Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 55 pages
Summary

Samenvatting Biodiversiteit | Leiden universiteit| 2025/26 |Biologie leerjaar 2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 55 pages

Deze samenvatting behandelt hoorcollèges van Biodiversiteit aan Universiteit Leiden, met focus op mollusken (weekdieren) en insecten. De eerste les beslaat Gastropoda, Cephalopoda en Bivalvia, hun ecosysteemfuncties, en het gebruik van mollusken als klimaatvolgers. Het tweede college gaat over insectenbemonsteringstechnieken, waaronder vlindernetten, lichtval, malaiseval en andere verzamelmethoden. Dit document is handig voor examenvoorbereiding omdat het alle kernconcepten en praktische methodes uit de hoorcolleges helder uiteenzet.

Content preview

Smenvatting Biodiversiteit
Hoorcollege 1- Mollusken
Gastropoda (slakken) komen in alle vormen en maten voor, overal zowel in water als op land.
Ze hebt slakken die platonisch zijn en die hebben vaak maar een heel klein schelpje. Je hebt
allerlei slakken met bizarre stekels of slakken die op hun slakkenschelp allemaal kleuren
hebben. Ze zijn mobiel

Cephalopods (koppotige) zoals de octopus en zeekat komen overal in de zee voor en zijn de
jagers van de zee. Ze zijn mobiel en bijvoorbeeld zeekatten hebben een schelp in hun lichaam
voor stevigheid.

Bivalve (tweekleppige) hebben twee kleppen die aan elkaar zijn verbonden door een slot. Dit is
een belangrijk kenmerk waar je soorten aan kunt herkennen. Overal waar je water hebt, hebt je
tweekleppige. Ze kunnen mobiel, sessiel en infaunal zijn en eten vrijwel alles.

Veel tweekleppige hebben mooie kleuren, en matelschelpen hebben aan de mantel ogen zitten.
Dit zijn lichtgevoelige organen en die zien een predator aankomen. Dan kunnen ze de kleppen
heel hard samenklappen en zwemmen zo als het waren weg.

Mollusken (weekdieren) zijn overal, als je een hydrothermaal vent hebt zie je octopussen
bijvoorbeeld, je hebt ze op nunataks in bergen, en ze zitten in de mangroves. Ook in rivieren,
stromingen. Zoetwaterparelmoer mossels leven in zoet water en die zijn afhankelijk van de
vissoorten die ze nadoen. Als het slecht gaat met de vissoort die ze nadoen gaat het ook slecht
met de parelmoermossel.

Fauna’s gaan lijken op zee fauna’s terwijl het zoet is en dat komt door oudere meren waar de
evolutie plaats vindt.

Weekdieren zijn oud! En vervullen sinds hun bestaan veel functies. Ze zijn ook heel mooi en
informatief.

Weekdieren zijn hele handige informatiedragers. Ming
bijvoorbeeld (Noordkromp) die hebben de onderzoekers
doorgezaagd en Ming bleek 507 jaar oud te zijn.

Ming is een tempratuurvariatie voor de zee, een soort boomring
archief.

Molluscs worden vaak gebruikt als klimaat volgers: ze bewaren informatie over vroegere
milieus en klimaten. Verschillende mollusk-soorten leven alleen onder specifieke
omstandigheden: temperatuur, zoutgehalte, zuurstof etc. Als paleontologen of geologen
fossiele mollusken vinden, kunnen ze dus afleiden hoe het milieu vroeger was.

Ecosysteemfuncties: functies die weekdieren hebben die het ecosysteem vormgeeft.
Bijvoorbeeld bij heel troebel water, je zet er oesters in en in no-time is het water schoon
gefilterd. Het filteren van het water is een ecosysteemfunctie. Slakken en schelpen zijn ook hele
belangrijke voedselbronnen.

,Lijsters houden heel erg van slakken maar die hebben een hard substraat nodig om de schelp te
breken en daardoor zie je vaak veel kapotte schelpen naast een hard object.

