BESTUURSRECHT – MONITORAAT II OEFENINGEN
Oefening 1
Elena Andrei heeft de Roemeense nationaliteit en bezit een Roemeens diploma van medisch assistente
dat ze heeft gehaald in 1997. Wanneer zij hoort over het personeelstekort in de Belgische zorgsector
besluit zij werk te zoeken in België. Op 16 november 2025 doet zij een aanvraag bij de Vlaamse
Regering om haar Roemeens diploma gelijkwaardig te laten verklaren aan dat van verpleegster.
Op 14 december 2025 krijgt Elena kennis van het besluit van de beslissing van de Vlaamse Regering
dat haar aanvraag is goedgekeurd:
“Het diploma van medisch assistente van Andrei Elena staat gelijk aan een attest dat bewijst dat een
persoon de eerste twee jaar van de opleiding tot verpleegster succesvol heeft doorlopen. Het diploma
van Andrei Elena is equivalent aan dat van verpleegster.”
Op 26 maart 2026 ontdekt de Vlaamse Regering dat het besluit behept was met een tegenstrijdigheid.
Een diploma verpleegkunde kan in België slechts verkregen worden na een opleiding van 4 jaar.
Kan de Vlaamse Regering nog iets doen om de goedkeuringsbeslissing uit het rechtsverkeer te doen
verdwijnen?
Einde/ hoe verdwijnt een rechtsregel uit het rechtsverkeer
Na tijdsverloop: niet van toepassing
Vernietiging: kan niet want de vlaamse regering wil ZELF de regel weg en vernietiging kan enkel
door de toezichthoudende OH
Opheffing: enkel voor de toekomst
Intrekking: is dus de juiste optie
o Individuele besluit? = ja
o Rechtsverlenend? = ja
o Onwettig?= ja
o Termijn? = verlopen…
o Wettelijke basis, bedrog, anifest onwettig? = nee
Vlaamse regering kan niet meer intrekken
Oefening 2
Het bedrijf Textiel Daems nv verbruikt zowat 15 miljoen kwh elektriciteit op jaarbasis. Dit is meer dan
alle inwoners van de stad Aarschot samen. Bij de bedrijfsleider luidt het dat naast de loonkost de
elektriciteitskost de grootste slokop is in hun kostprijs. Het bedrijf bestudeert al 4 jaar lang alle
mogelijkheden om eigen elektriciteit op te wekken. Daarbij passeerden onder andere opties als een
warmtekrachtcentrale, een vergister, de distillatie van aardappelen en/of suikerbieten de revue. Deze
opties bleken evenwel allen volstrekt onrealistisch te zijn. Ook zonnepanelen zijn uitgesloten nu de
gehele bedrijvensite al vol met zonnepanelen ligt en deze veel te weinig energie opleveren in
verhouding tot het verbruik. Het bedrijf kiest daarom voor een omgevingsvergunningsaanvraag voor 2
grote windturbines op de eigen bedrijvensite te realiseren.
, Alle adviezen waren positief.
Desondanks beslist de stad Aarschot om de vergunning te weigeren omdat de 2 windturbines niet
inpasbaar zouden zijn in de onmiddellijke omgeving.
Artikel 52-54 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepalen het volgende:
“Artikel 52.
De Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar zijn bevoegd in laatste
administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de
deputatie in eerste administratieve aanleg.
De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over het
beroep kan beslissen.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen
tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en
schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de
adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd
verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten
onrechte niet om advies werd verzocht;
5° [...]
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn
gemachtigde.
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn
gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat.
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn
afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de
vegetatie omvat.
Artikel 54.
Het beroep wordt op stra e van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig
dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties
aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste
administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige
gevallen.”
Oefening 1
Elena Andrei heeft de Roemeense nationaliteit en bezit een Roemeens diploma van medisch assistente
dat ze heeft gehaald in 1997. Wanneer zij hoort over het personeelstekort in de Belgische zorgsector
besluit zij werk te zoeken in België. Op 16 november 2025 doet zij een aanvraag bij de Vlaamse
Regering om haar Roemeens diploma gelijkwaardig te laten verklaren aan dat van verpleegster.
Op 14 december 2025 krijgt Elena kennis van het besluit van de beslissing van de Vlaamse Regering
dat haar aanvraag is goedgekeurd:
“Het diploma van medisch assistente van Andrei Elena staat gelijk aan een attest dat bewijst dat een
persoon de eerste twee jaar van de opleiding tot verpleegster succesvol heeft doorlopen. Het diploma
van Andrei Elena is equivalent aan dat van verpleegster.”
Op 26 maart 2026 ontdekt de Vlaamse Regering dat het besluit behept was met een tegenstrijdigheid.
Een diploma verpleegkunde kan in België slechts verkregen worden na een opleiding van 4 jaar.
Kan de Vlaamse Regering nog iets doen om de goedkeuringsbeslissing uit het rechtsverkeer te doen
verdwijnen?
Einde/ hoe verdwijnt een rechtsregel uit het rechtsverkeer
Na tijdsverloop: niet van toepassing
Vernietiging: kan niet want de vlaamse regering wil ZELF de regel weg en vernietiging kan enkel
door de toezichthoudende OH
Opheffing: enkel voor de toekomst
Intrekking: is dus de juiste optie
o Individuele besluit? = ja
o Rechtsverlenend? = ja
o Onwettig?= ja
o Termijn? = verlopen…
o Wettelijke basis, bedrog, anifest onwettig? = nee
Vlaamse regering kan niet meer intrekken
Oefening 2
Het bedrijf Textiel Daems nv verbruikt zowat 15 miljoen kwh elektriciteit op jaarbasis. Dit is meer dan
alle inwoners van de stad Aarschot samen. Bij de bedrijfsleider luidt het dat naast de loonkost de
elektriciteitskost de grootste slokop is in hun kostprijs. Het bedrijf bestudeert al 4 jaar lang alle
mogelijkheden om eigen elektriciteit op te wekken. Daarbij passeerden onder andere opties als een
warmtekrachtcentrale, een vergister, de distillatie van aardappelen en/of suikerbieten de revue. Deze
opties bleken evenwel allen volstrekt onrealistisch te zijn. Ook zonnepanelen zijn uitgesloten nu de
gehele bedrijvensite al vol met zonnepanelen ligt en deze veel te weinig energie opleveren in
verhouding tot het verbruik. Het bedrijf kiest daarom voor een omgevingsvergunningsaanvraag voor 2
grote windturbines op de eigen bedrijvensite te realiseren.
, Alle adviezen waren positief.
Desondanks beslist de stad Aarschot om de vergunning te weigeren omdat de 2 windturbines niet
inpasbaar zouden zijn in de onmiddellijke omgeving.
Artikel 52-54 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepalen het volgende:
“Artikel 52.
De Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar zijn bevoegd in laatste
administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de
deputatie in eerste administratieve aanleg.
De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over het
beroep kan beslissen.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen
tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en
schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de
adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd
verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten
onrechte niet om advies werd verzocht;
5° [...]
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn
gemachtigde.
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn
gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat.
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn
afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de
vegetatie omvat.
Artikel 54.
Het beroep wordt op stra e van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig
dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties
aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste
administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige
gevallen.”