Hoofdstuk 3: Taal en normen
3.1 Taalnormen
Normen:
- = instructie over hoe je je moet gedragen, gaat gepaard met mogelijke schending van die norm en
haar sancties
- = wat normaal is, wat gebruikelijk is, wat de meeste mensen doen
- Veranderen in de loop van de geschiedenis
- Zijn groepsbepalend: duidelijk maken tot welke groep je behoort door bepaalde normen wel/ niet
te respecteren
- Welke mate van impact hebben ze op ons persoonlijk leven
Pragmatisch omgaan met normen + deze gewoon accepteren
Normen maken deel uit van je persoonlijkheid + veel emotioneler betrokken worden bij die
normen (als iemand een norm schendt, kan je gekwetst raken)
Taalnormen:
- IDEAAL:
Er moet eenheid zijn in taal (gelijkenissen beklemtonen)
Taaladviseur = persoon die taaladvies geeft, die de norm respecteert
Prescriptief
- REALITEIT:
Er moet variatie zijn in taal (verschillen beklemtonen)
Taalkundige = persoon die beschrijft hoe de taal in elkaar zit, die niet zo zeer geïnteresseerd is
in de norm
Descriptief
- Verschillende categorieën: welk fenomeen gebruiken om taalnormen te verklaren?
1. Historische normen > ideaal x eenheid
= oordelen over wat goed en fout is door te kijken naar hoe het vroeger was
Bvb: hen/hun
vroeger: naamvallen: hen bij voorzetsel, hun zonder voorzetsel
2. Logische norm > realiteit x variatie
= logisch nadenken
Bvb: een aantal mensen denkt/denken
nominale constituent: pv enkelvoud of meervoud?
een aantal = enkelvoud, dus pv ook enkelvoud: een aantal mensen denkt dat…
mensen is belangrijkste deel van de woordgroep, mensen = meervoud, dus pv
ook meervoud: een aantal mensen denken dat…
3. Zuiverheidsnorm > ideaal x eenheid
= fouten die te wijten zijn aan het ontlenen van vreemde woorden uit andere talen
- Gallicisme
- Anglicisme
- Germanisme
Laat ons gewoon onze eigen woorden gebruiken, verzet tegen leenwoorden
4. Esthetische norm > realiteit x variatie
= als je het mooi vindt klinken, is het goed en als je het niet mooi vindt klinken, is het slecht
5. Autoriteitsnorm
= gezag toekennen aan externe bronnen, het oordeel over goed of fout laten afhangen van
die externe bron
, Bvb: Het Groene Boekje of de Van Dale
MAAR: taal evolueert, externe bronnen niet altijd 100% up-to-date
6. Statistische norm
= als de meerderheid van de mens een bepaalde vorm gebruiken, is dat de juiste vorm
7. Effectnorm
= als je met een taalvorm het juiste effect bereikt in een communicatieve situatie, is het goed
(vanuit perspectief van perlocutie, illocutie etc)
- Groot verschil afhankelijk de taalmodule waarover je praat wat betreft de interactie met de norm
Groot verschil tussen spelling en grammatica:
spelling ligt vast, geen variatiemogelijkheid
grammatica kan lichtjes verschillen bvb per land, wel variatiemogelijkheid
3.2 Het Nederlands in Vlaanderen
1. Historisch perspectief op de standaardtaal
Nederland Vlaanderen
Geschiedenis: gigantische culturele, economische bloei in Vlaanderen; Antwerpen is gigantisch
centrum van economie, politiek en cultuur
1570: dreiging vd Spaanse inval
Antwerpenaren vluchten nr Nederland om te vluchten voor Spaanse bezetting
gevolg: in Nederland: gigantische toevloed van Vlamingen en hun kapitaal zorgt voor succes
en bloei in Vlaanderen: bezetting door Spaanse en Franse troepen dus ook Nederlandse
taal in Vlaanderen onderdrukt
In Nederland: ontstaan van Nederlandse standaardtaal: gaat heel goed op economisch,
cultureel en politiek vlak > zorgt voor eenheid, succes, dynamiek > zorgt voor streven nr
uniforme standaardtaal in Vlaanderen: elite nog Franstalig tot een eeuw na Nederlandse
standaardtaal in Nederland => die strijdt tegen de Franse taal = Vlaamse Beweging
binnen Vlaamse Beweging 2 visies: mensen met Nederlandse gedachte (Vlaanderen en
Nederland vormen 1 eenheid, 1 land) willen standaardtaal in Vlaanderen model geven nr dat
van Nederland particularistische strekking (opkomen voor een Vlaamse variant, niks
aantrekken van Nederlandse taal) => versnippering binnen Vlaamse Beweging tussen beide
visies
Nederlandse ideaalunie: Nederlands en Vlaanderen zijn 1 taalunie, we moeten proberen die zo
goed mogelijk op elkaar af te stemmen
is gecreëerd en gefinancierd door de politiek in Vlaanderen en Nederland
taalunie is verantwoordelijk voor:
- Spelling vh Groene Boekje (dus bij nieuwe editie Groene Boekje, zowel toestemming
nodig van Vlaanderen als Nederland)
- ANS (Algemene Nederlands Spraakkunst): wijzen op eenheid vh Nederlands op vlak van
morfologie en syntaxis
- Vertaalbeurzen voor boeken van zowel Nederlandstalige auteurs als anderstalige
auteurs
- Neerlandistiek extra muros: de Nederlandse taal buiten de muren van Vlaanderen en
Nederland (en Suriname) => Nederlands wordt ook op veel andere plaatsen in de wereld
gedoceerd.
2. Variatie binnen het Nederlands in Vlaanderen
Tussentaal = wat de meeste mensen praten
- Variant vh Nederlands met heel duidelijke en specifieke kenmerken
- Wel wat variatie in de tussentaal zelf, maar een aantal fenomenen zijn altijd hetzelfde
- Verschillende soorten aanpassingen:
Fonologisch (deletie slotconsonant: “da” ipv “dat”)