Klas: Vwo 5
Stof: Hoofdstuk 11
Voorkennis: De binomiale en de normale verdeling
, Theorie A De binomiale verdeling
Bij een binomiaal kans experiment voer je hetzelfde kans experiment een
aantal keren uit en let je alleen op de gebeurtenissen ‘succes’ en
‘mislukking’.
De toevalsvariabele X is het aantal keer succes. Verder is n het aantal keer
dat je het experiment uitvoert en p de kans op succes per keer.
Grafische rekenmachine:
- Je gebruikt binompdf bij P(X = K)
- Je gebruikt binomcdf bij P(X ≤ K)
Vermeld in een uitwerking de betekenis van X, noteer dat X binomiaal
verdeeld is en vermeld n en p.
Theorie B De normale verdeling
Bij opgaven over oppervlakten onder een normaalkromme spelen 5
getallen een rol: het gemiddelde u, de standaardafwijking o, de
linkergrens l, de rechtergrens r en de oppervlakte van het gebied. Zijn er
vier bekend, dan kun je het vijfde getal berekenen.
Werkschema:
1. Schets een normaalkromme en verwerk hierin u, o, l, r en opp.
2. Kleur het gebied dat bij de vraag hoort.
3. Bereken met de GR het ontbrekende getal.
4. Beantwoord de gestelde vraag.
Op de GR gebruik je hiervoor de opties normalecdf of invNorm.
11.1 De som van normale verdelingen
Theorie A Normale en binominale verdeling
Bij een gemiddelde van 1005 gram en een standaardafwijking van 6 gram,
kun je met de GR berekenen dat de kans op minder dan 1000 gram gelijk
is aan 0,2023.