SOCIOLOGIE
1. SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
1.1 SOCIOLOGISCHE BEWUSTZIJN IS TAMELIJK RECENT
- Astronomie
= oudste wetenschap
o Beoefend door Babylonische en Egyptische priesters
o Astronomie + astrologie
- Natuurkunde
o Door presocratici gegrondvest
o Later door Archimedes tot respectabel niveau
- Psychologie
o Ontstaan in 17e eeuw
- Sociologie
o Ontstaan in de 18e/19e eeuw
➔ Menswetenschappen = later ontwikkelt
Sociologie
= onderzoekt de sociale voorwaarden waaronder mens ‘mens’ wordt. Een individu slaagt er in z’n eentje niet in om een
identiteit op te bouwen, taal, denkbeelden,... te verwerven
→ typisch menselijk gedrag = te danken aan sociale verbanden
1.2 DE SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ONTSTOND IN CRISISTIJDEN
Start sociologie: ‘lot van de mens hangt af van het bestaan van anderen’
Waarom duurde het zo lang voor dat het sociologisch onderzoek begon?
1. Natuurlijke distantie ontbreekt tussen individuele mens en maatschappij
o Wetenschap vd maatschappij = moeilijk
o Maatschappij zit in ons: werkt via opvoeding, wetten, gewoonten, etc.
o Wij maken de maatschappij en de maatschappij maakt ons
2. Sociologie ontluistert en wekt weerstand op
o Sociologische waarheid = soms hard
Vb. kijken naar hoe we ons gedragen in een groep
o Mensen zijn geneigd zich beter voor te doen dan ze echt zijn
Vb. discriminatie
Du Bois: eerste zwarte amerikaanse socioloog (19e eeuw)
= voelde zichzelf in een wereld, was zelf niet in de wereld
↳ verwijzing naar racisme + slavernij
Montesquieu (18e eeuw)
o Lettres Persanes = satire
o liet zien dat het gedrag in Frankrijk, vaak ook raar kan zijn
vb. vond het raar dat er in Frankrijk maar met 1 vrouw trouwde
1
, o manier waarop wij leven kan anders zijn op andere plaatsen
3. Sociologisch bewustzijn wordt geprikkeld door crisis
o Maatschappij die vertrouwd was ging veranderen door revoluties (18e-19e eeuw)
o Socioloog = wereldreiziger, stelt vragen zoals “wat gebeurt hier” (begin soc. Bewustzijn)
o Ieder tijdperk = sleuteltijdperk
▪ Belangrijk dat revoluties gesitueerd zijn en niet over heel de wereld hetzelfde zijn
▪ Revoluties = uniek, ging menselijk samenleven veranderen
1.3 DE ‘TWEE’ REVOLUTIES
1.3.1 VAN LANDBOUW NAAR INDUSTRIE: DE OPKOMST VAN DE INDUSTRIËLE MAATSCHAPPIJ
→ overgang van jacht- en jagerverzamelingseconomie naar landbouw = neohilistische revolutie
- Ontstaan van eigendommen
- Steden = nieuwe organisatie van het sociaal leven (arbeidsdeling, bestuur rechtsregels)
Er komt bewustzijn over de verandering van de maatschappij
FRANSE REVOLUTIE
= politieke omwenteling in Frankrijk, staat symbool voor politieke modernisering en democratisering in het algemeen
Bestaande sociale orde werd verworpen + opkomst van nieuwe idealen: vrijheid, gelijkheid en broederschap
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
- Begon in Engeland
- Toepassen op grote schaal van technische innovaties in allerlei sectoren
- Organisatie + ambachten van gilden werden omgegooid
- Er kwam een onpersoonlijke verhouding tussen fabrieksbaas en arbeider
- Sociaal vraagstuk “hoe kan het dat klassen samenleven in vrede en welvaart?”
→ Sociologie probeert het samenspel van de veranderingen te begrijpen in het licht van de toegenomen menselijke
interdependentie (= onderlinge afhankelijkheid)
→ Mensen moeten de maatschappij proberen te begrijpen zodat ze niet -blindelings een onvoorspelbare toekomst
tegemoet gaan
→ sociologie ≠ gezien worden als “de wetenschap van de maatschappij” => is te ruim, meeste sociologen houden zich
bezig met de hedendaagse maatschappij
1.5 HET SOCIAAL PROBLEEM ALS BRON VAN SOCIOLOGISCHE BENADERING
→ sociologie begint bij een sociaal probleem, wat behoort tot wat de sociologie bestudeert evolueert en hangt af van waar
je je bevindt
Vb. Druggebruik >< autorijden
- Autorijden = meer sociaal probleem WANT je kan er anderen mee beïnvloeden
5 aspecten van een sociaal probleem
1. Objectief aspect vb. genderverschillen tussen vrouw en man, paygap
2. Subjectief aspect = doordat het een feit is ≠ nog geen probleem
2
, 3. Collectief aspect = er moet een wij zijn die het ook ziet als sociaal probleem vb. feminisme
4. Oplosbaarheid = er kan iets aan gedaan worden
5. Positionaliteit = socioloog gaat sociale problemen benoemen/ onderzoeken
1.6 WRIGHT MILLS OVER SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
= het vermogen om verbanden tussen individuele klachten en sociale omstandigheden te zien
Vb. tandpijn en levensstijl van het sociale milieu waarin je opgroeit
Persoonlijke klachten vs sociale problemen
- Persoonlijke moeilijkheden => TROUBLES
= binnen de persoonlijkheid van het individu en binnen het kader van directe relaties met anderen
= oplossing van moeilijkheden is een probleem en bezorgdheid is een privé aangelegenheid
- Maatschappelijke kwesties => ISSUES
= betrekking op zaken die de persoonlijke grens overschrijven, hele groepen hebben het gevoel dat iets wat ze
belangrijk vinden bedreigd wordt
1.7 TWEE VOORBEELDEN VAN SOCIOLOGISCHE VERBEELDING: COMTE EN SPENCER
AUGUSTE COMTE (19 E EEUW)
- Had een tragisch leven, kwam in moeilijke situaties terecht
- Schreef veel boeken: zijn programma geeft nog goed weer waar sociologie voor staat
- Bestaat uit drie delen
SOCIOLOGIE ALS “WETENSCHAP DER MENSHEID”
= sociologie moet gezien worden als een zelfstandige wetenschap met eigen methode en eigen domein
WET DER DRIE STADIA
= beïnvloed door de verlichting, rede en vooruitgang van de mens staat centraal
Mens maakt ontwikkelingen door in drie stadia
1. Theologisch stadium
o Magie is belangrijk
o Gelooft dat elk wezen op aarde een eigen wil heeft
2. Metafysisch stadium
o Men ziet dat er toch geen geesten zitten in alle dingen
o Zoekt verder naar het wezen der dingen, bevat nog veel illusie en fantasie
Vb. planeten hebben geen ziel meer
3. Positieve stadium
o Mens overwint zijn bijgeloof en metafysische fantasie
o Enkel rekening gehouden met het ondubbelzinnige
→ om tot het positieve stadium te komen: kennis van alle wetenschappelijke takken nodig
Taak van sociologie volgens Comte
3
, = nadenken over hoe ze positief leren denken, mens moet de groei van het positief denken situeren in evolutie die de
mensheid doormaakt
Sociologie = samenvoegen van alle wetenschappen
SOCIALE VERANDERING ALS VOORUITGANG DER REDE
→ 2e opdracht van de sociologie volgens comte = de oorzaken van de verandering van de maatschappij aan het licht te
brengen
3 stadia in de ontwikkeling van het staatsbestuur:
1. Theologisch denken = theocratie
2. Metafysisch denken = bestuurder laat zich leiden door abstracte idealen
3. Positief denken = perfecte, redelijke manier van besturen
➔ positief denken = maatschappij van de toekomst
SOCIALE ORDE ALS CONSENSUS
Sociale orde
= betrekking tussen mensen spelen zich af op een min of meer voorspelbare manier
Consensus = gebaseerd op:
- Religie => hebben een duidelijke handleiding over hoe je moet samenleven
- Metafysica => periode van de verlichting, steeds meer ideeën
- Positieve wetenschap => eindelijke stabiliteit in de consensus
“nieuwe sociale orde” = gemeenschappelijk belang, kan door iedereen ingezien worden
HERBERT SPENCER (19 E EEUW)
→ comte en spencer gingen beide uit van dezelfde onderzoeksvraag maar hadden een verschillend antwoord
SOCIOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN DE SOCIALE EVOLUTIE
- Samenleving gaat van ongedefinieerd naar gedefinieerd (minder mensen leefden van landbouw, meer van
fabrieken)
- Van homogeen naar heterogeen => evolueren naar een groep die andere jobs hadden
- Van differentiatie naar integratie => vb. menselijk lichaam: elk orgaan heeft een bepaalde functie als er 1 faalt is
het moeilijk voor de rest van het lichaam
SOCIALE VERANDERING ALS EVOLUTIE
- Wet van de evolutie = overal geldig
→ wordt voorgesteld door groei vb. industriële revolutie: van dorpen naar stad
VERGELIJKING TUSSEN COMTE EN SPENCER
REDE VS EVOLUTIE
- Spencer: zoekt verklaringen in de grootte van maatschappijen, menselijk bewustzijn speelt GEEN rol
4
1. SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
1.1 SOCIOLOGISCHE BEWUSTZIJN IS TAMELIJK RECENT
- Astronomie
= oudste wetenschap
o Beoefend door Babylonische en Egyptische priesters
o Astronomie + astrologie
- Natuurkunde
o Door presocratici gegrondvest
o Later door Archimedes tot respectabel niveau
- Psychologie
o Ontstaan in 17e eeuw
- Sociologie
o Ontstaan in de 18e/19e eeuw
➔ Menswetenschappen = later ontwikkelt
Sociologie
= onderzoekt de sociale voorwaarden waaronder mens ‘mens’ wordt. Een individu slaagt er in z’n eentje niet in om een
identiteit op te bouwen, taal, denkbeelden,... te verwerven
→ typisch menselijk gedrag = te danken aan sociale verbanden
1.2 DE SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ONTSTOND IN CRISISTIJDEN
Start sociologie: ‘lot van de mens hangt af van het bestaan van anderen’
Waarom duurde het zo lang voor dat het sociologisch onderzoek begon?
