Klas: Vwo 5
Stof: Hoofdstuk 6, 8, 15 & 16
, Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 8
Individu: 1 olifant
Soort: de olifant
Populatie: kudde olifanten
Mutualisme: Beide organismen hebben voordeel.
Commensalisme: één heeft voordeel, één heeft geen voordeel en geen nadeel.
Parasitisme: één heeft voordeel, één heeft nadeel.
Niche: De plaats die een soort of populatie in een ecosysteem inneemt.
Habitat: leefomgeving waar de soort voorkomt (biotische en abiotische omstandigheden).
Pioneersecosysteem: eenvoudig voedselweb, weinig soorten en onstabiel.
Climaxecosysteem: ingewikkeld voedselweb, grote biodiversiteit en stabiel met een
natuurlijk evenwicht.
Hoofdstuk 15: Kwetsbare ecosystemen
15.1 Energiestromen
De heuvels van Lachay
De heuvels van Lachay vormen een uniek ecosysteem, een begrensd gebied met een
wisselwerking tussen organismen onderling (biotische factoren) en hun omgeving
(abiotische factoren). Water kan een grote invloed hebben op hoe een ecosysteem eruit ziet.
Energie
In elk ecosysteem gebruiken organismen energie om organische stoffen te vormen.
Organische stoffen hebben allemaal het element C waaraan H-atomen gekoppeld zijn en zijn
gemaakt door een organisme. Door fotosynthese maken planten (en sommige bacteriën)
met behulp van zonlicht energierijke C6H12O6 (glucose) uit CO2 en H2O. CO2 en H2O zijn
anorganische stoffen. De energie die planten maken wordt door het hele ecosysteem
gebruikt en doorgegeven.
Energiestroom