Les 1
Bij een intergouvernementele samenwerking wordt een organisatie opgericht die
alleen activiteiten kan ontwikkelen wanneer alle aangesloten landen daarmee
akkoord gaan. Landen kunnen dus nooit worden gedwongen mee te doen aan de
activiteiten van een dergelijke organisatie. Deze vorm van samenwerken komt
veel voor. Voorbeelden zijn Verenigde Naties (VN), de World Trade Organisation
(WTO), de Noord- Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en de Organisation for
Economic Co-operation en Development (OEGD)
Suprationale samenwerking is veel minder vrijblijvend. Hierbij wordt een
organisatie opgericht die – in beperkte mate – bevoegdheden van de
samenwerkende staten over neemt. Bij oprichting van de EGKS werd deze vorm
van samenwerking voor het eerst in de geschiedenis toegepast. Thans bestaat er
nog steeds suprationale samenwerking binnen de EU, zoals bijvoorbeeld op het
gebied van douanerechten (=invoer- en uitvoertarieven) Wijziging van
douanerechten kan plaatsvinden zonder toestemming van de lidstaten. Het
Verenigd Koninkrijk kon zich hier alleen aan onttrekken via de Brexit.
Federale samenwerking is de meest intensieve vorm van samenwerking: er wordt
een overkoepelende staat opgericht die op veel belangrijke gebieden de
bevoegdheden van de samenwerkende staten overneemt. De Bondsrepubliek
Duitsland en de Verenigde Staten van Amerika bieden voorbeelden van federale
samenwerking.
Vormen van economische samenwerking:
1. Vrijhandelszone;
Kenmerk van de vrijhandelszone is dat de lidstaten onderling alle
douanerechten (= financiële lasten bij in- en uitvoer) hebben afgeschaft.
Elk van de staten binnen de vrijhandelszone blijft gerechtigd
douanerechten te heffen op producten uit niet-aangesloten landen. Dit
betekent dat een product, afkomstig uit China, dat is geïmporteerd in
lidstaat A, niet vrij kan worden verhandeld naar een andere lidstaat van de
vrijhandelszone.
2. Douane-unie;
Een douane-unie gaat een stap verder dan een vrijhandelszone. In dat
geval schaffen de lidstaten niet alleen de onderlinge douanerechten af. Zij
hanteren tevens een gemeenschappelijk buitentarief van producten
afkomstig uit niet-lidstaten. Bij een douane-unie kan na import in lidstaat X
het uit China geïmporteerde product volledig vrij circuleren in alle andere
lidstaten. Verbod van fiscale discriminatie = hoge btw of accijns zijn
verboden op producten die vooral worden geïmporteerd en die verglijkbaar
zijn met concurrerende producten uit eigen land.
3. Interne markt;
Een interne markt gaat nog weer een stap verder dan een douane-unie.
Deze vorm van samenwerking heeft ten doel om op economisch gebied de
bestaande binnenmarkten van de lidstaten te vervangen door één
binnenmarkt. Dit betekent dat alle hinderpalen voor het vrij verkeer van
goederen, personen, diensten en kapitaal moeten worden afgeschaft
4. Economische en Monetaire Unie.
Nog een stap verder gaat een Economische en Monetaire Unie (EMU). Dit
impliceert dat de interne markt wordt uitgebreid met een gezamenlijke
munt en een gezamenlijk economisch en monetair beleid. Voordeel van
, een EMU is dat de interne markt niet langer kan worden verstoord door
wisselkoersschommelingen.
Drie verdragsteksten die in 2009 te Lissabon werden vastgesteld:
o Het verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).
Waarden, doelen en structuur van de Europese Unie
o Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Inhoudelijk EU-recht en uitvoerende regels
o Het handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU-handvest).
Bescherming van de grondrechten van EU-burgers
Toetreding EU (artikel 2 en 90 VEU)
Het toetredende land moet:
o Stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsstaat, de
eerbiediging van mensenrechten en respect voor minderheden
waarborgen;
o Een goed draaiende markeconomie hebben en opgewassen zijn tegen
concurrentie binnen de EU;
o De verplichtingen van het lidmaatschap op zich nemen, de doelstellingen
van de EU ondersteunen en de gehele – reeds bestaande – EU-regelgeving
overnemen en toepassen.
Toetreding vindt plaats door middel van een Toetredingsverdrag. Dit is een
verdrag tussen de bestaande lidstaten en het land dat wil toetreden.
Uittreding EU (artikel 50 VEU)
o Het betreffende land moet kennisgeven aan de Europese Raad van zijn
voornemen om zich terug te trekken (notificatieplicht).
o Vanaf dat moment moet er binnen 2 jaar een akkoord worden gesloten
over de terugtrekkingsvoorwaarden.
In het terugtrekkingsakkoord kan een overgangsperiode worden afgesproken.
Zo’n overgangsperiode, die meerde malen verlengd kan worden, is bedoeld om –
zonder dat er in de praktijk meteen erg veel verandert – rustig te kunnen
onderhandelen over een akkoord inzake toekomstige samenwerkingen.
Beginselen
Het voorrangsbeginsel
Het EU-recht gaat voor, of het nu nationaal recht van voor of na de EU-norm is.
Zie Costa/ENEL (1964) arrest.
Het beginsel van loyale samenwerking
De lidstaten zijn verplicht om in alle opzichten de EU-instellingen te ondersteunen
bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU. Lidstaten moeten acties
vermijden die de doelstellingen van de Unie in gevaar brengen.
Het beginsel van bevoegdheidstoedeling
De EU beschikt slechts over de bevoegdheden die uitdrukkelijk zijn toegekend
(geattribueerd).
Het subsidiariteitsbeginsel
Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat verantwoordelijkheden en bevoegdheden
zo laag mogelijk (lokaal/regionaal) worden gehouden en dat hogere instanties
(zoals de EU of de rijksoverheid) alleen ingrijpen als dat doeltreffender is. Dit is
, bijvoorbeeld het geval als wettelijke maatregelen ter bestrijding van
luchtvervuiling moeten worden opgenomen. Omdat luchtvervuiling een
grensoverschrijdend probleem is, is het veel efficiënter om de EU op te dragen dit
probleem aan te pakken. De EU moet het subsidiariteitsbeginsel alleen in acht
nemen bij alle onderwerpen die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU
vallen (zie artikel 3 VWEU).
Het evenredigheidsbeginsel
Als de EU bevoegd is om wetgeving tot stand te brengen, mag deze wetgeving
niet verder gaan dan voor het gestelde doel noodzakelijk is.
Het gelijkheidsbeginsel
Verbod om te discrimineren naar nationaliteit.
Brightspace
Opdracht 3
1. Nederland weigert nieuwe EU-regels toe te passen over de registratie van
arbeidsmigranten in de land- en tuinbouwsector. De Europese Commissie
heeft Nederland al meermaals gevraagd de regels te implementeren, maar
zonder resultaat.
Vraag 1: Welke EU-procedure kan worden gebruikt om Nederland te
dwingen de regels alsnog na te leven?
Artikel 258 VWEU, omdat Nederland de regel weigert toe te passen, kan de
Commissie een procedure starten bij het Hof van Justitie van de Europese
Unie.
2. De Raad van de EU heeft een nieuwe EU-verordening aangenomen die
werkgevers verplicht gelijke huisvestingsnormen voor arbeidsmigranten te
bieden. Polen vindt dat deze regeling te ver gaat en hun nationale
bevoegdheden aantast.
Vraag 2: Welke procedure kan Polen starten om deze EU-verordening aan
te vechten?
Artikel 263 VWEU het Hof van Justitie van de Europese Unie mag als een
lidstaat daar om vraagt, de wettigheid van een verordening beoordelen.
Polen vindt dat een verordening te ver gaat. Polen is een lidstaat, dus
Polen een beroep (tot nietigheid) instellen bij het HvJEU.
3. Het Nederlandse uitzendbureau WorkFlex B.V. vindt dat dezelfde
verordening hun bedrijfsmodel aantast en dat de regels hen financieel
schaden.
Vraag 3: Welke procedure kan WorkFlex B.V. starten als het bedrijf door
een EU-regel rechtstreeks wordt geraakt?
Artikel 263 VWEU, Flex B.V. is een rechtspersoon van een lidstaat, die
meent dat zij wordt benadeeld. Zij kan een individueel beroep instellen om
de verordening nietig te laten verklaren.
4. Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie formeel verzocht
om richtsnoeren te publiceren over de verwerking van persoonsgegevens
van arbeidsmigranten. De Commissie doet dit maandenlang niet.
Vraag 4: Welke procedure kan worden gebruikt om de Commissie tot actie
te dwingen?
Artikel 265 VWEU, in geval van nalaten van de Europese Commissie kan
het parlement een beroep instellen bij het HvJEU.