• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages
Summary

Samenvatting biomedische fysica

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages

Samenvatting van de cursus en powerpoints van biomedische fyisca. Door deze samenvatting heb ik 14/20 behaald.

Content preview

Biomedische fysica
Foutenleer
o afleesfout => helft van kleinste verdeling op meettoestel
o meetfout/ absolute fout => maximaal positief verschil tussen gemeten waarde en werkelijke
waarde  2 maal afleesfout (tenzij anders vermeld door fabrikant)
o beduidende cijfers  geven beeld van nauwkeurigheid  niet beduidende cijfers vermijden
m.b.v. machten of prefixen
o meetresultaat en AF steeds weergeven met zelfde eenheid en macht van 10
o afronden en noteren van AF
 kies eenheid zodat getal tussen 0.03 en 30 ligt  macht van 10 dient veelvoud van 3
te zijn
 afronden zodat er slechts 1 of 2 beduidende cijfers zijn  2de beduidende cijfer enkel
toegelaten indien 1ste cijfer 1 of 2 is
 rond meetresultaat af op zelfde grootteorde met zelfde eenheid
 geef meetresultaat zelfde aantal decimalen als AF
o AF op som of verschil gelijk aan som absolute fouten afzonderlijke termen
o AF op product tot quotiënt te berekenen
absolute fout
 Procentuele fouten berekenen: PF= ∗100 %
waarde van de grootheid
 Op zelfde manier afgerond als AF
 PF op product of quotiënt gelijk aan som procentuele fouten afzonderlijke factoren
 Formule omvormen om AF te berekenen

De lichtmicroscoop
Lichtbreking
o Snelheid licht in vacuüm  c=2,99792458.108m/s
 In transparante materialen snelheid fractie lager
o Brekingsindex => maat voor invloed op snelheid van licht
c
 n=
v




 Wanneer licht van transparant medium naar ander transparant medium met
verschillende brekingsindex gaat, wordt deel van invallend licht op grensvlak tussen
beide media weerkaatst => reflectie
 Overige deel loopt door in nieuw medium
 Alle lichtstralen niet loodrecht op grensvlak zullen veranderen van richting =>
lichtbreking of refractie

,  Invalshoek θ1  hoek die invallende maakt met normaal op grensvlak tussen beide
media
 Brekingshoek θ2  hoek die gebroken straal maakt met normaal op grensvlak
 Als licht van medium waarin het hogere snelheid heeft overgaat naar medium waarin
het lagere snelheid heeft, breekt het naar normaal toe  omgekeerd breekt het van
normaal weg
o Brekingshoek hangt af van lichtsnelheid in 2 media en van invalshoek  weergeven in
brekingswet
 n1∗sin θ1=n2∗sin θ2

Totale interne reflectie




o Licht gaat over van medium met grotere brekingsindex naar medium met kleinere
brekingsindex  van links naar rechts zie je effect van steeds grotere invalshoek
o Invalshoek bestaat waardoor brekingshoek 90° bedraagt en licht langs grensvlak loopt =>
kritische hoek
o Wanneer invalshoek groter dan kritische hoek treedt er geen breking op  alle licht
gereflecteerd => totale interne reflectie
o Invalshoek kleiner dan kritische hoek deel van licht gebroken en deel gereflecteerd
o Totale interne reflectie gebruikt in optische instrumenten
 M.b.v. prisma’s kan lichtbundel gestuurd worden volgens gewenst pad  prisma’s
verkozen boven spiegels omdat ze bijna alle licht reflecteren via totale interne
reflectie

Beeldvorming bij eenvoudige lenzen
o Dunne lens heeft 2 oppervlaktes waar lichtbreking plaatsvindt  lenzen typisch vervaardigt
uit glas of kunststof en hebben dus brekingsindex groter dan lucht errond




o Positieve lenzen => lenzen waarbij parallel invallende stralen convergeren
 Stralen komen samen en kruisen elkaar in brandpunt F
 Vormen reëel beeld
 Stralen afkomstig van object en gebroken door lens daadwerkelijk doorheen beeld
passeren
 Centraal dikker dan ter hoogte van randen en heeft minstens 1 convex oppervlak
 Vergroten beeld wanneer ze voor oog worden gehouden
 Ook bolle lenzen genoemd
o Negatieve lenzen => divergeren parallel invallende stralen
 Centraal dunner dan ter hoogte van randen en minstens 1 concaaf oppervlak
 Verkleinen beeld wanneer ze voor oog gehouden worden
 Vormen geen reëel beeld, maar virtueel beeld

,  Gebroken stralen convergeren denkbeeldig aan dezelfde kant van voorwerp waaruit
stralen vertrokken
 Virtueel beeld kan niet waargenomen worden op scherm
 Ook holle lenzen genoemd
o As van lens is denkbeeldige lijn door midden van de lens loopt en op die manier loodrecht op
beide oppervlakken van lens staat
o Bij dunne biconvexe lens breken invallende stralen naar as toe wanneer ze lens binnentreden
en breken opnieuw naar as toe wanneer ze lens verlaten aan andere kant
o Stralen die evenwijdig invallen op lens convergeren in 1 punt => brandpunt F  enkel dunne
lenzen
o Afstand van midden van lens tot brandpunt => brandspuntafstand f
 Aan beide zijden van lens gelijk
o Als evenwijdige stralen onder bepaalde hoek op lens invallen convergeren ze ook tot 1 punt
 punt ligt niet op as van lens
o Brandvlak => vlak dat alle brandpunten bevat
o Wanneer brandspuntafstand van lens gekend  voor elk voorwerp positie van beeld bepaald
worden  door 3 stralen te tekenen
o Voor dunne, positieve lens verband tussen voorwerpsafstand d 0, beeldafstand di en
1 1 1
brandpuntafstand f weergeven door: = +
f d0 di
 f positief voor positieve lenzen en negatief voor negatieve lenzen
 d0 positief
 di positief als beeld zich aan andere kant van lens bevindt dan voorwerp
o voor dunne negatieve lens wordt verband tussen voorwerpsafstand d 0, beeldafstand di en
−1 1 1
brandpuntsafstand f weergegeven: = −
f d0 di
o laterale of lineaire vergroting m => hoogte van beeld h i gedeeld door hoogte van object h0
 hi positief als beeld dezelfde richting heeft als voorwerp en negatief als omgekeerd is
1
o sterkte P van lens in oftalmologie uitgedrukt in dioptrie D: P=
f
 positieve lens positieve sterkte
 negatieve lens negatieve sterkte
o lenzenmakersvergelijking geeft verband weer tussen brandpuntsafstand van dunne lens en
kromtestralen van 2 oppervlakken van lens en brekingsindex
o meerdere lenzen gecombineerd vormt beeld eerste lens object van tweede  totale
vergroting is product van 2 afzonderlijke vergrotingen

Correctielenzen voor het menselijk oog
o stralen afkomstig van een voorwerp moeten door menselijk oog gebroken worden en scherp
beeld vormen op netvlies achteraan in oog  lichtstralen achtereenvolgens door hoornvlies,
kamer met kamervocht, lens en gelachtige stof (= glasachtig lichaam  grootste volume van
oog)
o lens kan door middel van oogspieren dikker en krommer of dunner en vlakker worden 
dient om voorwerpen op verschillende afstanden van oog scherp te stellen
 korte afstand waarop oog kan scherpstellen => nabijheidspunt (+- 25 cm)
 verste afstand waarop oog kan scherpstellen => vertepunt (oneindig)
 veelvoorkomende afwijkingen
 bijziendheid (=myopie)
 voorwerpen op grote afstand scherpgesteld voor netvlies  oog te
lang

,  divergerende lens  stralen toch op netvlies
 verziendheid (=hyperopie)
 oog te kort
 gecorrigeerd door convergerende lens
 presbyopie vergelijkbaar aan hyperopie  veroorzaakt door vermindert
accomodatievermogen naar aanleiding van veroudering
 convergerende lens

