Week 1
Soevereiniteit betekent dat een staat het hoogste gezag heeft over zijn eigen
grondgebied en bevolking, zonder dat een hogere macht daarboven staat.
Dit begrip heeft twee dimensies:
1. Interne soevereiniteit
Dit gaat over het gezag binnen de staat zelf.
De overheid heeft het recht om:
- wetten te maken
- regels te handhaven
- beslissingen te nemen zonder inmenging van binnenlandse groepen
2. Externe soevereiniteit
Dit gaat over de onafhankelijkheid van een staat ten opzichte van andere staten.
Een land:
- bepaalt zijn eigen buitenlandse beleid
- sluit zelf verdragen
- wordt niet overheerst door andere landen
VN Veiligheidsraad (art. 23 e.v. VN-Handvest)
- Primaire verantwoordelijkheid voor de handhaving van internationale vrede
en veiligheid
- Resoluties (beslissingen): van sancties tot militaire acties
- Bindend voor alle lidstaten van de VN: art 25 en 48 VN-Handvest
- 15 leden, waarvan 5 permanent (VS, VK, Frankrijk, Rusland en China)
veto recht
Eenieder verbindende bepaling = een regel uit een internationaal verdrag of
Europees besluit die zó duidelijk is dat burgers er rechtstreeks rechten aan
kunnen ontlenen of plichten door krijgen, zonder dat de nationale overheid de
wet eerst hoeft aan te passen.
De internationale rechtsorde is het geheel van wereldwijde regels, verdragen,
instituten en afspraken die de relaties tussen landen, internationale organisaties
en burgers in goede banen leiden. Het doel is het waarborgen van internationale
vrede, veiligheid en rechtvaardigheid
Monisme: het internationaal recht is automatisch deel van de nationale
rechtsorde. Omzetting van internationaal recht naar nationaal niveau via een
speciale wet is dan niet nodig. NL = gematigd monistisch (93 en 94 Gw).
Dualisme: het internationaal recht moet worden omgezet of getransformeerd
naar nationaal recht via een aparte wet.
Rechtssubject: zelfstandige drager van rechten en plichten
3 criteria staat:
1. Territoir of grondgebied;
2. Bevolking;
3. Een regering oefent effectief het hoogste gezag uit: soevereiniteit.
, 4. Erkenning (telt niet echt mee) de facto = stilzwijgend de iure =
uitdrukkelijk
Ius soli (territorialiteitsbeginsel) en ius sanguinis (afstammelingsbeginsel) zijn de
twee fundamentele juridische beginselen voor het verkrijgen van nationaliteit bij
geboorte. Ius soli kent nationaliteit toe op basis van geboorteplaats, terwijl ius
sanguinis bepaalt dat de nationaliteit van de ouders bepalend is, ongeacht de
geboorteplaats.
Totstandkoming staat
- Samenvoeging (2 of meer bestaande staten zich samenvoegen)
- Afscheiding (Een deel van een bestaande staat maakt zich los en vormt
een nieuwe, onafhankelijke staat. De oorspronkelijke staat blijft in dit geval
meestal voortbestaan bijv. Soedan en Zuid-Soedan).
- Ontbinding (Een bestaande staat houdt op te bestaan en valt uiteen in
twee of meer nieuwe staten. De oorspronkelijke staat verdwijnt. Bijv.: het
uiteenvallen van Joegoslavië of de Sovjet-Unie).
Non-gouvernementele organisatie = niet opgericht door overheden
Intergouvernementele organisatie = tussen regering/overheden
Wanneer internationale organisaties besluiten nemen op intergouvernementele
basis, wil dat zeggen dat de besluiten op basis van unanimiteit worden genomen.
Internationale organisaties kunnen staten dan niet tegen hun wil binden aan een
besluit.
Een supranationale organisatie: is een internationaal samenwerkingsverband
waaraan lidstaten een deel van hun soevereiniteit overdragen. Deze organisaties
staan boven nationale regeringen en kunnen bindende besluiten en wetten
opleggen, ook als een land tegenstemt. Het bekendste voorbeeld is de Europese
Unie (EU).
Gewoonterecht
Het internationaal gewoonterecht volgt uit wat staten belangrijk vinden op het
moment dat de regel ontstaat:
2 elementen:
1. Statenpraktijk (materieel - diuturnus usus):
Dit houdt in dat een bepaalde gedragslijn gedurende een zekere periode
consistent en wijdverbreid wordt gevolgd door de lidstaten. Het moet gaan
om een feitelijke, waarneembare praktijk, zoals verklaringen, wetgeving of
uitspraken van rechters.
2. Rechtsovertuiging (opinio juris sive necessitatis/ opinio iuris):
Dit betekent dat de staten de praktijk volgen uit een gevoel van juridische
verplichting; ze geloven dat ze wettelijk gebonden zijn om zich zo te
gedragen. Zonder deze overtuiging is er slechts sprake van een gewoonte,
maar niet van rechtsgewoonte.
Pacta sunt servanda: afspraken moeten worden nagekomen (goede trouw) zie 26
en 27 WVV.
Ratificatie: Officiële bekrachtiging van een verdrag
Soorten verdragen: