Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting International Relations Theory | UGent

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Samenvatting vak 'International Relations Theory'. Het omvat alle hoofdstukken, buiten liberalisme en postkolonialisme want deze worden niet bevraagd op het examen. Het bevat wel de hoofdstukken die niet in de cursus staan, maar wel in de lessen voorkomen: Latijns-Amerikaans marxisme en poststructuralisme. Deze samenvatting geeft een mooi overzicht van alle theorieën die je moet kennen. Het is niet uitgebreid, maar het is duidelijk. Neem er wel zeker de slides (& eventueel cursus) nog bij!!

Content preview

BUILDING BLOCKS
THREE IMAGES MODEL (WALTZ)

- 1st image: aard van de mens
o Slecht van aard → kan door reden evolueren (weinig verklarende waarde)
o Toevoeging: individu → diversiteit onder individuele karakters
- 2nd image: de staat
o De aard, macht en belangen van staten
o Variëren door hun geschiedenis, sociologie en cultuur
o Strategische cultuur ontwikkeld
- 3d image: internationaal systeem

SOORTEN MACHT

Compulsory power = A dwingt B iets te doen wat B anders niet zou doen

- Bv. militaire interventies
- Realisten

Institutional power = macht via regels, procedures en instituties. A dwingt B niet rechtstreeks, maar
instellingen creëren een machtsasymmetrie

- Bv. bij stemming mbt tot Wereldbank heeft de VS de facto veto

Structural power = macht die voortkomt uit de positie van actoren in een sociale of economische
structuur → de structuur bepaalt wie actoren zijn en wat ze kunnen

- Bv. werkgever-werknemer relatie
- Marxisten en kritische theorieën

Productive/discursive power = macht die werkt via discoursen, kennis, normen en betekenisgeving → A
oefent macht uit door te bepalen wat B kan zijn, kan willen en kan doen

- Bv. mensenrechten-discours bepaalt wat als schending geldt
- Constructivisten en poststructuralisten

Hard power = A laat B iets doen obv een kosten-batenanalyse, onder druk van dreiging of beloning

- Hard power = dwang

Soft power = A verandert B’s voorkeuren, overtuigingen of belangen door aantrekkingskracht, overtuiging
of culturele/ideologische invloed

- Soft power = aantrekkingskracht

Sharp power = tactieken waarmee staten rechtstreeks ingrijpen in politieke en maatschappelijk
processen van andere landen → richt zich vaak op het beïnvloeden van ideeën, percepties en publieke
opinie, maar het wordt doorgaans geassocieerd met intransparante, onwettige of illegitieme methoden

- Sharp power = manipulatie van de informatie-omgeving




Pagina 1 van 36

,REALISME
- Macht
- Belangen
- Veiligheidsdilemma
- Machtsevenwicht
- Internationaal systeem = anarchisch
o Staten streven voortdurend naar veiligheid en machtsbehoud
o Binnen staat: orde en dominantie
▪ Autoriteit die regels en wetten oplegt die burgers moeten gehoorzamen
o Tussen staten: anarchie en conflict
▪ Geen autoriteit boven staten, staten zijn soeverein en moeten zelf hun veiligheid
garanderen
▪ Staten kunnen elkaar niet vertrouwen dus conflict is altijd mogelijk
▪ Internationale organisaties kunnen geen echte autoriteit uitoefenen en
internationaal recht werkt alleen als machtige staten het willen
▪ Moraal speelt geen beslissende rol




KLASSIEK REALISME (MORGENTHAU)

- Politiek in termen van macht
- Politiek als onderscheid tussen vriend en vijand

6 principes van politiek realisme

- Politiek wordt bepaald door objectieve wetten
o Wetten komen voort uit menselijke natuur, daarom is machtspolitiek onvermijdelijk
o Mensen willen macht → staten willen macht → politiek = machtsstrijd
- Belang gedefinieerd als macht
o Het nastreven van macht is voor staten belangrijker dan ideologie of morele
overtuigingen
- Staten handelen vanuit belangen
o Het streven naar macht is universeel, maar de concrete inhoud verschilt historisch en
cultureel
- Spanningsveld tussen moraal en politiek
o Staten moeten gevolgen van hun daden evalueren
o Moeten rekening houden met beschikbare middelen en machtsverhoudingen
- Geen universele autoriteit
- Politiek realisme als autonome benadering




Pagina 2 van 36

,NEOREALISME

DEFENSIEF REALISME (WALTZ)

Internationale systeem

- Staten streven naar macht door de structuur van het internationale systeem
o ↔ Morgenthau: menselijke natuur
- Anarchie
o Dwingt staten om macht na te streven
o Hun interne kenmerken doen er theoretisch niet toe
- Elke staat moet instaan voor eigen overleving en veiligheid (via selfhelp)
o Alle staten in het internationale systeem vervullen dezelfde basisfunctie: overleven
→ maakt staten functioneel gelijk
- Macht is het enige element dat staten van elkaar onderscheidt (polariteit)

