,
, Oefentoets – alle antwoorden apart einde
15 open vragen
Hoofdstuk 1 – Geld-, goederen- en informatiestromen
Vraag 1
Leg uit wat wordt bedoeld met een goederenstroom binnen een onderneming. Geef daarbij een
concreet voorbeeld van een goederenstroom van leverancier naar klant.
Vraag 2
Wat is het verschil tussen een geldstroom en een goederenstroom? Leg uit hoe beide stromen met
elkaar samenhangen.
Vraag 3
Leg uit wat wordt bedoeld met een informatiestroom binnen een onderneming. Noem minimaal drie
voorbeelden van informatie die onderdeel kunnen zijn van deze informatiestroom.
Vraag 4
Een onderneming bestelt goederen bij een leverancier. De goederen worden geleverd, de leverancier
stuurt een factuur en enkele weken later betaalt de onderneming de factuur.
Beschrijf welke goederen-, informatie- en geldstromen in deze situatie plaatsvinden.
Vraag 5
Waarom is een goede informatievoorziening belangrijk voor het beheersen van geld- en
goederenstromen binnen een onderneming?
Hoofdstuk 2 – Bedrijfsprocessen en administratieve verwerking
Vraag 6
Wat wordt verstaan onder een bedrijfsproces? Leg uit waarom bedrijfsprocessen vaak uit meerdere
opeenvolgende activiteiten bestaan.
Vraag 7
Beschrijf het verband tussen een inkoopproces en de administratie van een onderneming. Noem
minimaal drie administratieve handelingen die bij een inkoopproces kunnen horen.
Vraag 8
Een onderneming ontvangt een bestelling van een klant. Vervolgens worden de goederen verzameld,
geleverd, gefactureerd en uiteindelijk betaald.
Beschrijf de belangrijkste stappen van dit verkoopproces en geef per stap aan welke informatie
daarbij belangrijk is.
Vraag 9
Waarom is het voor een assistent-accountant belangrijk om inzicht te hebben in de verschillende
bedrijfsprocessen van een onderneming?