Kwalitatieve aansprakelijkheden
Literatuur
Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, nrs: 81-128 en 130.
Verbintenissenrecht algemeen, nrs: 174-175.
Jurisprudentie
HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD7395Links to an external site. (Delfland/De
Stoeterij).
HR 9 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7557Links to an external site., AA 2007, p. 358-
361, m.nt. S.D. Lindenbergh (Groot Kievitsdal).
HR 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6095Links to an external site., NJ 2011/465,
m.nt. T. Hartlief (Hangmat).
HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236Links to an external site., NJ 2012/155,
m.nt. T. Hartlief (Wilnis).
HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162Links to an external site., AA 2016, p. 624-632,
m.nt. H.N. Schelhaas (Manegepaard Imagine).
Productaansprakelijkheid
Literatuur
Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, nrs: 134-152b. Niet: 136, 145 en 145a.
Jurisprudentie
HvJ EG 29 mei 1997, ECLI:EU:C:1997:255Links to an external site. (Commissie/UK;
Ontwikkelingsrisico).
Aansprakelijkheid voor motorrijtuigen
Literatuur
Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding, nrs: 154-163. Niet: 160 en 161.
,Kennisclip 9; productaansprakelijkheid
Stel, je hebt een stofzuiger. En terwijl je aan het stofzuigen bent, slaat de stofzuiger opeens op hol,
zuigt je gordijn op, en ontploft dan. Maar bij wie kun je dan terecht voor die kapotte stofzuiger, en
voor die kapotte gordijnen, en voor het letsel dat je oploopt door die ontploffing?
Productaansprakelijkheid: het gaat om aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door een
product dat niet voldeed aan de veiligheidseisen die je eraan zou mogen stellen
Art. 6:185 e.v.
Lid 1: De producent is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product.
4 begrippen:
1. Producent art. 6:187 lid 2-4
2. Product art. 6:187 lid 1
3. Gebrek art. 6:186; veiligheidsgebrek.
4. Productaansprakelijkheid geldt bovendien alleen voor bepaalde soorten schade
art. 6:190; Het moet gaan om schade door dood of lichamelijk letsel. En bovendien
kan het ook gaan om schade door het product toegebracht aan een zaak die pleeg te
worden gebruikt in de privésfeer en niets de schade groter is dan 500 euro.
Je ziet nergens dat het gebrek ook toerekenbaar moet zijn of dat er schuld in het spel moet zijn.
Het is dus een risicoaansprakelijkheid, maar zij is beperkt tot gevallen waarin aan deze vier
elementen is voldaan. Is dat niet het geval, dan kun je terugvallen op artikel 162 van boek 6. Maar
dan moet je wel de onrechtmatigheid en de toerekenbaarheid daarvan aan de producent aantonen.
Verweren
6:185 lid 1 sub e; tenzij het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis
op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het
gebrek te ontdekken.
Voorbeeld; Een voorbeeld is het ontwikkelen van een vaccin om een pandemie te bestrijden. Er
wordt dan heel hard gewerkt aan zo'n vaccin. Ze brengen het straks op de markt en hebben
ongelooflijk hun best gedaan. Maar het kan zo zijn dat er later toch gebreken bijwerkingen zijn bij
zo’n vaccin, die tot schade kunnen leiden. Is die farmaceut daar dan ook voor aansprakelijk? Dan
zouden ze zich kunnen beroepen op dat ontwikkelingsrisico verweer.
Uitleg van 6:185 lid 1 sub e; Artikel 185 BW moet richtlijnconform worden uitgelegd, omdat deze
bepaling zijn oorsprong vindt in het Unierecht. Dat betekent dat niet de Hoge Raad, maar het Hof van
Justitie van de Europese Unie de doorslaggevende uitleg geeft. De uitzondering op aansprakelijkheid
wegens het ontwikkelingsrisico houdt in dat de producent alleen dan niet aansprakelijk is, indien het
op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het moment van het in het
verkeer brengen onmogelijk was het gebrek te ontdekken. Dit is een strikt en objectief criterium. Het
gaat daarbij niet om de vraag of deze producent of een gemiddelde producent het gebrek heeft
ontdekt, maar om het meest geavanceerde niveau van wetenschappelijke en technische kennis dat
op dat moment bestond. Daarbij geldt wel dat deze kennis toegankelijk moet zijn geweest. Kennis die
slechts in besloten of geheime kringen bestond, wordt niet meegewogen. Hierdoor wordt
voorkomen dat producenten zich kunnen beroepen op onwetendheid, terwijl het gebrek volgens de
hoogste beschikbare kennis wél ondekbaar was.
, Bij gebrekkige producten kunnen in theorie meerdere partijen aansprakelijk zijn, zoals de verkoper
(wanprestatie), de producent (productaansprakelijkheid of onrechtmatige daad) of zelfs de bezitter
van het product. De wetgever heeft dit bewust geordend door middel van kanalisatie van
aansprakelijkheid, zodat duidelijk is wie het risico draagt en zich daartegen kan verzekeren.
De regeling van productaansprakelijkheid (art. 6:185 e.v. BW) ziet uitsluitend op bepaalde vormen
van gevolgschade in de privésfeer: letselschade en zaakschade aan andere privézaken dan het
product zelf (art. 6:190 BW). Schade aan het product zelf valt hier dus buiten.
Daarnaast speelt de consumentenkoop een belangrijke rol. Artikel 7:24 lid 1 BW bevestigt dat de
koper bij een non-conforme zaak recht heeft op schadevergoeding wegens wanprestatie, maar
maakt dit voor consumentenkoop van dwingend recht. Het echte belang zit echter in artikel 7:24 lid
2 BW, waarin de kanalisatie is geregeld. Deze bepaling bepaalt dat als de tekortkoming bestaat uit
een veiligheidsgebrek in de zin van de productaansprakelijkheid, de verkoper in beginsel niet
aansprakelijk is voor de schade waarvoor de producent aansprakelijk is op grond van art. 6:185 BW.
De aansprakelijkheid wordt dus primair naar de producent gekanaliseerd.
Op deze hoofdregel bestaan drie uitzonderingen. De verkoper is wél aansprakelijk indien:
1. Hij het gebrek kende of had moeten kennen;
2. Hij de afwezigheid van het gebrek heeft toegezegd (garantie);
3. Het gaat om zaakschade onder de franchise van €500, waarvoor geen vergoeding mogelijk is
op grond van de productaansprakelijkheid.
Voor kleine schades kan de consument dus terecht bij de verkoper, terwijl voor grotere
productgerelateerde schades de producent aansprakelijk is. Door deze systematiek wordt de
aansprakelijkheid helder verdeeld en kan per geval, met de wet in de hand, worden vastgesteld wie
aangesproken kan worden.