Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 60 pages
Resume

Samenvatting Neurofysiologie Taal & Spraak | KU Leuven | 2023/24

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 60 pages

Samenvatting Neurofysiologie taal & spraak (gegeven door Prof. R. Vandenberghe) in de Bachelor Logopedische en Audiologische Wetenschappen aan KU Leuven. Het document is gebaseerd op de slides en notities uit de lessen. Ik heb voor het examen enkel deze samenvatting geleerd en dit heeft mij een 14/20 bezorgd. Dit is een zeer bruikbaar studiemateriaal met heldere structuur en specifieke experimenten, perfect voor beter begrip van de neurobiologische onderliggende mechanismen van taal.

Aperçu du contenu

Neurofysiologie van de taal en de spraak
Rik Vandenberghe – 2023-2024

PAGINA’S IN HANDBOEK EN KEMMEROR NOG BEKIJKEN

Inhoud
H1: Inleiding............................................................................................................................................. 3
1 Electrofysiologische methodes ......................................................................................................... 3
2 Haemodynamische methodes .......................................................................................................... 6
3. Letselmethode bij patiënten ......................................................................................................... 11
H2: Spraakperceptie .............................................................................................................................. 14
1 Uitdagingen bij spraakperceptie ................................................................................................... 14
2 Akoestisch afferenten en primaire auditieve cortex ..................................................................... 14
3 Experimenten: bilaterale organisatie ............................................................................................. 16
4 Asymmetric sampling in time theorie…………………………………………………………………………………………19
5 Categorische perceptie van fonemen ........................................................................................... 20
6 Intelligibility of speech ................................................................................................................... 23
7 Electrocorticografie ........................................................................................................................ 24
8 Cohorte model................................................................................................................................ 25
9 N400 effect ..................................................................................................................................... 26
H3 Spraakproductie ............................................................................................................................... 28
1 De ‘challenge’ van spraakproductie ............................................................................................... 28
2 Rol van linker gyrus frontalis inferior bij confrontatiebenoeming ................................................. 28
3 Rol van linker gyrus temporalis medius bij confrontatiebenoeming ............................................. 29
4 Besluit............................................................................................................................................. 38
H4 Semantische verwerking .................................................................................................................. 39
1 Model DeLeon ................................................................................................................................ 39
2 Dell’s interactive stages model....................................................................................................... 40
3 Semantisch geheugen .................................................................................................................... 40
4 Dubbele dissociaties en de organisatie van het semantisch systeem ........................................... 41
5 Attribuutspecificiteit....................................................................................................................... 45
6 Het associatief-semantisch systeem: amodale gebieden en inputmodaliteitsafhankelijke
gebieden ............................................................................................................................................ 46
7 Samenvatting .................................................................................................................................. 48
H5 Visuele verwerking van woorden: het visueel systeem ................................................................... 49
1 Inleiding .......................................................................................................................................... 49
2 ‘What’ en ‘where’ pathway ............................................................................................................ 50
1

, 3 Het dual-route model van het lezen .............................................................................................. 51
4. The visual word form area............................................................................................................. 51
5 Modaliteitsspecifieke taalstoornis: alexie zonder agrafie = pure alexie ........................................ 54
6 Lezen via tactiele input (Braille) ..................................................................................................... 56
H6 Grammaticale verwerking ................................................................................................................ 57
1 Syntactische bewerkingen .............................................................................................................. 57
2 Dubbele dissociaties tussen werkwoorden en substantieven ................................................. 59
3 Zinnen versus niet-zinnen ........................................................................................................ 59
4 Besluit ....................................................................................................................................... 60




2

,H1: Inleiding
1 Electrofysiologische methodes

3 Bronnen van info: Elektronische methode, hemodynamische methode & letselstudies

1.1 Principe: (~niet op examen, maar wel goed om erbij stil te staan)

> Massa-effect: sommige klassen van neuronen functioneren als elektrische dipool. Als polarisatie
verandert, verandert dipoolmoment.

ECHTER: Alleen voor neuronen met dezelfde oriëntatie aan het oppervlakte, loodrecht op het
oppervlakte = piramidale neuronen. (~DUS: niet zomaar op alle neuronen in hersenen)

> Sommatie: als groep van neuronen met dezelfde oriëntatie gepolariseerd of gedepolariseerd
wordt, creëert de gesommeerde elektrische dipool een elektromagnetisch veld (open veld)

> Wordt gemeten op de schedel (~meestal adhv elektroden)

> De elektrische component van dit veld wordt gemeten met EEG en magnetische component met
MEG

> Hoge tijdsresolutie (~kan snelle veranderingen meten)

1.2 EEG = elektro-encefalografie

= Meting van elektrische activiteit in hersenen

• Meten maar bepaalde groepen van neuronen met dezelfde oriëntatie (neuronen die allemaal
gelijk gealigneerd zijn) => bvb piramidale neuronen op scalp zijn mooi gealigneerd
• Klein signaal: 5 – 10 fT

Geëvoceerde potentialen: EXAMEN

> Meting van elektrische activiteit t.o.v. bepaald tijdstip. Tijdstip stemt overeen met optreden van
een bepaalde experimentele gebeurtenis (= event) (~een stimulus)

> Experimentele gebeurtenis: Visueel, auditief, somatosensorieel,
cognitief

> bij opname van veel events kan elektrische activiteit eruit gehaald
worden

> summeren van responsen is noodzakelijk om kleine fractie vh signaal
te weerhouden die systematisch een bepaalde tijd heeft tov de stimulus

> Geëvokeerd = opgewekt

> Tijdsfactor essentieel!

DOEL: Veel trials aanbieden & bij elk van deze events EEG meten, om de
elektrische hersenactiviteit die in de tijd NIET met het event gekoppeld
is, eruit te filteren.

IMMERS: heel wat bronnen dragen bij aan elektrische activiteit die we meten (~dus niet enkel
activiteit door events)

RESULTAAT: Curve die slechts een fractie is van totale gegenereerde signaal.

AFBEELDING:

3

, • Reeks van stimuli (X’s en O’s) aanbieden. O is laagfrequent in aanbod, X is hoogfreqent.
• Nagaan wat het signaal is dat opgewekt wordt door X, en wat door O.
• DUS: Onderzoeken hoe elektrische activiteit verandert wanneer minder frequente stimuli
verschijnt tussen frequentere stimuli
• P300-effect:
o Na 400ms sterk antwoord bij lage frequenties
o Signaal is sterkste in pariëtale elektroden

• EXAMENVRAAG: Waarom moet men middelen bij evoqueerde Potentialen?
o Om variantie van elke meting beter te schatten, dan hou je enkel dat stuk over dat in
de tijd op dezelfde manier veranderd, alles wegnemen dat geen tijdsverband heeft
met meting
o Alle activiteit middelen over de events
o Als je rustactiviteit middelt over die tijdsstippen wordt die variatie opgehoffen omdat
die schommelt rond positief, negatief

• Positieve signaal na 300ms gekend als het “P3OO effect”, parietaal: treed op bij afwijkende
gebeurtenis

“Scalp EEG” (~op schedel gemeten)




Beperkingen geëvokeerde potentialen

• Meet enkel neuronen die dezelfde oriëntatie hebben en synchroon geactiveerd worden
• Elektrisch veld vermindert met kwadraat van de afstand
o Hoe dieper, hoe minder het elektrisch veld is.
• Lage anatomische/spatiale resolutie: meet maar bepaalde soorten neuronen, anderen ligen
te diep
o Hoe meer elektroden hoe beter de resolutie
• EEG eerder gebruik om te onderzoeken hoe snel processen zich afspelen ipv waar processen
zich afspelen
• Het scalp EEG heeft een veel lagere amplitude en tijdsresolutie doordat de schedel weinig
doorgankelijk is voor het elektrisch signaal (cortex bestaat uit 6 lamina’s/ lagen




1.3 MEG = magneto-encefalografie

= Meting van magnetisch veld gegenereerd door neuronen in de sleuven vd hersenen (=sulci)
4

Infos sur le Document

Cours
Publié le
22 août 2026
Nombre de pages
60
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
$9.16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
13
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions