KUNSTWIJZER
- Kunst en geld
o Kapitalisme
o Aura
o Vervreemding
o Warenfetisjisme
o Cultuurindustrie
o Relatieve autonomie van een kunstwerk
- Conceptuele kunst/ einde van de kunst
o Conceptualisme/ conceptuele kunst
o Readymade
o Einde kunst
INTRODUCTIE
Salvador Dali (midden 20e eeuw)
o Spanjaard
o Surrealisme
o Imago opbouwen:
Alles wat hij deed, was raar.
Zijn snor handelsmerk (plooien op verschillende manieren)
Ging wandelen met zijn miereneten (huisdier)
Foto’s met vliegende katten
Gedroeg zich raar tijdens interviews
HELDEN EN MYTHEN
HELDEN
Een kunstenaar profileert zich (on)bewust door
o Media = overgeleverde verhalen, oude/nieuwe media: hier worden
persoonlijke dingen gedeeld.
o Mond-tot-mond reclame= Verhaal Van Gogh die zijn oor afsnijdt
o Sensatie= de extremen
1.1De kracht van het verhaal
Spreekt tot de verbeelding
Vincent Van Gogh (eind 19e eeuw)
o Nederlander
o Impressionisme
Kunst waarbij kunstenaars proberen een moment vast te leggen,
vooral hoe licht en kleuren eruitzien. Ze schilderen met losse
penseelstreken en kozen vaak voor alledaagse onderwerpen, zoals
natuur en het leven in de stad. Het gaat niet om details, maar om
de sfeer en indruk die het werk geeft.
o Bekend door het verhaal over zijn afgesneden oor
o Leefde in armoede (slechts 1 schilderij verkocht)
o Gestorven door een schotwonde in de buik
o Na zijn dood werden zijn schilderijen meer verkocht.
Rembrandt van Rijn (midden 17e eeuw)
o Nederlander
o Barok: donkere en zware thema’s (schaduwen, ernstig…)
o Leefde in armoede
o Hij was ziek en heeft zijn aftakeling vastgelegd met zelfportretten
, o Zijn schilderijen verkochten beter na zijn dood.
1.1De kracht van het beeld
kan discussies opwekken en blijft in het geheugen.
Jackson Pollock (begin 20e eeuw)
o Amerikaan
o Abstract expressionisme
o Grote doeken op de grond om te schilderen, bijnaam Jack de Dripper
o Alcoholprobleem
o Onbekend tot dat er een artikel in “Life Magazine” verscheen
o Gestorven in auto-ongeval
1.1De kracht van het beeld en het verhaal
verhalen en beelden gaan vaak samen. Een kunstenaar gebruikt deze
(on)bewust om een imago te creëren, om zichtbaar te worden. Ze worden helden,
er ontstaan mythes.
Pablo Picasso (19-20e eeuw)
o Spanjaard, woonde lang in Frankrijk
o Grondlegger kubisme
Revolutionaire kunststroming uit het begin van de 20e eeuw,
gekenmerkt door het gebruik van geometrische vormen en het
ontleden van onderwerpen in abstracte, hoekige structuren.
o Geïnspireerd door Afrikaanse kunst
o Imago opbouwen:
o bijna alle foto’s zonder T-shirt
o Rijk maar leefde niet chic.
o 4 vrouwen gehad veel kinderen. Eerst werden de vrouwen mooi
geschilderd, later lelijk.
o Hij wou overkomen als goede vader: nam op vakantie eigen fotograaf mee
om alles vast te leggen.
Andy Warhol (midden 20e eeuw)
o Amerikaan
o Popart (dingen uit dagelijks leven populair maken)
o Imago opbouwen:
o Kleden als rockster
o Omgaan met beroemdheden
o Atelier The Factory nodigde bekende mensen uit en zorgde voor veel
foto’s met hen.
o Ontwierp albumhoes voor The velvet Underground
o Filmde zichzelf terwijl hij een hamburger at.
o ik ben zoals iedereen
o dingen uit dagelijkse leven afbeelden als kunst je bent wat je eet
o Eerste die van een kunstenaar een ster maakte
David Hockney (hedendaags)
o Homoseksuele Engelsman
o 80 jaar
o Popart toegankelijke thema’s (dagelijkse dingen) en felle kleuren.
o Draagt felle kleuren qua kleding opvallend
o Autobiografie geschreven wanneer hij 20 jaar was overtuigen hoe
belangrijk hij was ook al was hij nog zo jong strategische zet
1.1Hoe wordt een kunstenaar een held/mythe?
Wat zijn Mythen in kunst?
- Kunst en geld
o Kapitalisme
o Aura
o Vervreemding
o Warenfetisjisme
o Cultuurindustrie
o Relatieve autonomie van een kunstwerk
- Conceptuele kunst/ einde van de kunst
o Conceptualisme/ conceptuele kunst
o Readymade
o Einde kunst
INTRODUCTIE
Salvador Dali (midden 20e eeuw)
o Spanjaard
o Surrealisme
o Imago opbouwen:
Alles wat hij deed, was raar.
Zijn snor handelsmerk (plooien op verschillende manieren)
Ging wandelen met zijn miereneten (huisdier)
Foto’s met vliegende katten
Gedroeg zich raar tijdens interviews
HELDEN EN MYTHEN
HELDEN
Een kunstenaar profileert zich (on)bewust door
o Media = overgeleverde verhalen, oude/nieuwe media: hier worden
persoonlijke dingen gedeeld.
o Mond-tot-mond reclame= Verhaal Van Gogh die zijn oor afsnijdt
o Sensatie= de extremen
1.1De kracht van het verhaal
Spreekt tot de verbeelding
Vincent Van Gogh (eind 19e eeuw)
o Nederlander
o Impressionisme
Kunst waarbij kunstenaars proberen een moment vast te leggen,
vooral hoe licht en kleuren eruitzien. Ze schilderen met losse
penseelstreken en kozen vaak voor alledaagse onderwerpen, zoals
natuur en het leven in de stad. Het gaat niet om details, maar om
de sfeer en indruk die het werk geeft.
o Bekend door het verhaal over zijn afgesneden oor
o Leefde in armoede (slechts 1 schilderij verkocht)
o Gestorven door een schotwonde in de buik
o Na zijn dood werden zijn schilderijen meer verkocht.
Rembrandt van Rijn (midden 17e eeuw)
o Nederlander
o Barok: donkere en zware thema’s (schaduwen, ernstig…)
o Leefde in armoede
o Hij was ziek en heeft zijn aftakeling vastgelegd met zelfportretten
, o Zijn schilderijen verkochten beter na zijn dood.
1.1De kracht van het beeld
kan discussies opwekken en blijft in het geheugen.
Jackson Pollock (begin 20e eeuw)
o Amerikaan
o Abstract expressionisme
o Grote doeken op de grond om te schilderen, bijnaam Jack de Dripper
o Alcoholprobleem
o Onbekend tot dat er een artikel in “Life Magazine” verscheen
o Gestorven in auto-ongeval
1.1De kracht van het beeld en het verhaal
verhalen en beelden gaan vaak samen. Een kunstenaar gebruikt deze
(on)bewust om een imago te creëren, om zichtbaar te worden. Ze worden helden,
er ontstaan mythes.
Pablo Picasso (19-20e eeuw)
o Spanjaard, woonde lang in Frankrijk
o Grondlegger kubisme
Revolutionaire kunststroming uit het begin van de 20e eeuw,
gekenmerkt door het gebruik van geometrische vormen en het
ontleden van onderwerpen in abstracte, hoekige structuren.
o Geïnspireerd door Afrikaanse kunst
o Imago opbouwen:
o bijna alle foto’s zonder T-shirt
o Rijk maar leefde niet chic.
o 4 vrouwen gehad veel kinderen. Eerst werden de vrouwen mooi
geschilderd, later lelijk.
o Hij wou overkomen als goede vader: nam op vakantie eigen fotograaf mee
om alles vast te leggen.
Andy Warhol (midden 20e eeuw)
o Amerikaan
o Popart (dingen uit dagelijks leven populair maken)
o Imago opbouwen:
o Kleden als rockster
o Omgaan met beroemdheden
o Atelier The Factory nodigde bekende mensen uit en zorgde voor veel
foto’s met hen.
o Ontwierp albumhoes voor The velvet Underground
o Filmde zichzelf terwijl hij een hamburger at.
o ik ben zoals iedereen
o dingen uit dagelijkse leven afbeelden als kunst je bent wat je eet
o Eerste die van een kunstenaar een ster maakte
David Hockney (hedendaags)
o Homoseksuele Engelsman
o 80 jaar
o Popart toegankelijke thema’s (dagelijkse dingen) en felle kleuren.
o Draagt felle kleuren qua kleding opvallend
o Autobiografie geschreven wanneer hij 20 jaar was overtuigen hoe
belangrijk hij was ook al was hij nog zo jong strategische zet
1.1Hoe wordt een kunstenaar een held/mythe?
Wat zijn Mythen in kunst?