-
01
• Uitvoering
9
-
02
o In situ: ter plaatse gegoten (op de werf)
9
-
03
o Prefab: vooraf gegoten in fabriek
9
-
04
→ betere kwaliteit, gladder, sneller geplaatst
9
-
05
• Vorm & stabiliteit
9
-
06
o Niet alleen het materiaal, maar vooral de VORM bepaalt de sterkte
9
-
07
o Door plooien, ribben of krommingen kan dun beton toch sterk zijn
9
-
08
o Vergelijking: geplooid papier is stijver dan een plat blad
9
-
09
• Hoe blijft de constructie staan?
11
-
10
o Door het drukverschil tussen binnen- en buitenlucht
11
-
11
o De hogere druk binnenin duwt het membraan naar buiten
11
-
12
o Zolang de ventilator blijft werken, blijft de vorm behouden
11
-
13
• Kenmerk:
11
-
14
o Mimicry → Nadoen van natuurlijke principes (bv. zeepbel)
11
-
15
• Waarom bouwen we?
12
-
16
• Hoe bouwen we?
12
-
17
o Een gebouw bestaat altijd uit meerdere bouwelementen.
12
-
18
o Samen vormen ze de gebouwschil rond de binnenruimtes.
12
-
19
o Er is een onderscheid tussen:
12
-
20
▪ Dragende constructies
12
-
21
▪ Niet-dragende constructies
12
-
22
o Het maaiveld is de scheiding tussen:
12
-
23
▪ Onderbouw → alles onder het maaiveld
12
-
24
▪ Bovenbouw → alles boven het maaiveld
12
-
25
• Ruwbouw
12
-
26
o Bestaat uit onderbouw + bovenbouw
12
-
27
o Is het constructieve skelet van het gebouw
12
-
28
o Bevat:
12
-
29
▪ Dragende structuur
12
-
30
▪ Openingen
12
-
31
▪ Uitsparingen
12
-
32
• Onderbouw
12
-
33
o = Alles wat zich onder het maaiveld bevindt.
12
-
34
o Zorgt voor de overdracht van krachten naar de grond.
12
-
35
• Gronden
12
-
36
o Wat voor soort grond we hebben, is belangrijk voor de onderbouw.
12
-
37
o De stabiliteit van een gebouw hangt sterk af van de draagkracht van de ondergrond.
12
-
38
o Grond = korrels + water + lucht
12
-
39
▪ Meer lucht/water = minder draagkracht
12
-
40
▪ Hoe dichter de korrels op elkaar zitten, hoe sterker de grond
12
-
41
o 2 categorieën:
13
-
42
▪ Losse gronden:
13
-
43
• Bij losse gronden moet je opletten voor organische + kalkhoudende stoffen!
13
-
44
• NOOIT bouwen op grond waar organische/kalkhoudende sotffen zitten o.w.v. verzakking vd grond
13
-
45
• Klei = beste
13
-
46
▪ Rotsachtige gronden:
13
-
47
• Zeer sterk, maar moeilijk uit te graven
13
-
48
1. FUNDERING (onderbouw)
13
-
49
Stappen bij maken van fundering:
13
-
50
1) Grondsondering = om te weten welke lagen draagkrachtig zijn
13
-
51
o Er worden 3-5 meetpunten gekozen op het terrein ong elke 20-25 meter.
13
-
52
o Machine met grote boor wordt in de grond geduwd om drukkracht te kunnen meten.
13
-
53
o Daar komt een volledig analyserapport van.
13
-
54
➢ Zo bepaalt ingenieur welke fundering nodig is.
13
-
55
2) Uitgraven:
13
-
56
o Als we weten op welke diepte de draagkrachtige laag is:
13
-
57
➢ Uitgraven
13
-
58
o Attest vereist als je meer dan 250 m3 grond afgraaft
13
-
59
3) Bronbemaling:
13
-
60
o Nodig wanneer er grondwater aanwezig is in de bouwput.
13
-
61
o Water wordt tijdelijk weggepompt zodat de put droog blijft
13
-
62
➢ Liefst naar een herbruikbaar doel
13
-
63
➢ Niet zomaar in riolering dumpen → slecht voor milieu!!
13
-
64
4) Aardingslus
13
-
65
o Metalen lus die rond of onder de fundering ligt.