Onderdeel van de nutriënten. Schelpen zijn van kalk en op het moment dat een dier zo’n schelp
kraakt wordt die schelp in kleine stukken gebroken en dat is het makkelijker van andere
organisme om die kalk af te breken en dan wordt het terig in de cyclus gebracht.

Ze zijn ook ecosysteem engineers. Ze vormen bijvoorbeeld een leefomgeving die relatief veilig is
voor juveniele andere soorten.

Ecosysteem services: de functies die weekdieren voor mensen leveren.
-We kunnen ze eten
-We kunnen er schelpenpaadjes van maken (en isolatie)
-Juwelen (parels)
-Monitoren hoe het gaat met de biodiversiteit, bijvoorbeeld bij zwaardschede. Voor 198o was de
Amerikaanse zwaardschede niet aanwezig en binnen een paar jaar is die maximaal aanwezig.
Als je kijkt naar inheemse soorten dan zie je dat deze te leiden hebben door de invloed van
opkomende Amerikaanse zwaardschede.

Hoorcollege 2 – Insecten
Het probleem met insecten is dat je ze niet meteen ziet omdat ze zo klein zijn (<2 mm). Mensen
kennen alleen een heel klein deel van de insectensoorten, omdat heel veel soorten moeilijk te
zien/vinden zijn. Ze leven op verschillende plekken en gedragen zich allemaal anders. Als je de
gedragingen weet dan kan je ze efficiënter vangen want een kever laat zich vallen en een wesp
vliegt weg, dit vergt verschillende bemonsteringstechnieken/ verzameltechnieken. Tijd en
seizoen spelen ook een grote rol in de hoeveelheid insecten die je kunt vangen.

De eerste methode is gewoon kijken wat je opvalt. Kijk bijvoorbeeld naar sporen van de
aanwezigheid van het insect, handvangsten. Dan hebben we verschillende andere methodes
zoals het
-Vlindernet
-Sleepnet (goed voor hoog gras)
-Waternet
-Keverzeeg
-Klopscherm (witte paraplu)
-Autocatcher
-Zuigval (bladblazer-> goed voor kale grond)
-Lichtval (lamp naast een wit scherm)
-Bodemval, yoghurtbeker in de grond met een vangvloeistof erin
-Malaiseval (tent met punt)-> je vind vliegende insecten (wespen, vliegen vlinders want die gaan
omhoog). Plaats hem haaks op een bosrand en de koker nar het zuiden (licht). Kevers wespen,
sprinkhanen, kakkerlakken en wantsen laten zich vallen, dan maak je een malaiseval met sop
aan de onderkant van het zwarte doek.
-Boomval -> er zit vaak een lokstof in wat net zo ruikt als doodgaand hout. Kevers, vliegen leggen
eieren in dood hout en daarom komen deze beesten af op deze geur.
-Kleurval -> bloemzoekende insecten zien gekleurde bakjes, duiken erin en vallen dan in een
vloeistof. Verschillende kleuren bakken trekken verschillende beesten aan, de voorkeur van

,dieren verschilt per land door de verschillende verscheidenheid van bloemen in de landen.
→ rood doet het slecht want bijna alle insecten zijn roodblind
-Cameraval, je hebt een gekleurd scherm met een camera erop gericht.

Het merendeel van de op dit moment beschreven eukaryoten zijn insecten. En zelfs 75% van
alle beschreven dieren zijn insecten. Dus een heel groot deel van onze biodiversiteit bestaat uit
insecten. Van de 1.7 miljoen beschreven soorten zijn meer dan een miljoen insecten. In
Nederland zijn er momenteel ruim 22000 soorten insecten.

Insecten noemen we zo omdat het lichaam insnijdingen
heeft. Het bestaat uit drie delen, de kop, thorax (borststuk)
bestaande uit drie segmenten pronotum, mesonotum,
metanotum en de abdomen bestaande uit segmenten,
geslachtsorganen en cerci. Het pronotum heeft alleen poten
de tweede poten en voorvleugels en de derde poten en
achtervleugels.

Ogen
Insecten hebben samengestelde ogen. Wij hebben 1 lens en die bouwd een heel beeld op,
insecten hebben allerlei hele kleine kokers (Omotidia) met allemaal een lens en ieder kokertje
detecteert dat deel van de omgeving. Een facetoog wat 1000 facetoogjes heeft bouwt maar een
plaatje op van 1000 pixels, dat is niet heel veel. Dus ze zien helemaal niet zo goed als dat wij
zien. Dus ze kijken eigenlijk alleen naar iets wat er veranderd en daar gaan ze op af. Hoe meer
omotidia hoe beter het insect kunt zien.

Insecten zijn roodblind dus een klaproos is voor een insect zwart. Maar insecten zien wel
ultraviolet. En in de binnenkant van een klaproos zit voor ons iets zwarts maar voor insecten dus
iets gekleurds en dat valt dus juist heel erg op voor die insecten.

Antenne
Antenne hebben allerlei verschillende vormen. Insecten kunnen er mee voelen maar antenne
hebben ook andere functies. Insecten kunnen ruiken met antennes en dan krijgen de antennes
vaak vertakkingen (vaak zijn dit de mannetjes). Er zijn ook insecten die kunnen horen met hun
antenne.

Poot
-Coxa, heup
-Trochanter, dijbeenring
-Femur, dij
-Tibia, scheen
-Tarsus, voet
Laatste lid met een klauwtje, klauwtje zelf telt niet als tarslid.
Een insect heeft maximaal 5 tarsleden

Vleugels
-Elytra, voorvleugels
Bij sommige insecten zijn die omgevormd naar dekschilden
-Alae, achtervleugels

, -Scutellum, Schildje: driehoekje tussen de dekschilden bij kevers en wantsen. Dit is het
middelste stuk van het middelste borststuk element


Athropoda -> groeien door vervellen, Geleedpotige
-Chelicerata, spinachtige (8 potige)
Opiliones -> hooiwagens
Aai -> mijt of teek
Araneae -> spinnen
Pseudoscorpiones -> boek-/pseudoschorpioenen

-Myriapoda (veelpotige)
Diplopoda -> twee paar poten per segment dus vier poten per segment, dit noemen we
miljoenpoten in het Nederlands (vegetarisch)
Chilopoda -> een paar poten pet segment dus 2 paar poten per segment, dit noemen we
duizendpoten in het Nederlands (rovers)

-Pancrustacea
Decapoda -> kreeften en garnalen, alles met 10 poten
Mysida -> garnaal
Amphipoda -> strandvlooien
Isopoda -> pissebedden

Hexapoda -> zespotige
Collembola
Protura
Diplura -> tweestaarten. Hebben kaken binnensmonds dus geen insecten
Insecta: uitwendige monddelen.

De basis van insecten was ongevleugeld dus de eerste afsplitsingen hebben geen vleugels en
hebben ze nooit gehad
-Archeaognatha
-Zygentoma

Pterygota: gevleugelde insecten
Maar vleugels werden kwetsbaar dus al heel snel is er ontstaan dat je vleugels kunt draaien en
over hun lijf kunnen opbergen. Dit noemen we een vleugelvouwmechanisme dat heel vroeg
ontstaan is. Libellen en haften hebben dit mechanisme niet de rest van alle insecten wel.
-Neoptra: insecten met vleugelvouwmechanisme

Ametabool: nimfen lijken op ouders, alleen kleiner, vaak nog door vervellen als adult
Hemimetabool: nimfen lijken op ouders maar gaan stap voor stap vleugels ontwikkelen
Holometabool: larven lijken niet op ouders, vaak ander voedsel. Overgang = pop

Nimfen leven altijd in water: ephemeroptera, odanata, plecoptera. We dachten dat deze groep
dicht bij elkaar verwant wijn maar door genetisch onderzoek hebben we gezien dat de
plecoptera terug het water in zijn gegaan en niet dicht verwant zijn aan de andere twee.

Document information

Study
Uploaded on
August 18, 2026
Number of pages
55
Written in
2025/2026
Type
Summary
$6.69

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
28
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions