Hoofdstuk 10 — (On)eerlijkheid
Waarom bijna iedereen een beetje vals speelt — gebaseerd op de collegeslides bij
Een inleiding in de psychologie in 11 ¾ hoofdstukken (G. Storms)
★ Rood kader = zeer belangrijk: definities en kernbegrippen die je letterlijk moet kennen
■ Groen kader = experiment: opzet + resultaat + conclusie, uitgelegd om goed te begrijpen
Grijs kader = voorbeeld of illustratie ter verduidelijking (begrijpen, niet vanbuiten leren)
✎ Geel kader = examentip: hoe dit op het examen gevraagd wordt
1. Opening: de grote en de kleine valsspelers
VOORBEELD / ILLUSTRATIE
Vergruisde reputaties door vals spelen: Jean-Pierre Van Rossem (Ferrari/beurs), Richard
Nixon (Watergate), Lance Armstrong (doping — zijn Tourzeges werden geschrapt) en Bernie
Madoff (piramidefraude). Dit zijn de spectaculaire gevallen die het nieuws halen.
Maar ook 'gewone' mensen: onderzoek naar het kopieergedrag van professoren en
assistenten (elke kopie moest genoteerd worden) toont dat 17,5% van de kopieën helemaal
niet werd genoteerd en dat er in 40% van de gevallen te weinig werd genoteerd. De correlatie
tussen het aantal kopieën en het aantal te weinig genoteerde bedroeg r = 0,32. Opvallend: een
grote kopieeropdracht werd nóóit verzwegen — men speelt dus wel vals, maar alleen 'een
beetje'.
2. Het rationele model van criminaliteit (SMORC)
★ ZEER BELANGRIJK — KENNEN VOOR HET EXAMEN
SMORC — Simple Model of Rational Crime (Gary Becker): mensen wegen bij elke
gelegenheid rationeel af: (1) het voordeel van de misdaad, (2) de pakkans en (3) de
strafmaat. Wie wint bij die afweging, speelt vals; wie verliest, niet. Moraal speelt geen rol.
Voorspelling van SMORC: hoe kleiner de pakkans, hoe meer bedrog. De rest van dit
hoofdstuk toont dat dit model niet klopt: mensen bedriegen een klein beetje, ongeacht de
pakkans, zolang ze zichzelf nog als eerlijk kunnen zien.
, ■ EXPERIMENT — Ariely, Amir & Mazar — de matrixtaak met de papierversnipperaar
Opzet: proefpersonen krijgen een blad met 20 matrices; in elke matrix moeten ze de twee
getallen vinden die samen exact 10 vormen (bv. 6,41 + 3,59). Ze krijgen te weinig tijd om alles
op te lossen en worden per correct antwoord betaald. Conditie 1 (controle): het blad wordt
ingeleverd en nagekeken. Conditie 2 (versnipperaar): men rapporteert zelf het aantal juiste
antwoorden en vernietigt daarna het blad — bedrog is volstrekt onbetrapbaar.
Resultaat: controle gemiddeld 4 correct, versnipperaar gemiddeld 6. Dus: er wordt gelogen,
maar slechts een beetje — niemand claimt er 20.
Conclusie: het patroon is niet 'veel of niets' (zoals SMORC voorspelt), maar 'bijna iedereen
een beetje'. Over ± 30.000 proefpersonen waren er slechts 12 grote valsspelers, maar zo'n
18.000 kleine ('so-so') valsspelers — en die kleine bedriegers kosten de samenleving samen
véél meer dan de spectaculaire fraudeurs.
3. De fudge factor: een beetje liegen mag van onszelf
★ ZEER BELANGRIJK — KENNEN VOOR HET EXAMEN
Fudge factor-theorie: we willen twee dingen tegelijk — profiteren van bedrog én onszelf
blijven zien als een eerlijk mens. Daarom bedriegen we tot op de grens waarbij ons zelfbeeld
nog intact blijft.
Dit is een toepassing van cognitieve dissonantie: we zijn heel flexibel in het wegredeneren
van de spanning tussen 'ik ben eerlijk' en 'ik heb gelogen'.
VOORBEELD / ILLUSTRATIE
De visser (citaat uit de les): 'Ik heb ooit iemand gekend, een erg gewetensvolle kerel, die zich
voornam om nooit meer dan 25% te overdrijven wanneer hij vertelde hoeveel vissen hij
gevangen had. Wanneer ik veertig vissen gevangen heb, zei hij, dan zal ik zeggen dat ik er
vijftig gevangen heb. Maar ik lieg nooit meer dan die 25%, want liegen is zondig.' — de fudge
factor in één anekdote.
Kritische kanttekening bij de matrixtaak zelf
■ EXPERIMENT — 'Eerlijke fouten' in de matrixtaak — en een oneerlijke onderzoeker
Probleem: in de versnipperconditie kan de overrapportering ook door eerlijke vergissingen
komen (je denkt dat je het juist had). Om dat te scheiden werd een variant gemaakt waarin
controle mogelijk bleef.
Resultaat: waar zowel valsspelen als eerlijke fouten mogelijk waren: 40% overrapportering;
waar alleen eerlijke fouten mogelijk waren: 16%. Een aanzienlijk deel van het 'bedrog' is dus
zelfmisleiding, maar er blijft echt bedrog over.
De ironie: in de oorspronkelijke studie had de helft van de matrices helemaal geen correcte
oplossing — iets wat niet in het artikel vermeld werd. Niet bepaald 'eerlijk' van de
onderzoekers die oneerlijkheid bestuderen.