Leerdoelen:
kent u de verschillende rechtsvormen waarin in Nederland ondernemingen kunnen worden
gedreven;
kunt u gemotiveerd aangeven in welke situatie de keuze voor welke ondernemingsvorm het
meest voor de hand ligt;
kunt u casus oplossen die op deze materie betrekking hebben.
Jurisprudentie
HR 29 mei 2015, NJ 2015/380 (Lunchroom De Katterug)
HR 3 februari 1984, NJ 1984/386 (Damen Geho)
HR 19 april 2019, RO 2019/36 (UWV/X)
Ondernemingsvormen
1. Naamloze vennootschap
2. Besloten vennootschap
3. Vereniging
4. Stichting
5. Cooperatie
6. Maatschap
7. Vennootschap onder fima
8. Commanditaire vennootschap
Drie hoofdthema’s
Het ondernemingsrecht regelt vooral drie onderwerpen:
a. Hoe steekt de interne structuur van een onderneming in elkaar? Met andere woorden; de
juridische organisatie en de inrichting daarvan
b. Wie mogen en kunnen voor de onderneming transacties afsluiten? Met andere woorden;
hoe is de vertegenwoordiging geregeld
c. Hoe zijn de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de gang van zaken in de
onderneming uitgewerkt?
Deze onderwerpen zijn verschillend geregeld naar gelang de rechtsvorm die op een bepaalde
onderneming van toepassing is. Dit kenmerkt maakt het ondernemingsrecht lastig. Het
ondernemingsrecht is voornamelijk in boek 2, 7a,9 en het Wetboek van Koophandel geregeld.
Gerichtheid op winst
Ondernemingen zijn op winst, op het behalen van economische voordelen gericht. Als
ondernemingsvorm komen vooral rechtsvormen in aanmerking die toelaten winst uit te keren aan
degenen die in de onderneming participeren. Degenen die in een onderneming deelnemen, willen
daarvan graag vruchten plukken. De wens tot winstgerichtheid heeft voor de opzet en inrichting van
het ondernemingsrecht een belangrijk gevolg. Het ondernemingsrecht dient zo te zijn ingericht dat
het ruimte laat voor het maken van winst,
,Ondernemingsvorm 1: de besloten vennootschap (BV)
Kapitaalassociaties
Art. 2:175 BW geeft een omschrijving van de BV. Kenmerkend van de BV is onder andere dat deze
een in een of meer overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal heeft. Men kan slechts in een BV
participeren via een aandeel in haar kapitaal. Om deze reden wordt de BV gerekend tot de
zogenaamde kapitaalassociaties; of ook wel genoemd kapitaalvennootschappen. Er dient bij
oprichting in ieder geval één aandeel te worden uitgegeven. Het nominale bedrag van de aandelen
en het daarop te storten bedrag kan laag zijn, bijvoorbeeld €1. Als er meer dan één aandeel wordt
uitgegeven, wat in de regel het geval is, mogen de aandelen in handen zijn van één aandeelhouder.
De eenpersoons-BV is in het Nederlandse recht een legaal verschijnsel.
Functies van het aandeel
Het aandeel kan een belangrijke functie vervullen. Het is – als je probeert te doordenken wat een
aandeel precies is – een nogal gecompliceerde rechtsfiguur. In de eerste plaats zijn aandelen voor de
BV een middel om vermogen aan te trekken. De aandeelhouder brengt vermogen in de BV in. Hij
verkrijgt als tegenprestatie van de BV een of meer aandelen. Deze inbrengverplichting houdt in dat
de aandeelhouder vermogen van de BV ter beschikking moet stellen, in beginsel ter grootte van het
nominale bedrag waarvoor hij aandelen neemt. In de statuten van een BV staat steeds vermeld hoe
hoog dit nominale bedrag voor een bepaalde soort aandelen is. Dit kan bijvoorbeeld €0,01 of €750
per aandeel zijn.
In de tweede plaats is aan het aandeel doorgaans stemrecht in de aandeelhoudersvergadering
verbonden (art. 2:228 BW). Met het aandeel kan zeggenschap in de BV worden uitgeoefend. Het
aandeel heeft dan dus een zeggenschapsfunctie. In beginsel levert ieder aandeel één stem op. Hoe
meer aandelen iemand houdt, des te meer stemmen hij in de aandeelhoudersvergadering heeft. De
BV heeft een plutocratisch karakter. Dat wil zeggen dat hoe meer aandelen iemand houdt, des te
machtiger hij in de aandeelhoudersvergadering en daarmee in de vennootschap is. Dit kan echter in
de statuten van een BV anders worden geregeld (art. 2:228 lid 4 BW). Zo zijn zelfs aandelen zonder
stemrecht toegelaten, voor zover de statuten dit regelen.
