Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Summary

Samenvatting Kinderaudiometrie | Gehoor Assessment | Arteveldehogeschool | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Dit document behandelt Hoofdstuk 8 Kinderaudiometrie uit het Gehoor: Assessment-vak van de Logopedie-opleiding aan Arteveldehogeschool. Het gaat in op het cross-check principe, pediatrische audiometrische testbatterijen (objectieve en subjectieve testen), transducers, gedragsaudiometrie, en screeningtesten zoals KLAS en M-FAST. Onmisbaar voor het begrijpen van diagnostische procedures bij gehoorverlies bij jonge kinderen en ideaal voor examenvoorbereiding op dit specialistische onderdeel van audiologische diagnostiek.

Content preview

Hoofdstuk 8: Kinderaudiometrie

1. Cross-check

Gehoor bij jonge kinderen= onderzoeken we aan de hand van een
testbatterij bestaande uit zowel objectieve als subjectieve testen

 1 test volstaat meestal niet om tot een correcte audiologische
diagnose te komen

Dankzij een cross-check= wezen ze op een foutieve diagnose en
benadrukten ze het belang van een uitgebreide testbatterij

Het cross-checkprincipe= gaat ervan uit dat we geen enkel resultaat
mogen accepteren zonder bevestiging door een of meer andere metingen

 1 enkel testresultaat kan tot een misdiagnose leiden

De huidige pediatrische audiometrische testbatterij= ondertussen
uitgebreid met onder andere hoogfrequente impedantiemetrie (1000Hz)
voor de neonaten, frequentiespecifieke tone burst-BERA (TB-BERA),
otoakoestische emissies en auditory steady state respons

Het resultaat van de verschillende testen= kunnen we overzichtelijk
weergeven op een audiogram

 Duidelijke manier om ouders een idee te geven van het
gehoorverlies van hun kind

Diagnostiek= start onmiddellijk na een positieve screening en blijft
doorlopen tijdens de hele verdere follow-up van het kind

Het stroomdiagram= toont de BIAP-aanbeveling voor audiologisch
diagnostisch onderzoek na een refer bij de neonatale gehoorscreening

1st worden de objectieve testen afgenomen, daarna de subjectieve

Na de diagnostiek= onderscheiden we drie groepen kinderen:

 Bilateraal licht gehoorverlies= kleiner of gelijk aan 35dBHL
 Een bilateraal gehoorverlies groter dan 35 dBHL
o Deze groep= heeft onmiddellijke interventie nodig
 Een unilateraal gehoorverlies

Bij een hoortoestelaanpassing= vormt de audiologische diagnostiek de
basis voor de nodige versterking en output van het hoortoestel

Het cross-checkprincipe= blijft gelden voor de diagnostiek bij een kind met
een late onset, verworven of gemist gehoorverlies

De inhoud= wijzigt naargelang de leeftijd waarop het kind wordt
aangemeld

, 2. De subjectieve gedragsaudiometrie

De subjectieve gedragsaudiometrie= een essentieel onderdeel van een
pediatrische audiometrische testbatterij

De resultaten= moeten elkaar aanvullen en bevestigen: cross-
checkprincipe

Gedragsaudiometrie= moeten we aanpassen aan de ontwikkelingsleeftijd

De ontwikkelingsleeftijd= bepaalt dus welk onderzoek uitvoerbaar en
bruikbaar is

Gedragsaudiometrie= subjectief en hangt af van de reactie of respons van
het kind

De interpretatie van de respons= ook subjectief

2.1 Algemene principes bij subjectieve audiometrie
2.1.1 transducers

Via de transducers bieden we de auditieve stimuli aan  elke transducer
heeft op zich voor- en nadelen naargelang de testsituatie

Beengeleider:

 De 1e metingen gebeuren het best met een beengeleider om
meerdere redenen
o Geven onmiddellijke responsen van het binnenoor
o We kunnen het kind betrouwbaar conditioneren
 Ongeacht de graad van het gehoorverlies= reageert elk kind op de
vibrotactiele frequenties
o Moet een voldoende groot opp hebben
o Goed tegen het hoofd aangedrukt worden
o Voorkeur: mastoïd of net boven de oorschelp
 Mogelijk vanaf de geboorte
 Maken gebruik van een softband of een aangepaste diadeem

Insert earphone (ER-3A)

Inserttelefoons= ideale transducers bij jonge kinderen om oorspecifieke
drempels te meten

 Wordt met een foam tip of een infant tip in de gehoorgang geplaatst
 Als we individueel op maat gemaakte oorstuk op de inserttelefoon
plaatsen, krijgen we een perfecte afsluiting
 Omgevingsgeluiden= gemakkelijk gedempt

We moeten minder snel maskeren + de overhoorverzwakking voor
maskeerruis neemt hierdoor toe

, Met inserttelefoons= geen kans op een collaps van de gehoorgang en
heeft het kind voldoende bewegingsvrijheid

Supra-aurale koptelefoon

 Koptelefoons= kleine luidsprekers die ingebouwd zijn in een schelp
 Standaard klinische koptelefoon= niet aangepast aan een
kinderenhoofd waardoor het gevaar voor een collapsed ear bestaat
 De oorschelp en de gehoorgang worden vervormd en geeft een vals
beeld van een transmissiestoornis
 De AT1350= speciaal ontworpen voor een kinderhoofd

Vrijveld

 Geeft geen oorspecifieke informatie, enkel het resultaat van het
beste oor
 We gebruiken dan de gegevens uit andere onderzoeken om
oorspecifieke conclusies te trekken
 Nuttig= om ouders te betrekken in de diagnostiek
 Gebruiken we uiteraard wel: om de drempels met auditieve correctie
te bepalen
2.1.2 invloed van de transducer op de werkelijke gehoordrempel van
een kind

Invloed van de transducer bij luchtgeleiding

Het oorkanaalvolume= bij jonge kinderen kleiner dan bij volwassenen

De audioloog= houdt het best rekening met een toename van het geluid
ter hoogte van het trommelvlies

Binnen de diagnostiek= gebruikt een audioloog bij drempelbepaling een
omrekentabel om het werkelijke niveau ter hoogte van het trommelvlies te
kennen

 geen omrekening nodig als we de drempels gebruiken binnen de
hoortoestelaanpassingen
 Enkel verschil tijdens de 1e 6 maanden

Invloed van de transducer bij beengeleiding

De kalibratie of ijking van een BG= gebaseerd op de masse van een
volwassen hoofd

 Een babyschedel= nog niet volgroeid, waardoor de massa verschilt
 Omdat de massa kleiner is, zal de vibratie van de
beengeleidingstimulus sterker zijn op het hoofd van een baby

De fontanellen= nog niet dichtgegroeid waardoor de geleiding naar het
linker- of rechteroor verschillend kan zijn

Connected book
 image
Martine de Smit Gehoorverlies bij kinderen
Publisher: Unknown ISBN: 9789463798037 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
August 18, 2026
Number of pages
16
Written in
2026/2027
Type
Summary
$15.21

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
9
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions