Professionalisering van Facility Management
binnen [bedrijf]
“Van informele samenwerking naar een professioneel
georganiseerde facilitaire functie”
Naam: J. Lent
Studentnummer: 1234567
Datum: 20-08-2026
Opleidingsinstituut: NCOI
Opleiding: Kort HBO Facility Management
Module: Management & Organisatie
,Voorwoord
Mijn naam is Jimmy Lent, ik ben 50 jaar en woon in Ridderbuurt. Sinds 2013 ben ik werkzaam als
tactisch inkoper bij [bedrijf] in Amsterdam. Binnen mijn functie ben ik verantwoordelijk voor zowel de
primaire inkoop als de facilitaire inkoop. In het afgelopen jaar ben ik mij daarnaast steeds meer gaan
richten op de verdere professionalisering van Facility Management binnen de organisatie.
Deze moduleopdracht is geschreven in het kader van de opleiding Kort HBO Facility Management aan
het NCOI en vormt de afronding van de module Management & Organisatie. Tijdens deze module heb
ik geleerd hoe verschillende organisatiemodellen en managementtheorieën kunnen worden toegepast
om organisaties te analyseren en verbeterpunten inzichtelijk te maken. Het was interessant om deze
theorieën niet alleen te bestuderen, maar ook toe te passen op mijn eigen werkomgeving. Hierdoor
heb ik een beter inzicht gekregen in de samenhang tussen organisatiestructuur, leiderschap,
processen en financiële sturing.
Mijn dank gaat uit naar onze CEO, de heer Douwes, voor het vertrouwen en de mogelijkheid om deze
opleiding te volgen. Daarnaast wil ik mijn docent, de heer Keizer, bedanken voor de inspirerende
lessen, de praktijkgerichte voorbeelden en de begeleiding tijdens deze module.
Tot slot wil ik mijn gezin bedanken voor hun steun, geduld en begrip tijdens mijn studie. Dankzij hun
betrokkenheid heb ik deze opleiding met plezier kunnen volgen.
Ik wens u veel leesplezier bij het lezen van deze moduleopdracht.
Ridderbuurt, 20-08-2026
2
, Samenvatting
Deze moduleopdracht onderzoekt hoe de facilitaire functie binnen [bedrijf] organisatorisch is ingericht
en in hoeverre deze inrichting aansluit bij de groei en professionalisering van de organisatie. De
facilitaire werkzaamheden worden momenteel uitgevoerd door medewerkers die deze taken
combineren met andere functies. Een formele afdeling Facility Management bestaat niet.
De analyse begint met een onderzoek naar de externe omgeving aan de hand van de DESTEP-
analyse en het vijfkrachtenmodel van Porter. Hieruit blijkt dat maatschappelijke, technologische en
wet- en regelgeving steeds hogere eisen stellen aan de facilitaire dienstverlening. Daarnaast laat de
concurrentieanalyse zien dat een professioneel ingerichte facilitaire organisatie indirect bijdraagt aan
de continuïteit en concurrentiepositie van [bedrijf].
Vervolgens wordt de interne organisatie geanalyseerd. Op basis van de theorie van Hersey en
Blanchard wordt geconcludeerd dat de delegerende leiderschapsstijl aansluit bij de ervaren en
zelfstandige medewerkers binnen [bedrijf].
De financiële analyse laat zien dat de begrotingsstructuur, budgetverantwoordelijkheid en
investeringscriteria goed zijn ingericht, maar dat de beschikbare managementinformatie nog beperkt
is. Hierdoor is de financiële sturing vooral gericht op het beheersen van uitgaven en minder op het
sturen van prestaties.
De analyse van het facilitaire meldproces toont aan dat de dagelijkse uitvoering goed verloopt, maar
dat de procesbesturing grotendeels afhankelijk is van informele afstemming. Niet alle meldingen
worden centraal geregistreerd en een Meerjarenonderhoudsplan en facilitaire prestatie-indicatoren
ontbreken. Hierdoor is het lastig om prestaties structureel te meten en tijdig bij te sturen.
De analyse van de arbeidsverdeling laat zien dat [bedrijf] beschikt over een functionele
organisatiestructuur die goed aansluit bij het technisch specialistische karakter van de organisatie. De
facilitaire functie vervult in de praktijk een ondersteunende en adviserende rol, maar deze positie is
nog niet formeel vastgelegd.
De moduleopdracht concludeert dat de basisvoorwaarden voor professioneel Facility Management
grotendeels aanwezig zijn, maar dat de organisatorische borging, stuurinformatie en planmatige
aansturing verder kunnen worden ontwikkeld. De belangrijkste aanbevelingen zijn het formeel
positioneren van Facility Management als staffunctie, het verbeteren van de informatievoorziening
door centrale registratie van onderhoud, contracten en meldingen, en het versterken van de planning-
en-controlcyclus met een Meerjarenonderhoudsplan en facilitaire prestatie-indicatoren.
3