Politieke filosofie – Burgerschap – Patrick Loobuyck
Inleiding
Historisch gezien veel regimes waarin bewoners of onderdanen geen burgers waren.
• Mensen werden bestuurd zonder inspraak.
Drie dimensies:
• Juridische status
• Politieke activiteit
• Lidmaatschap
Verticaal en horizontaal
Burgerschap:
• Wijst op individuele rechten en vrijheden van mensen
• Wijst op datgene wat het individu overstijgt: politieke gemeenschap waartoe ze
behoren en waarin ze verantwoordelijkheden hebben.
Burgerschap op verschillende niveaus:
• Natiestaat: burger in zijn/haar land
• Lokaal en stedelijk niveau
• Supranationaal niveau
Burgerschap als concept om tweespalt tussen liberalen en communitaristen te
overstijgen.
• Burgers hebben rechten omdat ze lid zijn van een politieke gemeenschap en
aanvaarden op basis van dat lidmaatschap ook hun plichten.
Twee relaties:
• Verticaal: burger – OH (liberalisme)
o Beperken van de macht van de OH t.a.v. individuele rechten van burgers
• Horizontaal: burger – burger (communitarisme)
o Regels en afspraken
o Respect voor elkaar
o Dragen van verantwoordelijkheden en plichten
Een essentieel gecontesteerd concept
Vaak krijgt burgerschap een normatieve invulling: ‘goede burger’. Kan op verschillende
manieren:
• Eerbiedigen staatsgezag: naleven van wetten, aanvaarden van dienstplicht,
respecteren van tradities, gebruiken, normen en waarden
• Politiek en maatschappelijk engagement: medezeggenschap, strijd voor
rechtvaardigheid en duurzaamheid, recht om tradities, macht, marktwerking,
overheidsoptreden in vraag te stellen
1
, • Conservatieve, behoudsgezinde connotatie
• Progressieve invulling
Wel een belangrijk concept:
• Hoe we betekenis geven aan burgerschap, beïnvloedt hoe we denken over
migratie en diversiteit, nationalisme en democratie, sociale zekerheid en de
reikwijdt van solidariteit…
• Vraag: “in welke mate mag de OG zich sturend en actief inlaten met de invulling
van burgerschap?”
Disclaimer
Politieke filosofie = normatieve discipline: hoe de samenleving idealiter moet
functioneren.
Subject = de burger
• Hoe samenleven en wat moet/mag de rol van de OH daarbij zijn
Dus:
• Niet empirisch en descriptief
• Niet partijpolitiek
• Niet geschiedenis van ideologie
• Het doet vaak aan ‘justification’: argumentatie in termen van grote concepten als
vrijheid/rechtvaardigheid.
Een politiek filosoof probeert de is-ought kloof te overbruggen.
• Hoe omgaan met de verifieerbare waarheid?
o Vb. roken is ongezond. Verbieden of niet verbieden?
Politiek filosofen gaan vaak te werk met een ‘ideale theorie’:
• Een ideale theorie van bijvoorbeeld rechtvaardigheid creëren.
o Reële samenleving daaraan toetsen.
• Er moet een ideaal zijn om te weten waarnaar toe te werken. Om iets bijvoorbeeld
als “onrechtvaardig” te bestempelen, moet je eerst weten wat je als rechtvaardig
ziet. Dit ligt dan vast in de ideal theory.
2
,Deel 1
1 Drie componenten, drie tradities
Burgerschap omvat drie belangrijke componenten:
• Status: burgers hebben rechten die wettelijke bescherming genieten
o Liberale traditie
• Activiteit: burger als politieke actor die kan participeren
o Republikeinse traditie
• Lidmaatschap: gemeenschapsgevoel en een gedeelde politieke identiteit
o Communitaristische traditie
1. Liberaal perspectief: Status
Fundamenteel recht: ‘The right to have rights’
Ook vanuit juridisch en politiek perspectief is burgerschap op de eerste plaats een
wettelijke status waaraan bepaalde rechten en plichten verbonden zijn.
John Pocock en het Romeinse Rijk:
• Burgerschap was juridisch en niet politiek: geen stemrecht of recht op
participatie
• Burgers = onderdanen, afhankelijk van de macht voor hun rechten en vrijheden.
• Juridische status enkel voor mensen met eigendom
Natuurrecht:
Gegroeid vanuit het Christendom: het recht is onafhankelijk van de menselijke wil, de
politieke macht of de omstandigheden
• De bron van het recht is de natuur
• Door mensen gemaakte wetten pas rechtvaardig als ze hun kracht ontlenen en
voortbouwen op de natuurwet die God in de werkelijkheid heeft gelegd.
Thomas van Aquino – Summa Theologiae
• Rechtsregels pas legitiem voor zover ze in overeenstemming zijn met en afgeleid
kunnen worden van de goddelijke natuurwet.
Hugo de Groot
• Natuurrecht zou ook gelden als God niet zou bestaan
Sociaal contract:
Hobbes – Leviathan
• Leven in de natuurtoestand is brutaal, armzalig, kort, solitair en vol conflict
o Rationeel om de macht over te dragen aan een soevereine heerser
o In de natuurtoestand heerst oorlog van allen tegen allen en er is geen
(on)recht.
3
, • Seculier:
o Politieke macht staat los van God, macht is het resultaat van een contract
tussen mensen
o Geen ruimte voor een door God ingesteld natuurrecht
• Dwingende en soevereine macht is een noodzaak. Absolute macht bij heerser.
o Dan kunnen we vrijer leven dan in de natuurtoestand
Locke – Two Treatises of Government
• Er zijn natuurrechten die aan de politiek voorafgingen:
o In de natuurtoestand geniet iedereen gelijke rechten en zo ook een vorm
van onafhankelijkheid
• Volgens Locke weinig plausibel dat het natuurrecht in de natuurtoestand wordt
nageleefd.
o Onze rechten zijn er kwetsbaar
o Daarom rationeel om een stuk vrijheid op te geven
• OH geen absolute macht
o OH = politieke gemeenschap die via representatieve democratie tot
beslissingen komt
• Ook een soort scheiding der machten
o Macht moet verspreid en controleerbaar zijn
o OH mag zich niet soeverein boven het recht stellen
• OH moet de natuurrechten beschermen
o Een OH die die taak niet vervult is tiranniek en mag via revolutie omver
geworpen worden
Negatieve vrijheid
Vrijheid = daar waar geen politieke wetten gelden. Daar kunnen mensen zich door eigen
voorkeuren, belangen en inzichten laten leiden.
• Vrije markt waar mensen vrij contracten afsluiten
• Familiesituatie
• Maatschappelijke vrijheid om te gaan en staan waar je wil
In het klassiek liberalisme kiest men daarom vaak voor een beperkte OH.
• Staat als een noodzakelijk kwaad, omdat we niet in anarchie kunnen samenleven
Isaiah Berlin – Two Concepts of Liberty
• ‘Negatieve vrijheid’ = het domein waarbinnen het aan het subject wordt
overgelaten om te doen of zijn wat in zijn vermogen ligt, zonder tussenkomst van
andere personen of instanties. Afwezigheid van inmenging, dwan en
overheidsbemoeienis.
o = Waar Berlin voor pleit
• ‘Positieve vrijheid’ = de overheid of een andere externe instantie gaat voor ons
bepalen wat vrijheid inhoudt, omdat men vindt dat we onvoldoende meester zijn
over onszelf.
o In de naam van vrijheid onze vrijheid beknotten
• Berlin verdedigt vorm van ‘waardepluralisme’
4
Inleiding
Historisch gezien veel regimes waarin bewoners of onderdanen geen burgers waren.
• Mensen werden bestuurd zonder inspraak.
Drie dimensies:
• Juridische status
• Politieke activiteit
• Lidmaatschap
Verticaal en horizontaal
Burgerschap:
• Wijst op individuele rechten en vrijheden van mensen
• Wijst op datgene wat het individu overstijgt: politieke gemeenschap waartoe ze
behoren en waarin ze verantwoordelijkheden hebben.
Burgerschap op verschillende niveaus:
• Natiestaat: burger in zijn/haar land
• Lokaal en stedelijk niveau
• Supranationaal niveau
Burgerschap als concept om tweespalt tussen liberalen en communitaristen te
overstijgen.
• Burgers hebben rechten omdat ze lid zijn van een politieke gemeenschap en
aanvaarden op basis van dat lidmaatschap ook hun plichten.
Twee relaties:
• Verticaal: burger – OH (liberalisme)
o Beperken van de macht van de OH t.a.v. individuele rechten van burgers
• Horizontaal: burger – burger (communitarisme)
o Regels en afspraken
o Respect voor elkaar
o Dragen van verantwoordelijkheden en plichten
Een essentieel gecontesteerd concept
Vaak krijgt burgerschap een normatieve invulling: ‘goede burger’. Kan op verschillende
manieren:
• Eerbiedigen staatsgezag: naleven van wetten, aanvaarden van dienstplicht,
respecteren van tradities, gebruiken, normen en waarden
• Politiek en maatschappelijk engagement: medezeggenschap, strijd voor
rechtvaardigheid en duurzaamheid, recht om tradities, macht, marktwerking,
overheidsoptreden in vraag te stellen
1
, • Conservatieve, behoudsgezinde connotatie
• Progressieve invulling
Wel een belangrijk concept:
• Hoe we betekenis geven aan burgerschap, beïnvloedt hoe we denken over
migratie en diversiteit, nationalisme en democratie, sociale zekerheid en de
reikwijdt van solidariteit…
• Vraag: “in welke mate mag de OG zich sturend en actief inlaten met de invulling
van burgerschap?”
Disclaimer
Politieke filosofie = normatieve discipline: hoe de samenleving idealiter moet
functioneren.
Subject = de burger
• Hoe samenleven en wat moet/mag de rol van de OH daarbij zijn
Dus:
• Niet empirisch en descriptief
• Niet partijpolitiek
• Niet geschiedenis van ideologie
• Het doet vaak aan ‘justification’: argumentatie in termen van grote concepten als
vrijheid/rechtvaardigheid.
Een politiek filosoof probeert de is-ought kloof te overbruggen.
• Hoe omgaan met de verifieerbare waarheid?
o Vb. roken is ongezond. Verbieden of niet verbieden?
Politiek filosofen gaan vaak te werk met een ‘ideale theorie’:
• Een ideale theorie van bijvoorbeeld rechtvaardigheid creëren.
o Reële samenleving daaraan toetsen.
• Er moet een ideaal zijn om te weten waarnaar toe te werken. Om iets bijvoorbeeld
als “onrechtvaardig” te bestempelen, moet je eerst weten wat je als rechtvaardig
ziet. Dit ligt dan vast in de ideal theory.
2
,Deel 1
1 Drie componenten, drie tradities
Burgerschap omvat drie belangrijke componenten:
• Status: burgers hebben rechten die wettelijke bescherming genieten
o Liberale traditie
• Activiteit: burger als politieke actor die kan participeren
o Republikeinse traditie
• Lidmaatschap: gemeenschapsgevoel en een gedeelde politieke identiteit
o Communitaristische traditie
1. Liberaal perspectief: Status
Fundamenteel recht: ‘The right to have rights’
Ook vanuit juridisch en politiek perspectief is burgerschap op de eerste plaats een
wettelijke status waaraan bepaalde rechten en plichten verbonden zijn.
John Pocock en het Romeinse Rijk:
• Burgerschap was juridisch en niet politiek: geen stemrecht of recht op
participatie
• Burgers = onderdanen, afhankelijk van de macht voor hun rechten en vrijheden.
• Juridische status enkel voor mensen met eigendom
Natuurrecht:
Gegroeid vanuit het Christendom: het recht is onafhankelijk van de menselijke wil, de
politieke macht of de omstandigheden
• De bron van het recht is de natuur
• Door mensen gemaakte wetten pas rechtvaardig als ze hun kracht ontlenen en
voortbouwen op de natuurwet die God in de werkelijkheid heeft gelegd.
Thomas van Aquino – Summa Theologiae
• Rechtsregels pas legitiem voor zover ze in overeenstemming zijn met en afgeleid
kunnen worden van de goddelijke natuurwet.
Hugo de Groot
• Natuurrecht zou ook gelden als God niet zou bestaan
Sociaal contract:
Hobbes – Leviathan
• Leven in de natuurtoestand is brutaal, armzalig, kort, solitair en vol conflict
o Rationeel om de macht over te dragen aan een soevereine heerser
o In de natuurtoestand heerst oorlog van allen tegen allen en er is geen
(on)recht.
3
, • Seculier:
o Politieke macht staat los van God, macht is het resultaat van een contract
tussen mensen
o Geen ruimte voor een door God ingesteld natuurrecht
• Dwingende en soevereine macht is een noodzaak. Absolute macht bij heerser.
o Dan kunnen we vrijer leven dan in de natuurtoestand
Locke – Two Treatises of Government
• Er zijn natuurrechten die aan de politiek voorafgingen:
o In de natuurtoestand geniet iedereen gelijke rechten en zo ook een vorm
van onafhankelijkheid
• Volgens Locke weinig plausibel dat het natuurrecht in de natuurtoestand wordt
nageleefd.
o Onze rechten zijn er kwetsbaar
o Daarom rationeel om een stuk vrijheid op te geven
• OH geen absolute macht
o OH = politieke gemeenschap die via representatieve democratie tot
beslissingen komt
• Ook een soort scheiding der machten
o Macht moet verspreid en controleerbaar zijn
o OH mag zich niet soeverein boven het recht stellen
• OH moet de natuurrechten beschermen
o Een OH die die taak niet vervult is tiranniek en mag via revolutie omver
geworpen worden
Negatieve vrijheid
Vrijheid = daar waar geen politieke wetten gelden. Daar kunnen mensen zich door eigen
voorkeuren, belangen en inzichten laten leiden.
• Vrije markt waar mensen vrij contracten afsluiten
• Familiesituatie
• Maatschappelijke vrijheid om te gaan en staan waar je wil
In het klassiek liberalisme kiest men daarom vaak voor een beperkte OH.
• Staat als een noodzakelijk kwaad, omdat we niet in anarchie kunnen samenleven
Isaiah Berlin – Two Concepts of Liberty
• ‘Negatieve vrijheid’ = het domein waarbinnen het aan het subject wordt
overgelaten om te doen of zijn wat in zijn vermogen ligt, zonder tussenkomst van
andere personen of instanties. Afwezigheid van inmenging, dwan en
overheidsbemoeienis.
o = Waar Berlin voor pleit
• ‘Positieve vrijheid’ = de overheid of een andere externe instantie gaat voor ons
bepalen wat vrijheid inhoudt, omdat men vindt dat we onvoldoende meester zijn
over onszelf.
o In de naam van vrijheid onze vrijheid beknotten
• Berlin verdedigt vorm van ‘waardepluralisme’
4