• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages
Summary

Samenvatting Deontologische Aspecten | Orthopedagogie | Hogeschool Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages

Dit document behandelt de deontologische aspecten uit het vak Deontologische aspecten binnen de Orthopedagogie opleiding aan Hogeschool Gent. Het covers kernthema's zoals de rol van beroepsethiek, technische en normatieve professionaliteit, integriteit en het principe van verwisselbaarheid. Onmisbaar voor studenten die zich willen verdiepen in de ethische dimensie van orthopedagogische interventies en zich willen voorbereiden op tentamens.

Content preview

DEONTOLOGISCHE ASPECTEN

,
,SITUERING – DEONTOLOGIE ALS
DEEL VAN EEN BEROEPSETHIEK
1. TECHNISCHE EN NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT

Een beroep bestaat uit twee componenten. In deze cluster gaan we in op het normatieve
van het beroep. We staan vooral stil bij de vraag of jouw interventies (tussenkomsten)
bijdragen aan een betere wereld – doe je het goede? Beide componenten zijn even
belangrijk: het is belangrijk om tussenkomsten deskundig te onderbouwen, maar ook om
stil te staan bij het waarom van interventies.

1. Doe ik dingen goed?
 Technische vaardigheden die je hebt = omgaan met technologische
ontwikkelingen, gespreksvaardigheden, kwalitatieve rapportage, omgaan met
agressie, … dit doe je altijd zo goed mogelijk.
2. Die ik de goede dingen?
 Normatief = ethische vragen stellen over (eigen) interventies: dragen ze bij
en op welke manier aan goede orthopedagogie?


Metafoor ‘professional als lantaarnpaal of kampvuur’ (handboek p. 240) = technisch
gezien is iedere professional een lantaarnpaal. je betreed dan paden die belicht worden
door lantaars, hierdoor weet je je weg. Jij loopt samen als professional met de cliënt het
pad af, en kan via lantaarns de weg wijzen.

samen door het moeras = In een moeras is de weg onduidelijk, hier zit je wel samen met
je cliënt in. Het is een metafoor voor een etisch probleem, en hebt dus geen pasklare
oplossing. Je moet wat zoeken waar je naartoe moet. Als professional ben je dan een
kampvuur. Je gaat er dan rond zitten met je cliënt en kijkt waar je naartoe gaat.

1.1 HET GOEDE DOEN (INTEGER HANDELEN)

Integrity is doing the right thing even if no one is watching (C.S. Lewis)

Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf, realiseer je
dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar gebracht). Als je een getuige
nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)  je doet geen dingen omdat je verplicht wordt
door de ander, maar omdat het het goede is om te handelen. Deze dingen dus ook doen
wanneer de ander dat niet doet = integer handelen

De citaten geven de aspecten weer van integriteit = integriteit is het goede doen en of
iets goed is, moet je zelf vooral autonoom beslissen. Dat wil zeggen dat we niet goed
doen omwille van de goedkeuring van anderen (dit is heteronoom), maar omdat het
goed is het goede te doen. De vraag is hoe we weten wat goed is? Dit gaat over onze
moraal, onze waarden en normen: waar halen we die?

Hoe weten we wat goed en kwaad is? Opvoeding, wetten en regels, school, eigen
referentiekader (waarden en normen), werk, socialisatie. We leren het via trial and error.

1.2 VERWISSELBAARHEIDSGEDACHTE

, De verwisselbaarheidsgedachte of het principe van gelijkheid is een belangrijke
toetssteen binnen de normatieve ethiek en bepaalt of een theorie ethisch is.
Verwisselbaarheid houdt in dat men, bij het innemen van een standpunt, de eigen
belangen niet meer gewicht toekent dan de belangen van anderen. De eigen rol in een
moreel standpunt moet op een of andere manier verwisselbaar zijn met de rol van
anderen. Zo mag ik mijzelf niet anders behandelen dan de anderen en de anderen
onderling niet verschillend van elkaar – tenzij daar voldoende gronden voor bestaan.

In essentie komt het erop neer dat een oordeel pas moreel of ethisch is, als het een
handelen uit eigenbelang en egoïsme overstijgt.

De verwisselbaarheidsgedachte geeft dus een antwoord op de vraag naar de ethische
aanvaardbaarheid van een handeling. Maar dan nog zijn er verschillende antwoorden
mogelijk op de vraag die daarop volgt, namelijk, of die ethisch aanvaardbare handeling
ook ‘moreel juist’ of ‘goed’ is.

Bijvoorbeeld: stel dat we een verjaardagstaart willen verdelen onder een aantal mensen,
dan kunnen we die taart verdelen volgens verschillende principes. De meest duidelijke
‘verwisselbaarheid’ is dat we de taart in gelijke stukken verdelen, zodat iedereen
evenveel krijgt. We kunnen ook een principe afspreken, bijvoorbeeld een verdeling
volgens behoefte: wie meer honger heeft, krijgt een groter stuk. Er is een ongelijke
verdeling, maar we houden daarbij alsnog evenveel rekening met iedereens belangen.
Zelfs een proportionele verdeling waarbij de jarige een groter stuk krijgt dan de rest,
voldoet aan de verwisselbaarheidsgedachte: we hanteren voor volgende
verjaardagstaarten dezelfde regel, dus iedere jarige krijgt op termijn een groter stuk van
de taart. Een verdeling waarbij de oudsten of de sterksten het meeste krijgen en de
jongsten of de zwaksten het minst, is dan weer een situatie waarbij niet voldaan wordt
aan de verwisselbaarheidsgedachte. Er is immers geen enkele reden voor een dergelijke
ongelijke verdeling: de argumentatie dat oud of sterk zijn recht geeft op een groter deel
van de taart kan immers niet gehanteerd worden door de jongsten of zwaksten of
omgekeerd.

1.3 HOE WETEN WE WAT GOED IS…

Pluralisme binnen samenleving

Nietzsche (filosoof) zei ooit = ‘God is dood’. Onze hedendaagse samenleving heeft niet
langer een collectief verhaal van waarden en normen. Individuen bepalen hun eigen
zingeving, wat leidt tot een diversiteit in de samenleving en een pluralisme (een
diversiteit aan waarden en normen). Soms wordt het acroniem VUCA gebruikt – de
samenleving is ‘volatile, uncertain, complex and ambiguous’

Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error

1. Waarde = nastrevenswaardig ideaal, abstract idee – norm: vertaling van een
waarde in een gedragsregel.
2. Socialisatie = het proces van leren samenleven. Er zijn drie vormen van
socialisatie: primaire, secundaire en tertiaire socialisatie.

Primaire socialisatie = tussen mensen die direct met elkaar verbonden zijn, zoals het
gezin en vrienden. Dat zijn dus groepen waarin de leden een persoonlijke en emotionele
band met elkaar hebben. In deze groepen vindt socialisatie in informele sfeer plaats, de
regels staan niet op papier.

Table of contents

  1. 01 1. technische en normatieve professionaliteit 3
    1. 1.1 het goede doen (integer handelen) 3
    2. 1.2 verwisselbaarheidsgedachte 3
    3. 1.3 Hoe weten we wat goed is… 4
    4. verder… 6
  2. 02 normatieve ethiek 7
    1. kiezen is verliezen 8
    2. deugdenethiek als synthese (en derde model) belangrijk! 10
  3. 03 Wat hebben we geleerd? (3 kernpunten) 10
    1. Communicatieve rationaliteit (Habermas) 10
  4. 04 wat we zouden moeten doen ‘ethiek’ 11
  5. 05 1. privacy 11
    1. privacy als mensenrecht 12
    2. situering 12
    3. privacy als individueel recht 13
  6. 06 privacy als individueel recht 14
    1. GDPR principes 14
    2. principieel verwerkingsverbod 15
    3. geïnformeerde toestemming 15
  7. 07 anonimiseren of pseudonimiseren? 17
    1. media en privacy 17
    2. recht op afbeelding 18
    3. technologie om kindermisbruik op te sporen? 18
    4. camera’s 19
    5. slimme camera’s – clearview (AI) 23
    6. toezichtskapitalisme als bedreiging voor privacy 23
    7. digitale economie 24
  8. 08 negatieve en positieve privacyvrijheid 24
    1. function creep 25
    2. mediawijsheid 25
  9. 09 sociaal-agogisch-werk-vraagstukken 26
  10. 10 samenvatting privacy 26
  11. 11 discretie en discretionaire ruimte 27
    1. discretionaire ruimte 27
    2. discretieplicht 28
  12. 12 beroepsgeheim ( art. 458 SW (strafwetboek)!!!) kennen! 29
    1. Beroep 30
    2. Staat 31
    3. Schending 31
    4. samengevat = ABSOLUTE BENADERING 32
  13. 13 wettelijke uitzonderingen op de zwijgplicht 32
    1. zwijgrecht/spreekrecht 33
    2. artikel 458 ter sw 34
    3. art 422 bis SW 35
    4. gedeeld beroepsgeheim 36
    5. gedeeld beroepsgeheim 37
    6. gezamenlijk beroepsgeheim 38
    7. rapportage en recht op dossier 39
  14. 14 Procureur des Konings (PdK) 40
  15. 15 Verontrusting in de jeugdhulp 40

Document information

Study
Uploaded on
August 12, 2026
Number of pages
40
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.93

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
8
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions