Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

Samenvatting Marketing management (ben geslaagd)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

Volledig zelf uitgeschreven samenvatting van de leerstof. Ik heb de volledige SV zelf verwerkt en overzichtelijk samengevat, met behulp van PowerPoint (PWP) en Copilot als ondersteuning. Ideaal om de leerstof snel te herhalen en je examen voor te bereiden!

Content preview

Marketing samenvatting
H1
Marketing:
= het proces waarmee bedrijven een waarden creëren voor de klant en sterke
klantrelaties opbouwen om in ruil daarvoor waarde v/d klant de te krijgen
 het proces van het promoten en producten verkopen o diensten
verlenen om klanten de begrijpen en waarde te brengen.
- Doel: Ervoor zorgen dat klanten het product of de dienst kennen, leuk
vinden en ervoor kiezen.
- Essentie marketing: relaties opbouwen met je klanten
3 doelstellingen:
1. To survive (moeilijke markt, technologische of ingewikkelde
markten/producten zien te overwinnen)
2. Winst maken (=profit market),
3. To grow (verder uitbreiden
 De 3 doelstellingen kunnen bereiken door de relaties tussen klanten.


Soort Klanten:
1. Nieuwe klanten: customer value (=klanten waarde)
 Rationeel
 Niet-rationeel =irrationeel moeilijk te vatten (niet voor het product
maar voor de beleving/status/imago)
2. Bestaande klanten: customer satisfaction
 Expectations-perfomance= +/-
Customer value = Customer value verwijst naar de economische waarde van
een klant voor een bedrijf.

Klant heeft een…

 Behoefte(need): wat de klant wil.
 Wens(wants): iedereen heeft andere wensen op de markt
 Vraag (demand): wat de consument vraagt




Stap 1: analyse

,- Bedrijfsplannen analyseren
- Ondernemingsniveau:
 Missie: Reden van bestaan als bedrijf, waarom en voor wie bestaat
het.
 Visie: Wat het bedrijf wil doen of worden in de toekomst.
- Simon sinek’s Golden cirkel:
 ‘Why’: Waarom ze doen wat ze doen in het bedrijf. (reden?
doel?)
 ‘How’: Hoe iets gedaan wordt in het bedrijf.
 ‘What’: Wat er gedaan wordt in het bedrijf.
 Goeie communicatie: in de volgorde van 1) why, 2) how en 3)
what.
 Door eerst ‘Why’ te gebruiken kan je het best direct de
hersenen aanspreken van de mensen om hun te
overtuigen om het product te kopen of de mensen aan te
trekken naar het product of doel.
 Meeste bedrijven doen het omgekeerd.


- Belang van ‘Purpose’:
 Organisaties moeten ook bezig zijn met hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid en niet alleen bezig zijn met het maken
van winst (=doelstelling Winst maken is NOOIT een missie, wel
een doelstelling).
 Ze worden geconfronteerd met hun + en – bijdragen aan de
maatschappij.
 -: impact op milieu
 +: impact op welzijn



- Missie
 Ideale missie:
 Wat bieden we aan?
 Aan wie?
 Welke behoeftes zijn er?
 Is er iets dat ons onderscheidt van de rest?
 Is het realistisch, concreet of motiverend?
 (Missies draaien om klantgerichtheid, het netwerk en transport)




- Activiteitenterrein
=de activiteiten van een organisatie
 ‘Wat doet de organisatie?’

,  De beschrijving van activiteiten formelen Vanuit…
 Het product  we maken tafels.
 Technologie  we bewerken metaal.
 De markt (z’n behoefte)  we voorzien slaapcomfort.
 Marktgericht formuleren:
 Een product en de technologie zijn altijd tijdig
 Elementaire (=essentieel) consumentenbehoeftes blijven



- Marktafbakening: Abell-diagram (wie wat hoe)
 Wie zijn de klantgroepen die in de markt onderscheiden worden?
 Wat zijn hun behoefte?
 Hoe kan die behoefte bevredigd worden?

- Eisen doelstellingen: SMART
 strategic business unit
=
 S: Specifiek: duidelijk omschreven.
 M: Meetbaar: we moeten kunnen nagaan of ze bereikt zijn.
 A: Actie georiënteerd: wie is verantwoordelijk voor de actie?
Acceptabel: er is een draagvlak voor in de onderneming?
 R: Realistisch: ze moeten te behalen zijn.
 T: Tijdgebonden: beperkt in de tijd.



- Behoefte, wensen en vraag:
 Mensen hebben behoeftes  doel van degene op de markt om die
behoeftes te vervullen
 Die behoeftes worden wensen (=concrete invulling v/e behoefte,
waarmee de consument die behoefte wil vervulling)
 Vraag naar een G/D ontstaat als de consument bereid is om z’n
wens te vervullen
 PWYW: de vrijheid die de consument heeft om zelf de prijs te
bepalen die ze bereid zijn te betalen voor een G/D.




- Marketingaanbod
= een combinatie van producten, diensten, informatie en ervaringen
die een organisatie aanbiedt op de markt om de behoeften of wensen
van de consument te vervullen.
 Die combinatie creëert een waarde voor de klant.
 Het gaat niet alleen om het product maar ook om wat erbij wordt
aangeboden. Bv service, garantie, promotie …
 Zo kan een product meer uitstralen dan de anderen.

,  Ruil = kern v marketing  bedrijf biedt een waardvol product op
de markt aan om de behoeftes te vervullen en krijgen in ruil
daarvoor een vergoeden.
 Markt: bestaande en potentiële kopers en aanbieders

- Market Myopia
= marketingbijziendheid
= een bedrijf focust zich meer op het product i.p.v. de behoeften of
wensen van de consument te vervullen  te productgericht → te
weinig klantgericht.
 Het bedrijf focust op de winstgevendheid van het product en niet
wat de consumenten willen.
- Marketingsysteem en omgevingsinvloeden:
 Zie ‘H1_Het_marketingproces_Studentenversie’ slide



Stap 2: Marketingstrategie
- STP:
 Segmentatie: consumentenopdeling in groepen met dezelfde
kenmerken of behoeftes. (=marktsegmentatie)
 Doel: beter begrijpen welke groepen bestaan en hun verschillen
 Segmentatie = analyseren → markt opdelen
 Targeting: de keuzen van één of meerdere segmenten waarop het
bedrijf zich richt met een specifiek marketing aanbod. (=doelgroep
keuzen)
 Doel: zoeken en kiezen naar wie de meest winstgevende of
kansrijke segmenten zijn.
 Targeting = kiezen → doelgroep bepalen
 Positionering
= Belofte van waarde, van een organisatie aan de consument. (-
=Waardepropositie
 Wat biedt de organisatie aan, voor wie, en waarom is het beter
of anders dan de concurrentie?
 Onderdelen:
 Functionele voordelen: praktische voordelen bij gebruik v
G/D.
 Verkleinende nadelen: het wegnemen van problemen/ risico’s
voor klant.
 Emotionelen waarde: gevoel dat klant krijgt van het product.
(Status, identiteit of emoties).

- Customer lifetime value
= klantwaarden
 Waarde die de consument opbrengt tijdens de duur van relatie
 Doel: klantaandeel houden en vergroten (=klantretentie)

Document information

Study
Uploaded on
August 21, 2026
Number of pages
45
Written in
2025/2026
Type
Summary
$18.05

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions