Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 35 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Compendium

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 35 pagina's

Samenvatting Compendium. Voldoende voor een 7,5 (eindcijfer) voor het tentamen!

Voorbeeld van de inhoud

Compendium.


3 Rechtshandelingen

Handelings(on)bekwaamheid

Dit is de op grond van een wettelijke bepaling bestaande ongeschiktheid om zelfstandig eigen rechtshandelingen te
verrichten. Rechtshandelingen verricht door een handelingsonbekwaam persoon zijn vernietigbaar, of nietig i.g.v.
eenzijdig niet-gerichte rechtshandelingen. Iedere natuurlijke persoon kan in principe eigen rechtshandelingen
verrichten, voor zover de wet niet anders bepaald:

- Minderjarigen (1:234 BW): wettelijke vertegenwoordiger is ouder/voogd. Zijn in principe bevoegd tot het
verrichten van rechtshandelingen waarvan in het maatschappelijk verkeer geaccepteerd is dat minderjarigen die
zelf kunnen verrichten. Kunnen wel (gedeeltelijk) handelingsbekwaam (verklaard) worden; handlichting
(1:235 lid 1 BW), minderjarige moeder (1:253ha), trouwen (1:233 BW).
- Onder curatele gestelden (1:381 lid 2 jo 1:378 lid 1 BW): wegens drankgebruik/verkwisting etc, kan een
meerderjarige een curator krijgen, die rechtshandelingen voor de OCG‟er uitvoert of deze daartoe toestemming
geeft.

OCG ≠
- feitelijke handelingsongeschiktheid (3:33 jo 3:34 BW): geestelijke stoornis, een feitelijke discrepantie i.p.v.
alleen wettelijke discrepantie.
- Handelingsonbevoegdheid (e.g. 3:43 BW): dan mag een handelingsbekwaam persoon een bepaalde
rechtshandeling niet geldig verrichten, omdat zij een bepaalde kwaliteit bezitten die dat onwenselijk maakt.
E.g. notarissen en advocaten t.a.v. goederen waarover in hun ressort een geding aanhangig is. Dergelijke
rechtshandelingen zijn nietig en verplichten de verkrijgers tot schadevergoeding.

Wilsgebreken

Bij wilsgebreken komen wil en verklaring wel overeen maar is de wil op onjuiste wijze gevormd, e.g. door
- bedreiging (3:44 lid 2 BW): hiervoor is nodig dat er sprake is van
a. dreigen met schade aan persoon of goed
b. dat onrechtmatig is
c. dat causaal verbonden is met de verrichte rechtshandeling
d. en waardoor een redelijk persoon beïnvloedt zou zijn (objectivering);
- bedrog (3:44 lid 3 BW): hiervoor is nodig dat er sprake is van
a. opzettelijk misleidend gedrag (vaak verzwijgen van informatie of foute inlichtingen geven)
b. gericht op het manipuleren van het slachtoffer om die tot de rechtshandeling te bewegen
c. dat causaal verbonden is met de verrichte rechtshandeling;
- misbruik van omstandigheden (mvo; 3:44 BW lid 4): hiervoor is nodig dat er sprake is van
a. bijzondere omstandigheid (stress, noodtoestand, afhankelijkheid);
b. waarvan misbruik is gemaakt
c. die causaal verbonden is met de verrichte rechtshandeling.
Er hoeft niet perse ook nadeel geleden te zijn;
- dwaling (6:288 BW): geldt in beginsel alleen voor obligatoire overeenkomsten. Zie deze link voor dwaling
uitgewerkt.

Beroep op wilsgebreken is niet mogelijk als de wederpartij geen reden had het bestaan ervan te veronderstellen.
Schadevergoeding is wel mogelijk, zo niet (enkel) op grond van een wilsgebrek, dan wel op ord (6:162 BW); beide Comment [K.J.1]: Onrechtmatige daad
kan ook. Er is immers vaak tevens sprake van een ord.

,Nietigheid en Vernietigbaarheid

In geval van nietigheid kan het (eventueel) gepresteerde worden teruggevorderd op grond van ovb (afd. 6.4.2). Comment [K.J.2]: Onverschuldigde betaling
Nietigheid bestaat ook in afgewaterde vormen:
- partiële nietigheid (3:41 BW): soms is er maar één onderdeel van een rechtshandeling nietig; dan kan de rest
van de rechtshandeling in stand blijven, zolang die delen niet onverbrekelijk met het nietige deel verbonden
zijn.
- conversie (3:42 BW): omzetting van een nietige rechtshandeling in een andere die correspondeert met de
strekking van de nietige rechtshandeling, maar dan geldig is. Vindt niet plaats als het onredelijk zou zijn jegens
een belanghebbende die niet als partij (in enge zin) aan de totstandkoming van de rechtshandeling heeft
meegewerkt.
- bekrachtiging (3:58 BW):



4 Vertegenwoordiging

„Vertegenwoordiging‟ duidt doorgaans op directe vertegenwoordiging: (a) iemand daartoe bevoegd is (b) verricht
een rechtshandeling (c) in naam van een ander, met het effect dat de beoogde rechtsgevolgen voor die ander
intreden, niet voor de persoon die de rechtshandeling verricht heeft. Vertegenwoordiging wordt niet expliciet in de
wet geregeld, hooguit via de schakelbepaling (3:78 BW) die bepalingen van toepassing op volmacht (titel 3.3) ook
op andersoortige vertegenwoordigingssituaties van toepassing verklaart.

Vertegenwoordiging doet zich vooral voor bij:
- Wettelijke vertegenwoordiging; ouders (1:245 BW), voogd (1:337 BW), curatele (1:386 BW) en
bewindvoering (1:441 BW).
- Vertegenwoordiging van een rechtspersoon door haar bestuurders (verschillende artikelen per rechtspersoon).
- Volmacht (3:60 BW).
- Zaakwaarneming.

Middellijke vertegenwoordiging: vertegenwoordiging die indirect is, waarbij een tussenpersoon (a) in eigen naam
(b) rechtshandelingen (c) verricht voor rekening van een ander. Rechtsgevolgen treden (doordat het in eigen naam
gebeurt) alleen in voor de tussenpersoon. Dit is dan ook niet echt vertegenwoordiging.

Er is verder een verschil tussen (a) de bevoegdheid om in naam van een ander een rechtshandeling te verrichten en
(b) de verplichting om die bevoegdheid uit te oefenen. Vaak gaan ze hand in hand, maar niet altijd; de één kan
bovendien uit een andere bron voortvloeien dan de ander.

Volmacht

3:60 BW: de bevoegdheid, verleend door een volmachtgever aan een ander (de gevolmachtigde) om in zijn naam
rechtshandelingen te verrichten. Dit is een eenzijdige gerichte rechtshandeling van de volmachtgever, die in beginsel
vormvrij is, en zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend kan geschieden. Een bode is geen gevolmachtigde; hij is slechts
een instrument en verricht geen rechtshandeling. Volmacht strekt er meestal toe om een rechtshandeling te laten
verrichten, maar niet altijd.

Gebondenheid
Voorwaarden van 3:66 lid 1 BW: Een (1) door de gevolmachtigde (2) binnen de grenzen van zijn bevoegdheid (3)
verrichte rechtshandeling, treft in haar gevolgen de volmachtgever. De gevolmachtigde valt er tussenuit, maar hij
blijft wel van belang als de geldigheid van de gevolgen van de rechtshandeling in het geding is. Dan moet gelet
worden op de mate waarin de wil of wetenschap van de gevolmachtigde van belang zijn, gekeken naar zijn aandeel
in de totstandkoming van de rechtshandeling.

Een handelingsonbekwame gevolmachtigde levert geen problemen op, omdat hij zelf, voor zichzelf, geen
rechtshandelingen verricht (3:63 lid 1 BW).

, Een handelingsonbekwame volmachtgever levert wel problemen op; rechtshandelingen verricht door diens
gevolmachtigde, zijn nietig/vernietigbaar volgens dezelfde regels als wanneer de handelingsonbekwame de
rechtshandeling zelf zou verrichten.

Volmacht eindigt door (1) dood, ondercuratelestelling, faillissement of schuldsanering van/bij de gevolmachtigde of
die van (2) de volmachtgever, (3) herroeping door de volmachtgever of (4) opzegging door de gevolmachtigde.
Deze opsomming is niet limitatief. Faillissement of schuldsanering eindigen een volmacht dwingend (geen keuze
voor betrokken personen). Voor de rest kan er afgeweken worden alleen voor zover de volmacht strekt tot het
verrichten van een rechtshandeling in het belang van de volmachtgever of een derde.
Net als een onherroepelijk aanbod (6:219 lid 2 BW) kan een onherroepelijke volmacht niet worden herroepen.

Ontbreken van een toereikende volmacht
De volmachtgever (a.k.a. principaal) wordt niet gebonden als de gevolmachtigde zijn bevoegdheid overschrijdt. Het
gaat erom of de handelende persoon al dan niet zelf als partij bij de rechtshandeling optreedt. Een wederpartij mag
daarom ook bewijs van de volmacht verlangen.

Hoofdregel: verricht een gevolmachtigde een rechtshandeling zonder daartoe bevoegd te zijn, dan wordt de
principaal niet gebonden. Soms kan een rechtshandeling toch ontstaan voor zover de bevoegdheid van de
gevolmachtigde dit toeliet.
Uitzonderingen:
- De (pseudo-)volmachtgever kan de rechtshandeling alsnog bekrachtigen (3:69 BW): eenzijdig rechtshandeling
gericht tot gevolmachtigde of geadresseerde, zonder vormvereisten (tenzij de volmachtverlening zelf al zo‟n
vormvereiste had). Terugwerkende kracht: de rechtshandeling heeft dezelfde gevolgen als zij wel met een
(toereikende) volmacht was verricht (lid 1).
Bekrachtiging kan vervallen, als:
1. de wederpartij de rechtshandeling wegens het ontbreken van het volmacht als ongeldig beschouwt (3:69 id
3 BW). Niet mogelijk als de wederpartij bij het overeenkomen al had begrepen/moeten begrijpen dat
volmacht niet toereikend was (lid 3 slot);
2. de wederpartij of een ander belanghebbende een redelijke termijn stelt voor de bekrachtiging en de
volmachtgever de termijn laat verstrijken.
- De wederpartij kan een beroep doen op gerechtvaardigd vertrouwen opgewekt door de volmachtgever Comment [K.J.3]: Controleren!
Vereisten van 3:61 lid 2 BW:
1. Rechtshandeling, met of jegens C verricht door B, die optrad in naam van A zonder toereikend volmacht
voor B.
2. Verklaring van A („toedoen‟ van de (pseudo-)principaal). Schijn kan ook genoeg zijn, als de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd o.g.v. (a) feiten/omstandigheden die voor risico van de
vertegenwoordigde komen en (b) waaruit naar vov de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uit kan
worden afgeleid.
3. Aanname van C o.g.v. die schijn dat volmacht toereikend was.
4. C mocht dat redelijkerwijs aannemen.

In sum: C moet in een situatie van onbevoegde vertegenwoordiging (eis 1) gerechtvaardigd (eis 4) hebben
vertrouwd (eis 3) op een aan de pseudo-principaal toe te rekenen schijn van bevoegdheid (eis 2).

Slaagt dit beroep, dan kan de pseudo-principaal zich niet op het ontbreken van een (toereikende) volmacht beroepen.

Geëindigd volmacht
3:76 BW: Als een volmacht al was geëindigd op het moment dat de rechtshandeling was verricht, geldt als
hoofdregel: alleen als (1) het einde of (2) de oorzaak van het einde bekend was bij de wederpartij, kan men zich
beroepen op het geëindigd zijn van het volmacht om de rechtshandeling ongeldig te verklaren.

Uitzonderingen: gevallen waarin de (pseudo-)principaal beroep kan doen op geëindigd zijn van volmacht ongeacht
de wetenschap van de wederpartij:
- Einde/oorzaak is aan wederpartij medegedeeld/bekendgemaakt.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
30 november 2014
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2013/2014
Type
Samenvatting
$5.36

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Marebruens
3.6
(54)
Verkocht
468
Volgers
280
Items
41
Laatst verkocht
1 jaar geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen