,Dit is de hele boeksamenvatting. Een paar sub-kopjes heb ik niet opgenomen, omdat ze nogal logisch zijn: ‘wat
is een groep?’ ‘wat is een leider?’ en inleidende praatjes, dat soort dingen. Niets dat op het tentamen komt, ik
heb precies aangegeven wat niet is meegenomen.
,
, Deel I – Introductie
1. Inleiding op gedrag in organisaties
1.1 Wat is gedrag in organisaties?
Snap je wel
1.2 Waarom gedrag in organisaties bestuderen?
Kennis van organisatiegedrag helpt managers om prestaties, samenwerking en welzijn te verbeteren. Het
maakt zichtbaar hoe gedrag ontstaat uit de wisselwerking tussen persoon, groep en organisatiecontext.
Belangrijke toepassingsgebieden zijn:
motivatie en prestaties;
leiderschap en samenwerking;
verandering en innovatie;
1.3 De rol van managers en medewerkers
Managers creëren voorwaarden waaronder medewerkers effectief kunnen functioneren. Medewerkers zijn
daarbij geen passieve uitvoerders, maar beïnvloeden zelf processen, relaties, cultuur en resultaten. De
manager richt zich onder meer op doelen, middelen, samenwerking en ontwikkeling, terwijl medewerkers
bijdragen via kennis, vaardigheden, motivatie en gedrag.
1.4 Management en organisatiegedrag
Management omvat het doelgericht coördineren van mensen en middelen om organisatiedoelen te realiseren.
Organisatiegedrag verklaart welke psychologische en sociale mechanismen deze coördinatie ondersteunen of
belemmeren.
is een groep?’ ‘wat is een leider?’ en inleidende praatjes, dat soort dingen. Niets dat op het tentamen komt, ik
heb precies aangegeven wat niet is meegenomen.
,
, Deel I – Introductie
1. Inleiding op gedrag in organisaties
1.1 Wat is gedrag in organisaties?
Snap je wel
1.2 Waarom gedrag in organisaties bestuderen?
Kennis van organisatiegedrag helpt managers om prestaties, samenwerking en welzijn te verbeteren. Het
maakt zichtbaar hoe gedrag ontstaat uit de wisselwerking tussen persoon, groep en organisatiecontext.
Belangrijke toepassingsgebieden zijn:
motivatie en prestaties;
leiderschap en samenwerking;
verandering en innovatie;
1.3 De rol van managers en medewerkers
Managers creëren voorwaarden waaronder medewerkers effectief kunnen functioneren. Medewerkers zijn
daarbij geen passieve uitvoerders, maar beïnvloeden zelf processen, relaties, cultuur en resultaten. De
manager richt zich onder meer op doelen, middelen, samenwerking en ontwikkeling, terwijl medewerkers
bijdragen via kennis, vaardigheden, motivatie en gedrag.
1.4 Management en organisatiegedrag
Management omvat het doelgericht coördineren van mensen en middelen om organisatiedoelen te realiseren.
Organisatiegedrag verklaart welke psychologische en sociale mechanismen deze coördinatie ondersteunen of
belemmeren.