Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 55 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Leereenheid 1 Rechtsbeginselen EU | Europees Recht RS0402 | Open Universiteit | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 55 pagina's

Studienotities voor Leereenheid 1 van het vak Europees Recht RS0402 in de pre-master Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. De notities behandelen de rechtsbeginselen van de EU, waaronder de drie constitutieve beginselen: attributie, subsidiariteit en evenredigheid. Met duidelijke uitleg over de Europese rechtsorde, bevoegdheidstoedeling, impliciete bevoegdheden en de Ultra vires-toetsing ideaal voor voorbereiding op toetsen en tentamens.

Voorbeeld van de inhoud

Leereenheid 1 – rechtsbeginselen van de EU
 op hoofdlijnen de aard van de Europese rechtsorde en haar verhouding tot de rechtsordes
van andere lidstaten te schetsen;
De term ‘rechtsorde’ heeft verschillende betekenissen. In abstracto kan men zeggen dat het staat
voor “een samenstelsel van algemene en individuele normen die het menselijk gedrag regelen, die
met andere woorden voorschrijven hoe men zich behoort te gedragen”, waarbij het kan worden
omschreven als een orde “indien de normen een eenheid vormen, en zij vormen de eenheid indien
zij dezelfde basis van geldigheid hebben”.

In een meer nuchtere en praktische definitieve kan de rechtsorde worden omschreven als het geheel
van rechtsnormen dat van toepassing is op een bepaald grondgebied. Een rechtsorde bestaat
wanneer aan twee voorwaarden wordt voldaan; gezag en autonomie.

Autonomie = de normen die de rechtsorde vormen zijn zelfreferentieel en voor hun betekenis of
geldigheid niet afhankelijk zijn van andere normen.

Gezag = de rechtsorde heeft zijn eigen instelling om ervoor te zorgen dat de normen worden
gehandhaafd en dat geschillen worden beslecht.

 de rol en betekenis van het attributiebeginsel, het subsidiariteitsbeginsel en het
evenredigheidsbeginsel (de constitutieve rechtsbeginselen) uit te leggen en toe te passen;
De algemene beginselen van de rechtsorde van de Europese Unie zijn in veel staten terug te vinden
in grondwettelijke teksten. De Europese Unie heeft geen grondwet omdat er geen “Europees volk” is
dat ermee heeft ingestemd macht aan de Europese Unie toe te kennen. De Europese Unie bestaat uit
lidstaten die hebben besloten een deel van hun bevoegdheden over te dragen aan een internationaal
rechtsorgaan. De Europese Unie is dus indirect door het volk gevormd.

De algemene beginselen van de rechtsorde van de Europese Unie worden in drie categorieën
ingedeeld:
1. De constitutieve beginselen die de Europese Unie als actor vaststellen en bevoegdheden
geven en beperken.
2. De beginselen die betrekking hebben op de lidstaten en individuele actoren in een EU-
rechtskader.
3. De beginselen die de waarden bepalen waardoor het optreden van de Europese Unie wordt
geleid.

Constitutieve beginselen
De Europese Unie kan eigenmachtig optreden. Bij haar optreden in wetgevende, maar ook in
uitvoerende hoedanigheid, is de EU gemachtigd en gebonden door drie algemene beginselen:
attributie, subsidiariteit en evenredigheid.

Het wetgevend optreden van de Europese Unie is in drieluik vastgelegd in artikel 4 lid 1 VEU jo.
artikel 5 VEU. Deze beginselen hebben betrekking op de bevoegdheden van de Europese Unie en de
middelen die zij kan aanwenden om deze bevoegdheden uit te oefenen.

Het attributiebeginsel (a.k.a. het beginsel van bevoegdheidstoedeling) = waarborging dat de
Europese Unie alleen kan optreden indien de lidstaten de Europese Unie daartoe uitdrukkelijk
hebben gemachtigd door middel van de Verdragen.

,Het attributiebeginsel is aangevuld met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid door het
Verdrag betreffende de Europese Unie van 1992. Deze aanvulling kan worden begrepen als een
uiting van de wens van de lidstaten om hun residuele bevoegdheden veilig te stellen en als een
poging om de Europese Unie voor zijn burgers acceptabeler te maken.

Het attributiebeginsel: de bevoegdheden van de Unie
Het beginsel van de specifieke bevoegdheidstoedeling is opgenomen in artikel 4 lid 1 VEU jo. artikel
5 lid 1 en 2 VEU. Op grond hiervan kan de Europese Unie slechts optreden als zij daartoe uitdrukkelijk
door de Verdragen is gemachtigd. Er moet in de praktijk dus een rechtsgrondslag zijn voor het
optreden van de Europese Unie.

