Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 4 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Hijma

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 4 pagina's

Samenvatting Hijma. Voldoende voor een 7,5 (eindcijfer) voor het tentamen!

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting privaatrecht Hijma:

147-148, 198-199
159-175, 178-189

1. Rechtshandeling en overeenkomst: Boek 3 (art. 3:32-59), “rechtshandelingen” en Boek 5 (art. 6:213-
279), “overeenkomsten in het algemeen. “ Ook Boek 3 titel 3 (art. 3:60-79), “volmacht” bevat
rechtshandelingen maar toegespitst op een situatie.
2. Begrippen rechtshandeling en overeenkomst, op de structuur van de wettelijke regeling te dien aanzien
en op de diverse wijzen waarop rechtshandelingen en overeenkomsten plegen te worden onderscheiden.
Hs 2: Wil en vertrouwen, Hs 3: volmacht en vertegenwoordiging: totstandkomingsrecht: bijzondere
situatie waarin iemand een rechtshandeling voor iemand anders uitvoert.
3. Voor rechtshandeling is niet één betekenis. Art. 3:33 geeft aan wat voor een rechtshandeling nodig is:
“een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil, die zich door een verklaring heeft
geopenbaard. Een wilsverklaring is nodig. Het is gericht op een of meer rechtsgevolgen.
4. Rechtshandeling vs. Andere handelingen. Het gegeven dat zij op het intreden van rechtsgevolg moet
zijn gericht, onderscheidt de rechtshandeling van gewone handelingen. Het onrechtmatigd handelen
wordt bestraft bijv. vergoeding voor schade. (art. 6:162 e.v.). Rechtshandelingen zijn uitsluitend de
handelingen die, na hun aard, gericht zijn op een of meerdere rechtsgevolgen.
a. Koop- of arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een huurcontract. Hiertegen is de houding
van het recht positief, zolang er geen zwaarwegende redenen zijn voor het tegendeel. De
menselijke autonomie komt tot uitdrukking: de bevoegdheid van elk individu om de eigen
rechtspositie te bepalen.
5. Meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen. Meerzijdige rechtshandeling: een rechtshandeling die
door meer dan één persoon wordt verricht. Prototype: overeenkomst. Eenzijdige rechtshandeling:
slechts door één persoon. De bewuste handeling is vereist dat deze tot een bepaalde andere persoon is
gericht. De andere persoon brengt de handeling niet zelf mede tot stand (zijn instemming is niet nodig),
maar hij fungeert als ontvanger van de verklaring, als geadresseerde. Bijv. een vernietiging van
koopovereenkomst of een opzegging van een huurcontract. De ander hoeft niet in te stemmen.
Eenzijdige niet gerichte rechtshandelingen: noch instemming van de andere persoon, noch de ontvangst
door een bepaald persoon noodzakelijk. Bijv. maken van een testament en de verwerping of
aanvaarding van testament.
6. Wettelijke regeling: Voor meerzijdige en eenzijdige rechtshandelingen is titel 3.2, art. 3:32-59. Er zijn
hierin twee hoofdthema’s: 1: Totstandkoming van rechtshandeling (materie van wil, verklaring en
vertrouwen). 2: Nietigheid en vernietigbaarheid ven rechtshandelingen.
7. Rechtshandeling buiten het vermogensrecht: titel 3.1 (rechtshandelingen) is deel van boek 3
(vermogensrecht in het algemeen). Een schakelbepaling (art. 3:59) verteld dat een huwelijk
bijvoorbeeld wel te maken heeft met vermogensrechtelijke rechtshandelingen maar niet in alle opichten
gelijk te stellen is. “De regels van de rechtshandelingentitel vinden buiten het vermogensrecht
overeenkomstige toepassing, (wettelijke analogie), voor zover de aard van de rechtshandeling of de
rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
8. Begrip overeenkomst: een overeenkomst in de zin van titel 6.5 is een meerzijdige rechtshandeling,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere verbintenissen aangaat. (art. 6:213 lid 1). Het is
vaak een obligatoire karakter: bijvoorbeeld dat je ergens geld voor moet betalen.
9. Wettelijke regeling; gelaagde structuur. Algemeen deel (Boek 3 titel 2) daarin is eerst voor alle
rechtshandelingen een geldend rechtsstelsel neergelegd, en dit vervolgens door het deelgebied ter
obligatoire overeenkomst met een tweede laag bepalingen aan te vullen. (Boek 6 titel 5). Ten gevolge
van deze gelaagde structuur wordt de obligatoire overeenkomst door meer dan één complex van
wetsbepalingen beheerst.
10. Meerpartijenovereenkomst. Dat zijn overeenkomsten tussen meer dan twee partijen. Bijv. een
driehoeksruil en het aanvaarde derdenbeding. Aandacht hieraan staat in (art. 6:213 lid 2): bedoelde
bepalingen zijn op de meerpartijenovereenkomst niet toepasselijk, voor zover de strekking van
betrokken bepalingen in verband met de aard van de overeenkomst zich daartegen verzet.
11. Bijzondere overeenkomsten. Of ook wel genoemd: conform het opschrift van genoemde Boeken,
bijzondere overeenkomsten of bijzondere contracten. Een gelaagde structuur is hier heel belangrijk.
Sommige overeenkomsten voldoen aan de omschrijvingen van méér dan een in de wet uitgewerkte
bijzondere contracten; zij worden gemengde overeenkomsten genoemd.
12. Verdere onderscheidingen van (obligatoire) overeenkomsten. Onderverdeling.
a. Tweepartijen – tegenover meerpartijenovereenkomsten.
b. Bijzondere (en gemengde) overeenkomsten tegenover niet-bijzondere overeenkomsten.

, c. Wederkerige overeenkomsten tegenover eenzijdige overeenkomsten. “Wederkerig indien elk
van beide partijen een verbintenis op zich neemt ter verkrijging van een prestatie waartoe de
wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt (art. 6:261 lid 1).” (Obligatoire)
overeenkomsten die niet aan deze omschrijving voldoen heten eenzijdig.
d. Overeenkomsten onder bezwarende titel tegenover overeenkomsten om niet. “Een
contractspartij gaat een overeenkomst aan onder bezwarende titel, indien de door haar
toegezegde prestatie in verband staat met een bepaalde prestatie van de wederpartij. “ Niet
onder deze omschrijving vallende overeenkomsten noemt met overeenkomsten om niet; in de
wet wordt de overeenkomst onder bezwarende titel “anders dan om niet” genoemd.
e. Consensuele overeenkomsten tegenover formele (en reële) overeenkomsten.
f. Kortstondige overeenkomsten tegenover duurovereenkomsten.
13. Grondbeginselen van contractenrecht. 3 beginselen die ervoor zorgen dat het contractenrecht
samenhangt. 1. Contractsvrijheid. 2. Vormvrijheid (het consensualisme). 3. Verbindende kracht van de
overeenkomst (Pacta sunt servanda). Dan is het contract pas verbindend.
14. Contractvrijheidsbeginsel. Het staat de partijen vrij een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen.
Het recht erkent de autonomie van het individu om door het sluiten van contracten tot ontplooiing te
geraken en schaart zich in dit licht achter de door de handelende gedane keuzen. Maar er is geen
beginsel zonder uitzonderingen! Wanneer er een conflict is komt (art. 3:40) ten tonele, dat de
overeenkomst nietig verklaart in geval van strijd met een dwingende wetsbepaling, met de goede zeden
of met de openbare orde. Het bevat trouwens weinig dwingende wetgeving. Dwingend recht komt
alleen voor indien de wetgever aan één van der partijen een bijzondere bescherming wil bieden, en
wanneer niet alleen de belangen van de contractanten, maar ook juist die van derden in het geding zijn.
15. Consensualisme en verbindende kracht. (art. 3:37 lid 1). Omdat het voldoende is dat op enigerlei
wijze consensus (wilsovereenstemming) tot uitdrukking komt, wordt dit beginsel wel als dat van het
consensualisme aangeduid. Pacta sunt servanda: “alle wettelijk gemaakte overeenkomsten strekken
degenen die dezelfde hebben aangedaan tot wet”.
16. Partijen en hun hoedanigheid. Tussen natuurlijke personen en rechtspersonen, tussen particuliere en
handelaren, tussen leken en deskundigen wordt in principe geen verschil gemaakt. Maar de toepassing
van de wet zal niet in alle opzichten hetzelfde zijn. Op verschillende partijen heeft zich in de
rechtspraak en literatuur op verschillende terreinen een tendens afgetekend om naar de hoedanigheid
van partijen te differentieren. 1. Uitleg van overeenkomst. 2. Er valt te wijzen op het gewicht dat in het
kader van een beroep op dwaling (art. 6:228) pleegt te worden toegekend aan de over en weer aanwezig
gebleken deskundigheid. 3. Resultaten waartoe de toetsing aan redelijkheid en bilijkheid al dan niet aan
een bepaalde contractuele afspraak of derogeren.
17. Niet obligatoire overeenkomsten. Er is een overeenkomst binnen het vermogensrecht zoals het
verbintenissenrecht de liberatoire overeenkomst of bij goederenrecht de goederenrechterlijke of
zakelijke overeenkomst. Deze staan vooral in 3.2. ze voldoen niet aan de omschrijving van 6:213 en
vallen dus buiten het bereik van de overeenkomstitel. Het gat wordt echter wel verkleind door de
schakelbepaling van (art. 6:216).
18. Kenbronnen. In het parlementaire geschiedenis van het wetboek is ook een belangrijke bron naast
jurisprudentie enz. Toelichtende teksten van de wetsopstellers zijn zwaarder dan gewone literatuur
omdat ze door hele kundige juristen zijn opgesteld. Jurisprudentie komt vooral van de HR vandaan,
maar deze staan qua praktisch effect niet altijd gelijk aan wetgeving.
a. Europese richtlijnen. Er zijn steeds meer EU richtlijnen die onze wetgeving beïnvloeden. Er
zijn nu verschillende richtlijnen die aan de kern van het overeenkomstenrecht raken: 1.
Oneerlijke beding in consumentenovereenkomsten. 2. De rechtsmiddelen bij de
consumentenkoop. 3. Op afstand gesloten overeenkomsten. Ze hebben geen directe horizontale
werking.
19. Rechtsvergelijking. Voor de ontwikkeling van ons eigen nationale recht is de kennisneming van en
vergelijking met het recht van andere landen goed om bijv. onze eigen problemen op te lossen. Er zijn
drie internationale studies over het overeenkomstenrecht die het licht hebben gezien: 1. Principles of
International Commercial Contracts. 2. Principles of European Contract Law en 3. Daft Common
Frame of Reference. Het kan een bijdrage leveren aan de eventuele evolutie en aan het perspectief van
de internationale gedachtenontwikkeling.
20. Internationaal privaatrecht. Wanneer mensen uit verschillende landen een overeenkomst sluiten.


126. Overzicht hoofdstuk van gronden van nietigheid en vernietigbaarheid. Het gaat hier om de vraag
wanneer een rechtshandeling gebrekkig is. 1. Handelingsonbekwaam of handelingsonbevoegdheid. 2.
Vormvoorschriften. 3. Het niet naleven van wettelijke voorschriften. 4. In (3:40) staat dat rechtshandelingen niet

, in strijd mogen zijn met de wet, de openbare orde of de goede zeden. Is dat wel zo: dan is de rechtshandeling
vernietigbaar of nietig. 5. Ook als de wil er wel is maar bij één van de partijen op onjuiste wijze is gevormd kan
er sprake zijn van rechtshandeling. 6. Vernietigbaar indien benadeling in de verhaalsmogelijkheden van één of
meer schuldeisers van een der partijen daarvan het gevolg is.
127. Nietigheid en vernietigbaarheid. Een rechtshandeling is wel geldig maar dat één of beide partijen haar
kunnen vernietigen. Een regeling is vernietigbaar indien de regeling de strekking heeft om slechts een der
partijen te beschermen. Bijv. bij bedrog. Een rechtshandeling is nietig indien de wettelijke regeling de strekking
heeft om niet alleen één partij maar het algemeen belang van derden te beschermen. Bijvoorbeeld een
rechtshandeling die in strijd is met de openbare orde.
128. Wie is handelingsonbekwaam? Iemand kan door een al dan niet geestelijke stoornis het vermogen missen
om zijn eigen belangen te behartigen. De rechter die voor elk geval beoordeeld wie moet worden beschermd:
degene die stelt aan een stoornis te lijden, of de wederpartij die stelt dat hij deze stoornis niet kende noch
behoefde te kennen. (3:35 BW). Er zijn ook personen waarvan de wetgever van tevoren heeft bepaald, dat zij
tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. Zij zijn niet in staat om rechtshandelingen op een
verantwoordelijke wijze in te schatten. Minderjarige en onder curatele gestelde personen zijn
handelingsonbekwaam gesteld. Dit zijn twee uitzonderingen op de hoofdregel van (art. 3:32 lid 1): iedere
natuurlijke persoon bekwaam is tot het verrichten van rechtshandelingen.
129. De gevolgen van handelingsonbekwaamheid. 2 vragen: 1. Indien een handelingsonbekwame niet voor
zichzelf onaantastbare rechtshandelingen kan verrichten, kan hij dat wel voor een ander? (art. 3:63 lid 1) zegt dat
een minderjarige of een onder curatele gesteld persoon als gevolmachtigd voor een ander kunnen optreden. 2.
Als een handelingsonbekwame geen onaantastbare rechtshandelingen kan verrichten, betekend dit dan dat al zijn
rechtshandelingen vernietigbaar zijn? Vaak wel zo maar, meestal vernietigbaar als het gaat om een meerzijdige
rechtshandeling of een eenzijdig gerichte rechtshandeling. Kan ook nietig zijn voor de eenzijdig ongerichte
rechtshandeling. Maar in sommige gevallen kunnen de rechtshandelingen gewoon geldig zijn. Een
vernietigingspoging van een handelingsonbekwame kan zelf ook vernietigbaar zijn. Een wettelijke
vertegenwoordiger moet dus de rechtshandeling vernietigen.
130. Minderjarigen: algemeen. Een minderjarige is handelingsbekwaam als hij/zij met toestemming van de
ouders handelt. Het gaat om een bepaalde handeling. Ook kan een minderjarige bevoegdheden krijgen van een
meerderjarige door het verlenen van handlichting door de kantonrechter.
131. Toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger. Een wettelijke vertegenwoordiger is het er niet mee
eens en de overeenkomst vernietigt (van bijvoorbeeld een vakantie geboekt door een 16-jarige) en als de
minderjarige de reis bijv. niet kan betalen en zich dan beroept op de handelingsonbekwaamheid van een
minderjarige. 2 manieren verkoper pareren: 1. Rechtshandeling wordt heel vaak gemaakt. 2. De minderjarige had
toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger.
132. Veronderstelde toestemming: maatschappelijk gebruik, Er wordt vaak vanuit gegaan dat er
toestemming is gevraagd aan de wettelijke vertegenwoordiger. Er kan hier echter niet vanuit gegaan worden
gegaan als de wettelijke vertegenwoordiger bezwaar maakt tegen de rechtshandeling van de minderjarige, ook al
gaat het om een voor iemand van de leeftijd maatschappelijk gebruikelijke rechtshandeling.
133. Onder curatele gestelden. Curatele kan worden uitgesproken wegens een geestelijke stoornis, wegens
verkwisting of wegens gewoonte van drankmisbruik. Er wordt ook een curator gesteld. 2 uitzonderingen: 1. Je
mag rechtshandelingen plegen met toestemming van je curator. De curator mag beoordelen.
134. Geen bescherming van derden te goeder trouw. De rechtshandeling van een feitelijk onbekwame is in
beginsel vernietigbaar. Een handelingsonbekwame wordt door de wet veel sterker beschermd. Een wederpartij
kan niet aanvoeren dat hij niet de behoefte had te begrijpen dat hij met een handelingsonbekwame van doen had.
135. Meerzijdige en eenzijdige, gerichte en ongerichte rechtshandelingen. Is een rechtshandeling nietig of
vernietigbaar.

Wilsvertrouwensleer:

31. Introductie. De verklaring moet de uitdrukking zijn van een op een rechtsgevolg gerichte wil. Er kan door
allerlei oorzaken discrepantie ontstaan tussen wil en verklaring. Bijv. de handelende persoon verspreekt zichzelf
of er is iets verkeerd overgebracht. De vraag is: wat heeft voorrang? 1. De schijn van de verklaring of 2. De
afwijkende wil daarvan. Volgens (art. 3:35 BW) gaat de uiterlijke schijn van een verklaring boven de interne wil
van de handelende persoon, voor zover de wederpartij (of geadresseerde) er gerechtvaardigd op heeft vertrouwd
dat de verklaring welgemeend was. Vertrouwde de wederpartij inderdaad gerechtvaardigd, dan komt de
rechtshandeling tot stand, ondanks het ontbreken van een met de verklaring overeenstemmende wil.
32. Wilsleer, verklaringsleer en vertrouwensleer. Wilsleer = is de interne wil van de handelende persoon van
doorslaggevend belang. Ook moet deze wil verklaard zijn. Verklaringsleer = alleen de verklaring is van belang.
De rechtshandeling komt tot stand conform hetgeen de handelende persoon heeft verklaard, of de verklaring nu

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
30 november 2014
Aantal pagina's
4
Geschreven in
2013/2014
Type
Samenvatting
$5.36

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Marebruens
3.6
(54)
Verkocht
468
Volgers
280
Items
41
Laatst verkocht
1 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen