5 Points on Architecture: Le Corbusiers fundamentele regels voor moderne architectuur, waaronder
pilotis, het dakterras, het vrije grondplan, het lintvenster en de vrije gevel.
Ambulatory: Een kooromgang of wandelgang rond het altaar in een kerk die pelgrims in staat stelt
langs kapellen te lopen zonder de dienst te verstoren.
Architecture Parlante: Architectuur die haar eigen functie of doel fysiek uitdrukt door middel van haar
vorm of symboliek ("sprekende architectuur").
Bricolage: Een ontwerpproces waarbij structuren worden samengesteld uit een diverse mix van
beschikbare materialen of uiteenlopende historische fragmenten.
Byzantine: Een bouwstijl die wordt gekenmerkt door enorme koepels op pendentieven, rijke
mozaïeken en het gebruik van baksteen in plaats van beton.
Collectivism: Een ideologie die architectuur inzet om gemeenschapszin te bevorderen door middel van
gedeelde woonvormen en publieke ruimtes.
Complexity and Contradiction: Robert Venturi’s pleidooi voor gelaagdheid en tegenstrijdigheid in
architectuur als reactie op de rigide eenvoud van het modernisme.
Contextualism: Een ontwerpbenadering waarbij een gebouw direct reageert op de fysieke, historische
en culturele kenmerken van zijn specifieke omgeving.
Critical Regionalism: Architectuur die moderne technologie combineert met lokale tradities en
klimatologische kenmerken om de homogeniteit van de mondiale stijl tegen te gaan.
Deconstructivist Architecture: Een stroming die eenheid en stabiliteit verwerpt door gebouwen te
fragmenteren en vormen te vervormen of te laten verschuiven.
Design Intelligence: Het vermogen om complexe data en technologische systemen te integreren in het
ontwerpproces om efficiëntere en slimmere gebouwen te creëren.