Sociologie
HF 1 wat verstaan we onder sociologie?
Sociologie = de wetenschap die het samenleven van de mensen binnen grotere & kleinere verbanden
empirisch bestudeert.
Referentiekader:
= het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving.
=het geheel van waarden, normen & denkbeelden dat wat ons gevormd heeft tot dat wat we nu
zijn. (maw taal)
we zien niet alles wat zich in de maatschappij afspeelt, want we selecteren op grond van ons
referentiekader en de voorstellingen die we al hebben.
Grondbeginselen: mensen reageren niet alleen op dingen en op gedrag van andere mensen als
zodanig, maar vooral ook op de grond van de betekenis die zij daaraan toekennen vanuit hun
referentiekader. Het vermogen aan verschijnselen betekenis toe te kennen is aangeboren. De
betekenissen zelf verwerven mensen zich in hun omgang met anderen en door de ervaringen die zij
opdoen.
1.1 waarneming
Er is zoveel te zien en te horen, dat een mens dat niet allemaal tegelijk kan waarnemen. Aan alle
waarnemingen ligt – ook en vooral als men zich daarvan niet bewust is – een bepaald gezichtspunt,
een leidend beginsel, een bepaalde belangstelling of theorie ten grondslag, dat selecteert uit de
veelheid van waar te nemen verschijnselen.
Gezichtspunt = een leidend beginsel, een bepaalde belangstelling of theorie ten grondslag, dat
selecteert uit de veelheid van waar te nemen verschijnselen.
Selectieve waarneming = mensen een verschillende kijk kunnen hebben op hun (sociale) omgeving.
We stellen dus nu al vast dat onze waarneming selectief is: hoewel we allemaal in dezelfde
maatschappij leven, hebben we daarvan niet per se allemaal dezelfde voorstelling.
1.2 zingeving
Sociologische zienswijze is: een manier van denken die alle activiteiten en voortbrengselen van
mensen in verband brengt met de samenleving waartoe die mensen behoren, en die al die
activiteiten en voortbrengselen ziet in hun afhankelijkheid van de samenleving.
Mensen zijn de enige levende wezens die verstand hebben en over taal beschikken: de klassieke
definitie van de mens als animal rationale.
De mens als animal symbolicum, d.w.z. dat mensen betekenis toekennen aan ervaringen, dingen en
verschijnselen.
,Mens en dier:
Om mens en dier van elkaar te onderscheiden instincten.
In deze visie is de mens, het wezen waarbij juist iets ontbreekt.
Bij dieren worden gedragspatronen en eventuele samenlevingsvormen van generatie tot generatie
op generatie biologisch doorgegeven.
Maar voor mensen betekent de afwezigheid van instincten dat iedere generatie opnieuw va alles
moet leren. Het zijn echter dezelfde leerprocessen, waar mensen voor hun (voort)bestaan zo op zijn
aangewezen, die maken dat hun gedrag dn wijze van samenleven veel veranderlijker zijn dan bij
dieren het geval is.
Verschillende mensen kunnen verschillende dingen leren:
-als 1e houdt dit in dat ze zich in dezelfde periode op verschillende plaatsen uiteenlopende soorten
samenlevingen kunnen vormen.
-als 2e plaats houdt dit in dat een en dezelfde samenleving na kortere of lagere tijd kan veranderen
dit komt door sociale leerprocessen ruimte laten voor variaties en vergissingen, waarbij mensen de
aangeboden leerstof niet helemaal exact overnemen.
Leerprocessen bij mensen zijn nauwelijks te overschatten betekenis zijn. Sociologen verdiepen zich
vooral in de vraag: wat leren mensen, van wie en aan wie?
In hun omgang met anderen leren mensen allerlei dingen over hun samenleving: zij hebben zich
daarvan een beeld gevormd en weten allerlei feiten, al hoeft wat zij ‘weten’ lang niet altijd waar te
zijn.
Kennis verklaren : Behalve een zekere kennis hebben mensen meestal ook geleerd de dingen op een
bepaalde manier te verklaren : hogere machten, boze geesten, de biologische aard van mensen, de
schepping of chemische reacties worden verantwoordelijk gesteld voor de gekende feiten.
Mensen hebben ook geleerd negatief of positief te oordelen over wat zij weten en eventueel zien
gebeuren.
Ieder van ons heeft dus een bepaald beeld van zijn samenleving.
1.3 referentiekader
Referentiekader:
= het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving.
ontlenen onze referentiekaders aan onze sociale situatie , bestaat uit aan onze sociale situatie , die
bestaat uit de omstandigheden waarin wij verkeren, groeperingen en netwerken waartoe wij
behoren, het milieu waaruit wij afkomstig zijn en het werk dat wij dagelijks verrichten, kortom: de
ervaringen die wij samen met de onzen opdoen.
we nemen ook indirect deel aan de ervaringen van onze voorgangers
het gaat de socioloog dus om het referentiekader zoals dat voortkomt uit de gemeenschappelijke
ervaringen van verscheidende mensen in ongeveer dezelfde sociale situatie : de sociale bril en de
, culturele lens waardoor de leden van een groepering of samenleving de dingen op ongeveer dezelfde
wijze zien en interpreteren.
is niet onveranderlijk -> als onze levensomstandigheden en daarmee onze ervaringen ingrijpend
veranderen, wijzigen zich na verloop van tijd meestal ook onze opvattingen en ons referentiekader.
* verhuizen, verandering van werkkring, werkloosheid
1.4 Selectiviteit
Ieder van ons neemt via zijn sociale bril selectief waar en ziet maar een deel of aspect van het geen
er te zien is.
Sociale werkelijkheid:
Als mensen over de ‘de’ sociale werkelijkheid praten, moet men zich afvragen: wiens sociale
werkelijkheid? Mensen leren in de loop van hun leven om vooral te letten op de dingen die op een of
andere manier verband houden met hun eigen leefwijze, terwijl zij daarentegen vaak de meest
gewone en vertrouwde dingen over het hoofd zien, juist omdat die zo gewoon en vertrouwd zijn.
Maar ieder die waarneemt, selecteert uit de veelheid van verschijnselen die hij om zich heen
aantreft: hij ‘ziet’ er slechts enkele van en wel vooral die welke min of meer passen in het hem
vertrouwde wereldbeeld of daarvan juist sterk afwijken.
Waarnemingsprobleem: lees blz. 21 Laatste voorbeeld.
Vormen van selectiviteit:
Selective perception = we nemen waar wat bij ons past dat wordt gestuurd door onze
referentiekader en referentiekader is het geheel van waarden, normen en denkbeelden dat wat ons
gevormd heeft tot dat wat we nu zijn.
Selectiviteit gaat nog verder dan alleen maar wat wij in het gebodene zien of horen (selective
perception). Het selecteren begint al bij hetgeen waarvoor wij ons openstellen of waaraan we
worden blootgesteld (Selective exposure) en eindigt met wat wij onthouden (selective retention) van
wat wij hebben waargenomen. Ten slotte selecteren wij ook nog waarover we met anderen praten.
In de praktijk blijken ‘al die anderen’, vooral te bestaan uit naaste familieleden, vrienden, kennissen
en collega’s. Enerzijds ontlenen mensen aan die beperkte kring hun referentiekader als geheel van
feitenkennis, verklaringen en oordelen. Anderzijds bevestigen zij elkaar in deze min of meer
gemeenschappelijke opvattingen.
Ook emoties en persoonlijke maar vaak sociaal geconditioneerde voorkeuren, antipathieën en
andere positieve of negatieve gevoelens spelen een rol.
De waarneming en waardering van mensen of groepen wordt beïnvloed door de positieve of
negatieve gevoelens van de waarnemer.
Ons waarnemen is dus niet zomaar een passief registreren van wat zich aan ons voordoet: het is een
actief construeren van een bepaald beeld, in hoge mate afhankelijk van de waarnemer, die beïnvloed
is door sociale factoren. = de sociale constructie van werkelijkheid mensen zijn sociaal
‘geprogrammeerd’ om dingen bepaalde wijze waar te nemen en er op een specifieke wijze op te
reageren,
HF 1 wat verstaan we onder sociologie?
Sociologie = de wetenschap die het samenleven van de mensen binnen grotere & kleinere verbanden
empirisch bestudeert.
Referentiekader:
= het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving.
=het geheel van waarden, normen & denkbeelden dat wat ons gevormd heeft tot dat wat we nu
zijn. (maw taal)
we zien niet alles wat zich in de maatschappij afspeelt, want we selecteren op grond van ons
referentiekader en de voorstellingen die we al hebben.
Grondbeginselen: mensen reageren niet alleen op dingen en op gedrag van andere mensen als
zodanig, maar vooral ook op de grond van de betekenis die zij daaraan toekennen vanuit hun
referentiekader. Het vermogen aan verschijnselen betekenis toe te kennen is aangeboren. De
betekenissen zelf verwerven mensen zich in hun omgang met anderen en door de ervaringen die zij
opdoen.
1.1 waarneming
Er is zoveel te zien en te horen, dat een mens dat niet allemaal tegelijk kan waarnemen. Aan alle
waarnemingen ligt – ook en vooral als men zich daarvan niet bewust is – een bepaald gezichtspunt,
een leidend beginsel, een bepaalde belangstelling of theorie ten grondslag, dat selecteert uit de
veelheid van waar te nemen verschijnselen.
Gezichtspunt = een leidend beginsel, een bepaalde belangstelling of theorie ten grondslag, dat
selecteert uit de veelheid van waar te nemen verschijnselen.
Selectieve waarneming = mensen een verschillende kijk kunnen hebben op hun (sociale) omgeving.
We stellen dus nu al vast dat onze waarneming selectief is: hoewel we allemaal in dezelfde
maatschappij leven, hebben we daarvan niet per se allemaal dezelfde voorstelling.
1.2 zingeving
Sociologische zienswijze is: een manier van denken die alle activiteiten en voortbrengselen van
mensen in verband brengt met de samenleving waartoe die mensen behoren, en die al die
activiteiten en voortbrengselen ziet in hun afhankelijkheid van de samenleving.
Mensen zijn de enige levende wezens die verstand hebben en over taal beschikken: de klassieke
definitie van de mens als animal rationale.
De mens als animal symbolicum, d.w.z. dat mensen betekenis toekennen aan ervaringen, dingen en
verschijnselen.
,Mens en dier:
Om mens en dier van elkaar te onderscheiden instincten.
In deze visie is de mens, het wezen waarbij juist iets ontbreekt.
Bij dieren worden gedragspatronen en eventuele samenlevingsvormen van generatie tot generatie
op generatie biologisch doorgegeven.
Maar voor mensen betekent de afwezigheid van instincten dat iedere generatie opnieuw va alles
moet leren. Het zijn echter dezelfde leerprocessen, waar mensen voor hun (voort)bestaan zo op zijn
aangewezen, die maken dat hun gedrag dn wijze van samenleven veel veranderlijker zijn dan bij
dieren het geval is.
Verschillende mensen kunnen verschillende dingen leren:
-als 1e houdt dit in dat ze zich in dezelfde periode op verschillende plaatsen uiteenlopende soorten
samenlevingen kunnen vormen.
-als 2e plaats houdt dit in dat een en dezelfde samenleving na kortere of lagere tijd kan veranderen
dit komt door sociale leerprocessen ruimte laten voor variaties en vergissingen, waarbij mensen de
aangeboden leerstof niet helemaal exact overnemen.
Leerprocessen bij mensen zijn nauwelijks te overschatten betekenis zijn. Sociologen verdiepen zich
vooral in de vraag: wat leren mensen, van wie en aan wie?
In hun omgang met anderen leren mensen allerlei dingen over hun samenleving: zij hebben zich
daarvan een beeld gevormd en weten allerlei feiten, al hoeft wat zij ‘weten’ lang niet altijd waar te
zijn.
Kennis verklaren : Behalve een zekere kennis hebben mensen meestal ook geleerd de dingen op een
bepaalde manier te verklaren : hogere machten, boze geesten, de biologische aard van mensen, de
schepping of chemische reacties worden verantwoordelijk gesteld voor de gekende feiten.
Mensen hebben ook geleerd negatief of positief te oordelen over wat zij weten en eventueel zien
gebeuren.
Ieder van ons heeft dus een bepaald beeld van zijn samenleving.
1.3 referentiekader
Referentiekader:
= het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving.
ontlenen onze referentiekaders aan onze sociale situatie , bestaat uit aan onze sociale situatie , die
bestaat uit de omstandigheden waarin wij verkeren, groeperingen en netwerken waartoe wij
behoren, het milieu waaruit wij afkomstig zijn en het werk dat wij dagelijks verrichten, kortom: de
ervaringen die wij samen met de onzen opdoen.
we nemen ook indirect deel aan de ervaringen van onze voorgangers
het gaat de socioloog dus om het referentiekader zoals dat voortkomt uit de gemeenschappelijke
ervaringen van verscheidende mensen in ongeveer dezelfde sociale situatie : de sociale bril en de
, culturele lens waardoor de leden van een groepering of samenleving de dingen op ongeveer dezelfde
wijze zien en interpreteren.
is niet onveranderlijk -> als onze levensomstandigheden en daarmee onze ervaringen ingrijpend
veranderen, wijzigen zich na verloop van tijd meestal ook onze opvattingen en ons referentiekader.
* verhuizen, verandering van werkkring, werkloosheid
1.4 Selectiviteit
Ieder van ons neemt via zijn sociale bril selectief waar en ziet maar een deel of aspect van het geen
er te zien is.
Sociale werkelijkheid:
Als mensen over de ‘de’ sociale werkelijkheid praten, moet men zich afvragen: wiens sociale
werkelijkheid? Mensen leren in de loop van hun leven om vooral te letten op de dingen die op een of
andere manier verband houden met hun eigen leefwijze, terwijl zij daarentegen vaak de meest
gewone en vertrouwde dingen over het hoofd zien, juist omdat die zo gewoon en vertrouwd zijn.
Maar ieder die waarneemt, selecteert uit de veelheid van verschijnselen die hij om zich heen
aantreft: hij ‘ziet’ er slechts enkele van en wel vooral die welke min of meer passen in het hem
vertrouwde wereldbeeld of daarvan juist sterk afwijken.
Waarnemingsprobleem: lees blz. 21 Laatste voorbeeld.
Vormen van selectiviteit:
Selective perception = we nemen waar wat bij ons past dat wordt gestuurd door onze
referentiekader en referentiekader is het geheel van waarden, normen en denkbeelden dat wat ons
gevormd heeft tot dat wat we nu zijn.
Selectiviteit gaat nog verder dan alleen maar wat wij in het gebodene zien of horen (selective
perception). Het selecteren begint al bij hetgeen waarvoor wij ons openstellen of waaraan we
worden blootgesteld (Selective exposure) en eindigt met wat wij onthouden (selective retention) van
wat wij hebben waargenomen. Ten slotte selecteren wij ook nog waarover we met anderen praten.
In de praktijk blijken ‘al die anderen’, vooral te bestaan uit naaste familieleden, vrienden, kennissen
en collega’s. Enerzijds ontlenen mensen aan die beperkte kring hun referentiekader als geheel van
feitenkennis, verklaringen en oordelen. Anderzijds bevestigen zij elkaar in deze min of meer
gemeenschappelijke opvattingen.
Ook emoties en persoonlijke maar vaak sociaal geconditioneerde voorkeuren, antipathieën en
andere positieve of negatieve gevoelens spelen een rol.
De waarneming en waardering van mensen of groepen wordt beïnvloed door de positieve of
negatieve gevoelens van de waarnemer.
Ons waarnemen is dus niet zomaar een passief registreren van wat zich aan ons voordoet: het is een
actief construeren van een bepaald beeld, in hoge mate afhankelijk van de waarnemer, die beïnvloed
is door sociale factoren. = de sociale constructie van werkelijkheid mensen zijn sociaal
‘geprogrammeerd’ om dingen bepaalde wijze waar te nemen en er op een specifieke wijze op te
reageren,