Het EU-recht omvat hiernaast ook de “impliciete bevoegdheden”-doctrine = de Europese Unie kan
extern optreden op gebieden waar haar deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk door de Verdragen is
toegekend, maar waar deze externe bevoegdheid impliciet voortvloeit uit de bevoegdheid in interne
aangelegenheden (een bevoegdheid die impliciet is in of inherent is aan het bestaan van een
verwante interne bevoegdheid).

Waarom moeten alle EU-maatregelen een rechtsgrondslag hebben?
1. Dit is een middel om ervoor te zorgen dat de Europese Unie haar bevoegdheden niet
overschrijdt door maatregelen te nemen op gebieden waarvoor zij niet gemachtigd is
(materiële waarborg); en

2. Dit weerspiegelt het feit dat het Werkingsverdrag verschillende besluitvormingsprocedures
en een andere mate betrokkenheid van de verschillende instellingen voorschrijft voor EU-
optreden, afhankelijk van het gebied in kwestie (procedurele waarborg).

Ultra vires = onderzoek/toetsing of bevoegdheden in een specifiek geval worden overtreden (is er
een juiste rechtsgrondslag?) en naar de intentie die in een rechtsgrondslag besloten ligt.

Weiss-arrest (Duitse Federale Constitutionele Hof): bij de toetsing Ultra vires gaat het er ook om dat
wordt gewaarborgd wat het nationale parlement voor ogen stond toen het een programma van
Europese integratie aanvaardde.

Procedurele waarborg: alle wetgevingsprocedures beginnen met een voorstel van de Europese
Commissie dat vervolgens moet worden goedgekeurd door de lidstaten die in de Raad zijn
vertegenwoordigd. De rechtsgrondslag bepaald of (1) het Europees Parlement een medebeslissende
stem heeft, (2) of het Europees Parlement (slechts) een advies mag uitbrengen en (3) of de Raad met
een meerderheid van stemmen of met eenparigheid van stemmen stemt.

Zoeken naar juiste rechtsgrondslag
Het Hof in de zoektocht naar de juiste rechtsgrondslag: in het kader van de organisatie van de
bevoegdheden van de Europese Unie, moet de keuze van een rechtsgrondslag voor een handeling
berusten op objectieve elementen die vatbaar zijn voor rechtelijke toetsing  vervolgens onderzoekt
het Hof de inhoud en doelstellingen van de betrokken maatregel.

Zwaartepunttoets = als de maatregel elementen bevat die verband houden met twee verschillende
grondslagen, moet worden nagegaan of de betrokken maatregel hoofdzakelijk betrekking heeft op
een bepaald actiegebied, terwijl hij slechts bijkomstige gevolgen heeft voor een ander beleidsterrein
(zijn beide elementen even essentieel?) -> het overheersende element bepaald de rechtsgrondslag.

ls beide elementen als even belangrijk worden geacht -> beide bijbehorende grondslagen moeten
worden gebruikt (cumulatie van rechtsgrondslagen).

,Cumulatie van rechtsgrondslagen is uitgesloten in situaties waarin de betrokken
besluitvormingsprocedures onverenigbaar met elkaar zijn  titaandioxide-arrest (C-300/89)

Als er een of meer rechtsgrondslagen voor EU-optreden bestaat, heeft de Europese Unie
bevoegdheden om maatregelen vast te stellen. De Europese Verdragen en de open bewoordingen
van de rechtsgrondslagen maken het mogelijk dat de Europese Unie in ruime mate optreedt en
wetgeving opstelt. De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid werden in het Werkingsverdrag
opgenomen om de wetgevende bevoegdheden van de Europese Unie te beperken.

Het subsidiariteitsbeginsel: uitoefening van bevoegdheden
Subsidiariteitsbeginsel -> Als de Europese Unie bevoegd is om op te treden, moet zij daar dan gebruik
van maken? -> artikel 5 lid 3 VEU. Het subsidiariteitsbeginsel is alleen van toepassing op de niet-
exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie, dus op de exclusieve bevoegdheden zoals genoemd
in artikel 3 VEU.

De Europese Unie hoeft niet te toetsen aan het subsidiariteitsbeginsel om haar exclusieve
bevoegdheden uit te oefenen.

Subsidiariteitstoets = de Europese Unie kan alleen optreden als en voor zover de doelstellingen van
het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en beter op
Europees niveau kunnen worden gerealiseerd  het optreden in kwestie moet betrekking hebben op
een grensoverschrijdend probleem waarvoor een Europese oplossing schaalvoordelen of een grotere
doeltreffendheid biedt dan een nationaal optreden.

Ex ante toepassing = toepassing van het beginsel voordat de politieke plannen juridisch bindende
besluiten worden.

Ex post toepassing = toepassing van het beginsel om bestaande wetgeving aan te vechten
(bijvoorbeeld een beroep tot nietigverklaring).

