1. Wat is een grondwet
- hoogste norm
- fundamenten van staat
- bevat grondrechten van de burgers
- organisatie van de machten
abstract, vaag geformuleerd
momentopname van 1831
a) formele grondwet
o = focust op bijzonder gezag van de grondwet
o Gezag vloeit voort uit 2 elementen
Grondwet kan enkel gewijzigd worden met een bijzondere en
strikte procedure
Grondwet staat bovenaan in hiërarchie, andere normen
moeten in overeenstemming zijn
o = gaat in op letterlijke formele tekst van de grondwet
b) Materiele grondwet
o = geheel van fundamentele regelen die de samenstelling, de
organisatie, de bevoegdheid en de werking van de gezagsinstanties,
hun onderlinge verhouding en verhouding tot de
rechtsonderhorigen, en de grondrechten van deze laatsten bepalen
o = gaat verder dan de tekst van de grondwet, niet alles staat daarin
neergeschreven zoals de bijzondere meerderheidswetten
Levende grondwet:
o Ongeschreven regels zoals de grondwettelijke beginselen, de
grondwettelijke rechtspraak en grondwettelijke gewoonten die de
grondwet verder concretiseren
2. Ontstaan van de Belgische grondwet
- Tot 1831: Verenigd koninkrijk der Nederlanden
- Verzet tegen beleid Willem I
- Opstand leid tot Belgische revolutie
- Voorlopige bestuur roept onafhankelijkheid uit
- Verkiezingen nationaal congres vormen tot grondwetscommissie
- Belgische grondwet 7 februari 1831
, Reactie op vorig regime
- Inperken uitvoerende macht
- Vertrouwen in wettelijke macht
- Toezicht door rechterlijke macht
- Bescherming grondrechten
3. Een strenge herzieningsprocedure volgens artikel 195 GW
Omschrijf 3 fasen
1) Preconstituante
o Lijst opmaken van artikelen die vatbaar zijn voor herziening
o Als:
Er iets moet toegevoegd worden aan het artikel
Als er iets geschrapt moet worden van het artikel
o Elke macht doet dit voor zichzelf
o Die wat overeenkomen zijn vatbaar voor herziening
2) Verkiezingen
o Wat wil de kiezer?
o Democratisch gehalte van grondwet waarborgen
3) Constituante: ganse legislatuur
o Bijzondere meerderheid verreist (democratisch gehalte waarborgen)
2/3e is aanwezig bij stemming
2/3e van leden stemt in
o Gebonden door herzieningsverklaring
o Maar omzeilingsmogelijkheden
4. Omzeilingsmogelijkheden
- Impliciete grondwetswijziging
o = wanneer de grondwetgevende macht een artikel wijzigt dat wel
voor herziening vatbaar was en rechtstreekse invloed heeft op het
artikel dat ze wouden wijzigen maar niet voor herziening vatbaar is
- Tijdelijke overgangsbepalingen
o = overgangsbepaling zorgt ervoor dat de wetgevende kamer in de
artikelen van de overgangsbepalingen iets kan toevoegen of
wijzigen
o “niet voor herhaling vatbaar”
- NB: los daarvan is ook een coördinatie van de grondwet mogelijk
5. Structuur grondwet: 10 titel, geen preambule (= inleidende en
wervende tekst met oriënterende functie)
, - Titel 1 = samenstelling en grondgebied België
- Titel 2 = uitgangspunten en opbouw staatsstructuur
- Titel 3 = samenstelling, bevoegdheden en werkwijze staatsmachten
- Titel 4 = de bevoegdheden van de federale staat, de gemeenschappen en
de gewesten inzake buitenlande betrekkingen
- Titel 5 = regels inzake de financiën van de staat
- Titel 6 = Regelen van gewapende macht
- Titel 7 = algemene bepalingen
- Titel 8 = regelt de herziening van de grondwet
- Titel 9 = overgangsbepalingen en bepalingen over de inwerkingtreding van
de grondwet
Artikel 7bis: verplicht overheden om bij het uitoefenen van hun
bevoegdheden doelstellingen en duurzame ontwikkelingen in acht te
nemen
= bindend voor de overheid maar werft geen subjectieve rechten
voor de burgers
niet openomen in titel 2 omdat die afdwingbaar zijn en vatbaar zijn voor
toetsing van grondwettelijk hof, dit wou men vermijden
6. Materiele grondwet
= gaat verder dan letterlijke tekst, ook andere fundamentele regels die
beschreven zijn aan de hand van ongeschreven bijzondere
meerderheidswetten
7. Levende grondwet
1) Bijzondere meerderheidswetten
o art. 4 GW
2) Deconstitutionalisering
o = Wanneer fundamentele regels die normaal gezien in de grondwet
staan , terug te vinden zijn in de bijzondere meerderheidswetten
3) Grondwettelijke beginselen
o Component levende grondwet
o = Beginselen die de rechter afleidt uit het rechtssysteem en die
vervolgens worden bestempeld als fundamentele uitganspunten van
de rechtsorde
o 2 categorieën
Beginselen met wettelijke waarde
Beginselen met grondwettelijke waarde
4) Constitutionele rechtspraak
o = grondwettelijke rechtspraak
o rekening gehouden met niet enkel de tekst van de grondwet, die is
niet meer actueel
o ook rekening met ongeschreven regels zoals de beginselen, …
, 5) Grondwettelijke gewoonten
o = Rechtshandelingen die door de machten verricht zijn uit de
overtuiging dat die voor rechtmatig en wettig worden gehouden.
o Juridisch bindend en afdwingbaar
8. Parlementaire monarchie (grondbeginsel)
o Monarchie is een strategische diplomatieke keuze van nationaal
congres
Men wou dat buurlanden België zou accepteren na de
afsplitsing
o Parlementaire monarchie
= voor elke daad van de koning is er een verantwoordelijke
minister
Ministiele verantwoordelijkheid tov parlement art 88 GW
Wel invloed
o Presidentieel stelsel
Verkozen
Regering verantwoordelijk tav president
9. Democratische rechtsstaat
- Representatieve democratie: verkiezingen
- Kenmerken democratische rechtsstaat:
o Ook overheid is gebonden door het recht
o Gezagsdragers moeten grondrechten eerbiedigen
o Rechtsbescherming rechtszoekende door onafhankelijkheid
van de rechter
o Hiërarchie der normen