Ten slotte vervult het aandeel vaak een winstverdelingsfunctie: in beginsel geeft ieder aandeel recht
op een gedeelte van de winst (art. 2:216 BW). De door de BV behaalde winst wordt over de aandelen
verdeeld. Men noemt de winstuitkering op een aandeel ook wel dividend. Hoe meer aandelen men
bezit, des te groter is in beginsel het winstrecht van de betrokkene.
Beslotenheid BV
De BV is besloten. Dit houdt in dat de door haar uitgegeven aandelen op naam staan en overdracht
ervan in beginsel niet vrijelijk kan plaatsvinden. Een aandeelhouder in een BV die zijn aandelen wil
overdragen dient zijn over te dragen aandelen aan de mede aandeelhouders aan te bieden (art.
2:195 lid 1 BW). De statuten mogen de aandelenoverdracht vrijmaken. In de wet zijn betrekkelijk
uitvoerige voorschriften te vinden die aanduiden binnen welke grenzen de vrije overdraagbaarheid in
de statuten beperkt kan worden (art. 2:195 BW). Dit type voorschriften worden
blokkeringsregelingen genoemd. Blokkeringsregelingen hebben tot gevolg dat aandelen in een BV
niet zonder meer vrij verhandelbaar zijn. Opmerking verdient nog dat de overdracht van aandelen in
een BV slechts bij notariële akte kan plaatsvinden. Alle houders van aandelen in een BV dienen te
worden opgenomen in een register dat het bestuur van de BV moet bijhouden (art. 2:194 BW). De BV
weet zo wie haar aandeelhouders zijn.
,Aansprakelijkheid
De BV is in Nederland de meest populaire rechtsvorm. De oorzaak hiervan is vooral dat de
aandeelhouders (en bestuurders) in beginsel niet aansprakelijk zijn voor hetgeen in naam van de BV
is verricht. De wet drukt dit belangrijke beginsel voor de aandeelhouder als volgt uit: Een
aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de
verliezen van de vennootschap bij te dragen (art. 2:175 BW). De BV heeft dus een voor de
aandeelhouders gunstig aansprakelijkheidsregime. Het gevolg van die gunstige
aansprakelijkheidsregime is dat als een BV failliet gaat, schuldeisers van de BV onbetaald kunnen
blijven.
Modernisering van het BV-recht
De Nederlandse wetgever wil met het gemoderniseerde BV-recht bereiken dat ondernemers geen
reden hebben om in buitenlandse rechtsvormen te vluchten. Een in het oog springende verandering
in het nieuwe BV-recht was de afschaffing van het minimumkapitaal van €18.000. Je kunt nu een BV
oprichten met een eurocent. De toegang tot de BV werd daarmee vergemakkelijkt. De tot 1 oktober
2012 voor alle BV’s verplichte blokkeringsregeling is vervallen. De statuten van een BV kunnen onder
het nieuwe BV-regime stemrecht loze en winstrecht loze aandelen invoeren. In het nieuwe BV-recht
komt sterker dan in het ouder het idee naar voren dat vennootschapsrecht voor ondernemers die
ervan gebruik willen maken een facilitair karakter heeft. Het BV-recht is sinds 2012 minder
regulerend geworden.
Ondernemingsvorm 2: de naamloze vennootschap (NV)
De rechtsvorm nv is vooral geschikt voor grote ondernemingen. Dit hangt samen met de
omstandigheid dat grote ondernemingen voor het aantrekken van het vermogen vaak van de
diensten van de effectenbeurs gebruikmaken. Via de effectenbeurs kan een nv aandelen doen
verhandelen. Het verhandelen van aandelen via de effectenbeurs is alleen mogelijk als de
desbetreffende nv een beursnotering heeft. Het minimumkapitaal van een nv bedraagt €45.000 (art.
2:67 lid 2 BW). Dit maakt de nv-vorm voor kleinere ondernemingen minder aantrekkelijk dan de bv-
vorm.
Een nv kent een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal (art. 2:64 BW). Daarmee wijkt de nv
af van de bv. Voor de bv is het maatschappelijke kapitaal facultatief. Voor de bv kan bovendien
volstaan worden met de uitgifte van een enkel aandeel.
Net als de bv is de nv een kapitaalassociatie. Het aandeel vervult bij een nv dezelfde functies als bij
de een bv. Namelijk aantrekken van vermogen (art. 2:80 BW), winstverdeling (art. 2:105 BW) en
stemrecht (art. 218 BW).
Bij een nv behoeven aandelen niet op naam te luiden. Een nv mag ook aandelen aan toonder
uitgeven. De wetgever wil het gebruik van toonderaandelen terugdringen onder andere om het
witwassen van zwart geld tegen te gaan. De namen van houders van toonderaandelen worden niet in
een aandeelhoudersregister opgenomen. Als gevolg hiervan kan bij een nv gemakkelijk de situatie
bestaan dat zij niet weet wie haar aandeelhouders zijn. Vandaar de benaming naamloze
vennootschap.
De aanduiding naamloze vennootschap is overigens enigszins misleidend, omdat een nv wel degelijk
aandelen op naam mag uitgeven (art. 2:82 BW). als een nv aandelen op naam uitgeeft, moet het
bestuur een register bijhouden met de namen van de aandeelhouders op naam (art. 2:85 BW).
, Ondernemingsvormen 3 en 4: de maatschap en de vennootschap onder firma
Maatschap
De maatschap is een obligatoire, wederkerige overeenkomst tot samenwerking van twee of meer
personen. Zoals voor de meeste obligatoire overeenkomsten geldt, is het sluiten van een
maatschapsovereenkomst in beginsel vormvrij (nv en bv moet bij notariële akte worden opgericht).
De maatschap is gericht op het door middel van samenwerking behalen van vermogensrechtelijk
voordeel dat aan hen ten goede komt. De maatschap heeft dus, evenals de nv en de bv, een
winstverdelingsdoel. Bij een maatschap wil men samenwerken voor gemeenschappelijke rekening
tot een gemeenschappelijk doel. De samenwerking in het kader van de maatschap zal onder meer
inhouden dat de opbrengsten die met de gezamenlijke verrichte activiteit worden behaald, volgens
een in de maatschapsovereenkomst opgenomen verdeelsleutel over de vennoten worden verdeeld.
Omdat iets niet uit niets kan voortkomen, is ieder der vennoten daarbij gehouden iets in te brengen,
dat wil zeggen een waarde aan de maatschap ter beschikking stellen. Deze inbreng kan een gebouw
of arbeid zijn. De samenwerking in de maatschap steunt op deze inbreng. Samenvattend: een
maatschap strekt tot een actieve samenwerking van de maten die erop gericht is om door middel van
hun inbreng voor gemeenschappelijke rekening voordeel te behalen dat aan hen allen ten goede
komt. De maatschap is geregeld in titel 9 van boek 7a BW.
VOF
Als een maatschap onder gemeenschappelijke naam (onder een naam dus, als een eenheid, zou men
kunnen zeggen) een onderneming of een bedrijf uitoefent, gelden voor haar naast de art. 7A:1655-
1688 BW art. 16-34 K. De maatschap wordt dan een vof genoemd. Het belang hiervan is vooral dat
de vof hoofdelijke verbondenheid van de vennoten kent voor verbintenissen van de vof (art. 18 k),
terwijl voor de gewone maatschap een minder streng aansprakelijkheidsregime geldt: de maten zijn
voor gelijke delen aansprakelijk voor de verbintenissen van de maatschap (art. 7A:1680 BW). De
wetgever vindt het kennelijk gepast dat voor een bedrijfsuitoefening onder gemeenschappelijke
naam strengere aansprakelijkheidsregels gelden dan voor een gezamenlijke beroepsuitoefening,
zoals advocaten of notarissen die kunnen hebben.
Samenwerkingsvereiste
De vennoten dienen op voet van gelijkheid samen te werken. Zo mag een vennoot niet in een positie
van ondergeschiktheid verkeren ten opzichte van een andere vennoot want dat zou veeleer op het
bestaan van een arbeidsovereenkomst wijzen. Tevens zal samenwerking dikwijls overleg impliceren
over de wijze waarop de gezamenlijke activiteit wordt beoefend. De vennoten dienen immers in
beginsel gezamenlijk het beleid van de maatschap of de vof te bepalen. Het samenwerkingsvereiste
geeft het vennootschapscontract een bijzonder karakter. Samenwerking veronderstelt meestal een
duurzame relatie. De meeste contracten die personen met elkaar afsluiten zijn, in tegenstelling tot
de vennootschapsovereenkomst, niet gericht op langdurige samenwerking ter bereiking van een
gemeenschappelijk doel. Denk aan koop en verkoop: koper en verkoper verrichten een incidentele,
eenmalige transactie en staan met tegengestelde belangen tegenover elkaar. De verplichtingen uit
een vennootschapsovereenkomst lopen niet over en weer, maar evenwijdig, parallel. Koper en
verkopen beogen geen samenwerking op de lange termijn.