Alvorens de naleving van het subsidiariteitsbeginsel kan worden onderzocht, moet de vraag
beantwoord worden of het betrokken optreden betrekking heeft op een gebied dat onder de
exclusieve of de niet-exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. In het laatste geval zijn in de eerste
instantie zowel de Unie als de lidstaten bevoegd om op te treden.

Sperrwirkung -> blokkerend effect

Bij EU-optreden waar de Unie een bevoegdheid deelt met de lidstaten, kan, afhankelijk van het soort
optreden, de Sperrwirkung van het EU-optreden het de lidstaten vrijwel onmogelijk maken om hun
reeds bestaande bevoegdheden uit te oefenen.

Als de EU exclusief bevoegd is, kunnen de lidstaten geen maatregelen meer nemen, tenzij de EU-
wetgeving hen daartoe uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt.

Welke bevoegdheden worden gedeeld en welke zijn exclusief? -> invoering artikel 3 (opsomming
gebieden waarvoor Unie exclusief bevoegd is) en 4 (opsomming gebieden waarvoor gedeelde
bevoegdheid geldt) VWEU door Verdrag van Lissabon.

, De subsidiariteitstoets
Het subsidiariteitsbeginsel bevat een dubbelen toetsing:
1. Kunnen de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten
worden verwezenlijkt? -> negatief element
2. Kunnen zij daarom doeltreffender op EU-niveau worden verwezenlijkt? -> positief element

Wanneer het Hof nagaat of een maatregel van de Unie voldoet aan het subsidiariteitsbeginsel, zal
het rekening houden met de doelstelling en inhoud van de maatregel.

Huidige toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is door het Verdrag van
Lissabon aan het EU-verdrag en het Werkingsverdrag gehecht -> hierbij wordt een groteren rol
toebedeeld aan de nationale parlementen bij de handhaving van het subsidiariteitsbeginsel en wordt
aan het Hof van Justitie de bevoegdheid verleend om uitspraak te doen over beroepen wegens
schending van het subsidiariteitsbeginsel door een wetgevingshandeling.

Subsidiariteitsprocedure -> de Commissie zendt alle ontwerpen van wetgevingshandelingen op
gebieden van gedeelde bevoegdheid toe aan de nationale parlementen van de lidstaten ->
parlementen hebben acht weken de tijd om een beargumenteerd advies toe te zenden aan de
Commissie, de Raad en het Europees Parlement -> indien nationale parlementen meer dan een
derde van de stemmen vertegenwoordigen en van mening zijn dat de voorgestelde handeling niet
strookt met het subsidiariteitsbeginsel, moet de Commissie een evaluatie uitvoeren -> gaat de
Commissie toch door in het kader van gewone wetgevingsprocedure? Laatste woord ligt dan bij de
Raad en het Europees Parlement -> als meerderheid van 55% van de leden van de Raad of een
meerderheid van de uitgebrachte stemmen in het Europees Parlement tot de conclusie komt dat het
wetgevingsvoorstel niet verenigbaar is met het subsidiariteitsbeginsel, zal het niet verder in
behandeling worden genomen.

Lidstaten kunnen namens hun nationaal parlement tevens beroep doen tot nietigverklaring wegens
schending van het subsidiariteitsbeginsel.

Subsidiariteitsprocedure is alleen van toepassing op wetgevingshandelingen. Niet-
wetgevingshandelingen (dus gedelegeerde handelingen in de zin van artikel 290 VWEU) vallen niet
onder de subsidiariteitsprocedure. Toch moeten zij volgens artikel 1 van het protocol inzake
subsidiariteit en evenredigheid voortdurende eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel
waarborgen.

Het evenredigheidsbeginsel
Het evenredigheidsbeginsel is uitgewerkt in artikel 5, vierde alinea, VEU.

Rol van het evenredigheidsbeginsel: bepaald welke vorm van optreden passend wanneer de Unie op
grond van het beginsel van bevoegdheidstoedeling bevoegd is om op te treden en op grond van het
subsidiariteitsbeginsel ook moet optreden.

Artikel 5 lid 4 VEU -> het optreden van de EU mag niet verder gaan dan nodig is om het nagestreefde
doel te verwezenlijken.

Protocol dat bij het Verdrag van Amsterdam aan het EG-Verdrag is gehecht -> evenredigheid houdt in
dat wetgevend optreden alleen mag worden uitgevoerd als dat noodzakelijk is.

De Unie is verplicht om de minst ingrijpende maatregel te kiezen die nodig is om het met die
maatregel nagestreefde doel te bereiken.

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789054549406 Druk: 3

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
19 augustus 2026
Aantal pagina's
55
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
$9.17

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
tessvanoostrom
5.0
(1)
Verkocht
5
Volgers
6
Items
23
Laatst verkocht
3 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen