SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
H1: STRUCTUUR EN FUNCTIE VAN HET
ZENUWSTELSEL
1. ALGEMENE INLEIDING: FUNCTIES, OPBOUW EN INDELING
- Neurologie
o Deel van de geneeskunde waar we gaan omgaan met mensen die
problemen hebben met de functies van het zenuwstelsel
o We zien mensen met heel uiteeenlopende problemen
§ Dementie, hoofdpijn, parkinson, …
o Terminologie is belangrijk!
§ Later kom je terecht in teams dus het is belangrijk dat je begrijpt
waarover het gaat
o Een symptoom wijst op een stoornis in een deel van het zenuwstelsel
1.1 FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
Wanneer we te maken krijgen met patiënten, zullen we dikwijls proberen om een
bepaalde volgorde in onze redenering te brengen. Wat loopt er fout? Welke functie
is verstoord? à Dit is de anamnese.
Daarna zullen we dit proberen vertalen naar de plaats in het zenuwstelsel (de
anatomie). Dit moeten we proberen doen op basis van de relaties tussen functies en
locaties. We vertrekken dus vanuit (gestoorde) functies.
- Motorische functies: bewegingen
o Bewegingen worden in gang gezet door spieren en deze spieren
worden aangedreven door grote delen van het zenuwstelsel (grove en
fijne motoriek)
o Spiercontracties hebben echter niet veel te maken met beweging,
maar ook met bijvoorbeeld ademhaling
o Motorische functies kunnen heel breed zijn, aangezien ze niet altijd
uiterlijk zichtbaar zijn (gedragingen zijn wel zichtbaar door bewegingen
die we maken)
o Voorbeeld: stappen, spreken, ademen, …
- Sensiebele functies: waarneming
o Waarnemingsfuncties hebben te maken met de functies van de
zintuigen
o Deze verschillende functies zijn heel gespecialiseerd
o Wanneer we kijken naar de nauwere zin van het woord, verengen we
de sensibele functies vaak naar de lichamelijke sensibiliteit, nl. de
tastzin en het gevoel in onze huid
o Voorbeeld: zintuigen
- Autonome functies: regeling van de homeostase en orgaanfuncties
,SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
o Functies waarbij we niet moeten nadenken en die dus onbewust
verlopen
o Hebben te maken met de regeling van inwendige organen
§ Zijn erop gericht om onze vitale functies in stand te houden
(voorbeeld: zweten als je te warm hebt)
o Bij de mens zijn deze functies nauw verbonden geraakt met emoties, nl.
via het limbisch syteem
o Voorbeeld: hart moet kloppen, darmen moeten werken, bloeddruk
moet geregeld worden, …
- Cognitieve functies: mentale vaardigheden en gedrag
o Bepalen mee ons gedrag, bepalen wat we gaan doen met alles wat
we waarnemen
o Het zijn de functies die in de (neuro-)psychologie worden onderzocht
o Voorbeeld: oriëntatie, emoties, geheugen, …
1.2 ANATOMISCHE INDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Twee grote delen in ons zenuwstelsel:
Centraal zenuwstelsel
- Ligt op de middenlijn
o Grote hersenen (cerebrum)
o Kleine hersenen (cerebellum) à ligt binnen in de schedel
o Hersenstam
o Ruggenmerg (beschermd) à ligt onder de schedel
§ Ligt onder de schedel
Perifeer zenuwstelsel
- Complex netwerk van verbindingen die doorheen ons lichaam lopen
o Craniale zenuwen = Bezenuwing van hoofd en gelaatsstructuren en
deels van de hals
o Spinale zenuwen = Bezenuwing van de rest van de hals, de romp en de
ledematen
- De perifere zenuwen zijn gemengd en kunnen vezels bevatten die in
verschillende richtingen informatie doorgeven.
o Afferente zenuwen = gaan van de organen en zintuigen naar het
zenuwstelsel (input)
o Efferente zenuwen = gaan van het zenuwstelsel naar de andere delen
van het lichaam (output)
§ Somatisch zenuwstelsel = naar de skeletspieren
§ Autonoom zenuwstelsel = naar alle inwendige organen en
klieren
- We hebben een centraal systeem (centraal zenuwstelsel) en verbindingen die
connectie maken met de rest van ons lichaam (perifeer zenuwstelsel).
,SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
- Schematische voorstelling van centraal
zenuwstelsel
- Schedel vormt eigenlijk een holte en
daarbinnenin is niet zo veel extra plaats
o Schedel zit behoorlijk vol
- Schedel heeft maar 1 opening langswaar
er een uitgang is à achterhoofdsgat
(foramen magnum)
o Kan je niet voelen van buitenaf
- Rechts zie je het perifere zenuwstelsel
- Vanuit ruggenmerg zie je vertakkingen
die over de rest van ons lijf lopen tot in de
armen en de benen
- Voorbeeld: als iemand een diepe snee
heeft dan kan het dat een zenuw
geraakt is
o Dit zorgt ervoor dat de
communcatie van het centrale
zenuwstelsel naar de rest van de
arm niet meer kan doorgaan
o Kans op verlammingsverschijnselen
- In perifeer zenuwstelsel is er
tweerichtingsverkeer
o = weg naar de rest van het
lichaam, maar informatie dat ook
terug naar het CZ gaan
- Via de sensibele systemen nemen we iets
waar (vb. visueel)
o Deze waarneming wordt door het
perifeer zenuwstelsel naar het
centraal zenuwstelsel gestuurd
o Het centraal zenuwstelsel zal dit
verwerken + zal een respons
terugsturen
- In het perifeer zenuwstelsel heerst er dus
een tweerichtingsverkeer (via vezels)
o Dit kan in éénzelfde zenuwbundel
gebeuren of gemende zenuwen
(sensiebele vezels)
, SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
- Dit betekent dus ook dat als je een letsel
hebt in het perfeer zenuwstelsel, je
verschillende soorten stoornissen kan
hebben (voorbeeld: sensibel, maar ook
motorisch)
- Zenuwstelsel neemt ook continu waar
wat het zelf doet, het controleert of we
goed bezig zijn om de doelstellingen te
halen
- Feedback nemen we waar door onze
sensibele systemen
- Het perifeer zenuwstelsel maakt
verbinding tussen het centraal
zenuwstelsel en de rest van het lichaam.
Voorbeeld: We nemen een slang waar
(sensibele waarneming) en we zullen hierop
angstig en/of emotioneel reageren. Er zal een
prikkel vertrekken die over het perifeer
zenuwstelsel loopt, maar die uiteindelijk een
autonome respons zal geven naar het hart:
sneller kloppen, maar ook zweten, zodat we
kunnen wegvluchten.
Dit autonome systeem heeft twee delen:
- 1) een sympathisch deel: zorgt voor fight
or flight reacties
- 2) een parasympathisch deel: actief
tijdens rust
1.3 GEMENGDE PERIFERE ZENUWEN
- De perifere zenuwen zijn gemengd en
kunnen vezels bevatten die in
verschillende richtingen informatie
doorgeven
- De perifere zenuwvezels zullen contact
maken met het centraal zenuwstelsel
(voorbeeld: met het ruggenmerg waar
ze aanleiding zullen geven tot een
respons die motorisch of autonoom
uitgevoerd zal worden)
- Een input van een gevoelszenuw en een
output van de motorische zenuw en die
lopen samen in één en dezelfde zenuw.
o Somatisch: lichamelijk, spieren
H1: STRUCTUUR EN FUNCTIE VAN HET
ZENUWSTELSEL
1. ALGEMENE INLEIDING: FUNCTIES, OPBOUW EN INDELING
- Neurologie
o Deel van de geneeskunde waar we gaan omgaan met mensen die
problemen hebben met de functies van het zenuwstelsel
o We zien mensen met heel uiteeenlopende problemen
§ Dementie, hoofdpijn, parkinson, …
o Terminologie is belangrijk!
§ Later kom je terecht in teams dus het is belangrijk dat je begrijpt
waarover het gaat
o Een symptoom wijst op een stoornis in een deel van het zenuwstelsel
1.1 FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
Wanneer we te maken krijgen met patiënten, zullen we dikwijls proberen om een
bepaalde volgorde in onze redenering te brengen. Wat loopt er fout? Welke functie
is verstoord? à Dit is de anamnese.
Daarna zullen we dit proberen vertalen naar de plaats in het zenuwstelsel (de
anatomie). Dit moeten we proberen doen op basis van de relaties tussen functies en
locaties. We vertrekken dus vanuit (gestoorde) functies.
- Motorische functies: bewegingen
o Bewegingen worden in gang gezet door spieren en deze spieren
worden aangedreven door grote delen van het zenuwstelsel (grove en
fijne motoriek)
o Spiercontracties hebben echter niet veel te maken met beweging,
maar ook met bijvoorbeeld ademhaling
o Motorische functies kunnen heel breed zijn, aangezien ze niet altijd
uiterlijk zichtbaar zijn (gedragingen zijn wel zichtbaar door bewegingen
die we maken)
o Voorbeeld: stappen, spreken, ademen, …
- Sensiebele functies: waarneming
o Waarnemingsfuncties hebben te maken met de functies van de
zintuigen
o Deze verschillende functies zijn heel gespecialiseerd
o Wanneer we kijken naar de nauwere zin van het woord, verengen we
de sensibele functies vaak naar de lichamelijke sensibiliteit, nl. de
tastzin en het gevoel in onze huid
o Voorbeeld: zintuigen
- Autonome functies: regeling van de homeostase en orgaanfuncties
,SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
o Functies waarbij we niet moeten nadenken en die dus onbewust
verlopen
o Hebben te maken met de regeling van inwendige organen
§ Zijn erop gericht om onze vitale functies in stand te houden
(voorbeeld: zweten als je te warm hebt)
o Bij de mens zijn deze functies nauw verbonden geraakt met emoties, nl.
via het limbisch syteem
o Voorbeeld: hart moet kloppen, darmen moeten werken, bloeddruk
moet geregeld worden, …
- Cognitieve functies: mentale vaardigheden en gedrag
o Bepalen mee ons gedrag, bepalen wat we gaan doen met alles wat
we waarnemen
o Het zijn de functies die in de (neuro-)psychologie worden onderzocht
o Voorbeeld: oriëntatie, emoties, geheugen, …
1.2 ANATOMISCHE INDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Twee grote delen in ons zenuwstelsel:
Centraal zenuwstelsel
- Ligt op de middenlijn
o Grote hersenen (cerebrum)
o Kleine hersenen (cerebellum) à ligt binnen in de schedel
o Hersenstam
o Ruggenmerg (beschermd) à ligt onder de schedel
§ Ligt onder de schedel
Perifeer zenuwstelsel
- Complex netwerk van verbindingen die doorheen ons lichaam lopen
o Craniale zenuwen = Bezenuwing van hoofd en gelaatsstructuren en
deels van de hals
o Spinale zenuwen = Bezenuwing van de rest van de hals, de romp en de
ledematen
- De perifere zenuwen zijn gemengd en kunnen vezels bevatten die in
verschillende richtingen informatie doorgeven.
o Afferente zenuwen = gaan van de organen en zintuigen naar het
zenuwstelsel (input)
o Efferente zenuwen = gaan van het zenuwstelsel naar de andere delen
van het lichaam (output)
§ Somatisch zenuwstelsel = naar de skeletspieren
§ Autonoom zenuwstelsel = naar alle inwendige organen en
klieren
- We hebben een centraal systeem (centraal zenuwstelsel) en verbindingen die
connectie maken met de rest van ons lichaam (perifeer zenuwstelsel).
,SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
- Schematische voorstelling van centraal
zenuwstelsel
- Schedel vormt eigenlijk een holte en
daarbinnenin is niet zo veel extra plaats
o Schedel zit behoorlijk vol
- Schedel heeft maar 1 opening langswaar
er een uitgang is à achterhoofdsgat
(foramen magnum)
o Kan je niet voelen van buitenaf
- Rechts zie je het perifere zenuwstelsel
- Vanuit ruggenmerg zie je vertakkingen
die over de rest van ons lijf lopen tot in de
armen en de benen
- Voorbeeld: als iemand een diepe snee
heeft dan kan het dat een zenuw
geraakt is
o Dit zorgt ervoor dat de
communcatie van het centrale
zenuwstelsel naar de rest van de
arm niet meer kan doorgaan
o Kans op verlammingsverschijnselen
- In perifeer zenuwstelsel is er
tweerichtingsverkeer
o = weg naar de rest van het
lichaam, maar informatie dat ook
terug naar het CZ gaan
- Via de sensibele systemen nemen we iets
waar (vb. visueel)
o Deze waarneming wordt door het
perifeer zenuwstelsel naar het
centraal zenuwstelsel gestuurd
o Het centraal zenuwstelsel zal dit
verwerken + zal een respons
terugsturen
- In het perifeer zenuwstelsel heerst er dus
een tweerichtingsverkeer (via vezels)
o Dit kan in éénzelfde zenuwbundel
gebeuren of gemende zenuwen
(sensiebele vezels)
, SAMENVATTING NEUROLOGIE SEMESTER 2
- Dit betekent dus ook dat als je een letsel
hebt in het perfeer zenuwstelsel, je
verschillende soorten stoornissen kan
hebben (voorbeeld: sensibel, maar ook
motorisch)
- Zenuwstelsel neemt ook continu waar
wat het zelf doet, het controleert of we
goed bezig zijn om de doelstellingen te
halen
- Feedback nemen we waar door onze
sensibele systemen
- Het perifeer zenuwstelsel maakt
verbinding tussen het centraal
zenuwstelsel en de rest van het lichaam.
Voorbeeld: We nemen een slang waar
(sensibele waarneming) en we zullen hierop
angstig en/of emotioneel reageren. Er zal een
prikkel vertrekken die over het perifeer
zenuwstelsel loopt, maar die uiteindelijk een
autonome respons zal geven naar het hart:
sneller kloppen, maar ook zweten, zodat we
kunnen wegvluchten.
Dit autonome systeem heeft twee delen:
- 1) een sympathisch deel: zorgt voor fight
or flight reacties
- 2) een parasympathisch deel: actief
tijdens rust
1.3 GEMENGDE PERIFERE ZENUWEN
- De perifere zenuwen zijn gemengd en
kunnen vezels bevatten die in
verschillende richtingen informatie
doorgeven
- De perifere zenuwvezels zullen contact
maken met het centraal zenuwstelsel
(voorbeeld: met het ruggenmerg waar
ze aanleiding zullen geven tot een
respons die motorisch of autonoom
uitgevoerd zal worden)
- Een input van een gevoelszenuw en een
output van de motorische zenuw en die
lopen samen in één en dezelfde zenuw.
o Somatisch: lichamelijk, spieren