1. Natuurlijke distantie ontbreekt tussen individuele mens en maatschappij
o Wetenschap vd maatschappij = moeilijk
o Maatschappij zit in ons: werkt via opvoeding, wetten, gewoonten, etc.
o Wij maken de maatschappij en de maatschappij maakt ons
2. Sociologie ontluistert en wekt weerstand op
o Sociologische waarheid = soms hard
Vb. kijken naar hoe we ons gedragen in een groep
o Mensen zijn geneigd zich beter voor te doen dan ze echt zijn
Vb. discriminatie
Du Bois: eerste zwarte amerikaanse socioloog (19e eeuw)
= voelde zichzelf in een wereld, was zelf niet in de wereld
↳ verwijzing naar racisme + slavernij
Montesquieu (18e eeuw)
o Lettres Persanes = satire
o liet zien dat het gedrag in Frankrijk, vaak ook raar kan zijn
vb. vond het raar dat er in Frankrijk maar met 1 vrouw trouwde
1
, o manier waarop wij leven kan anders zijn op andere plaatsen
3. Sociologisch bewustzijn wordt geprikkeld door crisis
o Maatschappij die vertrouwd was ging veranderen door revoluties (18e-19e eeuw)
o Socioloog = wereldreiziger, stelt vragen zoals “wat gebeurt hier” (begin soc. Bewustzijn)
o Ieder tijdperk = sleuteltijdperk
▪ Belangrijk dat revoluties gesitueerd zijn en niet over heel de wereld hetzelfde zijn
▪ Revoluties = uniek, ging menselijk samenleven veranderen
1.3 DE ‘TWEE’ REVOLUTIES
1.3.1 VAN LANDBOUW NAAR INDUSTRIE: DE OPKOMST VAN DE INDUSTRIËLE MAATSCHAPPIJ
→ overgang van jacht- en jagerverzamelingseconomie naar landbouw = neohilistische revolutie
- Ontstaan van eigendommen
- Steden = nieuwe organisatie van het sociaal leven (arbeidsdeling, bestuur rechtsregels)
Er komt bewustzijn over de verandering van de maatschappij
FRANSE REVOLUTIE
= politieke omwenteling in Frankrijk, staat symbool voor politieke modernisering en democratisering in het algemeen
Bestaande sociale orde werd verworpen + opkomst van nieuwe idealen: vrijheid, gelijkheid en broederschap
INDUSTRIËLE REVOLUTIE
- Begon in Engeland
- Toepassen op grote schaal van technische innovaties in allerlei sectoren
- Organisatie + ambachten van gilden werden omgegooid
- Er kwam een onpersoonlijke verhouding tussen fabrieksbaas en arbeider
- Sociaal vraagstuk “hoe kan het dat klassen samenleven in vrede en welvaart?”
→ Sociologie probeert het samenspel van de veranderingen te begrijpen in het licht van de toegenomen menselijke
interdependentie (= onderlinge afhankelijkheid)
→ Mensen moeten de maatschappij proberen te begrijpen zodat ze niet -blindelings een onvoorspelbare toekomst
tegemoet gaan
→ sociologie ≠ gezien worden als “de wetenschap van de maatschappij” => is te ruim, meeste sociologen houden zich
bezig met de hedendaagse maatschappij
1.5 HET SOCIAAL PROBLEEM ALS BRON VAN SOCIOLOGISCHE BENADERING
→ sociologie begint bij een sociaal probleem, wat behoort tot wat de sociologie bestudeert evolueert en hangt af van waar
je je bevindt
Vb. Druggebruik >< autorijden
- Autorijden = meer sociaal probleem WANT je kan er anderen mee beïnvloeden
5 aspecten van een sociaal probleem
1. Objectief aspect vb. genderverschillen tussen vrouw en man, paygap
2. Subjectief aspect = doordat het een feit is ≠ nog geen probleem
2
, 3. Collectief aspect = er moet een wij zijn die het ook ziet als sociaal probleem vb. feminisme
4. Oplosbaarheid = er kan iets aan gedaan worden
5. Positionaliteit = socioloog gaat sociale problemen benoemen/ onderzoeken
1.6 WRIGHT MILLS OVER SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
= het vermogen om verbanden tussen individuele klachten en sociale omstandigheden te zien
Vb. tandpijn en levensstijl van het sociale milieu waarin je opgroeit
Persoonlijke klachten vs sociale problemen
- Persoonlijke moeilijkheden => TROUBLES
= binnen de persoonlijkheid van het individu en binnen het kader van directe relaties met anderen
= oplossing van moeilijkheden is een probleem en bezorgdheid is een privé aangelegenheid
- Maatschappelijke kwesties => ISSUES
= betrekking op zaken die de persoonlijke grens overschrijven, hele groepen hebben het gevoel dat iets wat ze
belangrijk vinden bedreigd wordt
1.7 TWEE VOORBEELDEN VAN SOCIOLOGISCHE VERBEELDING: COMTE EN SPENCER
AUGUSTE COMTE (19 E EEUW)
- Had een tragisch leven, kwam in moeilijke situaties terecht
- Schreef veel boeken: zijn programma geeft nog goed weer waar sociologie voor staat
- Bestaat uit drie delen
SOCIOLOGIE ALS “WETENSCHAP DER MENSHEID”
= sociologie moet gezien worden als een zelfstandige wetenschap met eigen methode en eigen domein
WET DER DRIE STADIA
= beïnvloed door de verlichting, rede en vooruitgang van de mens staat centraal
Mens maakt ontwikkelingen door in drie stadia
1. Theologisch stadium
o Magie is belangrijk
o Gelooft dat elk wezen op aarde een eigen wil heeft
2. Metafysisch stadium
o Men ziet dat er toch geen geesten zitten in alle dingen
o Zoekt verder naar het wezen der dingen, bevat nog veel illusie en fantasie
Vb. planeten hebben geen ziel meer
3. Positieve stadium
o Mens overwint zijn bijgeloof en metafysische fantasie
o Enkel rekening gehouden met het ondubbelzinnige
→ om tot het positieve stadium te komen: kennis van alle wetenschappelijke takken nodig
Taak van sociologie volgens Comte
3
, = nadenken over hoe ze positief leren denken, mens moet de groei van het positief denken situeren in evolutie die de
mensheid doormaakt
Sociologie = samenvoegen van alle wetenschappen
SOCIALE VERANDERING ALS VOORUITGANG DER REDE
→ 2e opdracht van de sociologie volgens comte = de oorzaken van de verandering van de maatschappij aan het licht te
brengen
3 stadia in de ontwikkeling van het staatsbestuur:
1. Theologisch denken = theocratie
2. Metafysisch denken = bestuurder laat zich leiden door abstracte idealen
3. Positief denken = perfecte, redelijke manier van besturen
➔ positief denken = maatschappij van de toekomst
SOCIALE ORDE ALS CONSENSUS
Sociale orde
= betrekking tussen mensen spelen zich af op een min of meer voorspelbare manier
Consensus = gebaseerd op:
- Religie => hebben een duidelijke handleiding over hoe je moet samenleven
- Metafysica => periode van de verlichting, steeds meer ideeën
- Positieve wetenschap => eindelijke stabiliteit in de consensus
“nieuwe sociale orde” = gemeenschappelijk belang, kan door iedereen ingezien worden
HERBERT SPENCER (19 E EEUW)
→ comte en spencer gingen beide uit van dezelfde onderzoeksvraag maar hadden een verschillend antwoord
SOCIOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN DE SOCIALE EVOLUTIE
- Samenleving gaat van ongedefinieerd naar gedefinieerd (minder mensen leefden van landbouw, meer van
fabrieken)
- Van homogeen naar heterogeen => evolueren naar een groep die andere jobs hadden
- Van differentiatie naar integratie => vb. menselijk lichaam: elk orgaan heeft een bepaalde functie als er 1 faalt is
het moeilijk voor de rest van het lichaam
SOCIALE VERANDERING ALS EVOLUTIE
- Wet van de evolutie = overal geldig
→ wordt voorgesteld door groei vb. industriële revolutie: van dorpen naar stad
VERGELIJKING TUSSEN COMTE EN SPENCER
REDE VS EVOLUTIE
- Spencer: zoekt verklaringen in de grootte van maatschappijen, menselijk bewustzijn speelt GEEN rol
4