13
-
66
o Verbindt het gebouw met de aarde.
13
-
67
o Zorgt ervoor dat:
13
-
68
➢ Elektrische stroom veilig kan wegvloeien
13
-
69
➢ Mensen beschermd zijn tegen elektrocutie
13
-
70
5) Kelder realiseren
13
-
71
o Met kelder:
13
-
72
➢ Waterdichte kuip noodzakelijk
13
-
73
➢ Kelderwanden – en vloer krijgen dikker beton (+- 30 cm) door gronddruk en waterdruk
13
-
74
o Zonder kelder:
13
-
75
➢ Vloerplaat in beton op fundering
13
-
76
6) Fundering realiseren
13
-
77
o Fundering op STAAL/ZOOL en PLAAT Kan enkel als draagkrachtige laag op beperkte diepte zit (max 1,5 m)
13
-
78
o Fundering op STAAL/ZOOL
14
-
79
➢ Fundering op STAAL = algemene term voor elke fundering die rechtstreeks op de draagkrachtige grond rust
14
-
80
➢ Fundeirng op ZOOL = verbreding onderaan de muur (valt onder de categorie fundering op staal)
14
-
81
→ Er geldt vorstvrije diepte van min 80 cm onder maaiveld
14
-
82
o Fundering op PLAAT
14
-
83
➢ = Funderingstype waar heel het gebouw rust op één massieve plaat van beton
14
-
84
→ Vorstrand gestort
14
-
85
o Als draagkrachtige lagen meer dan 2-3 meter diep zitten → DIEPFUNDERING: dit kan in vorm van putten of palen:
14
-
86
o Fundering op PUTTEN
14
-
87
➢ Zinkput
14
-
88
→ Wordt vooral toegepast wnr draagkrachtige grond schuin ligt
14
-
89
o Fundering op PALEN
14
-
90
➢ In de grond gevormde heipaal
14
-
91
→ Véél trillingen, NOOIT geschikt voor stedelijke omgeving
14
-
92
➢ Prefab heipalen
14
-
93
→ Véél trillingen, NOOIT geschikt voor stedelijke omgeving
14
-
94
➢ Franki paal
14
-
95
→ Véél trillingen
14
-
96
➢ Boorpaal
14
-
97
→ Trillingsarm, geschikt in stedelijke omgeving
14
-
98
➢ Schroefpaal
14
-
99
→ Trillingsvrij
14
-
100
→ Enkel bij LAGE grondwaterstanden + grondafvoer nodig
14
-
101
➢ Grondverdringende schroefpaal
14
-
102
→ Trillingsvrij + hoge draagkracht + geschikt voor grondwateromstandigheden
14
-
103
➢ Omega paal
14
-
104
→ Trillingsvrij + géén grondafvoer nodig
14
-
105
➢ Micropaal (=spoelboring)
14
-
106
→ Trillingsvrij + doorbaar door obstakels + elektrische machines → milieuvriendelijk
14
-
107
→ Continu water afvoeren
14
-
108
7) Eventuele drainage
15
-
109
o Doel:
15
-
110
➢ Water rond de kelder afvoeren
15
-
111
➢ Vochtproblemen voorkomen
15
-
112
o Werking:
15
-
113
▪ Sleuf graven langs de fundering
15
-
114
▪ Sleuf vullen met grind
15
-
115
▪ Onderaan ligt een drainerende buis
15
-
116
▪ Buis voert water af naar de riolering
15
-
117
▪ Vaak wordt ook folie rond de kelderwand geplaatst
15
-
118
Wat moet een fundering kunnen opvangen?
15
-
• Waarom doen we dit?
15
-
o Zo creëren we kunstmatig een draagkrachtige laag
15
-
• Hoe werkt dat?
16
-
o Bestaande fundering
16
-
▪ Meestal een strookfundering (zool) of fundering op staal.
16
-
o Injecteren
16
-
▪ Men spuit beton of speciale injectiemortel → in de grond onder of naast de bestaande fundering.
