Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Samenvatting Ondernemingsstrafrecht |RU Nijmegen | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Deze samenvatting behandelt alle stof die gelezen diende te worden voor het vak ondernemingsstrafrecht.

Content preview

Ondernemingsstrafrecht samenvatting


Inhoudsopgave
Week 1.........................................................................................................2
Meer aandacht voor de rechtspersoon.....................................................2
J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer
2024, p. 132-137. ....................................................................................4
Wat is een rechtspersoon in de zin van artikel 51 Sr?...............................4
Week 2.........................................................................................................6
J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer
2024, p. 176-195......................................................................................6
Functioneel daderschap: beschikken en/of aanvaarden?........................10
Week 3.......................................................................................................12
J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer
2024, p. 307-312 en p. 412-415.............................................................12
Week 4.......................................................................................................14
J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer
2024, p. 533-543....................................................................................14
Verdediging van bestuurders en ‘feitelijk leidinggevers’........................16
Feitelijk leiding geven.............................................................................16
Week 5.......................................................................................................17
D.R. Doorenbos en M.E. Rosing, Verdediging van rechtspersonen, in:
Handboek Verdediging, 3e druk, Deventer 2021, p. 773-815. ...............17
D.R. Doorenbos, Schets van het economisch strafrecht, 8e druk,
Deventer 2015, hoofdstuk V (Toezicht, opsporing en vervolging), p. 113-
136. ........................................................................................................23
D.B. Sander, Wie is de rechtspersoon?, DD 2025/41, p. 580-605...........25
Week 6.......................................................................................................27
J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer
2024, p. 137-145....................................................................................27
Week 7.......................................................................................................28
D.R. Doorenbos en M.E. Rosing, Verdediging van rechtspersonen, in:
Handboek Verdediging, 3e druk, Deventer 2021, p. 773-815..................28
J.H. Crijns, De pendule van de buitengerechtelijke en verkorte afdoening
in strafzaken. Van consensualiteit naar eenzijdige schuldvaststelling en

, terug, TBS&H 2025, nr 3, p. 127-136......................................................28
C. van der Meulen, De schikkingspraktijk van het OM, TBS&H 2025, nr 6,
p. 267-274..............................................................................................30
Week 8.......................................................................................................32
D.R. Doorenbos, Schets van het economisch strafrecht, 8e druk,
Deventer 2015, hoofdstuk IV (De straffen en maatregelen), p. 77-111.. 32
D.R. Doorenbos, Het strafrechtelijk bestuursverbod in de praktijk,
Ondernemingsrecht 2024/75, afl. 15, p. 501-509...................................35


Week 1

Meer aandacht voor de rechtspersoon

1. Hoe de rechtspersoon in het Wetboek van Strafrecht belandde
De rechtspersoon werd oorspronkelijk niet gezien als strafrechtelijk rechtssubject. Volgens
de wetgever van het Wetboek van Strafrecht konden alleen natuurlijke personen strafbare
feiten plegen. Pas in 1976 werd met artikel 51 Sr erkend dat ook rechtspersonen strafbare
feiten kunnen begaan en zelfstandig kunnen worden vervolgd en bestraft. Nederland liep
hiermee internationaal gezien voorop, omdat in veel landen de strafrechtelijke
aansprakelijkheid van rechtspersonen nog beperkt of afwezig was. Deze erkenning ontstond
geleidelijk, onder meer via de economische ordeningswetgeving en later de Wet op de
economische delicten. De wetgever liet de verdere invulling grotendeels aan de rechter over,
wat heeft geleid tot een uitgebreide jurisprudentiële ontwikkeling.

2. Het begrip rechtspersoon
Het strafrecht kent een ruim begrip van de rechtspersoon. Niet alleen civielrechtelijke
rechtspersonen vallen eronder, maar ook andere organisatorische entiteiten zoals
vennootschappen en doelvermogens. Hierdoor bestaat ruimte voor een autonome
strafrechtelijke invulling. Toch wordt in de praktijk vaak terughoudend omgegaan met
uitbreiding van dit begrip. Vanuit rechtszekerheid pleit de auteur ervoor om het
strafrechtelijke begrip rechtspersoon beter aan te laten sluiten bij het civiele recht en het
vage begrip “doelvermogen” te schrappen. Dit voorkomt onduidelijkheid en waarborgt het
legaliteitsbeginsel.

3. Daderschap
De wetgever heeft geen duidelijke regels gegeven voor het vaststellen van het daderschap
van de rechtspersoon. De Hoge Raad heeft dit ingevuld, vooral in het Drijfmest-arrest.
Volgens dit arrest is beslissend of een gedraging redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan
worden toegerekend. Daarbij speelt een belangrijke rol of de gedraging in de sfeer van de
rechtspersoon heeft plaatsgevonden. Factoren zijn bijvoorbeeld of de gedraging is verricht
door iemand die voor de rechtspersoon werkt, of deze past in de normale bedrijfsvoering, de
rechtspersoon voordeel opleverde of door de rechtspersoon werd aanvaard. Dit kader is
flexibel en leidt tot een relatief snelle toerekening. Codificatie van deze rechtspraak zou
volgens de auteur wenselijk zijn.

4. Opzet en schuld
Naast daderschap moet worden vastgesteld of een rechtspersoon opzettelijk of verwijtbaar
heeft gehandeld. De Hoge Raad kijkt daarbij onder meer naar het opzet of de schuld van
betrokken natuurlijke personen, het beleid van de rechtspersoon en de feitelijke gang van

,zaken binnen de organisatie. Ook hier is sprake van een open en niet-limitatieve benadering.
Hoewel deze aanpak in Nederland algemeen wordt aanvaard, is er in andere landen nog
weerstand tegen het idee dat een rechtspersoon schuld kan hebben. Codificatie van deze
maatstaven zou de rechtszekerheid kunnen vergroten.

5. Vervolgbaarheid van rechtspersonen
Rechtspersonen kunnen juridisch verdwijnen door ontbinding, fusie of splitsing. Toch kan
strafvervolging vaak doorgaan, omdat de activiteiten in een andere rechtspersoon worden
voortgezet. In de rechtspraak wordt hiervoor het concept van vereenzelviging gebruikt: een
opvolgende rechtspersoon kan verantwoordelijk worden gehouden voor gedragingen van
een voorganger. Dit wijkt af van het uitgangspunt van persoonlijke aansprakelijkheid bij
natuurlijke personen. De auteur pleit voor een duidelijke wettelijke regeling over
vervolgbaarheid na ontbinding en vereenzelviging, zodat aansluiting ontstaat met het civiele
recht en de praktijk beter wordt geregeld.

6. Strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen
Publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals de Staat en gemeenten, genieten gedeeltelijke of
volledige immuniteit. Op basis van de Pikmeer-jurisprudentie zijn zij niet strafbaar voor
handelingen die uitsluitend in het kader van hun bestuurstaak kunnen worden verricht. Deze
immuniteit staat ter discussie, mede vanwege internationale verplichtingen en het belang van
rechtsgelijkheid. De auteur pleit ervoor om deze immuniteit wettelijk te heroverwegen en
mogelijk af te schaffen, zodat overheden niet boven de wet staan.

7. Opdracht en feitelijk leiding geven
Naast de rechtspersoon kunnen ook natuurlijke personen strafbaar zijn die opdracht hebben
gegeven of feitelijk leiding hebben gegeven. De Hoge Raad heeft het begrip feitelijk
leidinggeven ruim uitgelegd: ook passief gedrag kan hieronder vallen, mits sprake is van
opzet. De auteur stelt dat de figuur van opdracht geven weinig toegevoegde waarde heeft en
mogelijk kan worden geschrapt. Ook hier zou wettelijke verduidelijking wenselijk zijn.

8. Sanctiemogelijkheden
Het huidige sanctiestelsel voor rechtspersonen is beperkt en vooral gericht op geldboetes.
Hoewel andere sancties theoretisch mogelijk zijn, worden deze weinig toegepast. In het
economisch strafrecht bestaan meer mogelijkheden, zoals stillegging van de onderneming of
onderbewindstelling, maar deze zijn niet algemeen. Buitenlandse rechtsstelsels kennen een
breder sanctiepalet, zoals ontbinding, toezicht, beroepsverboden en
complianceverplichtingen. De auteur pleit voor uitbreiding en verduidelijking van sancties,
zodat beter maatwerk kan worden geleverd.

9. De rechtspersoon in het strafprocesrecht
De procespositie van de rechtspersoon is nog onvoldoende uitgewerkt. Onzeker is
bijvoorbeeld wie de rechtspersoon vertegenwoordigt in de opsporingsfase en hoe het
zwijgrecht moet worden toegepast. Ook speelt de vraag of werknemers zich kunnen
beroepen op het zwijgrecht van de rechtspersoon. Daarnaast kan een rechtspersoon ook
optreden als slachtoffer, klager, getuige of deskundige. Volgens de auteur is verdere
regelgeving noodzakelijk om rechtsbescherming te waarborgen.

10. Slotsom
Hoewel de rechtspersoon inmiddels een volwaardig strafrechtelijk rechtssubject is, ontbreekt
een systematische wettelijke regeling. Veel onderwerpen zijn door de rechtspraak ingevuld,
maar belangrijke vragen blijven open. De auteur pleit daarom voor een modern en
samenhangend wettelijk kader, waarin definities, daderschap, schuld, vervolgbaarheid,
sancties en procesrechten van de rechtspersoon duidelijk worden geregeld. Dit is nodig
omdat rechtspersonen een steeds grotere rol spelen in het maatschappelijk verkeer en ook
vaker met strafrecht in aanraking komen.

, J. de Hullu / P.H. van Kempen, Materieel strafrecht, 9e druk, Deventer 2024, p. 132-137.

4.3. de rechtspersoon als rechtssubject
4.3.1 Inleiding
Rechtspersoon in Sr geen vanzelfsprekend rechtssubject. Traditionele bezwaren zijn dat
opzet, schuld en daderschap moeilijk bij RP kunnen worden aangenomen en andere
handhavingsstelsel geschikt worden geacht (bestuur en civiel). RP minder tastbaar dan nat.
persoon. In NL strafrecht (SR) is rechtspersoon (RP) in algemene zin als rechtssubject
geaccepteerd. Gewone positie RP past ook bij rechtswerkelijkheid: in verschillende juridische
disciplines heeft RP gewone plaats gekregen. Feitelijk gezien is SR aansprakelijkheid van
RP gewoon geworden, zeker bij economische en milieudelicten. RP kan ook slachtoffer zijn
van strafbare feiten (s.f.) Bij diverse onderwerpen rijst de vraag of beide type rechtssubjecten
vergelijkbaar kunnen en moeten worden behandeld. De wet lijkt wel van volledige
gelijkschakeling uit te gaan zo volgt uit art. 51 Sr en uit ontbreken bijzondere regels. Er zijn
verschillende typen RP. kleine, sterk met bepaalde nat personen (zoals eigenaar) verbonden
RP kunnen veel menselijks hebben. Dat kan minder worden bij RP die complexer zijn betreft
grootte, structuur of hiërarchische verhoudingen. In bijzondere omstandigheden kan een
samenvloeiing plaatsvinden waardoor een nat. persoon met RP wordt vereenzelvigd. Dat
kan van belang zijn bij bijz. delicten of bij mogelijkheden voor ontneming wederrechtelijk
verkregen voordeel.

4.3.2 Wetsgeschiedenis
Vroeger kon een s.f. enkel worden gepleegd door een nat. persoon. Belangrijke momenten,
zoals toenenemde bijzondere wetten in de economische sfeer die bestuurders SR
aansprakelijk stelden voor s.f. binnen RP. toenmalige art. 15 lid 1 WED bevatte algemene
regel dat RP economische delicten konden begaan en dat ze daarvoor konden worden
vervolgd en gestraft. Vervolgens werd art. 51 Sr gepresenteerd. De aansprakelijkstelling van
RP is sluipenderwijs NL Strafrecht binnengekomen, van bijzonder naar steeds algemenere
regelingen.

4.3.3 Om welke rechtspersonen gaat het in het strafrecht?
Art. 51 Sr geen nadere definitie RP. het is de bedoeling aansluiting te zoeken met civiele
recht. In theorie en praktijk gaat vooral om privaatrechtelijke RP. in vorm NV, BV, coöperatie,
onderlinge waarborgmaatschappij, stichting of vereniging. Bepaalde
samenwerkingsverbanden kunnen vrij gemakkelijk in civielrechtelijke zin als RP worden
aangemerkt (bijv. informele vereniging). Ook van buitenlandse RP wordt veelal naar NL recht
RP erkend. Belangrijk is dat art. 51 lid 3 Sr aanvulling op civielrechtelijke regeling geeft door
in SR zin met een RP gelijk te stellen: stille of openbare vennootschap, de rederij en het
doelvermogen. SR moet soms begrippen definiëren vanuit eigen functie en dan ontstaat
disharmonie. Daarom behoeft imperfectie van formele aard, waardoor bestaan RP civiel
dubieus wordt, SR gezien niet relevant te zijn. Organisaties en samenwerkingsverbanden
zijn doorgaans probleemloos rechtssubject in SR zin.


Wat is een rechtspersoon in de zin van artikel 51 Sr?

1. De rechtspersoon in het strafrecht
Aanvankelijk ging men ervan uit dat alleen natuurlijke personen strafbare feiten konden
plegen. Met de opkomst van het economisch ordeningsrecht bleek dit onvoldoende, omdat
veel regels juist gericht waren op ondernemingen die vaak in de vorm van een rechtspersoon
opereren. Alleen bestuurders aanspreken was niet effectief, waardoor geleidelijk de
mogelijkheid ontstond om ook de onderneming zelf strafrechtelijk aansprakelijk te stellen. Dit

Connected book
 image
J. de Hullu Materieel strafrecht
Publisher: juli 2015 ISBN: 9789013128840 Edition: 6

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Zie inhoudsopgave
Uploaded on
August 21, 2026
Number of pages
37
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.21

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
11
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions