale code: moet je leren, bv. combinaties uit alfabet
• Analoge code:
o Beeldend, heeft gelijkenis met waar het naar verwijst
o Intensiteit varieert, bv. gedetailleerde tekening
Transmissie, Transmissie = overbrengen van een geëncodeerde boodschap van een
kanaal en communicator naar ontvanger
medium
Kanaal = fysische materie, altijd nodig om boodschap over te brengen (bv. lucht)
maar beperkingen tijd en ruimte, bv. stem geraakt niet achteraan aula
Medium: technisch middel om ruimte en tijdsbeperkingen kanaal te overbruggen
Signaal: fysische grootheid die een teken (bv. klanken) draagt, klanken omgezet in
digitale code
Ruis: elke mogelijke reden die communicatie/transmissie verstoort
- Externe ruis: maakt geen deel uit van communicatieproces, bv. vlieg
- Interne ruis: in het proces van transmissie à oorzaken:
• Psychologisch: fysiek, bv. emotioneel of vooroordelen
• Semantisch: cognitief, codes tss ontvanger en communicator zijn
niet op elkaar afgestemd, bv. franstalige tegen nederlandstalige
• Mechanisch: probleem met kanaal/medium, bv. signaal valt weg
Ontvanger Van passief naar meer actief en selectief
Heeft verschillende strategieën om met ruis om te gaan:
4
0 INLEIDING
Communicatie- Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen
wetenschappen en de samenleving (politiek, socio-economisch, gezondheid)
- Jong veld
- Breed en divers
- Fragmentatie (kan negatief zijn)
- Interdisciplinair (communicatiewetenschappen)
Doelstelling - Breed en steeds evoluerend: maar inzichten blijven relevant (want
gemaakt met bewustzijn evolutie)
- Hedendaags belang: effect op micro- en macroniveau maar effect is
moeilijk te definiëren
- Wetenschappelijke benadering: zorgt ervoor dat we dingen kunnen
staven met data
Digibesitas We worden opgeslorpt door smartphone (vaak negatief over media)
Crisissituaties Maken bestaande tendenzen vaak expliciet
Mediacentralisme Opvatting om problemen integraal te laten verklaren door media
Sociolinguïstiek Sociale factoren hebben impact op taal en betekenis die gecreëerd wordt
1 BOUWSTENEN
Teken en betekenisvol communiceren
Bouwstenen Afhankelijk van theorie of model kunnen bouwstenen centraler staan of verschillen
(kleinste bouwsteen is teken) metafoor lego
Betekenis Verschilt van persoon tot persoon en uitspraak tot uitspraak, bv. 9000 als Gentenaar
Semiotiek Leer van tekens (overkoepelend veld)
- Fonologie: leer van allerkleinste eenheden (klanken), bv. play vier en niet four
- Syntaxis: interesse in hoe kleine elementen gestructureerd zijn, bv. patroon T
H U I S vormt thuis
- Semantiek: relatie tussen teken en betekenis, bv. logo ‘één’ verwijst naar tv
- Pragmatiek: relatie tussen betekenis en tekengebruiker, bv.
gebruiksvriendelijkheid
Intensie vs - Intensie: geheel van criteria die van toepassing zijn op een bepaald object,
extensie moet aanwezig zijn om de term correct toe te passen, bv. romantische
komedie moet romantisch en komisch zijn
- Extensie: klasse van zaken waarop de term correct is toegepast notting hill
Teken - Betekenaar/ signifiant (Sa): materiële vorm, bv. uitspraak, schrift, foto.. (vaak
meerdere per/object)
- Betekende/ signifié (Se): begrip waar tekenvorm naar verwijst/definitie
à relatie obv toeval/arbitrair maar vaak ook afspraak
1
,Referent Concept waar Sa en Se naar verwijzen
- Niet alle tekens hebben er een, bv. liefde vs auto
- Moet niet altijd aanwezig zijn als we erover spreken
Significantie/ Primair betekenisniveau/denotatie: universele definitie/ voor iedereen hetzelfde ~ Se
niveaus van
betekenis Secundair betekenisniveau/ connotatie: hangt vaak samen met de specifieke
Roland verschijningsvorm van de Sa
Barthes
- Evaluatieve lading: bestempelen we het positief of negatief
- Referentiële lading: afhankelijk van persoon tot persoon, context tot context,
tijdstip tot tijdstip
Tekensystemen: relatie tussen tekens (¹ tekensysteem: wat zijn de soorten tekens, classificatie)
Tekensysteem Peirce Representamen = teken = drager van betekenis
Kijkt naar de relatie tussen teken en object à determinerend voor de
betekenis die gecreëerd wordt ‘mentaal concept’ bij tekengebruiker
Interpretant ¹ persoon = extra betekenis die gecreëerd wordt bij de
gebruiker van een bepaald teken (kan eventueel zelfde zijn als Se)
!opletten op examens er kunnen meerdere gebruikers zijn bij 1
mediabericht dus ook meerdere interpretanten
Tekensysteem De Verschil met Peirce: object is totaal onbelangrijk en moet niet aanwezig
Saussure zijn
Betekenis wordt gecreëerd door de onderlinge relatie tussen tekens. We
duwen we de werkelijkheid in categorieën. Een bepaald teken kan
betekenis halen uit het feit dat het iets niet is dat een ander teken wel is.
Twee soorten relaties:
- Paradigma: relatie van selectie, verticale relatie tussen tekens,
• bv. letters selecteren uit alfabet
• bv. LV kiezen
- Syntagma: relatie van combinatie, horizontale relatie,
• bv. letters combineren tot kat of tak
• bv. O, PV en LV combineren
Tekenindelingen
Tekenindeling Peirce Relatie teken en object is bepalend voor betekenis. 3 soorten:
- Icoon: relatie tussen teken en object obv gelijkenis
• Visueel, bv. toiletmannetjes of landkaart
• Auditief, bv. onomatopee
• Olfactorisch (geurzin), bv. ketchup chips
In praktijk veel overlap
- Index: natuurlijk verband tussen teken en object (lijken niet op
elkaar), bv. litteken en operatie
- Symbool: artificieel verband, obv afspraak, bv. Kruisteken – religie
2
,Tekenindeling Peters Heeft de mens er iets mee te maken?
- Nee: natuurlijk = index (zelfde als index Peirce)
- Ja: kunstmatig
• Toevallige/arbitraire relatie = conventionele (zelfde als
symbool Peirce)
• Gemotiveerd (met bepaalde reden)
o Gelijkenis = icoon (zelfde als icoon Peirce)
o Associatie= symbool (niet hetzelfde als symbool
Peirce)
Elementen van het communicatieproces
Bouwstenen - Communicator
communicatie - Boodschap
- Encoderen/decoderen
- Transmissie, kanaal en medium
- Ontvanger
Communicator Start communicatieproces à actor die info bezit en boodschap met die info uitzendt
(dus geen bron, want die zendt niet uit)
- Kan ook onbewust
- Door digitalisering is het niet meer duidelijk of het een individu of
groep/organisatie is die communiceert
Feedback = manier waarop je als communicator reageert op de reactie van de
ontvanger op je boodschap
Feedforward = je anticipeert op voorhand al op mogelijke reacties op je boodschap
Selectie= communicatieproces is altijd een selectieproces, je selecteert info,
benadrukt zaken en negeert andere
Copresence= is de communicator zichtbaar en hoorbaar voor de ontvangere en vice
versa, zijn ze in dezelfde tijd en ruimte aanwezig?
Boodschap Bewustzijnsinhoud (alles wat betekenis heeft en in ons hoofd zit) externaliseren
(kenbaar maken voor de ontvanger) à Ook bewustzijnsinhoud die momenteel geen
ontvangers hebben, bv. dagboek is communicatie want kan ooit ontvanger hebben
Niet altijd juiste ontvangers, soms vangen mensen die geen deel zijn van proces ook
de boodschap op
Lagen boodschap:
- Referentiële/inhoudelijke aspect: gebruik van tekens/ feitelijke info
• Representationele verwijzingsfunctie: verwijzen naar zaken zonder
fysieke materie, bv. liefde
• Referentiële verwijzingsfunctie: verwijzen naar fysieke aspecten/
objecten (~ referent Peirce), bv. auto
- Expressieve/vormelijke aspect: verpakking van de boodschap, bv. intonatie
of lay-out
- Relationele en appelerende aspect: relatie met ontvanger en
handelingsaspect à welke relatie bv. hiërachisch, verwachtingen bv. kopen
(kan op lange en korte termijn)
3
, Encoderen – Encoderen (zender + code) = bewustzijnsinhoud in tekens omzetten en
decoderen externaliseren
Decoderen: ontvanger, dubbel proces
- Syntactisch proces (onbewust, bv. tijdens les)
- Semantisch proces: betekenis toekennen (verschilt per persoon, meeste
misverstanden)
• Dominante/hegemonische decodering (preferred reading):
ontvanger kent dezelfde betekenis toe als communicator bedoelde
• Abberante decodering (opposite/ counter-hegemonic reading):
ontvanger geeft andere/tegengestelde betekenis dan hoe hij
bedoeld was door de communicator
• Onderhandelde decodering (negotiated reading): mengvorm,
ontvanger gaat niet helemaal akkoord met betekenisgeving
communicator maar gaat er deels in meer
Context/media-logic = het geheel van informele en formele regels en afspraken en
conventies die geldig zijn bij het maken van een bepaald cultuurproduct (evenwicht
productie-conventies en publieksverwachtingen), bv. als nieuwsanker geen pak
draagt gaat de aandacht hiernaartoe (beperkt zowel ontvanger als communicator)
Belangrijk om dezelfde code re delen
Belangrijke aspecten:
- Gemakkelijkheidsgraad: sommige zaken moeilijk encoderen, bv. gevoelens
- Verschillend vermogen om te coderen en decoderen
- Onderscheid digitale en analoge code
• Digitale code: moet je leren, bv. combinaties uit alfabet
• Analoge code:
o Beeldend, heeft gelijkenis met waar het naar verwijst
o Intensiteit varieert, bv. gedetailleerde tekening
Transmissie, Transmissie = overbrengen van een geëncodeerde boodschap van een
kanaal en communicator naar ontvanger
medium
Kanaal = fysische materie, altijd nodig om boodschap over te brengen (bv. lucht)
maar beperkingen tijd en ruimte, bv. stem geraakt niet achteraan aula
Medium: technisch middel om ruimte en tijdsbeperkingen kanaal te overbruggen
Signaal: fysische grootheid die een teken (bv. klanken) draagt, klanken omgezet in
digitale code
Ruis: elke mogelijke reden die communicatie/transmissie verstoort
- Externe ruis: maakt geen deel uit van communicatieproces, bv. vlieg
- Interne ruis: in het proces van transmissie à oorzaken:
• Psychologisch: fysiek, bv. emotioneel of vooroordelen
• Semantisch: cognitief, codes tss ontvanger en communicator zijn
niet op elkaar afgestemd, bv. franstalige tegen nederlandstalige
• Mechanisch: probleem met kanaal/medium, bv. signaal valt weg
Ontvanger Van passief naar meer actief en selectief
Heeft verschillende strategieën om met ruis om te gaan:
4