Vergrootglas
o positieve lens die toelaat om voorwerp onder grotere hoek te zien
o voorwerp in of net voor brandpunt vergrootglas gehouden  virtueel beeld gevormd
o voorwerp in brandpunt gehouden  beeld op oneindig en beeld kan meest ontspannen
waargenomen worden door ogen
o hoekvergroting M => verhouding van hoek bij gebruik van lens θ’ tot hoek met gebruik van
θ' N
blote oog wanneer voorwerp in nabijheidspunt wordt gehouden θ: M= =
θ f
Beeldvorming in de lichtmicroscoop
o lichtmicroscoop bevat 2 positieve lenzen  lens dichtst bij voorwerp = objectief, lens dichtst
bij oog = oculair
o voorwerp net buiten brandpunt objectief geplaatst F ob door voorwerpstafel te verhogen of
verlagen
o beeld I1 door objectief gevormd (tussenbeeld) reëel, vergroot en omgekeerd en bevindt zicht
nabij brandpunt van oculair Foc
o beeld I2 door oculair gevormd is virtueel, sterk vergroot en heeft zelfde oriëntatie als
tussenbeeld I1  waargenomen door ogen
o totale vergroting M object is product van vergrotingen van beide lenzen: M=M oc*Mob
h i di l−f oc
o lineaire vergroting objectief: m ob = =
ho do do
 l afstand tussen 2 lenzen
θ' N
o hoekvergroting oculair: M oc = =
θ f oc
 N = nabijheidspunt van oog
l−f oc
∗N
o Totale vergroting lichtmicroscoop: do
M =mob∗M oc=
f oc

Lensfouten en correcties
o Chromatische aberratie
 Gevolg van licht van verschillende golflengte dat niet in zelfde mate gebroken wordt
 Brekingsindex afhankelijk van golflengte
 Kortgolvige voilette stralen door lens sterker gebroken dan langgolvige rode stralen
 Verschillende kleuren => verschillende brandpuntsafstanden
 Elk punt op lensoppervlak vindt dispersie of kleurschifting plaats in uittredende
lichtstraal  beeldvorming onscherp en dikwijls gekleurde randen bij beeldvorming
 Corrigeert fout door gebruik lenzenstelsel  combinatie verschillende lenzen met
verschillende brekingsindices  vaak convergerende en divergerende aan elkaar
gekleefd
 sterkste lens bepaalt of stelsel als bolle of holle lens werkt

Table of contents

  1. 01 Foutenleer 1
  2. 02 De lichtmicroscoop 1
    1. Lichtbreking 1
    2. Totale interne reflectie 2
    3. Beeldvorming bij eenvoudige lenzen 2
    4. Correctielenzen voor het menselijk oog 3
    5. Vergrootglas 4
    6. Beeldvorming in de lichtmicroscoop 4
    7. Lensfouten en correcties 4
  3. 03 Materie en energie 6
    1. Materie 6
    2. Warmte 7
    3. Faseovergangen 8
    4. Gassen 10
    5. Vloeistoffen in beweging 11
    6. Oplossingen 13
  4. 04 Bewegingsleer 14
    1. Inleidende begrippen 14
    2. Wetten van Newton 15
    3. Cirkelvormige beweging 16
  5. 05 Basiskennis elektriciteit 18
    1. Elektrische lading 18
    2. Wet van Coulomb 18
    3. Elektrisch veld 19
    4. Elektrisch potentiaal 19
    5. Elektrische stroom 20
    6. Elektrische weerstand 20
    7. Elektrisch vermogen 21
    8. Serie- en parallelschakeling 22
    9. Gevaren van elektriciteit 22
    10. Beveiliging 23
  6. 06 Elektroforese 23
    1. Inleiding 23
    2. Migratiesnelheid 23
    3. Elektrische opstelling en parameters 24
    4. Ongewenste effecten 25
    5. Elektroforese van eiwitten 25
  7. 07 Elektrochemie 26
    1. Inleiding 26
    2. Normpotentiaal 26
    3. Elektrolyse 26
    4. Galvanische cel of volta-element 26
  8. 08 Elektromagnetisme 28
    1. Magnetisme 28
    2. Elektromagnetische golven 28
    3. Polarisatie en polarimeter 28
    4. Refractometer 28

Document information

Study
Uploaded on
August 20, 2026
Number of pages
40
Written in
2023/2024
Type
Summary
$12.29

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
8
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions