1) herhaling
1.1 promotorsequentie
gen dat veel tot transcriptie komt heeft meer mRNA
regeling gebeurt ter hoogte van de promotor
verschillende consensussequenties die herkend worden door verschillende eiwitcomplexen
➔ als de sequenties veel afwijken van consensus dan gebeurt er weinig transcriptie omdat
die moeilijk gevonden wordt
2) chromosomenkaart van de mens
= 23 verschillende chromosomen gerangschikt op grootte, als laatste X en Y
1. witte bloedcellen nemen en bij celdeling laten stoppen in metafase
(de chromosomen zijn in metafase heel sterk gecondenseerd)
2. in hypotone buffer brengen → cellen nemen veel zout op en barsten
3. fixeren op plaatje
4. je krijgt wormpjes die eerst onzichtbaar zijn dus kleuren met Giemsa (AT meer kleuren
dan GC → vorming bandjes)
2.1 ontdekking van translocaties
Vaak in kankercellen, anders dan normale chromosomenkaart
➔ uitwisseling tussen uiteindes van chromosomen na bv. dubbelstrengbreuk
vb. Burkitt’s lymphoma: ter hoogte van chr14 zit een gen die immunoglobulines maakt
door translocatie komt er een c-myc gen dat instaat voor controle van celcyclus onder controle
van promotor van immunoglobulinegen (heel actief) → cellen blijven delen
3) chromatine
in chromosomen zit niet enkel DNA: DNA in complex met eiwitten = chromatine
(chromatide = 2 chromosomen aan elkaar)
3.1 structuur
▪ heterochromatine: donkere delen → hoogste vormen van packing, kunnen niet tot
expressie komen
▪ euchromatine: lichtere delen → lichtere vormen van packing, kunnen wel tot expressie
komen
, moleculaire biologie: hoofdstuk 9 transcriptieregeling eukaryoten
kernen laten openspringen → DNA gaat zich ontpakken en toont een beads-on-a-string
structuur = DNA rond een eiwitkern (nucleosoom) gebonden
basiseenheid van chromatine = nucleosoom
▪ DNA rond nucleosoom = altijd 146 bp lang
▪ daartussen zitten +- 50 bp
▪ nucleosoom bestaat uit 8 eiwitten die histonen
worden genoemd
o H2A en H2B (H1 niet in nucleosoom = geel)
o H3
o H4
→ van elk komen 2 voor omdat ze associëren met elkaar (H3-H4 en H2A-H2B)
= vorming van octameer met veel positieve lading (veel His, Lys en Arg)
DNA is negatief geladen en nucleosoom is positief geladen → goede binding
3.2 vorming van nucleosoom
▪ histonfold = geplooid op specifieke structuur
→bestaat uit 3 α-helices die met elkaar associëren
doordat de kleine op de grotere gaan zitten
▪ handshake: langere α-helix en kortere zitten
erachter en die kunnen dan in elkaar klemmen
▪ octameervorming: dimeren gaan met elkaar
associëren waardoor je 8 histonen krijgt die met
elkaar interageren en DNA zit daar 2 keer rond
uitsteeksel = staarten die uit nucleosoom steken
nog te groot dus volgende packing nodig → solenoïde
3.3 solenoïde 30 nm
= dikkere draadvormige structuur die bestaat uit histonen (30 nm doorsnede)
➔ cirkelvormige en eenparige beweging tegelijk