1. De impact van het gehoorverlies op de totale ontwikkeling van het
kind
1.1 Gehoorverlies en taalbegrip
Het algemene leerproces bij een kind= het resultaat van een complex
samenspel tussen kind- en omgevingsgebonden eigenschappen.
Heeft het kind gehoorverlies= dan komt zijn algemene leerproces in het
gedrang
Neemt de taal uit zijn omgeving minder of onvoldoende waar
Daardoor= de samenhang tussen de taal en de gebeurtenissen om
hem heen niet linken
Het gehoorverlies= belemmert de ontwikkeling van het denken en de taal
Deprivatie van auditieve input= leidt tot onderontwikkeling van de
hersenstructuren en -processen
Hoort een jong kind: niet of onvoldoende tijdens de periode waarin de
plasticiteit van zijn hersenen het grootst is= dan leidt dat tot een afname
van de neuronen en synapsen
Niet noodzakelijke banen= zullen verdwijnen
Nuttige banen= worden steeds sterker en brengen zo de leer- en
taalontwikkeling van een kleuter in stroomversnelling
= synaptische pruning: leidt tot effectiever gebruik van de hersenen
tijdens taalverwerking en andere taken
Het kind leert daardoor: de taal sneller en met steeds groter gemak
Basisbanen= niet aangelegd, dan kan ook deze selectie op kleuterleeftijd
niet gebeuren en zal er geen inhaalbeweging komen
1.2 gehoorverlies en taalproductie
Vroege auditieve taalinput= niet optimaal, dan zal de gesproken
taaloutput op latere leeftijd bij het kind ook niet in orde zijn
muddy in, muddy out: onvoldoende hoorbaarheid van de gesproken
taal leidt tot een zwakke gesproken taal van het kind zelf
1.2.1 belemmerende factoren bij de taalverwerving
De fonologische taalontwikkeling en verwerving van woordenschat=
verlopen vaak vertraagd bij kinderen met gehoorverlies
,Hun morfologische en syntactische taalontwikkeling volgen niet altijd het
normale verloop
1.2.1.1 een vertraagde fonologische ontwikkeling
Het fonologisch aspect= omvat het combineren van spraakklanken tot
syllabes en eenvoudige woorden
6e levensmaand= begint een goedhorende baby zijn eigen brabbels te
beluisteren en te vergelijken met de klanken, syllabes en woorden die hij
hoort in zijn omgeving
Een gehoorverlies= leidt ertoe dat het jonge kind zichzelf en zijn omgeving
minder goed of niet waarneemt en dus minder goed of niet onderling kan
vergelijken
1.2.1.2 een beperktere woordenschat
Een gehoorverlies= steeds een risico op een beperkte woordenschat
kind= hoort minder woorden of hoort minder vaak
Een beperkte woordenschat houdt in:
minder woorden
minder woordbetekenissen
minder goed gerelateerde woordbetekenissen
Heeft een negatieve invloed op: alle aspecten van het latere schoolse
leren
1.2.1.3 moeite met gebonden morfemen
Het morfologische aspect van de gesproken taal= omvat het combineren
van woorden en woorddelen tot complexere woorden, het vervoegen en
verbuigen
Elk gehoorverlies leidt ertoe: dat jonge kinderen minder goed akoestisch
gelijkende of minder hoorbare klanken en woorden auditief kunne
discrimineren en identificeren
Kinderen met een gehoorverlies= maken significant meer fouten bij
overeenkomst tussen onderwerp en persoonsvorm in vergelijking met
goedhorende kinderen
1.2.1.4 Zwakkere syntaxis en pragmatiek, vooral op latere leeftijd
Het syntactische aspect= omvat de zinsbouw
, De pragmatiek= het kunnen hanteren van grammaticale regels in een
grotere context
Deze taalaspecten= leert een kind door in interactie te gaan en door taal
incidenteel op te vangen
Gehoorverlies kan ertoe leiden dat het kind: de grammaticale structuren
moeilijk of in een niet-natuurlijke volgorde verwerft
1.2.2 Bevorderende factoren bij de taalverwerving
1.2.2.1 hoorbaarheid
Hoe beter de spraak hoorbaar is voor een kind met gehoorverlies, hoe
beter alle facetten van zijn gesproken taal ontwikkelen.
Betere spraakperceptiescores correleren met een betere gesproken taal en
hogere cognitieve functies
1.2.2.2 Taalinput
Voldoende hoorbaarheid= moet samengaan met een goed aanbod van
spraak binnen de kritische periode
Vroegtijdige hoortoestelaanpassing: vanaf de leeftijd van 3 maanden en
indien nodig CO voor de leeftijd van 1 jaar= beperkt de impact van een
gehoorverlies op het verwerven van gesproken taal
Vroegtijdige begeleiding= kan leiden tot een betere articulatie
1.2.3 Op oudere leeftijd meer heterogene resultaten op vlak van
gesproken taal
Bij kinderen met gehoorverlies die vroegtijdig spraak voldoende kunnen
horen= evolueert de gesproken taalontwikkeling op jonge leeftijd meestal
gelijklopend met goedhorende kinderen
Kinderen met gehoorverlies= ontwikkelen vaak in de 1e jaren een
voldoende basiswoordenschat, maar dat biedt nog geen garantie dat ze op
oudere leeftijd ook de complexe taalvaardigheden zullen verwerven
Hebben vaak blijvende problemen met het hogere complexe
taalniveau
In vergelijking met: goedhorende leeftijdsgenoten= blijven ze meer
problemen hebben met woorden die op zich geen betekenis hebben
Belangrijk: om in de therapie en begeleiding niet enkel aandacht te
hebben voor de uitbereiding van de woordenschat, maar taal aan te
brengen in volwaardige interactie met het kind en de vertelvaardigheden
van het kind te stimuleren.