Paragraaf 10.1:
Insecten hebben een open circulatiesysteem, waarbij een hartbuis en hartkamers
het bloed pompen. Het bloed gaat rechtstreeks naar de organen.
Zuurstoftransport gaat via luchtbuisjes niet via het bloed. Vissen hebben een
enkelvoudige gesloten bloedsomloop, waarbij het hart 1 boezem en 1 kamer
heeft. Bloed gaat naar delen van het lichaam en weer terug.
De Kleine bloedsomloop: O2-arm bloed stroomt naar de longen via de
longslagader en O2-rijk bloed keert terug naar het hart via de longader. De
Grote bloedsomloop: O2-rijk bloed wordt naar het lichaam gepompt door de
slagaders van de organen, waar O2 wordt afgegeven aan cellen en O2-arm bloed
weer terug door de aders naar het hart stroomt. Binas 84C.
- Boezems en kamers: Boezems ontvangen bloed, kamers pompen het
bloed naar de longen of het lichaam.
- Kleppen: Voorkomen terugstromen van bloed en zorgen voor
eenrichtingsverkeer in de bloedstroom.
- Aorta: Hoofdslagader die O2-rijke bloed naar het lichaam vervoert.
- Aders: Brengen O2-arm bloed terug naar het hart. Dit omvat verschillende
types afhankelijk van de oorsprong van het bloed.
- Haarvaten: Plaats van uitwisseling van stoffen tussen bloed en
weefselcellen, cruciaal voor efficiënte zuurstoflevering, zoals voor een
straaljagerpiloot.
De Hartcyclus kent 3 fasen:
1. Vullen van de kamers (diastole)
2. Leegpersen van de kamers (systole)
3. Korte pauze (Deze fasen verlopen parallel aan beide zijden van het hart
en herhalen zich continu.)
- Diastole: Kamers en boezems ontspannen, bloed stroomt vanuit de aders
naar de kamers.
- Boezemsystole: De boezems trekken samen en persen bloed in de
kamers.
- Kamersystole: De kamers trekken samen, wat leidt tot: Sluiten van de
hartkleppen (tussen kamers en boezems) en openen van de
slagaderkleppen (longslagaderklep en aortaklep), waardoor bloed de
longslagader en aorta in stroomt. Wanneer de kamers ontspannen, daalt
de druk en sluiten de slagaderkleppen.
Bij het luisteren naar het hart met een stethoscoop hoor je twee tonen per
hartslag: Eerste toon: Sluiten van de hartkleppen. Tweede toon: Sluiten van de
slagaderkleppen. Na de tweede toon volgt een korte pauze, waarna het proces
zich herhaalt. Hartspieren train je door cardio, hierdoor verandert je
hartslagfrequentie, waardoor je hartspieren uiteindelijk toenemen.
Voor de geboorte functioneert de dubbele bloedsomloop nog niet, aangezien de
longen niet betrokken zijn bij de gaswisseling. Het ongeboren kind ontvangt
zuurstof (O2) en voedingsstoffen via de placenta en de navelstreng van de
, moeder. O2-rijk bloed uit de navelstreng mengt zich met O2-arm
bloed in de lever en de onderste holle ader, waardoor gemengd
bloed naar de grote bloedsomloop kan stromen via het
foramen ovale (verbinding tussen de linker- en
rechterboezem) en de ductus Botalli (verbinding tussen de
longslagader en aorta). Binas 84B.
Bij de geboorte worden de navelstrengvaten en de verbindingen
tussen de harthelften gesloten. De longen vullen zich met lucht,
wat zorgt voor een verhoogde bloedstroom naar de longen en
een hogere druk in de linkerharthelft, waardoor het foramen
ovale sluit. De ductus Botalli sluit ook kort na de geboorte. In
sommige gevallen sluit het foramen ovale niet volledig, wat
later problemen kan veroorzaken door onvoldoende
zuurstofrijk bloed naar de organen. In de eerste weken na de
geboorte ontwikkelen de bloedvaten zich verder tot een volledig
gescheiden bloedsomloop.
Paragraaf 10.2:
- Bloeddrukvorming: De bloeddruk ontstaat tijdens de samentrekking van
de hartkamers (kamersystole),
waarbij elke kamer ongeveer 70 ml
bloed binnen een halve seconde de
slagaders in perst. Binas 84D3.
- Systolische druk: Door de
pompdruk van het hart stijgt de
bloeddruk in de slagaders tijdelijk, wat
bekend staat als de systolische druk
of bovendruk.
- Diastolische druk: Tijdens de diastole
(ontspanning van de kamers) daalt de bloeddruk weer tot de basiswaarde,
de diastolische druk of onderdruk.
Tijdens de samentrekking van de hartkamers rekken de slagaderwanden uit, wat
een tijdelijke drukstijging veroorzaakt. Na het sluiten van de slagaderkleppen
zorgt het terugveren van de wanden voor een korte drukverhoging, voelbaar als
een polsslag. Veranderingen in de kwaliteit van bloedvaten, zoals littekens en
vernauwing (atherosclerose) door cholesterol, kunnen de bloeddoorstroming
beïnvloeden.
De bloeddruk is het hoogst in de aorta, direct na het hart. Deze daalt naarmate
het bloed verder van het hart stroomt. Bij een gezonde volwassene is de
gemiddelde systolische druk in de bovenarm ongeveer 16,0 kPa (120 mm Hg) en
de diastolische druk ongeveer 10,0 kPa (75 mm Hg). In de kleinste slagaders
daalt de systolische druk tot 9,3 kPa en de diastolische druk tot 8,0 kPa.
Bloeddrukmetingen worden officieel in pascal (Pa) weergegeven, maar vaak nog
in mm Hg. Bij een meting plaatst de arts een manchet om de bovenarm en
pompt deze op tot ongeveer 150 mm Hg om de armslagader af te sluiten.
Wanneer de druk in de manchet daalt, registreert de arts de systolische druk als