Veiligheidsdilemma = wanneer een staat haar veiligheid probeert te vergroten, voelen andere staten zich
bedreigt en reageren zij met eigen bewapening
→ actie-reactiemechanisme die uiteindelijk de algemene onveiligheid verhoogt

- Duurzame samenwerking is zeer moeilijk
o Hoogstens tijdelijke allianties tegen gemeenschappelijke vijand
o Structuur wordt bepaald door machtsverhoudingen, niet door specifieke
samenwerkingsverbanden
- Door dit systeem van wederzijdse machtsopbouw neigt het systeem naar een relatief
evenwichtige machtsverdeling tussen grootmachten: machtsevenwicht

Defensief realisme = staten streven naar veiligheid, en macht is slechts middel om dat doel te bereiken

- Agressie loont meestal niet → defensie voordeel op offensief
- Staten streven naar voldoende macht om het evenwicht te behouden of te bereiken, maar
vermijden overdreven machtsopbouw
o Te veel macht kan tegenreacties uitlokken

OFFENSIEF REALISME (MAERSHEIMER)

Offensief realisme = grootmachten streven naar maximale macht en regionale hegemonie
→ geen enkele staat kan ooit zeker zijn van de intenties van andere staten, dus is het rationeel om steeds
meer macht te accumuleren

- Internationale systeem is anarchisch
- Alle grootmachten beschikken over offensieve militaire capaciteiten → altijd potentiële
bedreiging voor elkaar
- Staten zijn nooit zeker van de intenties van andere staten
o Zelfs wanneer een staat vreedzame bedoelingen lijkt te hebben, kunnen die snel
veranderen
o Permanente onzekerheid → diepere mate van wantrouwen
- Overleven is het primaire doel → via machtsmaximalisatie want alleen duidelijke militaire
superioriteit biedt echte veiligheid
- Aanvallers hebben vaak succes
- Grootmachten zijn rationele actoren



Pagina 3 van 36

, Regionale en globale hegemonie

- Grootmachten streven ernaar regionale hegemonen te worden → beste garantie op veiligheid
- Door onderlinge drang naar regionale hegemonie ontstaat het machtsevenwicht
o Staten willen voorkomen dat 1 grootmacht volledige dominantie verwerft
o Bereiken van hegemonie is uiterst moeilijk
- Globale hegemonie is onmogelijk
o Landmacht is doorslaggevende vorm van militaire macht en hegemonie wordt gevestigd
via controle over landterritorium
o Stopping waters = geografische barrières die expansie over zee beperken

VEILIGHEIDSDILEMMA

= wanneer 1 staat haar veiligheid probeert te vergroten, voelen andere staten zich minder veilig en nemen
zij tegenmaatregelen
→ komt doordat er geen centrale autoriteit is die veiligheid garandeert
→ wantrouwen is een structureel kenmerk van internationale relaties

Offensief heeft voordeel Defensief heeft voordeel
Offensief en defensief niet Dubbel gevaarlijk World 2
duidelijk te onderscheiden - Zeer instabiele situatie - Security dilemma
- Wapenwedloop bestaat, maar minder
- Staten zijn geneigd om gevaarlijk omdat
preventief aan te vallen defensie voordeel heeft
(offensieve realisten - Staten kunnen
akkoorden sluiten
Defensieve realisten
Onderscheid is duidelijk World 3 Dubbel stabiel
- Geen security dilemma - Geen security dilemma
door duidelijk - Geen voordeel uit
onderscheid aanval
- Agressie kan wel blijven
bestaan
2 mogelijke interpretaties

- Spiral model (carrot)
o Acties van staten om zichzelf te beschermen worden door de ander gezien als
bedreigend waardoor de ander ook gaat bewapenen → escalatiespiraal
o Beide partijen interpreteren elkaar defensieve acties als offensief → resultaat:
wapenwedloop, misverstanden, toenemende vijandigheid
o Belang van: toenadering zoeken, goodwill tonen, deals maken en vertrouwen opbouwen
▪ Jij toont zwakte = goed voor vertrouwen
▪ Jij toont kracht = escalatie
- Detterence model (stok)
o Als je niet reageert op bewapening, beschouwt de andere staat je als zwak en zal hij
misbruik maken van je terughoudendheid
o Je moet duidelijk en hard optreden om af te schrikken
o Belang van: bewapenen, vastberadenheid tonen, red lines stellen, bereid zijn kracht te
gebruiken
▪ Jij toont zwakte = uitnodiging tot misbruik
▪ Jij toont kracht = stabiliteit



Pagina 4 van 36

Document information

Study
Uploaded on
August 22, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.26

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions