BOUWMATERIALEN – MORTELS
Klassieke mortel = zand + bindmiddel + water
(+kalk voor smeuigheid)
TOEPASSINGEN:
• Metselen – voegen
• Egaliseren
• Pleisteren
• (Lijmen)
SOORTEN:
• Op basis van toepassing
• Metselmortesl
• Voegmortels
• Pleistermortels
• Op basis van bindmiddel:
• Kalkmortels
• Cementmortels
• Bastaardmortels
, METSELMORTEL:
• Aan elkaar hechten van bakstenen
• Verdelen van belastingen (wanneer er
een puntje uit de baksteen steekt gaat
daar alle druk op uitoefenen maar door
de mortel word het puntje afgebroken
en word zo is er minder spanning )
• Voldoende sterk zijn
• Goede verwerkbaarheid – hoeveelheid
water
• Korrelvorm en aard toeslagmateriaal (zand)
• Werkoppervlakte
• Eventuele hulpstoffen
(HYDRAULISCHE) METSELMORTEL:
• Grove granulaten
• Bindmiddelen
• (latent) Hydraulische bindmiddelen: hydraulische kalk, gips of
cementen
• (puzzolaan): reagerend met kalk
• Luchtverhardende bindmiddelen: luchtkalk
• Water
• Toevoegsels (verbetere smeuïgheid)
• hulpstoffen
LUCHTKALK
• = gebluste kalk of kalkhydraat
• Bindt water sterk aan zich => verbranden wordt nagenoeg onmogelijk
• Verhardt door opname van CO2 uit de lucht (traag!)
• Krimp is zeer beperkt
• Blijft lang plastisch kan beperkte zettingen opnemen
• Opletten voor vriesweer!
• Beduidend minder sterk dan cement
• Kalksteen ongebluste kalk gebluste kalk
Cement = gebluste kalk + Al-, Si- en Fe-oxiden