Acute en chronische nierschade, GFR-stadiering
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Pathologie (HBO-Verpleegkunde), gebaseerd op de NHG-richtlijn Chronische nierschade en algemeen aanvaarde
nefrologische theorie. Dit document behandelt het ziektebeeld op algemeen, educatief niveau en vervangt geen
medisch onderwijs. Niet gebaseerd op één specifieke druk.
Inhoud: 1. Wat is nierinsufficiëntie — 2. De glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) — 3. Acute nierschade — 4.
Oorzaken van acute nierschade — 5. Chronische nierschade — 6. De vijf GFR-stadia — 7. Klachten per
stadium — 8. Complicaties — 9. Nierfunctievervangende therapie — 10. Begrippenlijst — 11. Oefenvragen
1. Wat is nierinsufficiëntie?
Nierinsufficiëntie (nierschade, nierfalen) is een verminderd vermogen van de nieren om afvalstoffen
uit het bloed te klaren en de water- en zouthuishouding van het lichaam te reguleren.
Nierinsufficiëntie wordt onderverdeeld in twee hoofdvormen: acute nierschade, die plotseling ontstaat
en vaak (deels) omkeerbaar is, en chronische nierschade, die geleidelijk over maanden tot jaren
ontstaat en doorgaans niet omkeerbaar is.
, 2. De glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)
De glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) is de hoeveelheid bloed die de nieren per minuut kunnen
zuiveren, en is de belangrijkste maatstaf om de nierfunctie te beoordelen.
De GFR wordt doorgaans geschat (eGFR) via de bloedwaarde kreatinine, een afbraakproduct van
spierweefsel dat normaliter via de nieren wordt uitgescheiden. Bij een verminderde nierfunctie stijgt
de kreatinineconcentratie in het bloed, wat gebruikt wordt om de eGFR te berekenen, uitgedrukt in
ml/min/1,73 m² (gestandaardiseerd naar lichaamsoppervlak).