29.1 kostenberekening
Voor elk product maak je een schatting van de verwachte of begrote
kosten: voorcalculatie.
Wanneer het product gereed is, is het belangrijk om de werkelijke kosten
te kennen. Daarvoor maken we een nacalculatie.
De voorcalculatie berust volledig op schattingen. Bij de nacalculatie
ontdekt de ondernemer welke schattingen verkeerd waren.
In de voorcalculatie berekenen we de kostprijs van het product. In plaats
van de ‘kostprijs’ spreken we soms van de ‘standaardkostprijs’. Deze term
geeft aan dat de kostprijs altijd alleen de toegestane of standaardkosten
bevat.
De standaardkostprijs is de som van de toegestane of standaardkosten
per product.
De standaardkosten zijn de kosten die de onderneming noodzakelijkerwijs
moet maken als de productie onder normale omstandigheden plaatsvindt.
Kostprijs = (totale constante standaardkosten : normale productie) +
(totale variabele standaardkosten : begrote productie)
Kostprijs = C : N + V : B.
Bekijk voorbeeld opgave 29.1 en 29.2
Om een uurtarief te berekenen, gebruiken we de dezelfde formule met de
hoeveelheden in uren: C : N + V : B.
Bekijk voorbeeld opgave 29.3.
Je kunt de constante kosten per product ook berekenen als een percentage
van de variabele kosten per product. Om de toegestane totale kosten te
berekenen leg je dan een opslag voor de dekking van de constante kosten
op (een deel van) de variabele kosten.
Bekijk voorbeeld opgave 29.4.
,Als we in de kostprijs de dekking voor de opslag van de constante kosten
berekenen als een percentage van de variabele kosten, stijgt deze opslag
als de prijzen van de variabele kosten hoger worden, terwijl de constante
kosten mogelijk niet of met een ander percentage toenemen.
Dit kun je voorkomen door de opslag te berekenen over bijvoorbeeld het
variabele materiaalverbruik in hoeveelheden of over het aantal variabele
manuren.
Bekijk voorbeeld opgave 29.5.
29.2, efficiencyresultaten
Er worden standaardnormen opgesteld voor de variabele kosten vast in de
voorcalculatie, dus voordat de betreffende periode is begonnen. Dit
controleer je na afloop van die periode of deze normen bij de productie
ook inderdaad zijn gehaald.
Deze controle vindt plaats in de nacalculatie. Er zijn bij variabele kosten
verschillende resultaten mogelijk: een resultaat omdat er meer of minder
verbruikt is.
- Van een productiemiddel is meer verbruikt dan toegestaan: het
efficiencyresultaat.
- Voor een productiemiddel is minder betaald dan toegestaan: het
prijsresultaat.
Bekijk voorbeeld 29.6.
Formule efficiencyresultaat: (sh-wh) x sp
Sh = de standaard- of toegestane hoeveelheid
Wh = de werkelijke hoeveelheid
Sp = de standaard- of toegestane prijs.
Sh is groter dan wh, is er sprake van een voordelig resultaat.
Is sh kleiner dan wh, is er sprake van een nadelig resultaat.
, 29.3, prijsresultaten
Formule prijsresultaat: (sp-wp) x wh
Sp = standaardprijs
Wp= werkelijke prijs
Wh = werkelijke hoeveelheid
Is sp groter dan wp, is er sprake van een voordelig resultaat.
Is sp kleiner dan wp is er sprake van een nadelig resultaat.
Een budget geeft aan welk bedrag mag worden besteed aan een
bepaalde zaak; het budget is dus gelijk aan de toegestane kosten. Het
budgetresultaat is het verschil tussen de toegestane kosten en de
werkelijke kosten. De toegestane kosten bepalen we in de voorcalculatie
en vind je terug in de (standaard)kostprijs. In de nacalculatie stellen we de
omvang van de werkelijke kosten vast.
Het is voor het management van belang het verschil tussen de toegestane
en de werkelijke kosten uit te splitsen. Het kan namelijk voorkomen dat de
werkelijke kosten vrijwel gelijk zijn aan de toegestane kosten, maar dat
een groot nadelig prijsresultaat gecompenseerd wordt door een voordelig
efficiencyresultaat. Door iets aan het prijsresultaat te doen, kunnen we de
kosten verminderen.
Een budget kan zowel worden toegekend aan een afdeling als aan een
bedrijfsonderdeel of zelfs aan een hele onderneming. In het laatste geval
spreek je van een masterbudget.
Bekijk voorbeeld opgave 29.7.