1. De auditieve ontwikkeling van het kind
1.1 Belang van een goed gehoor
1.1.1 Universele voorwaarden voor een normale taal- en
spraakontwikkeling
Een mens= neuraal voorbestemd om bepaalde vaardigheden met een
minimale inspanning te leren op voorwaarde dat de vaardigheid wordt
getriggerd binnen het daarvoor bestemde tijdsvenster (kritische periode)
De kritische fase= voldoende gesproken taal aangeboden krijgt en kan
horen, ontwikkelen taal in spraak in de meeste gevallen vanzelf
Een optimale auditieve input= triggert de neuroplasticiteit van het brein
en zorgt voor voldoende auditieve neurale capaciteit
Voldoende goed ontwikkelde auditieve neurale capaciteit= vormt de
basis voor de taalontwikkeling van het jonge kind
1.1.2 een aangeboren voorkeur voor auditieve stimuli
Kinderen= geboren met een voorkeur voor spraakklanken en zijn
voorgeprogrammeerd om taal te verwerven
Baby’s en jonge kinderen= voorkeur voor auditieve boven visuele stimuli
noodzakelijk= tijdens de vroege periode van de TO: luisterervaring
opdoend de absolute basis vormt
1e levensjaren= leer het om steeds selectiever en preciezer de
auditieve informatie te verwerken
Pas als de auditieve vaardigheden matuur zijn= het kind in staat om
spraak te beginnen verwerken met minder precieze akoestische informatie
1.1.3 Proces van crossmodale reorganisatie
Een gehoorverlies= belemmert in mindere of meerdere mate dat het
geluid het brein kan bereiken
Nu= hoogtechnologische hoortoestellen en cochleaire implantaten
het geluid wel tot in het brein brengen
Door de beperkte periode van optimale neurale plasticiteit= het
aangewezen om de auditieve correctie door middel van optimale
apparatuur het best zeer vroeg te starten
De neuroplasticiteit= het grootst gedurende de eerste 3.5 jaar
Hoe jonger het kind, hoe groter de neuroplasticiteit
Sensorische stimulatie= bepaalt de structuur van de auditieve cortex
, Bij afwezigheid van geluid= reorganiseert de cortex zich om input te
ontvangen van andere zintuigen = crossmodale reorganisatie + leidt tot
afname van de auditieve neurale capaciteit
1.2 de algemene perceptuele ontwikkeling
Perceptie= het hele proces dat waargenomen prikkels omzet tot zinvolle
informatie
1.2.1 Bij de geboorte
Het gehoor= nog niet optimaal en het zich is aanvankelijk het minst
ontwikkeld
De zenuwbanen steeds meer uitrijpen of myeliniseren= worden ze meer
omhuld met myeline
Witte, vettige stof die ervoor zorgt dat de zenuwimpulsen sneller
doorheen de zenuw kunnen worden gestuurd
De pasgeboren= hoort het best de menselijke stem en in het bijzonder de
hoge tonen (moeders stem)
Rijping= het biologische proces waardoor fysiek alles groeit van klein naar
groot en neurologiscch alles ontwikkelt van eenvoudig tot complex
1.2.2 periodes van neurale groei en snoei
Wat verandert= het aantal verbinding tussen die cellen
bij de geboorte= 2500 synapsen per neuron
2à3 jaar= 15.000 verbindingen per zenuwcel
In de 1e levensjaren= legt een kinderbrein dus meer verbindingen aan
tussen de hersencellen dan in enige andere periode van het leven
Baby’s= hebben een ongelofelijk flexibel en creatief brein
MRI-onderzoeken bij jonge kinderen= tonen aan dat verschillende
hersenbanen in een verschillend tempo rijp worden
Neurale snoei= veel van deze tijdelijke verbindingen zullen weer
verdwijnen als ze niet functioneel blijken
Het ontwikkelen van blijvende netwerken= gaat gepaard met plaatselijke
verdunning van de neocorticale gebieden
Verdunning= belangrijk teken van regionale of specifieke
perceptuele hersenrijping en- ontwikkeling