16
-
119
Waterdicht maken van kelders (bekuiping)
16
-
3 manieren:
16
-
1) Binnenbekleding
16
-
o Mortelpleisterwerk of hars (vochtwerend)
16
-
o Houdt water tegen
16
-
2) Constructie zelf
16
-
o Beton is van nature waterdicht,
16
-
o Maar geeft geen 100% garantie
16
-
3) Buitenbekleding
16
-
o Soepele waterdichte laag (asfalt- of kunststofmembraan)
16
-
o Werkt volgens het regenjasprincipe
16
-
120
Duurzaamheid bij funderingen (circulariteit) (!!)
16
-
• Materialen
16
-
o Gebruik duurzame, recycleerbare of herbruikbare materialen
16
-
o Minder materiaal = minder milieu-impact
16
-
• Proces
16
-
o Prefab:
16
-
▪ Sneller
16
-
▪ Efficiënter
16
-
o Ter plaatse bouwen:
16
-
▪ Meer afval
16
-
▪ Meer energieverbruik
17
-
121
• Flexibiliteit nadien
17
-
122
o Kan je later:
17
-
123
▪ Uitbreiden?
17
-
124
▪ Aanpassen?
17
-
125
▪ Zonder grote schade aan de fundering?
17
-
126
➢ Fundering moet toekomstige wijzigingen aankunnen
17
-
127
• Extra krachten bij wijzigingen
17
-
128
o Uitbreiding = meer belasting
17
-
129
o Meer krachten op de fundering
17
-
130
o Fundering moet deze extra krachten kunnen opnemen
17
-
131
2. VLOEREN (onderbouw)
17
-
132
• Onderbouw – vloeren (ter plaatse gegoten beton)
17
-
133
o Betonvloer meestal gebruikt in onderbouw (kelder, gelijkvloers)
17
-
134
o Beton is niet volledig waterdicht
17
-
135
o Min. 3 cm dekking op wapening (bescherming tegen water/roest)
17
-
136
o Toeslagstoffen mogelijk (waterdichtheid, kleur, brandweerstand)
17
-
137
• Uitzetten en krimpen van beton
17
-
138
o Beton zet uit bij warmte en krimpt bij koude
17
-
139
o Zonder voegen → scheurvorming
17
-
140
o Daarom voegen voorzien:
17
-
141
▪ ± 40 m bij ter plaatse gestort beton
17
-
142
▪ ± 80 m bij prefab beton
17
-
143
• Soorten voegen
17
-
• Uitvoering voegen
17
-
o Bovengronds: ± 2 cm voeg, opgevuld met elastisch materiaal
17
-
o Ondergronds: rubberen voegband
17
-
o Altijd waterdicht afwerken
17
-
144
• Waterdichting vloer–muur (zwak punt!)
17
-
145
o Overgang vloer ↔ muur is kritiek voor waterinfiltratie
17
-
146
o Elementen:
17
-
147
▪ Zwelband
17
-
148
→ Rubberband die opzwelt bij contact met water → sluit kieren
17
-
149
▪ Kimlaag/ kimplaat
17
-
150
→ Verbindt vloerplaat met muur
17
-
151
→ Wapening loopt door
17
-
152
→ Zorgt voor structurele én waterdichte verbinding
17
-
153
• Draagrichting
18
-
154
o Draagrichting = richting waarin een vloer zijn belasting afvoert
18
-
155
o Die belasting gaat:
18
-
156
▪ Naar muren
18
-
157
▪ Of naar balken/kolommen
18
-
158
o Je moet altijd weten in welke richting de vloer draagt, anders plaats je wapening verkeerd.
