Te kennen pagina’s.:
Handboek “Grondwettelijk recht” van professor Sottiaux, p. 71-102.
I. INLEIDING
Gelaagde rechtorde = we bevinden ons als rechtsonderhorigen in verschillende rechtsordes die
naast elkaar bestaan: nationaal, internationaal, supranationaal, deelstatelijk
Hoe verhouden die regels zich tov elkaar
Internationaal recht: het is aan de staten zelf om te kijken naar de verhouding
o Art 27 WVV
o Art 26 WVV
o Hof van justitie
Nationaal recht:
Richtlijn: art 288 VWEU moet omgezet worden
Volg dit stappenplan op examen als er een vraag wordt gesteld van bovven naar beneden
internationaal europees
Rechtsstreeks - Monisme: geen omzetting nodig - HvJ: Van Gend en Loos =
toepasselijk = en meteen geldig in het recht bepaalde normen zijn
omzetting nodig? - Dualisme: omzetting nodig en dus rechtsstreeks toepasselijk
niet rechtsstreeks toeppasselijk
Directe werking = Twee voorwaarden - HvJ: Van Gend en Loos =
kunnen wij als - bepaling moet ook duidelijk en
- Objetief criterium: bepaling is
rechtsubject ons volwaardig zijn geformuleerd
beroepen op bepaalde voldoende duidelijk, volwaardig en - Bepaling per bepaling bekijken
onvoorwaardelijk
bepalingen van
internationaal recht in - Subjectief criterium: hebben de Grondslag: de aard de inhoud
staten die het verdrag hebben verdragen
ins nationaal recht
gecreerd gewild dat wij ons daarop
kunnen beroepen In de verdragstekst staat dat de
nationale rechter een prejudiciele
vraag mag stellen. Stel geen directe
werking waarom dan ooit noodzaak
voor prejudiciele vragen over de
interpretatie? Burgers kunnen zich er
toch niet op beroepen dus directe
1
, werking
Voorrang = welke - Monisme: voorrang verlenen aan HvJ: costa t. ENEL
norm heeft voorrang internationaal recht voor nationaal
- Europees recht heeft altijd
in een conflcit tusen recht
normen - Dualisme: nationaal recht voorang voorrang!
op internationaal recht HvJ: internationale
- Lex posterior derogat priori Handelsgesellegeschaft
- Europees recht heeft ook
voorrang op de GW
Grondslag(waarom hebben ze dat
beslist)
1. Autonoomkarakter van de
rechtsorde
2. Praktische nut van EU
recht waarborgen
3. Unieburger gelijk
behandelen
Onverenigbaarheid = - Buiten toepassing HvJ: simmenthal = elke nationale
wat moeten we doen rechter op elk moment het nationaal
met bepalingen die recht buiten toepassing moet kunnen
geen voorrang hebben laten
HvJ: fratelli costanzo = ook
administratie ( OH instanties ) mogen
het recht buiten toepassing laten
Kompetenz- Bij staten zelf HvC +HvJ = europees niveua uit de
kompetenz = wie aard van de europese rechtsorde
heeft de bevoegdheid
van de bevoegdheid GwH RvS = in de GW zelf
Situatie in belgie
art 34 : laat toe dat belgie bepalde van haar bevoegdheden kan overdragen aan supranationale
instellingen
art 167 : regering sluit de verdragen maar parlement moet instemmen
o louter formele bekrachtiging maar GEEN omzetting (monisme)
Rechtsstreeks toepasselijk HvC ( 1971 ) smeerkaasarrest = aanvaarding van het
monisme
Directe werking Obj ( duidelijk volledig en onvoorwaardelijk) + subj
(intentie tot beroepen) criterium
2