Herseninfarct, hersenbloeding en TIA
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Pathologie / Neurologie (HBO-Verpleegkunde). Dit document behandelt het ziektebeeld op algemeen, educatief
niveau, bevat geen individueel behandeladvies en vervangt geen medisch onderwijs. Niet gebaseerd op één
specifieke druk.
Inhoud: 1. Wat is een CVA — 2. Herseninfarct — 3. Hersenbloeding — 4. TIA — 5. Risicofactoren — 6.
Gevolgen: linker- versus rechterhersenhelft — 7. Herkenning: de FAST-test — 8. De acute fase — 9.
Revalidatie en gevolgen op lange termijn — 10. Begrippenlijst — 11. Oefenvragen
1. Wat is een CVA?
Een CVA (cerebrovasculair accident), in de volksmond een beroerte, is een plotseling optredende
stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen, die leidt tot (tijdelijke of blijvende) uitval van
hersenfuncties.
In Nederland worden jaarlijks ruim 40.000 mensen getroffen door een CVA. Hiervan betreft ongeveer
80% een herseninfarct en 20% een hersenbloeding — de twee hoofdvormen van CVA, met een
fundamenteel verschillend onderliggend mechanisme.
, 2. Herseninfarct
Een herseninfarct (ischemische beroerte) ontstaat wanneer een bloedvat in de hersenen wordt
afgesloten, meestal door een bloedstolsel, waardoor het achterliggende hersenweefsel onvoldoende
zuurstof en voedingsstoffen ontvangt.
Het stolsel kan lokaal ontstaan door atherosclerose in een hersenslagader, of elders in het lichaam
(bijvoorbeeld in het hart, vaak bij boezemfibrilleren) zijn ontstaan en als embolie naar de hersenen
zijn getransporteerd. Zonder tijdige herstelde bloedtoevoer sterft het zuurstofarme hersenweefsel
geleidelijk af.