18
-
159
• Eén- en meerrichtingsvloeren
18
-
160
o Éénrichtingsvloer
18
-
161
▪ Vloer draagt in één richting
18
-
162
▪ Meestal:
18
-
163
▪ Lange rechthoek
18
-
164
▪ Steun op 2 tegenoverliggende zijden
18
-
165
▪ Wapening vooral in één richting
18
-
o Meerrichtingsvloer
18
-
166
▪ Vloer draagt in twee richtingen
18
-
167
▪ Meestal:
18
-
168
▪ Bijna vierkant
18
-
169
▪ Steun op 4 zijden
18
-
170
▪ Wapening in twee richtingen
18
-
171
• Betonvloer en wapening
18
-
172
o Betonvloer wordt ter plaatse gestort
18
-
173
o Beton is sterk in druk, zwak in trek
18
-
174
➢ Daarom is wapening nodig
18
-
175
o Wapening ligt:
18
-
176
▪ Waar trekspanningen optreden
18
-
177
▪ Meestal onderaan bij vloeren
18
-
178
• Folie onder de vloer
18
-
179
o PE-folie (plastic) onder beton:
18
-
180
▪ Voorkomt dat betonwater te snel wegtrekt
18
-
181
▪ Voorkomt ongelijk drogen
18
-
182
▪ → Minder scheuren
18
-
183
• Bescherming tegen vorst
18
-
184
o Betonplaat wordt:
18
-
185
▪ Onder vorstgrens geplaatst (± 80 cm)
18
-
186
o Doel:
18
-
187
▪ Voorkomen dat water bevriest
18
-
188
▪ Voorkomen dat vloer omhoog gedrukt wordt (vorstschade)
18
-
189
• Draagrichting & afmetingen
18
-
190
o Overspanning (L) = afstand tussen steunpunten (muren/kolommen)
18
-
191
o Dikte/hoogte (H) = dikte van de betonvloer
18
-
192
o Draagrichting bepaalt hoe de vloer krachten afvoert
19
-
193
• Doorbuiging beperken (3 opties)
19
-
194
o Om doorbuiging van een vloer te verminderen:
19
-
195
• Vuistregels betonvloeren
19
-
196
o 1-richtingsvloer
19
-
197
▪ L/B > 1,5
19
-
198
▪ H ≈ L / 25
19
-
199
• Paddenstoelvloeren (zonder balken)
19
-
200
o Betonplaat rust rechtstreeks op kolommen
19
-
201
o Sterkte komt uit wapening
19
-
202
o Veel gebruikt in moderne architectuur
19
-
203
o Voordelen
19
-
204
▪ Geen zichtbare balken
19
-
205
▪ Open ruimtes
19
-
206
▪ Flexibele indeling (muren later plaatsen)
19
-
207
• Dragende vloer in hout
19
-
208
o Bestaat uit balken die het gewicht dragen
19
-
209
o Draagrichting = richting van de hoofdbalken
19
-
210
o Hoofdbalken: dragen vloer, lopen van muur naar muur of kolom
19
-
211
o Kinderbalken: dragen vloerafwerking (hebben zeer beperkte dragende functie)
19
-
212
➢ Tot nu toe zagen we twee types dragende vloeren: betonnen vloer en houten vloer
19
-
213
• Potten en balken
19
-
214
o Wat?
19
-
215
▪ Het systeem bestaat uit balken (draagstructuur) en potten (vulstukken). Het wordt op de werf GESTAPELD(!), waarna een dunne druklaag beton erover wordt gegoten. Enkel de balken dragen de krachten; de potten zijn vulstukken.
20
-
216
o Opbouw (van onder naar boven):
20
-
217
• Belang van de druklaag
20
-
218
o Verbindt potten en balken tot één geheel.
20
-
219
o Zorgt voor extra stevigheid en draagt ook belastingen.
20
-
220
o Voorkomt scheuren en maakt overspanningen mogelijk.
20
-
2. Gietbouw (beton)
27
-
o Opening wordt mee uitbekist en in één keer met de muur gegoten
27
-
o Beton vangt krachten op als één geheel
27
-
o Nadeel:
27
-
▪ Niet flexibel
27
-
▪ Moeilijk aanpasbaar achteraf
27
-
▪ Niet veranderingsgericht
27
-
3. Assemblage (hout)
27
-
o Werkt met raveelconstructies
27
-
o Openingen zijn makkelijk aanpasbaar
27
-
o Voordeel: meest veranderingsgericht systeem
27
-
o Past goed bij modulair en circulair bouwen
27
-
• Raveelconstructie
27
-
o Een raveelconstructie is een draagconstructie die je gebruikt wanneer je een opening maakt in een dragende vloer of muur (bv. trapgat, luik, schacht).
28
-
▪ Doel: de krachten veilig omleiden rond de opening.
28
-
o Normaal lopen balken continu door.
28
-
o Als je een opening maakt:
28
-
o Betonnen latei
28
-
o Stalen latei
28
-
• Openingen Maken & Opleglengte
28
-
o De opleglengte is essentieel voor de stabiliteit. Dit is de lengte waarmee een latei op de dragende muur rust.
28