1. WETENSCHAPPELIJKHEID VAN DE PSYCHOLOGIE
DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie = wetenschappelijke studie van het gedrag + onderliggende mentale
processen
Heeft 4 belangrijke elementen:
1) Wetenschappelijkheid
2) Studie
3) Het gedrag
4) De mentale processen
3 CRITERIA’S VAN DE WETENSCHAP
1) Gegevens zijn objectief waarneembaar = iedereen komt tot dezelfde bevindingen
als ze dezelfde onderzoeksmethode gebruiken
BV: goede de temperatuur geeft 30 graden aan ipv het voelt hier warm aan
2) Er moet een systematische observatie zijn = methode van de observatie moet op
voorhand vastliggen
BV: wetenschapper onderzoekt elke 10 min ipv “het leek dit resultaat te zijn”
3) Uitspraak moet 1duidig zijn = vastgestelde feiten moeten uitgelegd worden
BV: proefpersoon liep in 10 min 100m ipv proefpersoon liep snel (wat is snel voor jou?)
5 WETENSCHAPPELIJKE METHODES
1) Een hypothese ontwikkelen
Hypothese = vooronderstelling over hoe 1/ meerdere factoren zich tegenover
elkaar verhouden
Een verband formuleren dat je vermoedt tussen variabelen
BV: hoe vaker de studenten bijwonen (factor 1) hoe hoger hun slaagkans (factor 2)
2) Verband onderzoeken in een gecontroleerd experiment
Afhankelijke variabelen = is de uitkomst van het onderzoek
Bv: aantal geslaagden van elke groep nadat ze de lessen volgen
Onafhankelijke variabelen = waar je mee kan wisselen (groep verdelen in 2 die
je kan manipuleren)
BV: ik deel de studentengroep in naargelang het aantal lessen ze volgen (tussen 1 en 5 lessen volgen)
Variabelen = feiten die afhankelijk zijn van aantal condities
, 3) Onderzoeksresultaten verzamelen op een objectieve manier
BV: om objectief te zijn laat ik het studentensecretariaat aanduiden welke studenten aanwezig waren wat die heeft
geen belang bij het beïnvloeden van de gegevens + kan duidelijk waarnemen wie er binnenkomt
4) Analyse schrijven van gegevens
Bevestigen of spreken de verzamelde data de hypothese tegen?
BV: er wordt berekend hoeveel studenten van elke groep geslaagd zal zijn. de statische analyse zal dan uitwijzen
of mijn hypothese bevestigd is.
5) Bekendmaken en bediscussiëren van resultaten
- Representatief = is de groep die meedoet aan het onderzoek wel een goede
vertegenwoordiging?
BV: zit in groep A evenveel jongens als bij groep B?
- Significantie = beïnvloed de onafhankelijke variabele de afhankelijke wel genoeg?
BV: in groep A is er maar 1 persoon meer dan in groep B dat geslaagd is. Dit is dus een klein verschil om
significant te zijn
- Betrouwbaar: kom je op dezelfde resultaten als je dezelfde onderzoek later nog eens
onderzoekt?
BV: krijg ik dezelfde resultaten in groep B als ik deze volgend jaar opnieuw onderzoek?
- Validiteit = zijn de begrippen goed vertaald + wel echt gemeten?
BV: bijwonen is het begrip als de student aanwezig was in de les, heeft die de les dan wel bijgewoond? Heb je de
les ook bijgewoond als je een tijdschrift zat te lezen?
Positieve correlatie: als 1 variabele stijgt dan stijgt de andere
Negatieve correlatie: als 1 variabele stijgt dan daalt de andere
DOELSTELLINGEN VAN PSYCHOLOGIE
= Niet elke psycholoog handelt steeds hetzelfde want een psycholoog die een gesprek heeft
met een student gaat geen experiment uitvoeren. Deze heeft dus een ander doel dan de
theoretische psychologie.
Theoretische psychologie VS toegepaste psychologie
Theoretische psychologie
- Werkwijze is belangrijk
- Moet algemene uitspraken/ wetmatigheden over gedragingen formuleren
3 doelstellingen:
, 1) Beschrijven = eerst fenomenen omschrijven voor het vragen kan antwoorden
2) Verklaren = oorzaken van verschijnselen opzoeken
3) Voorspellen = als hij de oorzaken kent, weet hij dat de gevolgen kunnen herhalen
want iedereen is uniek
Toegepaste psychologie
- Men wil het gedrag beïnvloeden
- Gaat op kritische wijze kennis nemen met theorie + daarna toepassen op kritische
wijze
DEFINITIE VAN GEDRAG
Gedrag = zinvolle reactie op een zinvolle stimulus
VERSCHIL BETEKENISLOZE / ZINVOLLE STIMULUS + REACTIE
Stimulus (betekenisloze/zinvol):
Persoon heeft een betekenis gegeven aan de stimulus
VB:
- Er is veel wind (betekenisloos)
- Ik vind wind onaangenaam (betekenisvol)
Reacties (fysiologisch/zinvol):
VB:
- Ik krijg kippenvel door wind (fysiologische reactie)
- Ik wandel weg naar een plek waar geen wind is (zinvolle reactie)
VERSCHIL OBJECTIEF WAARNEEMBAAR / INTERPRETATIE
- Objectief waarneembaar = dingen die je kunt zien of meten
Stimulus + fysiologische reactie
BV: iemand die trilt
- Interpretatie = wat je denkt dat die waarneming betekent
BV: ze trilt omdat ze stress heeft
We gaan vaak sneller interpreteren dan dat we weten wat er echt is, dus door te
achterhalen waarom je iets interpreteert, weet je meer.
Orthopedagogen leren bewust eerst te observeren zonder te oordelen en pas daarna te
interpreteren
, WAT ZIJN INTERNE PROCESSEN?
Interne processen = mentale + fysiologische gebeurtenissen die binnen een
persoon gebeuren
Ze bepalen hoe stimulus (situatie) wordt ervaren + hoe er op gereageerd wordt
we kunnen ze niet direct waarnemen
BV: je ziet iemand boos kijken maar zijn gevoelens, gedachten, lichamelijke reacties kan je niet weten
Waarom belangrijk?
- Maken stimulus betekenisvol
- Sturen het gedrag en reacties van een persoon
Probleem meetbaarheid:
Omdat interne processen niet direct zichtbaar zijn, is het moeilijk ze wetenschappelijk te
onderzoeken BV depressie is iets dat je lastig kan vaststellen
- Is iemand depressief omdat die het zegt? Kan een arts een diagnose stellen? …
Omdat het zo moeilijk is om zeker te zijn is er een validiteitsvraag
Validiteit = meet je echt wat je wil meten?
Conclusie = omdat interne processen dus moeilijk meetbaar zijn, moeten ze vaak herhaald
en uit verschillende hoeken onderzocht worden
WANNEER IS IETS “WAAR”?
= In de psychologie kan je bijna nooit met 100% zekerheid iets bewijzen want een onderzoek
geeft conclusies maar geen echte waarheden
Het is dus belangrijk dat er veel verschillende onderzoekers van overal hetzelfde
opnieuw bestuderen
Als deze resultaten dan in dezelfde richting wijzen, dan is het convergerende
evidentie
Convergerende evidentie = hoe meer onderzoeken hetzelfde resultaten hebben,
hoe dichter we bij de waarheid komen
- Einstein conclusie is de plaats waar we het denken moe zijn
(conclusie is nooit het eindpunt, we moeten altijd blijven onderzoeken)
Er is dus een verschil tussen mensenkennis en psychologie
- Mensenkennis = wat je op gevoel en ervaringen weet over mensen
- Psychologie = wat je wetenschappelijk onderzoekt en test